Voor
eerdere diensten klik hier:
Kerstavond
2009 om 9 uur in de Lutherse kerk te
Zeist. Organist Edwin Fredriks.
Er waren zo'n 20 kerkgangers, en de kerk was sfeervol verlicht.
Voorg.
G.A. Voerman – van Haselen.
We beginnen met paarse antependia. Daaronder liggen en hangen de witte.
De lichten zijn nog niet aan of gedempt, zo dat men net de liturgie wel lezen
kan.
Tussentijds
9:1, 7, 8, 9

7. Doorbreek de ban van ons gemis
met licht dat niet te doven is:
Kyrie eleison!
8. Gij roept ons met een nieuwe naam
uit dit genadeloos bestaan:
Kyrie eleison!
9. Verschijn ons als de dageraad,
Gij, Zon die ons te wachten staat:
Kyrie eleison!
Wij zijn hier aanwezig in de Naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest.
Amen
Onze Hulp is in de Naam van de Heer
die hemel en aarde gemaakt heeft.
Wij verootmoedigen ons om de dingen die niet waren zoals ze hadden
moeten zijn, de dingen die we niet doen en denken, zoals God dat vraagt.
De gemeente zingt de cursieve tekst.
Tussentijds 15

2. God, vergeef ons onze schulden, roep ons tot leven en wil ons
verlossen.
Heer, ontferm U over ons.
Heer, ontferm U over ons.
3. God naar U zien wij uit als wachters,
wees voor ons als het licht in de morgen.
Heer, ontferm U over ons.
Heer, ontferm U over ons.
Zo lief had God deze wereld,
dat Hij Zijn eniggeboren Zoon
gegeven heeft, opdat ieder
die in Hem gelooft
aan het verderf ontkomt,
en eeuwig leven
hebben mag!
Gem: Amen!
Nu mogen alle lampen aan!
Laten wij de Heer aanroepen om ontferming met de nood van deze wereld, die vol
is van onrecht en onwil om het te herstellen, een wereld die duister is voor wie
het Licht zoeken…
Maar laten wij dan vol vertrouwen ook Zijn naam prijzen, want aan Zijn
barmhartigheid is geen einde!


Gebed.
Lieve God, waar U bent
kan het niet donker
zijn.
Wees hier dan Aanwezig,
als het licht van ons leven.
Door Jezus Christus, onze Heer.
Amen.
Onder het zingen van het volgende lied, gezang 160, wordt de vijfde adventskaars
aangestoken.

Geen ander teken ons gegeven
geen licht in onze duisternis
dan deze mens om mee te leven
een God die onze broeder is.
Zingt voor uw God, Hij openbaarde
in Jezus zijn menslievendheid.
Zo wordt de wereld nieuwe aarde
en alle vlees aanschouwt het heil.
Maar als dat zo is, als God zo bij ons wil zijn, hoe gaan we daar dan mee om? We
kunnen het alleen maar God Zelf vragen. En we zingen gezang 117:1
Wij willen horen wat God ons te
weten geeft.
Maar voor we gaan lezen, zingen we van de Geest.
De Geest die zwanger is van het Woord
Gods.
Onze bede daarbij is dat Zij ons het Woord geboren doet worden in ons midden.
tt183:1,4

Want Zij is de Geest, één met God
in wezen,
gift van de verlosser aan Zijn aardse bruid;
de sleutel is Zij, toegang tot de Schriften,
vogel uit de hemel, witte vredesduif.
Lezing OT: Jesaja 9: 1 – 7 NB
De ‘normale’ telling begint bij Jesaja
8:23. Terecht heeft Pieter Oussoren bij zijn bijbelvertaling hier de scheiding
aangebracht. Hiervoor zijn onheilsprofetieën voor omliggende volkeren… en dan
verandert de toon:
1 (8:23)
Maar er zal geen
donkerheid meer wezen voor het land dat in benauwdheid
was;
zoals Hij in de tijd van eerst smaad
heeft gebracht over het land van Zebulon en het land van Naftali, zal Hij in de latere
tijd eer brengen,
– aan de weg naar de zee,
de overzij van de Jordaan, het Galilea der heidenen.
2 (9:1) De gemeenschap van wie
voortgaan in het duister, zien
zullen zij een groot licht;
wie zijn gezeten in het land van de schaduw des doods, licht zal
over hen stralen.
3 (9:2) Hebt Gij het juichen vermeerderd,
de vreugde groot gemaakt,–
verheugen zullen zij
zich voor Uw aanschijn zoals er vreugde
is in de oogst,
zoals ze juichen wanneer ze het roofgoed
verdelen.
4 (9:3) Want het juk
dat hem belast,
de stang op zijn schouder,
de stok van de drijver op hem,–
hebt Gij gebroken als
op de dag van Midjan.
5 (9:4) Want elke marsschoen die dreunend
marcheert en elke mantel
gewenteld in stromen bloed,–
zal worden tot brandstof, voedsel
voor vuur.
6 (9:5) Want een kind is ons
geboren,
een zoon aan ons
gegeven,
nu komt de heerschappij op zijn schouder;
men zal als naam voor hem roepen:
Wonderbare Raadsman, Heldhaftige
God,
Vader voor Immer,
Vredevorst!,
7 (9:6) voor heerschappij over velen
en vrede zonder einde
op de troon van David en over diens koninkrijk, om dat te bevestigen
en te schragen
met recht en gerechtigheid,–
van nu af en tot in eeuwigheid;
de naijver van de ENE,
de Omschaarde, zal dit doen!
Gezang 117: 5 en 7

Nog eens zal Hij verschijnen als
richter van 't heelal,
die 't hoofd van al de zijnen voor
eeuwig kronen zal.
Nog is die dag verborgen, wacht hem
gelovig af,
terwijl de grote morgen reeds
schemert boven 't graf.
Epistellezing: Titus 3: 1b - 7 NB
Titus wordt voorbereid op zijn werk in de
gemeente.
Paulus schrijft hem over ons:
1
Maak hen indachtig tot alle
goed werk bereid
te zijn,
2 niemand te lasteren,
wars van strijd
te zijn, inschikkelijk,
alle zachtmoedigheid betonend jegens alle mensen.
3 Eens
immers waren wij ook ondoordacht,
ongehoorzaam, dwalend, dienstbaar aan velerlei verlangens en lusten,–
brachten we in kwaadwilligheid en afgunst
het leven door, gehaat en vol haat jegens elkaar.
4 Maar toen de mildheid
en de mensenliefde
van onze redder, God,
verscheen,
5 heeft Hij,
niet om werken der gerechtigheid
die wij hadden gedaan
maar overeenkomstig Zijn
ontferming,
ons gered door het bad
van wedergeboorte
en vernieuwing door de heilige Geest,
6 waarvan Hij rijkelijk
over ons heeft uitgegoten
door Jezus Christus, onze redder,
7 opdat wij, gerechtvaardigd door Zijn genade,
erfgenamen zouden worden van het eeuwige
leven
waar wij op hopen.
De psalmdichter roept het uit: Laat de hemel verheugd
zijn, de aarde juichen
voor de Heer, want Hij is in aantocht! In aantocht is Hij als redder
van de aarde! (Psalm
96:11a, 13a) HALLELUJA!

We zingen gezang 132: 1 en 2 en dat grijpt al vooruit op het Evangelie.

Die roos van ons verlangen, dat
uitverkoren zaad,
is door een maagd ontvangen uit
Gods verborgen raad.
Maria was bereid, toen Gabriël
haar groette
in 't midden van de tijd.
Het Heilig Evangelie staat geschreven bij: Lucas 1: 26 - 38
26 In de zesde maand
wordt de aankondig–engel Gabriël
gezonden
van God naar een stad
in Galilea
wier naam is Nazaret,
27 tot een maagd in ondertrouw
met een man wiens naam is Jozef
uit het huis van David;
de naam van de maagd is Maria.
28 Binnengekomen bij haar zegt hij:
verheug je, begenadigde, de
Heer is met je!–
een gezegende
ben je onder de vrouwen!
29 Maar zij is door dit woord zeer geschokt
en vraagt zich af wat deze begroeting wel betekent.
30 De aankondig–engel zegt tot
haar:
vrees niet, Maria,
want je hebt genade
gevonden bij God;
31 zie, je zult in je schoot
ontvangen en baren
een zoon en Zijn naam noemen: Jezus,–
32 Hij zal groot zijn
en ‘Zoon van de
Allerhoogste’ worden genoemd;
de Heer God zal Hem
geven
de troon van zijn vader David;
33 Hij zal koning zijn over het huis van Jakob
in alle eeuwen,
en aan Zijn koninkrijk zal grens noch einde zijn!
34 Maria zegt tot de
aankondig–engel:
hoe kan dit zijn,
daar ik met geen man gemeenschap
heb?
35 Ten antwoord zegt de
aankondig–engel tot haar:
geestesadem van de Heilige
zal over je komen,
kracht van de Allerhoogste
zal je overschaduwen;
daarom zal wat voortgebracht wordt
heilig genoemd worden,
Zoon van God;
36 en zie, Elisabet, die aan jou verwant
is,
ook zij heeft, in haar ouderdom,
een zoon ontvangen,–
het is nu de zesde maand voor haar
die onvruchtbaar werd genoemd;
37 want ‘geen woord van bij God
zal machteloos zijn’!
38 Dan zegt Maria:
hier ben ik, de dienares van de Heer;
mij geschiede naar uw woord!
Dan gaat de aankondig–engel bij haar weg.
Zalig die het
Woord van God horen en er gehoor aan geven!
Preek
Genade zij u en vrede
van God onze Vader en
van Jezus Christus,
onze Heer,
door de Heilige Geest.
Lieve mensen,
Op dit moment wordt ergens in Afrika een kind geboren. Een jongentje.
Zijn moeder was maagd, tenminste totdat ze kwamen, de soldaten met hun
marsschoenen die dreunend voort stampten, en alles vernietigden wat op hun pad
kwam. Ze heeft gezien hoe ze haar vader vermoordden, en wat ze met haar moeder
deden. Toen was ze zelf aan de beurt. Ze heeft nog geluk dat ze haar niet hebben
vermoord, zeiden ze. Maar straks, als het kind geboren is, wordt het niet
opgenomen in de stam, hoort het niet bij de familie. En zij ook niet meer.
Hoe zal ze het kind noemen? Zeker niet: Wonder van God, of: Kind van Vrede… en
je hart bloedt als je denkt aan moeder en kind, en je vraagt je af hoe het
verder moet gaan met hen…
Toch is er ook voor haar de belofte van een Kind met Toekomst. Een Kind dat Gods
eigen Toekomst is. De woorden van Jesaja werden gesproken tot mannen en vrouwen
in net zo’n ellendige situatie als deze jonge vrouw, die in haar barensweeën
alleen maar onheil zien kan.
De mensen die voortgaan in het duister zullen een groot licht zien… Dat
is een plechtige belofte van God.
Zullen ze dat fijn vinden?
Duistere figuren die anderen in ellende storten zeker niet. Hun slachtoffers,
die wel.
Die hebben in alle ellende iets om naar uit te zien.
Ook ons jonge moedertje. Maar ze weet het nog niet.
De mensen die voortgaan in het duister zullen een groot licht zien…
Ongetwijfeld heeft Maria die tekst gekend.
De Gabber van God, Gabriël, Gods grootste held, Zijn ‘best man’, kwam naar
haar toe om haar Gods aanzoek te
doen. En in zijn woorden klinken die van de profeet mee.
Hij is gekomen om te vertellen dat Gods beloften vervuld zullen worden, nu,
eindelijk. Door haar.
Als ze wil.
Ze wordt niet verkracht.
Ze krijgt wel beleefd te horen wat God
van haar verwacht.
Maar ze ís vrij om ‘nee’ te zeggen.
Bijna ieder Joods meisje heeft wel eens gedroomd dat ze de moeder van de Messias
zou worden.
Van de redder. De goed-maker.
Maar als dat Licht dan over je op gaat, dienen de problemen zich aan.
Heel practisch vraagt Maria: Hoe moet dat
dan?
Ze heeft wel een verloofde, maar ze zijn niet vooruitgelopen op het huwelijk.
En poëtisch omschrijft de aankondiger wat er gaat gebeuren. Als adem, als een
schaduw zal God tot haar komen. Niets om van te schrikken. Ze zal het
waarschijnlijk niet eens merken.
Om te laten zien hoe machtig God is, ook in vrouwenzaken, kondigt de Engel haar
aan dat Elisabeth eveneens zwanger is, van wie iedereen geloofde dat ze steriel
was, geen echte vrouw.
En Maria stemt toe.
Hier ben ik, de dienares van de Heer.
Mij geschiede naar uw woord.
Een daad van enorm Godsvertrouwen.
En van zelfvertrouwen.
Als je jong bent, denk je dat je alles aan kunt.
Maar spoedig zal Maria merken dat het geklets begint. Ze vlucht naar Elisabeth,
de enige met wie ze haar geheim écht kan delen…
Verheug je, begenadigde, de Heer is met je.
Je kunt je afvragen of het wel zo’n genade is.
Haar leven is er bepaald niet makkelijk door geworden. En ze heeft ook niet
altijd een rotsvast geloof kunnen vasthouden, want we lezen in het evangelie dat
ze met de rest van het gezin Jezus op komt halen, omdat hij volgens hen gek is.
Of ze dat zelf denkt, of dat ze bezweken is voor de druk van haar huisgenoten,
we weten het niet.
Wel dat we haar terug vinden bij het kruis.
Je kind verliezen aan de dood is de nachtmerrie van elke ouder, maar op zo’n
manier… je moet er niet aan denken.
In Zijn sterven schenkt dít Kind haar echter een andere zoon. Johannes.
God is genadig, betekent dat.
Toen de mildheid en de mensenliefde van onze redder, God, verscheen in
mensengedaante, kwam dat niet door ons, maar door Zijn ontferming, omdat Zijn
hart zich in Zijn binnenste omkeerde, omdat onze ellende Hem pijn en verdriet
baarde.
Dàt is genade.
God heeft Zijn Zoon gegeven, heeft Zijn Geest met ons gedeeld, heeft ons
daardoor een nieuwe schepping gemaakt. En daardoor heeft hij ons de genade
geschonken dat wij rechtvaardig mogen heten. Gerechtvaardigd door het geloof van
God in Zijn schepping. In Zijn nieuwe schepping, waarvan Jezus de eerstgeborene
is.
En dan, als wij daar ‘ja’ op zeggen: als wij bereid zijn díe God te dienen,
die afwachtend tot ons komt, die als het ware om onze hand en ons hart vraagt,
als wij ook zeggen: zie Uw dienares, Uw dienaar, mij geschiede naar Uw woord, dàn
zullen we leren leven naar het voorbeeld van Jezus.
Zachtmoedig, niet trots, bereid alles voor God te doen… en dan, na een lang
leven van dienstbaarheid zullen we mogen hopen, mogen rekenen op het eeuwige
leven.
Onze broeder Maarten had zijn leven lang een grote devotie tot de Maagd Maria.
Op de achterkant van de liturgie staat een van zijn lofzangen op haar. Zo heeft hij
de mildheid en mensenliefde van God ervaren in zijn leven. Ondanks alle mensen
die hem naar het leven stonden. Ook hij heeft ‘ja’ gezegd tegen een
taak die groter was dan hij zich kon voorstellen. Maar het was God
die hem riep.
Het is God die ons vandaag roept.
Wil jij, jij daar, Mijn Woord geboren laten worden in je eigen leven? Wil jij
het gaan uitvoeren?
Dan wordt het kerstfeest. Christusfeest.
Hier en in Afrika. In heel de wereld. Amen.
Muziek. Er is uit ’s werelds duistere
wolken een groot licht opgegaan, een groot Licht.
De wereld is wijd en Gods goedheid is groot.
Vanuit ons aandeel mogen wij helpen en delen,
nu in de collecte, straks weer anders…
Collecte
Gebed over de gaven
Lieve God, U geeft
U Zelf aan ons.
Wij bieden U ons eigen leven aan.
Neem het, zoals
U ons geld aanneemt.
Dat het dienstig mag zijn voor U.
In de geest van Jezus
- die ons voorging.
Amen.
Lied 103 EvG In Bethlehems stal lag Christus de Heer.

Zo arm werd de Heer, der engelen Heer,
Die zondaren mint, zo nameloos teer;
Die hun wil vergeven, hoe veel het ook zij;
zo arm werd de Heiland voor u en voor mij.
Lam Gods, voor de schuld der wereld geslacht,
dat eens aan het kruis voor mij hebt volbracht.
Ik kniel bij Uw kribbe met dankend gemoed,
en breng U eerbiedig mijn zeeg'nende groet.
Ik wijd U mijn vreugd, mijn leven, mijn hart;
bij U wil ik zijn in blijdschap en smart.
Geef Gij mij een harte, dat U steeds bemint,
dan ben ik van nu aan voor eeuwig Uw kind.
Laten we danken en bidden:
Lieve God, wij danken U dat U
zoveel van Uw Schepping hebt gehouden, en ook zoveel van ons mensen, die meestal
U niet willen dienen, maar liever ons eigen geluk achterna lopen, wij danken U
voor deze onverdiende grote schat aan liefde.
En wij bidden U: open onze harten en overstroom ze met Uw liefde, opdat wij met
Uw ogen kijken en zelf vanuit die liefde leven, spreken, denken en doen. Opdat
wij genadig zijn voor elkaar, zoals wij dat van U hopen en verwachten.
Lieve God, wij danken U, dat wij U elke dag mogen verwachten. Ons leven is een
lange advent, waarin elke nacht een kerstnacht kan zijn. Laat ons dat zo mogen
ervaren en beleven.
Lieve God, wij danken U voor alle ongebroken levens, voor kinderen die kind
mogen zijn, voor mensen die in vrede leven, voor rijkdom en welzijn, voor
gezondheid en vriendelijkheid, maar we bidden U voor alle mensen die dit moeten
missen. Misschien wel door ons, door een onvoorzichtig woord, door onze
hebberigheid, die alles wat we zien naar ons toe graait, misschien door onze
onverschilligheid.
Heer God, open ons de ogen voor het Kind dat geboren wordt in allerlei ellendige
omstandigheden. Kribbe en kruis hebben tegenwoordig vele vormen. Wees ons
genadig, zodat we ‘ja, ik wil’ tegen U durven zeggen, en tegen de wereld om
ons heen.
Wij danken U voor alle gelukkige, vrolijke, gezonde kinderen, en wij bidden U
voor alle vrouwen die worden verkracht, kinderen die worden geschonden, waar ook
ter wereld.
Ondanks dit alles bidden wij U, omdat Hij het ons zo heeft voorgezegd: Uw Zoon,
Jezus, de Redder:
Onze Vader, die in de hemel zijt,
Uw Naam worde geheiligd
Uw Rijk kome
Uw wil geschiede, op aarde zoals in de hemel.
Geef ons heden ons dagelijks brood
En vergeef ons onze schulden,
Zoals wij aan anderen hun schuld vergeven
En leid ons niet in verzoeking
Maar verlos ons van het kwade

Ons slotlied is gezang 127: 1 en 5

Juicht nu, trots al uw zorgen, de
Koning komt met macht.
Ons, in zijn hart geborgen heeft
Hij zo rijk bedacht.
Nu zullen angst en pijn en toorn
ons nooit meer schaden.
God wil, in zijn genade, dat wij
zijn kindren zijn.
Zegen:
Het kind in de kribbe moge Koning
zijn in onze harten.
Gods welbehagen in
mensen moge ook aan ons
zijn af te lezen.
Het licht van God moge
ons leven doorstralen.
Daartoe zegenen ons de
vader, de Zoon en de Heilige Geest! Amen.
Tijdens Gezang 143 worden de
paarse antependia weggehaald, en hangen er de witte: het is Kerstfeest.
Gezang 143

Hulploos Kind, heilig Kind,
dat zo trouw zondaars mint,
ook voor mij hebt Ge U rijkdom ontzegd,
wordt Ge op stro en in doeken gelegd.
Leer me U danken daarvoor.
Leer me U danken daarvoor.
Stille nacht, heilige nacht!
Vreed' en heil wordt gebracht
aan een wereld, verloren in schuld;
Gods belofte wordt heerlijk vervuld.
Amen, Gode zij eer!
Amen, Gode zij eer!
En of er dan nog Ere zij God wordt gezongen zien we wel.
In
elk geval is er Glühwein en krentemik.
En
we wensen iedereen die niet ter plekke kon zijn een Gezegend Kerstfeest!
