Voor eerdere diensten klik hier:

Zondag Judica in de Lutherse kerk te Zeist 

 

God, hoe graag zou ik weer komen 
waar uw kerk één lofzang is -
nu nog ver, om van te dromen,
harten boordevol gemis.
Ooit was alles zo gewoon:
fluitspel, paaskaars, orgeltoon,
stemmen, stilte, al die mensen -
kan men zich iets mooiers wensen?
God, hoe graag zou ik weer zingen
juist nu ik niet zingen mag!
Waar, waar zijn nu al die dingen
die ik liefhad, zó graag zag:
bidden, danken in uw huis,
aan uw tafel, rond het kruis
zwijgen, spreken, lachen, huilen -
bij U rusten, bij U schuilen...
God, hoe graag... Laat ons weer komen
dit of anders volgend jaar,
laat ons bloeien als de bomen -
onze dromen, maak ze waar!
Laat ons weer vol vreugde zien,
wie weet binnenkort misschien,
wat wij nu zo vurig hopen:
wagenwijd uw deuren open!

tekst: André F. Troost  mel. ps. 42

Lentedienst in de lijdenstijd
Orgel: Eddy Vliem
Voorzang: Hetty Brederoo-Reitsma
Gea Voerman – van Haselen

Voorbereiding

Stilte

Klokgelui

Praeludium (voorspel) O Lamm Gottes, unschuldig, BWV 656, J.S.Bach (1685-1750)

Zondag Judica: doe mij recht...
21 maart is Internationale dag tegen Racisme en Discriminatie. De Verenigde Naties riep de Internationale dag tegen Racisme en Discriminatie uit na het bloedbad in Sharpeville in Zuid-Afrika op 21 maart 1960. Daarbij opende de politie het vuur op demonstranten tegen de apartheid.

Mededelingen (en aansteken van de kaarsen)

Votum (oproep)
Wij zijn hier aanwezig in de Naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest
Amen

Adiutorium (bemoediging)
Onze Hulp is in de Naam van de Heer   
die hemel en aarde gemaakt heeft.      
Die trouw houdt tot in eeuwigheid
en niet loslaat het werk van Zijn handen.

Gebed van toenadering

Lieve God,
Wij staan voor U met lege handen,
met gebroken harten,
als wij denken aan deze wereld,
en aan onze rol daarin.
Maar wij vertrouwen op Uw Woord,
en vragen daarom, ondanks ons tekort schieten:
Heer vergeef ons al wat wij misdeden.

En laat ons weer in vrede leven.
Amen.

Zo lief had God deze wereld, dat Hij Zijn enige Zoon gegeven heeft, opdat ieder die in Hem gelooft aan het verderf ontkomt, en eeuwig leven hebben mag!

Introïtus zondag Judica
Voorzang door cantor: antifoon 535f

 
Psalm: 
V: 3 Zend Uw licht en Uw waarheid,
laten zij mij geleiden
en brengen naar Uw heilige berg,
naar de plaats waar U woont.
G: 4a Dan zal ik naderen tot het altaar van God,
tot God, mijn hoogste vreugde.
V: 5b Vestig je hoop op God,
G: eens zal ik Hem weer loven,
mijn God die mij ziet en redt.
 

Gebed voor de wereld.

Laten we de Heer aanroepen om ontferming met de nood van deze wereld, die vol is van geweld,
van onrust en onzekerheid, naar lichaam en geest;
een wereld waar racisme en discriminatie heerst.
Laten we bidden voor allen die worden geplaagd
door angsten en verdriet, door zorgen en pijn.
Laten we bidden voor allen die worden vervolgd
om hun geloof, om hun overtuiging, hun wezen.
Laten we bidden voor allen die ná deze verkiezings-week staan voor de verantwoordelijke uitdaging in stad en land te sturen en te regeren, te beslissen mét en vóór anderen.
Laten we bidden voor allen die verantwoordelijkheden dragen in kerken en bedrijven, in gezinnen en scholen, in de zorg in heel dit lieve land.
Heer God, ontferm U!

Kyrië 
 

Dienst van het Woord

Salutatio (groet)            (Om corona-redenen zingt de voorzangster de gedeelten die de gemeente normaal zou zingen.)

 

Zondagsgebed

Heer God, in de Hemel,
U die ons Uw Zoon hebt gegeven om voor ons
Uw Hogepriester in Eeuwigheid te zijn,
wij bidden U, dat wij door Zijn leven en sterven in Zijn opstanding mogen geloven.
Dat wij zó gered worden van zonde en leed door het lijden en sterven van Jezus Christus, onze Heer, die nu met U en Uw Geest leeft en regeert,
vandaag en tot in eeuwigheid.
Amen.

Lezing uit het Eerdere Testament: Jeremia 31:31-34

De Heilige belooft het volk dat er, als het zich bekeert, ooit goede tijden aan zullen breken.
Dan zal de ene generatie zich niet meer verschuilen achter de andere, ieder wordt geoordeeld naar haar of zijn eigen daden. In dit stuk is er herhaaldelijk nadruk op de letterlijke woorden van de Heer. Dat geeft er het gewicht aan van een plechtige eed, van een notariële gelofte.

We lezen Jeremia 31: 31 – 34

31. Zie, er zijn dagen in aantocht, - letterlijk zegt de Aanwezige het zo, - dan zal Ik met het huis Israël en met het huis Juda een nieuw verbond sluiten.

32. Niet zoals het verbond dat Ik met hun voorvaderen gesloten heb, toen Ik ze bij de hand nam om hen uit het land Egypte te leiden, zij, die Mijn verbond gebroken hebben, hoewel Ik hun rechtmatige Heer was, - letterlijk zegt zo de Aanwezige het...
33. Maar dit verbond dat Ik na deze dagen sluit met het huis Israël, - letterlijk zegt het zo de Aanwezige, - Ik zal ze Mijn Torah, Mijn levensleer in hun centrum geven, ja in het hart zal Ik ze die kerven,
Ik zal hun God zijn, zij zullen Mijn volk zijn.

34. De een hoeft de ander, zijn naaste, of zijn broer, niet meer te onderwijzen, en te zeggen: Leer de Aanwezige toch kennen! want allemaal kennen ze Mij, van klein tot groot - letterlijk zegt de Aanwezige het zo, -  Ja, Ik vergeef ze hun zonde en hun misstappen, Ik zal er niet meer aan denken.
(En dat geldt natuurlijk voor man én vrouw!)

De volgende psalm komt, juist in deze tijd, recht uit het hart van veel mensen. Wij mógen God aan de mouw trekken, wij mógen om Zijn (Haar) aandacht vragen, want Zij (Hij) houdt van ons.

Daar mogen we op vertrouwen! We zeggen met de lippen en zingen in ons hart mét het orgel onze
Gradualepsalm  NLB ps. 102: 1
Cantor en 13 gemeente



13 Gij, dezelfde, gist'ren, heden,
zult de toekomst tegentreden,
zult dezelfde zijn altijd,
eindeloos in majesteit.
Zo zult Gij Uw trouw betonen,
ja, Uw volk zal veilig wonen.
En de komende geslachten
zal altoos Uw vrede wachten.


Epistellezing: Hebreeën 5: 1 - 10

De brief aan de Hebreeën is bedoeld voor Gods eigen volk, of dat nu in het buitenland in de Diaspora leeft, of in het Heilige land zelf. De schrijver maakt gebruik van de tale Kanaäns, van de begrippen die voor de lezers en hoorders overbekend zijn. Men kent het verschijnsel: Hogepriester in de tempel. Die heeft een unieke rol. Hij bemiddelt eens per jaar in de vergeving van de zonden van het volk, als hij het Heilige der Heilige binnengaat en er bidt na de offers.

In onze lezing wordt er gesproken over een hogepriester in de lijn van Melchisedek (Hebreeuws: מַלְכִּי־צֶדֶק, malkî ædæq, "koning van rechtvaardigheid" of "mijn koning is rechtvaardig"), die volgens de traditie in de Hebreeuwse Bijbel ten tijde van aartsvader Abraham de ‘koning van Salem’ was en ‘priester van God, de Allerhoogste’. In Genesis ontmoet Abraham (in deze passage nog Abram genoemd) na een succesvolle slag Melchisedek, die als koning van Salem en priester van de Allerhoogste God (El-Eljon) wordt geïntroduceerd. Hij brengt Abram brood en wijn en spreekt daarna een zegenspreuk over Abram uit en daarna over de Allerhoogste God: "Gezegend zij Abram door God, de Allerhoogste, schepper van hemel en aarde. Gezegend zij God, de Allerhoogste: uw vijanden leverde Hij aan u uit." Daarna gaf Abram aan Melchisedek een tiende van de buit.
De naam Melchisedek komt ook voor in psalm 110:4, die hier wordt geciteerd.

De schrijver zegt tegen zijn Joodse lezers / toehoorders: Jezus: is onze vertegenwoordiger in de hemel, onze hogepriester, niet in de tempel, maar direct bij God Zelf. Hij is niet als een gewone hogepriester, want…   We lezen:


Iedere hogepriester die uit mensen is genomen, is aangesteld om te bemiddelen tussen God en mensen, om geschenken en offers te brengen in verband met zonden...
(Hij is) in staat zich in te leven in hen die er niets van
begrijpen én in hen die op het verkeerde pad zijn geraakt, daar hij ook zelf aan alle kanten door zwakheden omgeven is...
en daardoor past het ook, dat hij, net zo goed als voor het
volk, ook voor zichzelf vanwege zonden offeren moet.
En zo iemand  haalt die eer niet zelf naar zich toe, maar wordt
geroepen door God, net zoals Aäron.
Zo heeft ook
Christus niet zichzelf verheerlijkt door hogepriester te worden, maar Hij (deed dat) Die tegen Hem gezegd had:
“Mijn Zoon ben je,
vandaag heb Ik je als zodanig erkend.”
(Ps. 2:7)
Net zoals er ook elders staat:
“Jij bent priester in eeuwigheid, 
in de lijn van Melchisedeq.”
(Ps. 110:4)

Jezus, die in de dagen van Zijn lichamelijk bestaan Hem, die in staat was Hem te redden van de dood,  onder tranen, en met een krachtige kreet om hulp benaderde met gebeden, ja smeekbeden,
en verhoord werd, - omdat Hij zo gericht was op God....
(Jezus) Die, ook al was Hij dan (Gods) Zoon, daardoor gehoorzaam leerde accepteren...
Die, bij het volledig vervullen van Zijn taak, voor allen die Hem aanvaardden en gehoorzaamden, oorzaak werd van onophoudelijk heil,
door God benoemd tot Hogepriester
in de lijn van Melchisedeq...


Tot hier toe de lezing.

Laten we zingen: Lied 863:1, (C) 3 en 4. 


G: (gesproken)
Een arts is ons gegeven
die Zelve is het leven:
Christus, voor ons gestorven,
heeft ons het heil verworven.

Hij heeft aan ons vergeven
de schuld en schenkt ons leven.
Bij U, o God, bezitten
wij schatten ongeweten.
Allen gaan staan


Het Heilig Evangelie staat geschreven bij: Johannes 12: 20 – 33

Nadat de Heer Lazarus heeft opgewekt, is enige tijd verlopen. Op de zesde dag voor het Paasfeest is Jezus weer in Bethanië. Maria zalft dan Zijn voeten met de kostbare Nardusolie.
En de dag daarop is de intocht.
Iedereen spreekt over het wonder van Lazarus, tot grote ergernis van de machthebbers, die zullen proberen Jezus op te pakken. De Farizeeërs ergeren zich minstens net zo hard, en zeggen:
Kijk, iedereen loopt achter hem aan!
We lezen: Johannes 12: 20 – 33

20 Er was een aantal Grieken onder degenen die de tocht omhoog maakten om op het feest in het stof te aanbidden.
21 Die kwamen nu naar Filippus toe – die uit Bethsaïda, in Galilea – en ze vroegen hem bij herhaling:
Wij willen Jezus graag zien!
22 Gaat Filippus naar Andreas, en hij zegt het tegen Andreas.
       Gaan Andreas èn Filippus het tegen Jezus zeggen...
23 Dan zegt Jezus tegen ze, als antwoord:
“Het moment is gekomen dat de Mensenzoon met waardigheid bekleed wordt.
24 Waarachtig, Ik zeg jullie: waarachtig, als de graankorrel die op de grond valt niet sterft, blijft die op zich... Maar wanneer die sterft, brengt die veel vrucht voort.
25 Wie verzot is op zichzelf zal zichzelf kwijt raken, maar wie zichzelf in deze wereld minder waardeert, zal zichzelf ten eeuwigen leven bewaren.
26 Wil iemand Mij dienen, dan moet die Mij volgen, en waar Ik ben, daar zal ook Mijn dienaar zijn... Wanneer iemand Mij dient, zal de Vader die persoon in ere houden”.
27 “Nu ben Ik zeer van streek... En wat moet Ik zeggen?
Vader, red me uit dit moment?
Maar ik ben juist voor dit moment gekomen!”

28. “Vader, verheerlijk Uw Naam”.
Nu kwam er een stem uit de Hemel:
“Verheerlijkt heb Ik, en weer zal Ik verheerlijken”.

29 Wel, de menigte die er (al die tijd al) bij stond, en het hoorde, zei dat het onweer was geweest....
anderen zeiden: ‘Er heeft een engel tot Hem gesproken’.
30 Jezus nam en woord en zei:
“Niet om Mijnentwil heeft die Stem geklonken, maar vanwege jullie...
31 Nu vindt het oordeel over deze wereld plaats,
nu wordt de heerser over deze wereld uitgeworpen, naar buiten.
32 En Ik zal, wanneer Ik van de aarde omhoog word gehesen, allen naar Mij toetrekken
33 Dat zei Hij, als aanduiding van de soort dood die Hij binnenkort zou ondergaan.

Zalig die het woord van God horen en er gehoor aan geven

Acclamatie: Als alles duister is 598 


Credo
In antwoord op Gods woord willen wij ons geloof belijden door samen te zeggen:

Ik geloof in God,
       die wilde dat de wereld goed was,
       die mensen en dieren maakte,
       planten en bomen,
       vogels en vissen,    
en er van hield.

Ik geloof in God,
       die als een vader zorgen wil,
       die als een moeder ons omringt.

Ik geloof in Jezus -
       in wie Gods Liefde mens werd,
               om ons lot te delen
               ons leven, onze dood,
       die dwars door alles heen
       vast hield aan Zijn Vader -
en angst en dood overwon -
stervend aan het kruis.

Hij ging door de hel,
maar stond óp tot nieuw leven:
       de derde dag.

Ik geloof in de Geest
die Jezus ons zond,
       om ons dichter dan ooit
       bij God te doen zijn.
       Zij bidt en zingt en dankt in ons;
       geeft ons nieuw leven,
in eeuwigheid.

Daarom durven wij geloven
in goedheid, gerechtigheid, trouw....
... in Liefde en toekomst
zelfs voorbij de dood....
... in een kerk, waar mensen zijn
       als één lichaam, dat bestuurd wordt
               door Jezus, ons Hoofd....
... in één doop, die mensen nieuw maakt...
... in vergeving, in genade en hoop -
voor gewone mensen zoals wij.
Amen.

Allen gaan zitten.


Preek
Genade zij u en vrede van God onze Vader en van Jezus Christus, onze Heer, door de Heilige Geest.

Lieve gemeente, kinderen van God, mensen van het Verbond tussen God en deze wereld…

Vanaf het begin is er in de Bijbel sprake van een speciale verstandhouding tussen God en mensen.
Vanzelfsprekend is die er tussen Adam, Eva en hun Schepper.
Tussen de mensheid en God-met-hen.
Maar dàn komt er een kink in de kabel.
De zonde, de ongehoorzaamheid.
Vervolgens komt er via Noach een Verbond tussen de Heilige en de Schepping.
Want de regenboog markeert niet alleen een belofte aan Noach en diens gezin, maar ook aan heel de schepping: de belofte dat het niet meer zó mis zal gaan, dat Gods toorn niet meer wereldwijd zal gaan.
Met Abram, een rijke, die dan Abraham wordt, een mens die rijk zal zijn aan nageslacht, sluit de Heilige een Verbond, en daarmee ook met allen die uit Abraham voortkomen. Niet dat daarmee alles zonneschijn en blijdschap wordt, want zo zit het leven niet in elkaar, maar ook in hongersnood en gevangenschap zorgt God voor Abrahams kleinkinderen en achterkleinkinderen, tot in Egypte. Ze groeien uit tot een heel volk, en met dat volk sluit de Aanwezige dan dat Verbond, waarover Jeremia sprak. Een Verbond dat ze gebroken hebben door zich niet aan de afspraken te houden, door van de wereld geen goede plek te maken voor hun naasten, voor andere mensen.
 
Het Verbond wérkte niet zoals de Heer had gehoopt en gedacht. Dat moet anders. Hij zegt: “Ik zal eens kijken of Ik het niet in plaats van op stenen tafels in hun harten kan kerven”.
Het gaat hier waarschijnlijk niet om een nieuw en beter verbond, zoals vaak gedacht, maar om een vernieuwing en een verdieping van het Verbond.

Dan zullen de mensen de 10 Leefregels en de Torah niet meer gehoorzamen omdat ze opgelegd worden, maar omdat het uit hun eigen hart komt om dat vanzelfsprekend te doen.
(Zoals onze regering hoopte en verwachtte dat wij ons aan de coronaregels zouden houden, omdat we inzagen dat het voor iedereen het beste was!)

Houd van God en van je naaste met heel je hart, en dan zul je automatisch het juiste doen, dan spreekt het vanzelf dat je God en de schepping niet tekort wilt doen.
Dat ligt in de 10 Levenswoorden besloten.

Dit nieuwe verbond waarover de Aanwezige spreekt via Jeremia is geen ànder verbond.
Het Verbond van de Sinaï blijft geldig!

Als in Lucas 10 een Schriftgeleerde aan Jezus om Hem op de proef te stellen vraagt: ‘Wat moet ik doen om het eeuwige leven te krijgen?’ is het antwoord van de Heer: “Wat lees je daarover?” (In de Schrift dus).
En de man antwoordt braaf: ‘Heb je God lief met al wat in je is en je naaste als jezelf’.
Dat is dus niet een nieuwe uitvinding van Jezus, maar een vertrouwd Joods gedachtengoed.
Het vernieuwde Verbond lijkt dus al te werken, maar juist binnen de kring van de Schriftgeleerden en de Priesters van die tijd schijnt de liefde beperkt te blijven tot God, en wordt de naaste beperkt tot de eigen bubbel. (Jezus vertelt dàn het verhaal van de Barmhartige Samaritaan!)     

Maar daar blijft het niet bij.    
Waar Jezus straks op het kruis het offer van Zijn eigen bloed brengt, wordt dit Verbond niet alleen verdiept, maar wordt ook heel de wereld, en heel de mensheid in dit verbond betrokken: alle mensen van goede wil.
Ook wij mogen méédoen, om Jezus’ wil.
Hij heeft ook voor onze zonden eens en voor altijd het ultieme offer gebracht. En daarmee voor heel onze wereld. Daarmee krijgt het Verbond van God met Zijn volk een extra verdieping en verbreding! Wij mogen er nu ook bijhoren.
J

Dat betekent niet, zoals onze vaderen het helaas vaak hebben gezegd, dat het ‘oude’ verbond een oud en sleets verbond is, dat ont-bonden is door de zonden van Gods volk, en dat er nu een nieuw en beter Verbond is gesloten, waarbij ‘wij’ nu ‘hun’ plaats innemen… Een populaire misvatting!
Paulus lijkt hier en daar ook wel aanleiding te geven om dat te denken…

Maar het nieuwe in deze uitbreiding van het Verbond in Jezus’ bloed is dat het een Verbond is van God met deze wereld, met heel Zijn schepping.
Het héél nieuwe is dat er nu geen aardse priesters en hogepriesters meer nodig zijn om te bemiddelen tussen ons en de Hemel, omdat de Hoogste Hogepriester ooit Zelf het offerlam was, én de zondebok, en omdat de zonden van hen die geloven daarmee weggedragen en uitgewist zijn.


Ik moet daarbij toch iets meer vertellen over dat offeren, en dat betekent dat bij uitzondering de Evangelielezing vandaag minder aandacht krijgt, en dat spijt me, want het is een boeiend gedeelte, maar soms moet je keuzes maken. (Lees het straks thuis nog maar eens een paar keer door!)


In die oude tijden werden er bij het sluiten van een verbond één of vaak meerdere dieren geslacht.
En dan zeiden beide partijen: ‘Zo moge het mij vergaan of erger (= dat mag je met mij doen) als ik me niet houd aan de plechtige afspraken die we nu maken’.
Zó ging het ook bij de sluiting van het Verbond op de Sinaï.
Dat Verbond is door een van de partijen geschonden, dat is wel duidelijk geworden.

Jeremia klaagt namens de Andere Partij, namens de Aanwezige, het volk aan. Hun Heer kan nu rechtens hun bloed vragen, Hij kan nu een eind maken aan heel dat volk, waar Hij al zoveel geduld mee heeft gehad.

Maar… Hij is genadig. Misschien moeten ze nu nog wat lijden om hun eigen falen, maar er kómt een tijd als ze anders gaan leven – je hóórt de Heilige dromen van die mooie toekomst – er kómt een tijd dat àlle mensen Hem zullen kennen en Hem vol liefde zullen érkennen. Dan hoef ik hier niets meer uit te leggen, maar dan delen we hier met elkaar de grote liefde tot God, en vàn God, en dan preken we niet, maar dan spreken we alleen maar dagelijks over Gods grote Liefde, over de schoonheid van Zijn Schepping, die we zien in de naaste en zelfs in onszelf.
Racisme en discriminatie zijn dan vergeten woorden, en niemand zal meer eenzaam zijn, omdat we Gods goedheid met elkaar zullen delen.
Geen honger meer, maar Dapperbrood dat we samen delen. 

Maar die droom van God heeft een prijs. Een prijs die wij eigenlijk zouden moeten betalen, want niemand van ons is zonder fouten, niemand zou de eerste steen kunnen gooien, als we er over na zouden denken.
Maar nee. Godzelf heeft besloten dat Hij – in Jezus, in Zijn Zoon – die prijs Zelf zal betalen.
Dát is Genade!

Zó is Jezus in Zijn gruwelijke en pijnlijke en onverdiende dood op het kruis het offerlam dat het verbroken Verbond herstelt. 

Vandaag begint de kerkelijke lijdenstijd.

Wij mogen nu meer dan ooit stilstaan bij de moeilijke dagen van de Heer op weg naar het kruis, en dat is goed, maar wij mogen ook met Zijn liefdevolle ogen kijken naar de mensen op Zijn en op onze weg daarheen.
Nog op weg naar het Kruis beklaagt Jezus de vrouwen van Jeruzalem die Hem beklagen.
Hij roept zelfs dan nog op tot een andere manier van kijken.

Mogen wij ook zó oog hebben voor de mensen die wij normaal niet zien staan, die we anders, minder, onbelangrijk vinden.

Dan zal Hij ook ons mee omhoog dragen, als Hij op het kruis wordt gehesen, en Hij zal ons met gestrekte armen aanbieden aan Zijn en onze Vader in de Hemel, als Hij zegt: “Het is volbracht!”
Amen.

Muziek: Chorale in D, Felix Mendelssohn- Bartholdy(1809-1847)

Dienst van gaven en gebeden


De Heer heeft Zichzelf aan ons gegeven,
zo mogen wij Hem ons zelf en onze schatten geven: met hart en ziel en leven.
Tot eer van Zijn Naam, en als blijk van onze liefde
voor God en mensen


Collecte
       1. Voor het werk in de eigen gemeente
       2. Voor BEZWA. De Bezwa Foundation ondersteunt het Bezwa Community Youth Centre dat is ondergebracht in en rond een kerkgebouw in Chipulukusu, een van de straatarme compounds van Ndola in Noord Zambia.
 

Intussen speelt Eddy: Prelude in C, J.L.Krebs (1713-1780). 

Gebed over de gaven

Lieve God, wij danken U voor wat U ons allemaal gegeven hebt. Wij geven U maar zo weinig terug, vaak. We vergeten dikwijls dat het allemaal van U komt. Daarom willen we allereerst dank U zeggen voor al Uw goede gaven.
En
wat we geven, hier in deze collecte, en ook straks weer op andere manieren, wilt U dat zegenen.
Wilt U er mee werken, dat het voor mensen die er mee te maken krijgen, hoe dan ook, een bron van goedheid is.
Door Jezus Christus, onze Heer.
Amen


Lied 912: 1 (C), 2, 5 en 6 (C)


Neem mijn handen, maak ze sterk,
trouw en vaardig tot uw werk.
Maak dat ik mijn voeten zet
op de wegen van Uw wet.

Neem mijn wil en maak hem vrij,
dat hij U geheiligd zij.
Maak mijn hart tot Uwe troon,
dat Uw Heil’ge Geest er woon'.

C:  Neem mijn zonden en mijn schuld
in 't beleid van Uw geduld.
Maak dat ik, opstandig kind,
steeds de weg tot U hervind.

Voorbeden
Laten we danken en bidden:
Trouwe God, wij danken U voor al Uw geduld met ons en onze wereld, en ook voor Uw genade.
Wij bidden U voor allen die van genade niet weten, en voor hen die van genade niet willen weten.
Vergeef ons dat we vaak meer bezig zijn met onze eigen problemen en ongemakken, en vergeten te kijken naar heel deze wereld, die U ons hebt toevertrouwd.
Wij bidden U voor de grote problemen in heel de wereld, voor klimaatproblemen, oorlogen, geweld tegen vrouwen en zwakkeren, discriminatie en racisme.
Wij maken ons zorgen over vluchtelingen, over hen die van honger dreigen om te komen, en over slachtoffers van corona en kanker, van malaria en melaatsheid, van ebola en zikra, en al die andere ziekten… Heer, sta hen bij, herschep hun leven, dat zij U leren kennen als hun Heiland.
Wij bidden U: Heer, ontferm U.

Goede God, wij danken U dat wij ondanks corona hier vandaag weer bijelkaar mogen zijn.
J
En dat het lente is! Ook dat verheugt ons hart en geeft ons goede moed.
J
Wij bidden U voor de mensen in onze gemeente.
We bidden voor de kerkenraad, voor Cees Wijma die er bij gekomen is, voor Wim van Lith die ons door ziekte moest verlaten, voor allen die de lofzang gaande houden, voorzangers en organisten, voor Eddy en Hetty, en voor allen die waar dan ook als koster, schoonmaker, technicus, chauffeur, musicus en hoe dan ook, de eredienst aan U mogelijk maken.

Wij bidden voor allen die hier niet kunnen zijn, door leeftijd of gezondheid. Mevrouw Janssen e.v.a. We bidden U voor mijnheer Kaatman, wiens vrouw Anneke kort geleden is overleden, nog net geen 100 jaar, maar ze was verzoend met de gedachte dat aan haar leven een einde is gekomen, en we bidden voor allen die verdriet hebben om iemand die ze, hoe lang geleden het ook mag zijn, moeten missen!  We missen Teun, die zijn 10de kuur heeft gehad. Hij is goedsmoeds. Leny is blij met de dagopvang.
In dankbaarheid bidden Wij U: Heer, ontferm U.

En mét Jezus, onze Hogepriester in de Hemel bidden we:


A: Onze Vader, die in de hemel zijt,
Uw Naam worde geheiligd
Uw Rijk kome
Uw Wil geschiede, zoals in de hemel zo ook op aarde.
Geef ons heden ons dagelijks brood
en vergeef ons onze schulden,
zoals wij vergeven onze schuldenaren
en leid ons niet in verzoeking
maar verlos ons van het kwade!
 
Allen gaan staan

Slotlied
: 1005:4 dat door de cantor wordt gezongen, en dat we in ons hart meezingen (of neuriën)



Zegen
:
De Heer die ons voorgaat door alle moeilijkheden van het leven,
die ons lijden heeft gedragen,
die onze dood heeft ondergaan en overwonnen,
draagt Uw leven in
Zijn handen.
Hij is de weg die U gaat,
Hij is de waarheid die eeuwig leven geeft.
Zo zegent U God,
† de
Vader, de Zoon en de Heilige Geest.
Amen.

Amenlied: lied 1005:5

Orgelspel: Herzlich tut mich verlangen J.S.Bach (1685-1750) BWV 727

Met gepaste tussenpozen en op gepaste afstand daalden we af naar de koffiezaal, waar de stoelen en tafels coronaproof stonden opgesteld.
Aangezien er mensen waren die we al ruim een jaar niet meer hadden gezien, was het een fijn samenzijn.