Voor eerdere diensten klik hier:

Zondag 2 na Trinitatis 10 juni 2018 in de Lutherse kerk in Abrahams schoot te Gorcum.

Organist: Toon de Graaf
 

Orgelspel
 
Afkondigingen en aansteken van de kaarsen.

Stilte

Wij zijn hier aanwezig in de Naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest. 
Amen

Onze Hulp is in de Naam van de Heer   
die hemel en aarde gemaakt heeft.

Verootmoediging
Heer, vergeef ons al wat wij misdeden
en laat ons weer in vrede leven.   
Amen
Zo lief had God deze wereld, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat ieder die in Hem gelooft aan het verderf ontkomt, en eeuwig leven hebben mag!

Introïtus: Ons introïtuslied is lied 848.



2.   Geen mensenoog heeft dat gezien,
   geen oor heeft het gehoord;
   het wordt ternauwernood vermoed
   en aarzelend verwoord.

3.   De mens die naar Uw wijsheid zoekt,
   van harte, met verstand –
   doet Gij Uw wereld ondergaan
   als maaksel van uw hand.

4.   Als wij Uw sporen bijster zijn,
   Heer, geef ons denken moed;
   leer ons te luisteren naar de Geest
   die doven horen doet.

5.   Eer aan de Vader, Zoon en Geest,
   aan de drie-ene macht:
   geheim dat aan de oorsprong staat
   en in het eind ons wacht.

Laten we de Heer aanroepen om ontferming met de nood van deze wereld, - die is zo vreselijk groot -
maar laten wij dan ook Zijn Naam prijzen,
omdat er aan Zijn barmhartigheid geen einde komt!




Zondagsgebed:
Heer, doe ons nog zingen als alles duister is, en als de wereld om ons heen in duigen valt.
Wees ons genadigdoor Jezus Christus, onze Heer.
Amen.

Lezing Eerste Testament: Habakuk 3: 17-19

Gebed van de profeet Habakuk. Als een klaaglied staat boven dit gedeelte.

God trekt uit, om Zijn eigen volk te redden, dat heeft het moeilijk!, en Hij maakt korte metten, nu of binnenkort, met alle vijanden van Zijn volk. Dat is een belofte.

Habakuk is diep onder de indruk, hij vraagt wel: 
'maar toon toch Uw mededogen als het tumult losbarst, alstublieft!' En dan zingt hij ondanks alles:


17 Al zal de vijgenboom niet bloeien,
al zal de wijnstok niets voortbrengen,
al zal de oogst van de olijfboom tegenvallen,
al zal er geen koren op de akkers staan,
al zal er geen schaap meer in de kooien zijn
en geen rund meer binnen de omheining
18 toch zal ik juichen voor de HEER,
jubelen voor de God die mij redt.

19 God, de HEER, is mijn kracht,
Hij maakt mijn voeten snel als hinden,
Hij laat mij over mijn bergen gaan.

Met lied 910 beamen wij dit gebed.

Goddank, wij overdenken  't geheim van onze Heer,
het heil dat Hij wil schenken, dat nieuw is altijd weer.
Bevrijd van onze zorgen, begroeten wij de dag
en vrezen niet de morgen, wat hij ook brengen mag.

Hij die met heerlijkheden  de leliën bekleedt,
zal ook Zijn kindren kleden,  Hij kent ons lief en leed.
Geen schepsel wordt vergeten,  Hij houdt het al in stand,
die vogels geeft te eten,  Hij voedt ons uit Zijn hand.

Al zal geen wijnstok dragen,  geen vijgeboom zijn vrucht,
al ligt het veld te klagen  onder een lege lucht,
God doet Zijn hand toch open,  Zijn lof krijgt stem in mij.
Daar ik op Hem mag hopen,  ben ik alleen maar blij.


Epistel: 1 Johannes 3: 13 - 18. De schrijver lééft uit die hoop waarover we zongen.

Hij heeft het over de liefde, als bron van het bestaan als Christen, en als bron van het eeuwig leven. De liefde van God voor ons in Jezus, en de liefde van ons voor God en elkaar.
Dat staat dwars op de gewone gang van zaken.
Ook moet ik voor een goed begrip van de tekst nog even iets uitleggen: We moeten in gedachten houden
hoe God bij de schepping de mens levensadem inblaast, een intiem gebeuren...
Wie als Christen in Jezus gelooft, is een nieuwe schepping, waarbij de heilige Geest ons levensadem inblaast, die ons niet meer ontnomen wordt, levensadem voor het eeuwige leven dus.
Alleen: die adem Gods, die Geest ten leven, kan niet zijn en blijven in wie niet leven wil
uit die Geest, en wie dus in feite God èn Jezus verloochent door niet lief te hebben.
Zo lezen we:

13. Je moet niet verbaasd zijn, broeders en zusters, als de wereld je niet mag...
14. Wij weten dat we van de dood zijn overgegaan naar het leven, we weten dat we de zusters en de broeders liefhebben...   
Wie níet liefheeft blíjft in de dood.
15. Iedereen die zijn broeder, haar zuster, niet mag, is een moordenaar, en jullie weten dat geen enkele moordenaar blijvend eeuwig leven in zich heeft.

16. De liefde hebben we hierin leren kennen, dat Hij (Jezus) voor ons Zijn leven heeft afgelegd...
en wij moeten ons leven afleggen voor de broeders en zusters.
17. Maar
(even wat anders): wie werelds bezit heeft, en toeziet hoe zijn broeder gebrek lijdt, en haar betere gevoelens jegens hem afsluit... hoe moet Gods Liefde nu in hem of haar blijven?
18. Kinderen, laten we niet liefhebben met taal of tong, maar met werk en waarheid.

De Psalmist zingt : Halleluja. 
Ik heb U lief, Heer, mijn sterkte, Heer, mijn rots, mijn vesting, mijn bevrijder! psalm 18:3a HALLELUJA!



Wij zingen lied 680:1, 4 en 5



Kom, wees aanwezig in het woord;
wek onze geest, opdat die hoort,
wek ons tot leven, hier en nu.

O Heil’ge Geest, wij zijn verblijd:
Gij immers, eeuwig ondoorgrond,
legt zelf dit lied ons in de mond,
ten teken dat Gij bij ons zijt.

Het Heilig Evangelie staat geschreven bij: Marcus 2: 23 – 3: 6

Johannes is komen dopen, en roept Gods beloften aan Jesaja op… Jezus laat Zich door hem dopen, en de Heilige Geest komt op Hem, zichtbaar, tastbaar, mild als een duif. Na de verzoekingen in de woestijn roept Jezus Zijn eerste leerlingen, en gaat Hij in Kapernaüm op de sabbat preken. Hij preekt met gezag, en werpt ook onreine geesten uit, die Hem het spreken onmogelijk willen maken, door uit te roepen dat Hij de Heilige van God is... Dan volgen er genezingen, iemand die door zijn zonden verlamd is geraakt vergeeft Hij, en geneest Hij. Hij laat niet alleen zien, maar ook horen dat Hij grote macht heeft, die van God komt. Zelfs om namens God te vergeven. We lezen verder:

23 Wat gebeurt er: Hij liep op een sabbat tussen de korenvelden door. Zijn leerlingen begonnen zich een weg te banen door de aren te plukken.
24 ‘Kijk eens!’ zeiden de Farizeeën tegen Hem: ‘Waarom doen ze iets dat op sabbat niet mag?’
25 Maar Hij antwoordde: “Hebt u dan nooit gelezen wat David deed toen hij en zijn metgezellen in nood waren en honger hadden?
26 Hoe hij het huis van
God binnengingAbjatar was toen hogepriester – en hoe hij at van de toonbroden, waarvan alleen de priesters mogen eten. En hij gaf ze ook aan degenen die bij hem waren.”
27 En Hij sprak tot hen: “De sabbat is er gekomen voor de mens, en niet de mens voor de sabbat;
28 en dus is de Mensenzoon ook Heer en Meester over de sabbat.”

3:1 Weer ging Hij naar de synagoge. Daar was iemand met een verschrompelde hand.
2 Ze letten scherp op Jezus (om te zien of) Hij die op sabbat zou genezen, zodat ze Hem zouden kunnen aanklagen.
3 Hij zegt tegen de man met de verschrompelde hand: ‘Sta op, (kom) naar het midden.’
4 En tegen hèn zegt Hij: “Zegt de wet dat men op de sabbat goed mag doen: of mag men kwaad doen? Mag men een leven redden of het vernietigen?” Maar ze zwegen.
5 Hij kijkt boos om Zich heen naar hen, diepbedroefd vanwege hun hardvochtige harten, en dan zegt Hij tegen de man: “Steek je hand uit.” En die stak zijn hand uit en deze werd weer zo goed als nieuw.

6 Toen de Farizeeën de synagoge verlieten, gingen meteen met de Herodianen overleggen hoe ze Hem uit de weg zouden kunnen ruimen.

Zalig die het Woord van God horen en er gehoor aan geven!



Credo:  In antwoord op Gods Woord willen wij samen ons geloof belijden door samen te zeggen;
Ik geloof in God,
       die wilde dat de wereld goed was,
       die mensen en dieren maakte,
       planten en bomen,
       vogels en vissen,   
en er van hield.

Ik geloof in God,
       die als een vader zorgen wil,
       die als een moeder ons omringt.

Ik geloof in Jezus -
       in wie Gods Liefde mens werd,
              om ons lot te delen
              ons leven, onze dood,
       die dwars door alles heen
       vast hield aan Zijn Vader -
en angst en dood overwon -
stervend aan het kruis.

Hij ging door de hel,
maar stond óp tot nieuw leven:
       de derde dag.

Ik geloof in de Geest
die Jezus ons zond,
       om ons dichter dan ooit
       bij God te doen zijn.
       Zij bidt en zingt en dankt in ons;
       geeft ons nieuw leven,
in eeuwigheid.

Daarom durven wij geloven
in goedheid, gerechtigheid, trouw....
... in Liefde en toekomst
zelfs voorbij de dood....
... in één kerk, waar mensen zijn
       als één lichaam, dat bestuurd wordt
              door Jezus, ons Hoofd....
... in één doop, die mensen nieuw maakt...
... in vergeving, in genade en hoop -
voor gewone mensen zoals wij.
Amen.

Preek

Genade zij u en vrede van God onze Vader en van Jezus Christus, onze Heer, door de Heilige Geest.

Liefde is het kernwoord in deze lezingen.
Liefde van God voor Zijn schepping, liefde van God voor Zijn schepsels, en voor de mensen, ook al gebruiken ze hun vrije wil niet altijd zoals Hij had gehoopt.
Liefde van mensen voor God, denk maar aan het gebed van Habakuk, dat is er een mooi voorbeeld van, en liefde van mensen voor elkaar, en voor heel Gods schepping.
Johannes schrijft over die liefde:
De (echte) liefde hebben we hierin leren kennen, dat Hij (Jezus) voor ons Zijn leven heeft afgelegd...    
en wij moeten ons leven over hebben voor de broeders en zusters.
Heel practisch voegt hij er aan toe: Maar wie werelds bezit heeft, en ziet hoe een zuster of broeder gebrek lijdt, en er niets aan doet...
Hoe moet Gods Liefde nu in hem of haar blijven?
Dat gaat natuurlijk niet.  

Dat is precies waar Jezus tegen op loopt, daar in Kapernaüm.
Hij loopt daar al een paar weken rond, en preekt, met een vrijmoedigheid, alsof Hij de woorden direct van God krijgt. Dat ís ook zo!
Hij komt niet van de theologenschool, Hij is, om de oude spreuk maar eens aan te halen niet godgeleerd, maar vàn God geleerd.
Hij heeft Zijn ideeën niet uit de boeken, of uit de traditie, maar van God Zelf. Als Jezus spreekt, spreekt de Heilige Geest van God. Daarom wordt Hij ook wel Gods Woord (met een hoofdletter) genoemd.
Daarom kan Hij vergeven. Inderdaad, dat kan God alleen, dus waar vergeving is, in Jezus, is God aanwezig. Heftig!

Als iemand hier binnenkomt en zulke dingen van zichzelf zegt, willen we die persoon wel aan de tand voelen, toch? Je wilt heel goed weten wat voor vlees je in de kuip hebt!       
We kunnen ons voorstellen, dat de kerkmensen van toen Jezus op de proef willen stellen…

Het is wel een beetje gemeen, om niet te zeggen: liefdeloos, dat ze daar een zieke voor misbruiken. Wie ziek of mismaakt is, mag eigenlijk niet eens in de tempel komen, die moet eerst een offer brengen, om weer in het reine met God te komen, als die persoon genezen is.
Ik weet niet zeker of zo iemand in Jezus’ dagen wel in de synagoge mag komen.
Er wordt een vies spelletje gespeeld, dat is duidelijk. En Jezus trapt er niet in.
Want let maar op:
Hij doet niets!  

Hij daagt wel de man uit om voor zichzelf op te komen, om midden in de kring te komen staan!
Zelf!
Nu, dat is zeker niet de plek, die de zieke voor zichzelf zou hebben uitgezocht

Dan vraagt Jezus aan de anderen wat Gods wet voorschrijft voor de sabbat.
Je mag geen werk doen, dat weet iedereen.
Je mag – je hoeft – op de rustdag geen werk doen om je brood mee te verdienen.     
Maar… wat mag  je wèl doen?       
Let op, dit wordt het soort scherpslijperij als: wel  of niet fietsen op zondag, wel of geen ijs kopen.
Mag je op de rustdag wel iets goeds doen?
Mag je levens redden?   
Mag je eventueel ook kwaad doen, mag je iemand doden, stel dat je daarmee een grote ramp voorkomt?
Een terrorist met een bomgordel bijvoorbeeld?
Dit zijn de dingen waar ijverig over gediscussieerd werd, en wordt, in de synagogen van toen en nu.
Zij hebben er geen antwoord op.  
Waar slaat dit op?

Jezus gaat verder, en zegt tegen de man in het midden: Steek je hand eens uit!!!

Nú gebeurt er een wonder!
Een wonder van heel-wording.     
De man hééft het lef. Hij doet het!
Hij mag er zijn in Gods huis! Dat voelt hij!
En God geneest hem naar lichaam en ziel!
Omdat hij mét Habakuk over de begrenzingen van zijn ellende heen stapt. Over zijn bergen!
Omdat hij Jezus gehoor geeft.      

Misschien heeft hij de oprechte liefde in Jezus’ ogen gezien, heeft hij Diens betrokkenheid geproefd.
Hij mag er zijn! Hij is een mens, en geen speeltje in een politiek spelletje.

Dat is zo heilzaam! Dit doet hem zo goed!
Hij bloeit helemaal op.
Al zal de vijgenboom niet bloeien,
(en die in zijn leven bloeide allang niet meer)
al zal de wijnstok niets voortbrengen,
al zal de oogst van de olijfboom tegenvallen,
enzovoorts –
(zo was zijn leven toch: dor en droog, arm en stoffig, zonder leven, net als zijn hand)…
Maar nu kan hij juichen voor de HEER,
jubelen voor de God die hem redt.
Voor God, die hem kracht geeft, God, de HEER, die zijn kracht is, die hem doet springen en rennen als het moet.

Jezus lacht misschien een beetje in Zijn baard..

Maar wij mogen ons wel afvragen, waarom niet Hij die arm heeft genezen. Eitje, toch?      

Als we goed lezen, goed luisteren, wordt het duidelijk. Jezus is diepbedroefd door hun gebrek aan liefde. Waar voor liefde geen plaats is, is ook voor God geen plaats.
Dan staat Jezus met lege handen. Hij bidt alleen.
(Ook in de eerste brief van Johannes komen we dat al tegen: dat gebrek aan liefde maakt dat de mens niet in Gods aanwezigheid kan zijn – en omgekeerd.)

Maar de moed en het geloof van de zieke doorbreekt dat. De vonk die overspringt tussen Jezus en hem heelt.
Daarom kan er toch een
Godswonder gebeuren.J

Ik moet u zeggen, dat ik dit stuk Evangelie altijd heb gelezen als een stuk Goddelijke humor.
Men wil Jezus op heterdaad betrappen, en Hij doet niets, maar de man geneest toch. Genade!
Goddelijke gein!
Ze kunnen Jezus nergens de schuld van geven!
J

Maar we hebben net gezien dat hier veel meer aan de hand is.
Jezus betrapt de omstanders op gebrek aan liefde, in hun hardvochtig omgaan met een kwetsbare medemens... 
En een meer dan eens gekwetste mens staat op uit zijn verdord bestaan, en steekt de handen uit de mouwen, omdat Jezus hem daartoe uitnodigt, uitdaagt

Liefde is niet voor softies! Soms moeten wij een Goddelijke schop onder het achterste hebben.
Soms moeten wij onszelf tot de orde roepen, onze eigen situatie onder ogen zien, het aandurven om in het midden te komen staan, en te getuigen van ons gebrek, ons geloof en van onze liefde.
Doodeng?
Misschien. Maar het kan wel een eerste stap zijn naar een nieuw leven.

Pas als je zelf in het donker de eerste stap zet en je hand uitsteekt, voel je dat God die vastpakt.
Dat is een oude waarheid.
Velen hebben dat ervaren.

Pas als je spreekt over Gods grote daden, zoals de leerlingen dat met Pinksteren deden, ervaar je dat de Heilige Geest je de woorden in je mond legt, en dat het geloof in je hart groeit.

Johannes daagt ons uit om handen en voeten te geven aan onze liefde, en aan ons geloof.
Hij schrijft aan een gemeente in bezet gebied.
IS-gebied. Taliban-gebied.

Dan vraagt het om léf om te getuigen van je geloof. Wij hebben het makkelijk. Maar Johannes vraagt ons niet alleen ons geloof te delen met anderen, maar ook de bezittingen, die we van God hebben gekregen.
Daar kunt u in de collecte alvast mee aan de gang.
J

Kinderen, laten we niet liefhebben met taal of tong, maar met werk en waarheid, eindigt Johannes. Dat moeten we zeker doen! Ook wij!

Maar de diepste vraag die God ons vandaag stelt is deze: durf jij de zwakste plekken in je leven onder ogen zien, en die delen met anderen, hier in de gemeente bijvoorbeeld, zodat God ze kan helen?

Durf je er voor uit te komen?
Dan kunnen er wonderen gebeuren.
Wonderen van liefde en heelwording. 

De Geest van Jezus, de Heilige Geest, is hier om ieder van ons daarin bij te staan en om te helen.

Amen. Dat is waar!

Muziek


   Wij kunnen daarin delen:
dag aan dag met vriendelijkheid en aandacht,
geld en geduld…
Nu kunnen we daar gestalte aan geven, als een goed begin,  in de collecte

Na het gebed over de gaven zingen we:psalm 98: 1 en 4

Collecte

Gebed over de gaven

Dank Heer, voor alles wat U ons ook dit jaar weer gegeven hebt aan gezondheid en liefde, aan vriendschap en zegen, aan geld en goederen. Wat wij hiervan in de collecte hebben gedeeld met anderen dragen wij aan U op, en wij vragen Uw zegen over onze gaven en over ons zelf, door Jezus Christus, onze Heer. Amen

Laat alle zeeën, alle landen Hem prijzen met een blij geluid.
Rivieren klappen in de handen, de bergen jubelen het uit.
Hij komt, Hij komt de aarde richten, Hij komt, o volken weest verblijd,
Hij komt Zijn koninkrijk hier stichten, Zijn heil en Zijn gerechtigheid.

Voorbeden
Laten we danken en bidden:

Grote en goede God, wij danken U voor Uw Liefde.
Liefde die alles mogelijk maakt.
Die alles hoopt, alles verdraagt, alles herstelt.
Wij bidden U om Jezus, die door het heilig kruis de wereld heeft gered van de ondergang, dat U het kruis in ons leven, de pijn, de tekorten, wilt herscheppen tot positieve krachten, tot overvloed aan meeleven en vriendelijkheid, belangstelling voor anderen en mededeelzaamheid, tot liefde die gelouterd is in Uw Liefde.
Help ons om over onze bergen heen te springen aan Uw hand, help ons om onze demonen in de ogen te zien, en hen in Jezus’ Naam weg te sturen.
 
Lieve God, wij danken U voor het leven,
voor Uw rijke gaven in de vruchten van de aarde, in de regen en de zon, in de zang van vogels,
in de medemensen, in liefde en vriendschap.

Wij bidden voor allen die dit moeten missen.
Voor gevangenen, voor hen die doof of blind zijn, naar lichaam of ziel.
Voor armen, die geen oplossing zien, bidden wij om mensen die er met hen naar kijken, er samen met hen aan werken. Voor mensen die het leven niet meer aankunnen en het afleggen of wegwerpen bidden wij. Voor hen en voor degenen die verbijsterd achterblijven, en zich blijven afvragen wat zij verkeerd hebben gedaan. Wat ze niet hebben gezien.

Milde God, wij danken U om Uw ontferming met ons en met anderen, met onze kleine levens, die zo nietig zijn vergeleken bij de grote rampen die zich om ons heen voltrekken.
Wij bidden U voor de slachtoffers van oorlog en geweld, hongersnoden, ziekten, vulkaanuitbarstingen en andere natuurrampen, voor de slachtoffers van verkeer en menselijke stommiteiten.
Wil hun leven helen en genezen, en laat ons zien wat wij, ieder op onze eigen plek, met onze eigen middelen, nog kunnen doen.

God van shalom, God van vrede, die ons vrede wil geven die alle verstand te boven gaat, wij bidden U voor alle mensen met macht en gezag.
Help hen om niet het eigen belang, niet het eigen land voorop te stellen, maar de wereldvrede.
Geef vrede Heer, geef vrede!

In de stilte van deze plek, in Uw Aanwezigheid bidden wij voor wat en wie in ons hart leeft.

En met Jezus, die het ons leerde, bidden wij:
Onze Vader, die in de hemel zijt,
Uw Naam worde geheiligd
Uw Rijk kome
Uw wil geschiede, op aarde zoals in de hemel.
Geef ons heden ons dagelijks brood
En vergeef ons onze schulden,
Zoals wij aan anderen hun schuld vergeven
En leid ons niet in verzoeking
Maar verlos ons van het kwade.


Ons slotlied is lied 1016:1

Na de zegen, zingen we, in plaats van het ‘Amen’vers 2 - 4;

Zegen:
De heilige God van Israël,
de Vader van alle mensen,
wil ons behoeden met Zijn liefde,
wil ons dragen met Zijn Geest,
wil ons voorgaan in Zijn Zoon.
Alle dagen van ons leven.
Zo zegent ons God,
Vader, Zoon en Heilige Geest.
Amen.



Lied 1016: 2 - 4

Uit Sion zal de wet uitgaan en uit Jeruzalem
het woord dat ons de vrede leert,
sjaloom in naam van Hem.
Sjaloom, sjaloom, Jeruzalem.
Sjaloom, Jeruzalem.

Wij gaan waar onze voeten gaan de weg van onze Heer,
een ploegschaar maak je van je zwaard,
een snoeimes van je speer.
Sjaloom, sjaloom, Jeruzalem.