Voor eerdere diensten klik hier:
Paasfeest 2011 te Heusden in de Lutherse kerk.
Musici:
Edy ten Berge en Hanny de Kruijf: zang
Henk Biesheuvel: orgel
Koster: Klazien Laansma
Voorg. Gea Voerman – van Haselen
Voorbereiding
(De Paaskaars brandt niet bij
aanvang van de dienst)
De kleden zijn nog paars, er branden geen lichten.
Introitus
Mededelingen en welkom. (Ouderling)
Orgelspel
Binnenkomst ambtsdragers met de
Paaskaars..
Wij denken aan de ervaringen van de laatste week:
aan verraad en sterven, aan begraven en wachten, terwijl Edy zingt:
Bist Du bei mir - Bach
Ach, wie vergnügt wär so mein Ende,
es drückten deine lieben Hände
mir die getreuen Augen zu!
De
witte kleden worden neergelegd en opgehangen.
Edy zingt dan:
Jesus
ist das schönste Licht - Bach
Jesus ist das schönste Licht, Jesus ist des Vaters Freude,
so er aus sich selber spricht: Er
ist meine Lust und Weide.
Jesus ist die süße Kraft, die
mit Liebe mich entzündet,
da mein Herz alleine findet, was
mir Ruh und Freude schafft.
2 Jesus ist die Lieblichkeit
und der Seelen Lustspiel worden,
er verzehret alles Leid, er
erleuchtet seinen Orden.
Jesus ist mein Freudenspiel, ich
bin ganz in ihm entzündet,
weil man alles in ihm findet, was
man wünscht und was man will.
9 Oft hast du mich angeblickt und
gelabt mit deinen Gaben
doch bin ich nicht gnug erquickt, ach!
ich muss dich selber haben.
Jesu, brich in mir herfür! Jesu,
werde mir zur Sonne,
Jesu! Jesu! Meine Wonne, Jesu,
ach! ergib dich mir!
Jezus is het mooiste licht, Jezus is de vreugd des
Vaders. Zoals Hij ook zelve sprak: Hij is mijn plezier’ge weide. Jezus is de
zoete kracht, die met liefde me doet ontvlammen, waar mijn hart alleen maar
vindt, wat mij rust en vreugde brengt.
Jezus
werd de lieflijkheid en het blij-spel mijner ziele, Hij vernietigt alle leed,
Hij brengt licht door Zijn orde. Jezus is mijn vreugdespel: in vuur en vlam
zette Hij mij, omdat men in Hem alles vindt, wat men maar wil en wenst.
Vaak
hebt U mij aangezien, en gelaafd met Uwe gaven. Maar het is mij niet genoeg:
ach, Uzelf wil ik graag hebben. Jezus, breek dan in mij door, Jezus, wees nu
zelf mijn Zon. Als ik U maar won, heb ik al ’t geluk. Jezus, geef Uzelf aan
mij…
De Paaskaars wordt intussen aangestoken aan vuur dat is
gestookt van oude palmtakjes.
De voorgangster bidt:
Heer,
zegen deze kaars,
opdat
dit licht Uw heil verkondigt!
Open
onze ogen, opdat zij elke zondag
Jezus’
Opstanding herkennen in de vlam van de Kaars.
Wees
ons zo dag aan dag genadig
in het
Licht van Uw liefde.
Amen
Zoals de palmpaasjubel opvlamde, zo vlamden de paastakjes op, maar al
vergaat soms ons enthousiasme, tóch dooft het vuur van Gods liefde niet uit:
integendeel, de Paaskaars herinnert ons telkens wanneer die brandt aan de
Opstanding uit de dood, en aan de levende aanwezigheid van de Heer zelf, overal
waar we aanwezig zijn in Zijn Naam.
Voorgangster: De Heer is opgestaan!
Gemeente:
De Heer is waarlijk opgestaan.
Gezang 215 (Intussen
kan het licht worden doorgegeven: Licht van Christus!)
Prijst nu Christus in ons lied, halleluja,
die in heerlijkheid gebiedt, halleluja,
die aanvaardde kruis en graf, halleluja,
dat Hij zondaars 't leven gaf, halleluja!
Maar zijn lijden en zijn strijd, halleluja,
heeft verzoening ons bereid, halleluja!
Nu is Hij der heemlen Heer, halleluja!
Englen juublen Hem ter eer, halleluja!
Voorg.: Wij
zijn samengekomen in de Naam
van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest
Gem.: Amen
Voorg.:
Genade zij u en Vrede van God onze Vader
en van Jezus Christus onze Heer.
Gem.:
Amen
Bemoediging:
Voorg.: Onze Hulp is in de naam van de Heer
Gem.:
Die Hemel en aarde gemaakt heeft”
Gemeente gaat zitten
(De kaarsjes worden gedoofd,
en aan het eind van de dienst mee genomen naar huis.)
Gebed van toenadering
Voorg.: Almachtige
God, voor U liggen alle harten open, alle verlangens zijn U bekend
en geen geheim is voor U verborgen.
Gebedsstilte
Zuiver de
overleggingen van ons hart door de ingeving van Uw Heilige Geest, zodat wij U
van harte liefhebben en grootmaken Uw heilige Naam
Gem.: Amen
Ontferming en Genadeverkondiging
Zo lief
had God deze wereld, dat Hij Zijn eniggeboren
Zoon
gegeven heeft, opdat ieder die in Hem
gelooft aan het verderf
ontkomt, en eeuwig
leven hebben mag!
Ontferming en Genadeverkondiging
Zo lief had God deze wereld, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat
ieder die in Hem gelooft aan het verderf ontkomt, en eeuwig leven hebben mag!
Kyriëgebed:
Laten wij de Heer om ontferming aanroepen voor de
grote nood van de wereld, die niet op lijkt te houden,
en laten wij dan vooral ook Zijn Naam prijzen,
want Zijn barmhartigheid
heeft echt geen einde.

Gloria:

Dienst van het Woord
Heer, die doden
doet opstaan,
die schuldigen
vrijspreekt,
die de dood overwint,
wij danken U, en wij bidden
U:
Sta ook ons bij met Uw Heilige,
levenwekkende Geest.
Door Jezus Christus, onze Heer!
Gem.:
Amen.
Lezing uit het Eerderee Testament
Ezechiël 37: 1 – 14 Naardense Bijbel
Het volk van God leeft in ballingschap, om hun goddeloze levenswijze,
maar de volkeren om hen heen zeggen: hun God heeft ze laten vallen.
Dan wordt de Heilige van Israël boos,
en laat Ezechiël aanzeggen, dat Hij
ze verlossen zal, en thuis zal brengen, niet omdat ze nu zo braaf zijn, maar
omdat Zijn Heilige Naam is bezoedeld en dàt moet afgelopen zijn. Kennelijk is
er nogal lauw op gereageerd.
Wij lezen nu hoe Ezechiël in een volgend visioen schokkende beelden ziet... Hij
vertelt daarover:
1 Als
over mij de hand van de ENE
is gekomen,
leidt Hij mij naar buiten, door de geest van de ENE,
en zet Hij mij neer midden in de kloof; die is vol beenderen.
2 Als Hij mij aan hen voorbij heeft laten trekken,
rondom en nog eens rondom,–
zie, dan zijn het er zeer
vele,
óp de oppervlakte
van de kloof,
en zie, ze zijn zeer droog.
3 Hij zegt tot mij: mensenzoon, kunnen
deze beenderen leven?
En ik zeg: mijn Heer, ENE,
dat weet Gíj!
4 Hij zegt tot mij: profeteer
over deze beenderen,– en zeg tot hen: dorre
beenderen, hoort het woord van de ENE !–
5 zo heeft mijn Heer,
de ENE, tot deze
beenderen gezegd:
zie, Ik doe geest in u
komen en ge zult leven!–
6 Ik zal pezen
over u geven, vlees
over u laten klimmen,
een huid over u
trekken
en geest in u geven,
en ge zult leven!–
weten zult ge dat Ik de ENE ben.
7 Ik heb geprofeteerd, zoals mij is
geboden,–
en er geschiedt een geluid
zodra ik heb geprofeteerd:
zie, een beving, de beenderen
naderen elkaar,
bot
nadert bot.
8 Als ik dat heb gezien, ziedaar: pezen
over hen, vlees
dat opklimt,
en een huid die
Hij over hen trekt daaroverheen;
maar nog geen geest in hen.
9 Dan zegt Hij tot mij: profeteer
tot de Geest,–
profeteer, mensenzoon, en zeg tot
de Geest:
zo heeft gezegd mijn Heer, de ENE:
kom vanuit vier geestesstreken, o
Geest,
en blaas over deze vermoorden,
dat ze herleven!
10 Als ik heb geprofeteerd
zoals Hij mij heeft geboden komt de Geest
in hen, en zij herleven;
dan staan ze op hun voeten, een zeer, zeer grote macht!
11 Dan zegt Hij tot mij: mensenzoon,
deze beenderen:
heel het huisgezin van Israël
zijn zij; zie, zij zeggen:
onze botten zijn verdroogd en onze hoop ging
verloren, het is met ons gedaan!–
12 daarom,
profeteer en zeg
tot hen:
zó heeft gezegd mijn Heer, de ENE:
zie, Ik
ga uw graven openen
en zal u laten opklimmen
uit uw graven,
gemeente van Mij;
Ik zal u laten komen
op Israëls rode grond;
13 weten
zult ge dat Ik de ENE
ben,
– als Ik uw graven open
en u laat opklimmen uit uw graven, gemeente van Mij!–
14 Ik zal mijn Geest
in u geven en ge zult léven,
en Ik zal u neerzetten op uw rode
grond;
weten zult ge dat
Ik, de ENE, heb
gesproken en zal doen,
is de tijding van de ENE !
Wij zingen aanstonds uit TussenTijds nr. 179: 1 en 2
Soms zegt men: Als Pasen en Pinksteren op één dag vallen, dan… (en
dat gaat dan om iets dat men als iets onmogelijks ziet). Maar bij God
is niets onmogelijk, want wat we
net hoorden, was zowel
een Opstandingsverhaal, en dus passend bij Pasen,
als het inblazen
van de Geest tot nieuw
leven, waardoor het ook een Pinksterverhaal
mag wezen. Vandaar het volgende lied:

De woorden, tot de rand gevuld,
spreken zich uit, zo wordt onthuld
een nieuw refrein, een oud verhaal
een rondedans in tong en taal.
Onze Epistellezing is uit de brief aan de gemeente in Colossos 3:
1 – 4.
Daarin staat dat Jezus
op het kruis onze zonden heeft gedragen.
Die zijn mèt Hem gestorven.
Ons oude ik is met Hem gestorven, als het goed is.
En wie werkelijk in Hem gelooft, wie leven wil zoals Hij,
die is met Hem opgewekt in een nieuwe manier van leven.
Dat bedoelt Paulus als hij schrijft:
3: 1 Stel dan dat jullie met Christus
méé opgewekt zijn, streef
dan ook naar het hogere,
waar Christus gezeten
is aan de rechterhand van God.
2. Houd je bezig met het hogere,
niet met wat op aarde
is.
3. Jullie zijn immers afgestorven
(aan het oude leven) en jullie leven
is mét Christus in God
geborgen.
4. Wanneer Christus
- die jullie leven
is - verschijnt, dan zullen
ook jullie mét Hem
verschijnen in heerlijkheid.
Het zijn maar een paar zinnen, maar met een rijke inhoud! Ik lees ze nóg
een keer, als U het goed vindt.
3: 1 Stel dan dat jullie
met Christus méé opgewekt
zijn, streef
dan ook naar het hogere,
waar Christus gezeten
is aan de rechterhand van God.
2. Houd je bezig met het hogere,
niet met wat op aarde
is.
3. Jullie zijn immers afgestorven
(aan het oude leven) en jullie leven
is mét Christus in God
geborgen.
4. Wanneer Christus
- die jullie leven
is - verschijnt, dan zullen
ook jullie mét Hem
verschijnen in heerlijkheid.
De psalmist zingt: Halleluja. Dit is de dag
die de Heer
heeft gemaakt, laten
wij juichen en ons verheugen. (ps 118:24) Halleluja!
Gemeente gaat staan
Evangelielezing.
Marcus 16: 1 – 8 Goed Nieuws.
De opstanding...
U weet het: Jezus,
en de beide misdadigers
die samen met Hem waren gekruisigd,
moesten voor het begin van de Sabbath gestorven zijn. Daar werd voor
gezorgd.
Het was namelijk een heel belangrijke sabbath.
Het lukt nog nèt Jezus te begraven, voordat de Sabbath (bij het vallen
van die avond) aanbreekt. En dàn kan men alleen maar wachten en bidden,
wachten en bidden.
Pas op zaterdagavond, als de eerste
dag van de week, de zondag,
in feite begint, kan er weer iets gebeuren.
Op de sabbath mocht je immers geen enkel werk doen. We lezen:
16 :1 Toen de sabbat voorbij was, kochten Maria
van Magdala, Maria,
de moeder van Jakobus,
en Salome
balsems om daarmee het lichaam
van Jezus te
zalven.
2 Héél vroeg, op de eerste
dag van de week, toen de zon opkwam, gingen ze naar het graf.
3 Ze zeiden tegen elkaar: ‘Wie moet
de steen voor de ingang van het graf nu voor ons wegrollen?’
4 Maar toen ze keken, ontdekten ze dat de steen wàs
weggerold; hij was heel groot.
5 Ze gingen de grafkamer binnen en zagen aan de rechterkant een jongeman
zitten, in het wit gekleed.
Ze stonden verstijfd
van schrik,
6 maar hij zei tegen hen:
‘Schrik niet!
U zoekt Jezus, uit Nazaret,
die gekruisigd
is.
Hij is door God opgewekt,
Hij is híér niet.
Kijk, dít is de plaats waar ze hem hadden neergelegd.
7 Maar ga nu en zeg
tegen de leerlingen
èn tegen Petrus:
Hij gaat jullie voor
naar Galilea.
Daar zullen jullie hem zien, zoals Hij jullie gezegd
heeft.’
8 Ze gingen naar buiten en vluchtten,
wég van het graf, in grote
verwarring. Ze trilden
van angst.
Ze vertelden er niemand iets van,
zó bang waren ze.
Zalig die
het Woord van God horen en er gehoor aan geven! Ook als het Woord ons doet
schrikken.
Gemeente gaat zitten
Later kwam het wel goed, en werd het goede nieuws
doorgegeven. Laten wij dan zingen: gezang 212: 1: mannen, 3: vrouwen,
5: allen.




Stil gebed
En met Jezus mogen wij zeggen:
Onze Vader in de hemel,
laat uw naam geheiligd worden,
laat uw koninkrijk komen
en uw wil gedaan worden
op aarde zoals in de hemel.
Geef ons vandaag het brood dat wij nodig hebben.
Vergeef ons onze schulden,
zoals ook wij hebben vergeven wie ons iets schuldig was.
En breng ons niet in beproeving,
maar red ons uit de greep van het kwaad.
Want aan U behoort het koningschap,
de macht en de majesteit,
tot in eeuwigheid,
Amen.
Gemeente staat op
Slotlied: gezang 225 1:m. 2:v. 3:m. 4:v. 5:allen

v. Hij gaat u voor in wolk en vuur,
gunt aan uw leven rust en duur
en geeft het zin en samenhang.
Zingt dan de Heer een nieuw gezang!
m. Een lied van uw verwondering
dat nóg uw naam niet onderging,
maar weer opnieuw geboren is
uit water en uit duisternis.
v. De hand van God doet in de tijd
tekenen van gerechtigheid.
De Geest des Heren vuurt ons aan
de heilge tekens te verstaan.
a. Wij zullen naar zijn land geleid
doorleven tot in eeuwigheid
en zingen bij zijn wederkeer
een nieuw gezang voor God de Heer.
Uitzending en Zegen
Laten we dan gaan en stáán,
gesterkt en gezegend,
vol Heilige Geest,
die onze woorden krachtig maakt,
die onze daden richt op God.
Gods zegen
draagt ons door dood
en doop heen
naar het leven in eeuwigheid.
Gods Geest geeft
ons de woorden van eeuwig leven in
de mond, en de moed
in ons hart om die te spreken.
Gods geliefde Zoon
gaat aan onze zij,
wanneer we hier vandaan gaan
als een nieuwe schepping.
Zo zijn we dan gezegende
mensen,
in de Naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest.
Amen
Het was stralend weer, zeer velen waren met vacantie, maar we vierden met 17 mensen alsof het er 70 waren!