Dankdienst
voor het leven van Nelly Catharina de Jong
* 31 maart 1920
†
25 januari 2007
Sinds 1946 weduwe van Karel Dubbelman
Sinds 1992 weduwe van Henk van der Steen
Evangelisch Lutherse Kerk te Heusden 31 januari 2007
Organist: H. Biesheuvel
Zang: Edy ten Berge
Joke van der Steen bij het graf.
Voorgangster: G.A Voerman - van Haselen
Orgelspel
De kaarsen worden aangestoken aan het licht van de Paaskaars, die ons vertelt
dat het leven doorgaat, dat Jezus is opgestaan en dat wij mensen daarin mee
mogen gaan.
Woorden
bij het leven van Nel van der Steen – de Jong:
Lieneke
Mevr.
J. v.d.Heuvel namens de Lutherse kerk.
Wij
zijn hier aanwezig in de Naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest.
Amen
Onze hulp is in de Naam van de Heer
die hemel en aarde gemaakt heeft.
God heeft ook de mens gemaakt, naast alle dieren en planten, al wat leven heeft.
En als mens voldoen we niet altijd aan onze roeping: licht te zijn in deze
wereld. We doen ons best, maar ook als we sterk zijn hebben we onze zwakke
kanten, en niet alles wat we willen lukt zoals we het bedoeld hebben.
Soms zijn we te dwingend naar elkaar, soms te zwak en te meegevend.
Daarom vragen we God:
Heer, vergeef ons al wat wij verkeerd hebben gedaan,
Heer, vergeef ons al waarin wij tekort geschoten zijn…
En laat ons weer in vrede leven.
Amen
Zo
lief had God deze wereld, dat
Hij Zijn enige Zoon gegeven heeft, opdat ieder die in Hem gelooft aan het
verderf ontkomt, en eeuwig leven hebben mag!
We willen zingen van die liefde die een nieuwe start mogelijk maakt, een geliefd
Remonstrants lied van Kees Boeke: Ik voel de winden Gods vandaag, vandaag
hijs ik het zeil…

Laten
we de Heer aanroepen om ontferming met de grote nood van deze wereld,
maar laten wij dan ook Zijn naam prijzen,
omdat er aan Zijn barmhartigheid geen einde komt!


Gebed.
Lieve God, het verscheiden van Nel overviel ons op een onverwachte moment. Het
leven vloeide zo zachtjes uit haar weg, dat ze het zelf haast niet leek te
merken.
En voor haar was dat prachtig: we tekenen allemaal voor een dood zonder pijn en
angst, voor een weggaan in vrede. U hebt voor haar de zeilen gehesen, en U hebt
het roer gedraaid.
Maar wij zijn hier gekomen met onze ontreddering en onze schrik: we hadden haar
nog niet willen missen, we hadden nog zoveel willen zeggen, vragen, goed maken
misschien… En nu is alles anders.
Ons verstand weet dat ze bij U in goede handen is, maar ons hart kan haar nog
niet loslaten, we zijn verdrietig, en soms ook boos. Dat dit zomaar kan…
U weet dat wel, en we weten dat U het niet erg vindt, als wij U ons verdriet
klagen om het gemis…
En wij vragen U: help de kinderen, kleinkinderen en Justin, maar ook ons allen
hier dit gemis te dragen en te aanvaarden, omdat er voor Nel geen beter bestaan
mogelijk is dan bij U.
Wij bidden U dit door Jezus Christus, onze Heer.
Amen.
Psalm 103: 1, 5

Zoals een moeder liefdevol haar armen
slaat om haar kind, omringt ons met erbarmen
God onze Vader, want wij zijn van Hem.
Hij die ons zelf uit aarde heeft genomen,
Hij weet, dat wij, uit stof aan 't licht gekomen,
slechts leven op de adem van Zijn stem.
Lezing: psalm 104 NBV 1-5, 10 - 31
1 Prijs
de Heer,
mijn ziel.
Heer, mijn God, hoe groot
bent U. Met glans en glorie bent U bekleed, 2 in een mantel
van licht
gehuld.
U spant de hemel
uit als een tentdoek 3 en bouwt
op de wateren
Uw hoge zalen, U maakt van de wolken
Uw wagen en beweegt U op de vleugels van de wind,
4 U maakt van de winden
Uw boden, van vlammend
vuur
Uw dienaren.
5 U hebt de aarde
op pijlers
vastgezet, tot in eeuwigheid
wankelt zij niet.
10 U leidt het water
van de bronnen
door beken,
tussen de bergen
beweegt het zich voort. 11 Het drenkt alles wat leeft
in het veld, de wilde
ezels lessen er hun dorst. 12 Daarboven
wonen de vogels van de hemel,
uit het dichte
groen klinkt hun gezang.
13 U bevloeit
de bergen
vanuit Uw hoge
zalen, de aarde
wordt verzadigd
en vruchtbaar: 14 gras
laat U groeien
voor het vee en gewassen
die de mens moet verbouwen.
Zo zal hij brood
winnen uit de aarde 15 en wijn
die het mensenhart verheugt, geurige olie die het gelaat doet stralen,
ja, brood
dat het mensenhart versterkt.
16 De bomen
van de Heer
zuigen zich vol, de ceders
van de Libanon, door Hemzelf geplant. 17 De vogels bouwen
daar hun nesten,
in hun kronen
huizen de ooievaars. 18 De hoge
bergen
zijn voor de steenbokken, in de kloven
schuilen de klipdassen.
19
U hebt de maan
gemaakt voor de tijden, de zon
weet wanneer zij moet ondergaan. 20 Als U
het duister spreidt, valt
de nacht, en alles wat leeft in het woud gaat
zich roeren. 21 De jonge
leeuwen gaan uit op roof,
brullend
vragen zij God
om voedsel. 22 Bij zonsopgang
trekken zij zich terug en leggen zich neer in hun legers.
23 De mensen gaan aan het werk en arbeiden
door
tot de avond.
24 Hoe talrijk zijn Uw werken, Heer.
Alles hebt U met wijsheid
gemaakt, vol
van Uw schepselen is de aarde.
25 Zie hoe wijd
de zee
zich uitstrekt. Daar wemelt het, zonder
tal, van dieren, klein
en groot. 26 Daar bewegen de schepen zich voort, daar gaat
Leviathan, (het zeemonster), door U gemaakt om ermee te spelen. 27
En allen
zien ernaar uit dat U
brood geeft, op de juiste tijd.
28 Geeft U het, dan doen zij zich te goed, opent
zich Uw hand,
dan worden zij verzadigd.
29 Verberg Uw gelaat en zij bezwijken
van angst,
ontneem hun de adem en het is met hen gedaan, dan keren zij terug
tot het stof dat zij waren.
30 Zend
Uw
adem
en zij worden geschapen, zo
geeft U de aarde
een nieuw gelaat.
31
De luister
van de Heer
moge eeuwig
duren, laat de Heer
zich verheugen
in Zijn werken.
Tot hiertoe de lezing.
Laten we zingen over de Heer die zo voor ons zorgt: Mijn herder is de Heer in
Wie ik alles heb en ben… (Nederlandse tekst)

De Heer
verkwikt mijn matte ziel, Hij doet mijn voeten gaan
in ’t spoor van Zijn gerechtigheid ter wille van Zijn naam.
En ga ‘k door ’t diepe doodsravijn, geen vrees verbijstert mij:
Uw stok en staf zijn mij tot troost, Gijzelf zijt mij nabij.
Voor ’t oog van wie mijn hater is, hebt Gij mijn dis gespreid,
met olie wordt mijn hoofd gezalfd, mij beker is bereid.
Genade-en goedheid volgen mij mijn ganse levensdag,
totdat ik eens in ’s Heren huis voor eeuwig wonen mag.
Evangelielezing: Mattheüs 10: 29 – 33 NBV (men staat op, zover mogelijk)
Jezus stuurt de leerlingen
er op uit om de mensen te vertellen van Gods goedheid. En Hij bindt ze op het
hart voor geen mens bang te zijn. Hij zegt:
29 Wat kosten twee mussen? Zo goed als niets.
Maar er valt er niet één dood neer als jullie Vader
het niet wil. 30 Bij jullie zijn zelfs alle haren
op je hoofd geteld. 31 Wees dus niet bang,
jullie zijn meer waard dan een hele zwerm mussen. 32
Iedereen die Mij zal erkennen
bij de mensen, zal ook Ik erkennen
bij Mijn Vader in de hemel. 33
Maar wie Mij verloochent bij de mensen,
zal ook Ik verloochenen bij Mijn Vader
in de hemel.
Zalig die het woord van God horen en er gehoor aan geven!

Credo:
(nog steeds staande)
Ik geloof in God.
Schepper van hemel en aarde.
Oneindig hoog
verheven.
Vol liefde voor heel de schepping.
Daarom wil Hij ons een Vader zijn,
een Moeder, vol zorg en genade.
Daarom wil Hij ons een broeder zijn,
in Jezus, die mens werd als wij.
Geroepen om de goede boodschap te brengen
van Gods liefde voor ons allen.
Opdat wij Hem daarin volgen.
Gekruisigd is Hij, gestorven, en begraven.
Maar opgestaan als eerste
der mensen,
tot leven in eeuwigheid.
Zijn Geest wil in en bij ons zijn.
Ons de weg wijzen die we mogen volgen: Jezus.
De weg naar God en naar elkaar.
In doop en genade,
licht en vergeving
zijn wij zo met elkaar verbonden,
in de hoop op leven dat komt en
dat blijft:
in Gods liefde, waar geen einde aan komt.
Amen.
Overdenking
GENADE
ZIJ U EN VREDE VAN GOD
ONZE VADER EN VAN JEZUS CHRISTUS,
ONZE HEER,
DOOR DE HEILIGE GEEST.
Lieve mensen,
Lieve familie, Ewoud
en Lieneke allereerst, maar ook zuster, schoondochter, kleinkinderen, en zelfs
een achterkleinkind: Justin… en verdere
familie natuurlijk…
Lieve vrienden en gemeente
van onze Heer Jezus Christus.
….
…. ….
…. ….
…. ….
…. ….
…. ….
….
In de Bijbel is God niet alleen
maar de Schepper van de mens,
die komt pas als laatste aan bod.
Hij is Schepper van hemel,
zee en aarde,
waar het wemelt van de vogels, vissen
en dieren,
en vol liefde is Hij voor heel de
schepping:
ook planten
en dieren hebben een ruime plek in Gods
hart,
zoals ze een ruime plek hadden in
Nels hart.
Dat komt dus wel goed,
tussen die twee!
Daar had ze ook wel vertrouwen
in.
Daarom was voor haar de kerk,
de gemeente, altijd al een plek
om op adem te komen.
Zoals in de Bijbel de rustdag
is gegeven aan heel de schepping om op adem
te komen:
de mensen, maar ook hun vee
mogen de tijd en de rust hebben om God
te loven.
Want als je altijd maar
aan het werken bent, altijd maar aan het zwoegen, dan kom je daar niet
aan toe, en dan leef je als iemand die
zich niet bewust is van zijn omgeving,
niet bewust van haar afkomst
of toekomst…
Niets is zo heilzaam als slaap
en als bewuste rust op zijn tijd.
En zo
zorgzaam is God, dat Hij ons ook daarvoor
gelegenheid geeft.
Want Hij weet dat we meer
nodig hebben dan voedsel alleen…
We hebben het ook
nodig om bezig te zijn met de dingen die verder gaan.
Die voedsel voor de ziel zijn.
Voor ons zijn dat de verhalen
over God.
De woorden van God,
die ons zijn doorverteld, die zijn opgeschreven,
die van vader
op zoon en van moeder op dochter zijn voorgezongen
en nageleefd…
En die vind je ook hier in de kerk.
Daar kon Nel erg van genieten.
Ze kwam hier graag en bleef erg betrokken, en vroeg, ook toen haar voeten haar
niet meer zo ver konden dragen, en ze niet meer naar de kerk kwam, regelmatig
naar iedereen.
En naar de Paas-lunches leefde ze toe,
al lang van te voren, ze droeg zelf ook steeds de heerlijkste
gerechten daarvoor aan. Ze hield van de gezelligheid daarbij, en
de warmte. En bracht haar eigen vriendelijkheid en warme aandacht mee…
Het ging haar niet alleen om de lunch. Er was
méér dat ze er zocht – en ook vond.
“De mens leeft niet van
brood alleen, maar van ieder woord dat van Gods mond uitgaat”, heeft Jezus
gezegd.
En Hij, Jezus, is ons Gods
woord komen brengen. Niet als een
profeet, maar als een levende werkelijkheid.
Waar Hij
spreekt, klinkt Gods woord.
En daarom mogen we vandaag
ook troost vinden in Zijn woorden over de
musjes…
Twee musjes voor een dubbeltje
of zo.
4 – 5 eurocent
misschien.
En toch weet
God wat er mee gebeurt.
Er valt er niet een op de grond,
zonder dat onze Hemelse Vader er bij is.
Hij weet er alles van…
Daarom was Hij er ook
bij toen Nel insliep, zich met open
ogen een ander en nieuw leven in-droomde.
Zomaar zittend naast Lieneke
in de auto, op weg naar een afspraak.
Niet wetend dat er in haar
agenda een andere afspraak was gezet.
Ze keek wat naar buiten,
naar de velden – Lieneke en ik zijn er zondag
nog eens langs gereden – en zó keek ze buiten
zich, in de liefdevolle ogen van de Heer,
die haar uitnodigde met Hem mee te gaan.
Daar zeg je geen ‘nee’
tegen…
Ze was voor altijd bij
Hem.
En zo was Hij er bij,
toen ze door de mensen van de politie uit de auto werd gehaald en
op de grond werd neergelegd. En toen er vriendelijke mensen
plaats voor haar maakten in hun huis.
Eindelijk rust…
Want ze heeft een bewogen
leven geleid.
Ze was nog maar net 20
toen de oorlog uitbrak.
Ze werkte als secretaresse onder andere mee aan de bouw van de Maastunnel.
Dan ben je wel
betrokken bij een gigantisch gebeuren,
daar in Rotterdam.
En ondanks het bombardement
is het doorgegaan, is er doorgebouwd.
Ze was een radertje
in dat geheel…
Maar de oorlog sloeg hard
toe.
Haar vader was in het begin
van de oorlog al vertrokken naar Engeland,
met al het goud van de Nederlandse
Bank, hij was bij de koopvaardij, en hij kwam pas in 1946
terug, waarbij hij tweemaal met zijn schip getorpedeerd was.
U kunt u voorstellen in wat een spanning de familie leefde… En
ook moesten Nel en haar zus er op uit om voedsel
te halen, ver buiten Rotterdam. Spannende
tochten, die Nel niet snel vergat. Haar zus
ook niet...
En dan raak je verliefd
en verloofd en getrouwd met je grote
liefde, en dan slaat het noodlot toe: een jonge vrouw die al
een groot verlies heeft doorstaan en die nog
in verwachting is van haar zoontje komt
er alleen voor te staan.
Nel was met 26 jaar al weduwe.
Een klap die haar diep heeft verwond en veel pijn
heeft gedaan.
Dat was in een tijd
waarin iedereen het krap had, en waarin
nauwelijks sociale voorzieningen waren,
ook geen eenvoudige zaak.
Wat een geluk dat ze
in 1950 weer iemand trof,
die het wel met haar en haar gezinnetje
aandurfde.
Een flinke man, ook een aardige
man, maar niet altijd even makkelijk. Niet voor zichzelf,
en niet voor zijn gezin.
Zo ging dat toen.
En Nel
had al geleerd dat het leven geven
en nemen is. En met haar ruime hart gaf ze gul en graag.
Maar ze wist ook haar grenzen
te trekken.
Ze hield veel van mensen, maar ze liet ze niet makkelijk tot zich doordringen.
Daarvoor was ze al te veel kwijt geraakt.
Ze was te kwetsbaar
in het verlies van dierbare mensen…
Maar ze kon zich van
harte inzetten voor mensen en dieren
die haar nodig hadden.
In Suriname, waar ze
zich heel erg op haar plaats voelde, heeft ze
zich zeer betrokken gevoeld bij de melaatsen, die je daar nog zo veel
had.
Ze heeft er voor gedaan
wat ze kon.
Daarin kon ze Jezus
volgen op een heel tastbare manier.
Toen ze teruggingen,
is daar een stukje van haar hart achtergebleven…
Maar ze was altijd loyaal
aan de mensen die ze liefhad.
Me dunkt, een zeer bewogen
leven.
Maar ook haar man Henk
werd ziek.
En daar heeft ze veel
van geweten.
De band met haar dochter
werd er nauwer door.
Ze hebben erg veel samen gedeeld,
goede en moeilijke
dagen.
Dikwijls werd het leven haar
even te veel, vond ze het zwaar, vaak kon ze er ook intens
van genieten,
zomaar even aan het water
wat drinken, iets gezelligs doen, pret
maken… het was er ook allemaal.
En in dat alles was
er steeds weer de natuur, en met name de dieren,
die haar kracht gaven.
Ze had er een heel direct contact
mee, en begreep ze beter dan menig ander.
En ze hechtte zich er
aan, op een andere manier dan aan mensen.
Minder bang
ze te verliezen, omdat het een ander soort
relatie was…
En er was ook altijd
het vertrouwen, dat God haar wel op
zou vangen, als het nodig was.
En Hij heeft haar in
Zijn armen genomen, en slapend met Zich meegenomen,
naar de plek die voor haar was bereid: een plek aan Zijn hart,
waar ze haar geliefden weer zag, en waar ze op ons wacht.
Heel de schepping weet dat we het van God
moeten hebben, als het er op aankomt.
We hoorden het in psalm 104.
Daarin was Nel
een natuurmens.
En daarin mogen we
iets van haar leren.
Nee, ze was geen mens
zonder fouten.
Ze was misschien te bang
om ‘nee’ te zeggen. Dat leerden we
vroeger niet.
We moesten als vrouwen
en meisjes altijd ‘lief’
wezen.
Gelukkig weten we nu beter.
Maar ze wàs lief.
Van binnen uit. Een lieve moeder, een lieve grootmoeder, en ook Justin
weet wel dat ze lief was… Want
wie gezegend is met zo’n
ruim hart als Nel,
die kijkt met Gods ogen naar de wereld.
Die weet van de liefde
die zichzelf niet zoekt.
Daarin heeft ze het voorbeeld
van Jezus gevolgd.
Dat mogen we van haar leren.
Daarin heeft ze Hem
erkend bij de mensen.
Zo erkent Hij haar bij God.
En daarom kunnen we
vol vertrouwen en rust
haar lichaam nu ook loslaten.
Omdat haar geest,
haar wezen, in Gods liefdevolle handen
rust, en in Gods grenzeloze liefde ons altijd
nabij zal blijven.
Dat mag ons troosten.
Amen.
Muziek
Edy zingt: Ruhe sanft in
Gottes Frieden Rob. Schumann
Ruhe Sanft in Gottes Frieden,
da vollendet Deine Zeit und Dir süße Rast beschieden,
Ruh und Rast nach Müh und Leid.
Ist auch unserm Blick entschwunden, was von Dir einst sterblich war,
bleibt Dein Bild doch alle Stunden uns im Herzen hell und klar.
Wenn die Lieben von uns
gehen, wenn ihr Müdes Auge bricht:
ihr Gedächtnis bleib bestehen, es vergeht und endet nicht.
Ruhe denn in stillen Mauern von des Lebens Stürmen aus!
Unsre Liebe, sie wird dauern über Tod und Grab hinaus.
Nu is er een Collecte voor het Leprafonds.
Mocht U dit overvallen, dan kunt U thuis ook een bijdrage overmaken ter
nagedachtenis van Nel op giro 3243999 van de
st. Leprazending Apeldoorn of de rekening van het plaatselijk asiel, dat ook Nels
warme liefde had. Intussen proberen we een CD te draaien van Eric Clapton, hij
schreef dit lied toen zijn kleine zoontje uit een flat omlaag was gestort en
overleden was. Nel hield veel van deze
muziek…
Eric Clapton.
Would you know my name
If I saw you in heaven.
Would it be the same
If I saw you in heaven.
I must be strong
And carry on
'Cause I know
I don't belong
Here in heaven.
Would you hold my hand
If I saw you in heaven.
Would you help me stand
If I saw you in heaven
I'll find my way
Through night and day,
'Cause I know
I just can't stay
Here in heaven.
Time can bring you down.
Time can bend your knees.
Time can break your heart,
Have you begging please,
begging please.
Beyond the door
There's peace, I'm sure
And I know there'll be no more
Tears in heaven.
Zou je mijn
naam kennen
als ik je in de hemel zag.
Zou het hetzelfde zijn
als ik je in de hemel zag.
Ik moet sterk zijn
en verder gaan
want ik weet
dat ik niet thuishoor
hier in de hemel.
Zou je mijn hand vasthouden
als ik je in de hemel zag.
Zou je me helpen volhouden als ik je in de hemel zag.
Ik zal mijn weg vinden
dwars door dag en nacht
want ik weet
dat ik niet kan blijven
hier in de hemel.
De tijd kan je klein krijgen.
De tijd kan je op de knieën krijgen.
De tijd kan je hart breken,
van jou een bedelaar maken, een bedelaar maken.
Aan de andere kant van de
deur
is er vrede, ik weet het zeker
En ik weet dat er geen tranen meer zullen zijn in de hemel.


