1. Liefde Gods die elk beminnen hemelhoog te boven gaat, 
kom in onze harten binnen met Uw milde overdaad. 
Jezus, één en al ontferming, daal vanuit den Hoge neer  
met Uw heerlijke bescherming in ons bevend hart, o Heer.

2. Wil Uw liefdevolle Geest doen ad’men, dat geen angst trilt in ons hart;
schenk als erfenis de ruste, die U zelf ons hebt beloofd.
Wees ons Al, begin en einde, dat geen zonde ons benart;
ach, bevrijd ons, Heer en leid ons, start en eindpunt van ’t geloof!

3. God almachtig boven mate, die zo nederig verscheen, 
keer opeens terug en laat ons nooit meer, nooit meer hier alleen. 
Laat ons in de kerk U prijzen met Uw heiligen omhoog  
tot in 's hemels paradijzen wij U zien van oog tot oog.

4. Wat Gij eenmaal zijt begonnen, o voltooi het: maak ons rein, 
tot de wereld is gewonnen en in U hersteld zal zijn, 
tot wij eeuwig bij U wonen, schrijdende van licht tot licht, 
leggend onze gouden kronen zingend voor uw aangezicht.
Liedboek 443. (Schulte Nordholt)

1. Love divine, all loves excelling, joy of heaven, to earth come down;
fix in us thy humble dwelling; all thy faithful mercies crown!
Jesus thou art all compassion, pure, unbounded love thou art;
visit us with thy salvation; enter every trembling heart.

2. Breathe, O breathe thy loving Spirit  into every troubled breast!
Let us all in thee inherit; let us find that second rest.
Take away our bent to sinning; Alpha and Omega be;
end of faith, as its beginning, set our hearts at liberty.

3. Come, Almighty to deliver, let us all thy life receive;
suddenly return and never, nevermore thy temples leave.
Thee we would be always blessing, serve thee as thy hosts above,
pray and praise thee without ceasing, glory in thy perfect love.

4. Finish, then, thy new creation; pure and spotless let us be.
Let us see thy great salvation perfectly restored in thee;
changed from glory into glory, till in heaven we take our place,
till we cast our crowns before thee, lost in wonder, love, and praise.

Charles Wesley.


Dat Gods liefde zo nabij is, ons zo raakt, is het werk van de Geest van God, van Gods Wezen zelf, dat liefde is.
Gods Geest, Gods innerlijk, dat het onze raakt, zoals de handen van Zijn vrienden die van Jezus aanraakten in hun dagelijks bestaan. Zij hoorden Zijn stem met hun oren, en verstonden die vaak niet met hun hart. Gods Geest spreekt in onze geest. Zij neemt, als wij dat vragen, onze aanbidding en ons gebed van ons over, Zij looft Gods goedheid in onze liederen, in onze daden van vriendelijkheid en barmhartigheid. Zij gelooft in ons.
Zij gelooft in het werk dat God aan ons begon, en dat daarom niet wordt stopgezet, zelfs niet als wij het er bij laten zitten.
Die hardnekkige liefde is iets dat wij mogen ervaren als wezenskenmerk van God.
En omdat Hij ons gemaakt heeft, is het voor ons herkenbaar.

Zeker, God gaat ons begrip te boven. Maar niet te buiten.
In Jezus heeft Hij ons leven gedeeld.
In Jezus zijn wij bij Hem vertegenwoordigd in de hemel.

In de Geest is God in ons tegenwoordig.
Jezus als (aan)raakpunt, de Geest als omarming, als verwarming van binnenuit.
En levenslang zijn wij niet eenzaam meer.

We mogen er om vragen.
Hier en nu.