Orgel:
Henk Biesheuvel
Zang:
ingestudeerd door Jaap Smit
alten : Harmke Scholing,
Herma Haaksema
tenoren : Gé Harmsen, Joop van Dijk
bassen : Peter Polling, Edy ten Berge
De
kerstboom is nog niet aan. De lichten ook niet.
Het orgel speelt terwijl predikant en kerkenraad binnenkomen.
- stilte -
Een stem klinkt: (van achter uit de kerk)
Een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven;
de heerschappij rust op Zijn schouders.
Deze namen zal Hij dragen: Wonderbare raadsman,
Goddelijke held, Eeuwige vader, Vredevorst.
Koor: Once in Royal Davids city.
Intussen wordt de kerstboom
aangestoken, en andere kaarsen.

Koor: He
came down to earth from heaven, Who is God and Lord of all,
And His shelter was a stable, And His cradle was a stall:
With the poor, and mean, and lowly, Lived on earth our Savior holy.
In de Koningsstad van David vlijt een moeder in een stal
haar klein kindje in een kribbe, die tot bedje dienen zal.
Maria is die moeder schoon, Jezus Christus is haar zoon.
Uit de hemel kwam Hij neder, Hij die God is, Heer van 't al,
en Zijn wiegje was een kribbe, Zijn geboorteplaats een stal,
bij wie zwak is, arm of klein, wilde Hij op aarde zijn.
Allen:(staande)
And our
eyes at last shall see Him, through His own redeeming love;
For that Child so dear and gentle, is our Lord in heaven above:
And He leads His children on, to the place where He is gone.
of:
Door Zijn liefde staan wij eenmaal met
de Heiland oog in oog
want dat kind zo lief en teder, is onz’ Here van omhoog.
En Hij leidt Zijn kindren tot waar Hij zelf woont, dicht bij God.
Herdichting: Wim Vroon
Voorg.: Wij zijn samengekomen in de
naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest
Gem.: Amen
Voorg.: Genade zij u en Vrede van God onze Vader
en van Jezus Christus onze Heer.
Gem.:
Amen
Bemoediging:
Voorg.: Onze Hulp is in de naam van de Heer
Gem.: Die Hemel en aarde gemaakt heeft”
Gemeente gaat zitten
Gebed van toenadering
Voorg.: Almachtige God,voor U liggen
alle harten open, alle verlangens zijn U bekend en geen geheim is voor U
verborgen.
Gebedsstilte
Zuiver de overleggingen van ons hart door de ingeving van Uw heilige Geest,
zodat wij U van harte liefhebben en grootmaken Uw heilige Naam
Gem.: Amen
Ontferming en Genadeverkondiging
Zo lief had God deze wereld, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat
ieder die in Hem gelooft aan het verderf ontkomt, en eeuwig leven hebben mag!
Voorg.: Laten
wij de Heer om ontferming aanroepen voor de nood van de wereld,en Zijn Naam
prijzen, want Zijn barmhartigheid heeft geen einde.
Koor: Kyrië en Gloria.


Dienst van
het Woord
Voorg.:
Lieve God, wij danken U voor Uw liefde die mens werd in ons midden: voor Uw
geduld met ons, voor Uw trouw, Uw genade. Wees zo ook nu, en alle dagen van ons
leven aanwezig in ons leven als Uw gemeenschap, door Jezus Christus, onze
Heer…
Gem.: Amen.
Lezing uit het Eerste Testament Jesaja 52: 7 – 10
Het volk van God is in ballingschap geleid, en lijdt daar zoals u zich kunt
voorstellen onder de dwangarbeid, heimwee, en voor een deel schuldbesef. Maar
telkens staan er profeten op, die namens God een goede tijding brengen, een evangelie.
Ook hier wordt beloofd dat God al bezig is de terugkeer naar Jeruzalem voor te
bereiden, zoals later ook is gebeurd. We lezen: Jesaja 52: 7 – 10
7. Hoe welkom
is de vreugdebode
die over de bergen komt aangesneld,
die vrede aankondigt en goed
nieuws brengt,
die redding aankondigt en tegen Sion
zegt:
‘Je God is koning!’
8. Hoor! Je wachters verheffen
hun stem,
samen barsten ze uit in gejuich,
want ze zien het met eigen ogen:
de HEER keert terug naar Sion.
9. Breek uit in gejubel,
ruïnes van Jeruzalem,
want de HEER troost
Zijn volk,
Hij koopt Jeruzalem vrij.
10. De HEER
ontbloot Zijn heilige arm
ten overstaan van alle volken,
(d.w.z. Hij stroopt de mouw op om aan te vallen)
en de einden der aarde zien
hoe onze God redding
brengt.
Tot hiertoe de lezing. Ook wij mogen weten hoe God
redding brengt op onverwachte
manieren en op onmogelijke momenten. Velen hebben dat in
hun eigen leven beleefd. ‘Komt allen tezamen, jubelend van vreugde’
is ons antwoord op deze uitredding.
Wij zingen Gezang 138
Koor: 1 en 2, gemeente 3, koor en gemeente 4

De hemelse englen riepen eens de herders
weg van de kudde naar 't schamel dak.
Spoeden ook wij ons met eerbiedge schreden!
Komt, laten wij aanbidden, komt, laten wij aanbidden,
komt, laten wij aanbidden die Koning.
Gemeente:
Het licht van de Vader, licht van den beginne,
zien wij omsluierd, verhuld in 't vlees:
goddelijk Kind, gewonden in de doeken!
Komt, laten wij aanbidden, komt, laten wij aanbidden,
komt, laten wij aanbidden die Koning.
Koor en gemeente samen:
O Kind, ons geboren,
liggend in de kribbe,
neem onze liefde in genade aan!
U, die ons liefhebt, U behoort ons harte!
Komt, laten wij aanbidden, komt, laten wij aanbidden,
komt, laten wij aanbidden die Koning.
Epistellezing: Hebreeën 1: 1 – 12
De schrijver maakt verschil tussen Joden en Hebreeën, de Joden wonen in het
Heilig Land, de Hebreeën in de diaspora, in de verstrooiing. Paulus begint Zijn
blijde boodschap aan hen met een verwijzing naar de profeten, en de beloften van
God, en lardeert zijn zinnen met vele aanhalingen uit de boeken van Mozes en de
profeten. Aanhalingen, die hij allemaal toepast op Jezus, als de vervulling van
Gods beloften, en als degene op Wie al deze zinnen al lang van de voren sloegen.
Hij schrijft:
1 Op velerlei
wijzen
en langs verlerlei
wegen
heeft God in het verleden tot de voorouders
gesproken door de profeten,
2 maar nu de tijd ten einde loopt heeft Hij
tot ons gesproken door Zijn Zoon, die Hij
heeft aangewezen als enig erfgenaam en
door wie Hij de wereld heeft geschapen.
3 In Hem schittert Gods
luister, Hij is Zijn evenbeeld,
Hij schraagt de schepping met Zijn machtig
woord;
Hij heeft, na de reiniging
van de zonden te hebben voltrokken, plaatsgenomen aan de rechterzijde
van Gods Hemelse Majesteit,
4 vér verheven boven de engelen
omdat Hij een eerbiedwaardiger Naam heeft
ontvangen dan zij.
5 Tegen wie van de engelen heeft God
immers ooit gezegd: ‘Jij bent Mijn
Zoon, Ik heb je
vandaag verwekt’? Of: ‘Ik zal een vader voor hem zijn, en hij voor
mij een zoon’?
6 Maar wanneer Hij de Eerstgeborene
de wereld weer binnenleidt, staat er: ‘Laten al Gods engelen Hem
eer bewijzen.’
7 Over de engelen staat er: ‘Die geesten
inzet als Zijn engelen, en vlammend vuur als dienaren
in Zijn liturgie.’
8 Maar aangaande de Zoon staat er:
‘God, Uw troon
houdt stand tot in alle eeuwigheid,
en de scepter
van het recht is de scepter van Uw koningschap.
9 Gerechtigheid hebt U liefgehad
en onrecht gehaat; daarom, heeft God,
Uw God, U gezalfd
met vreugdeolie,
als geen
van Uw gelijken.’
10 En ook:
‘In het begin hebt u, Heer, de aarde
gegrondvest,
en de hemel is het werk van Uw handen.
11 Zij zullen vergaan, maar U
houdt stand,
zij zullen als een gewaad verslijten,
12 als een mantel zult U ze oprollen,
als een gewaad zullen ze worden verwisseld;
maar U blijft dezelfde, en Uw
jaren zullen geen
einde nemen.’
Psalmwoord en Halleluja
Halleluja! Hij heeft gedacht aan zijn liefde en
trouw voor het volk van Israël.
De einden der aarde hebben het gezien:
de overwinning van onze God. (Psalm 98:3) Halleluja!
Het koor
zingt:

En de gemeente herhaalt het.
Gemeente gaat staan
Evangelielezing. Johannes 1: 1 – 14
Het begin van het Evangelie van Johannes rijmt op Genesis 1, maar sluit ook
direct aan bij de vorige lezing. Hoor maar:
1 In een begin was het Woord,
het Woord was bij God en het Woord was
God.
2 Het was in een begin bij God.
3 Alles is erdoor ontstaan
en zonder dit (Woord) is niets ontstaan van wat bestaat.
4 In het Woord
was leven en het leven
was het licht voor de mensen.
5 Het licht schijnt in de duisternis en de duisternis
heeft het niet in haar macht gekregen.
6 Er kwam iemand die door God
was gezonden; hij heette Johannes.
7 Hij kwam als getuige,
om van het licht te
getuigen, opdat iedereen door hem zou geloven.
8 Hij was niet zelf het
licht, maar hij was er om te getuigen
van het licht:
9 het ware licht, dat ieder mens
verlicht en naar de wereld kwam.
10 Het Woord
was in de wereld, de wereld is door Hem ontstaan
en tóch kende de wereld Hem
niet.
11 Hij kwam naar wat van Hem
was, maar wie van Hem waren hebben Hem niet ontvangen.
Koor:

Laat uw goud en zilver, geef niet
om de eretitels,
om de zeges om de winsten, en
vergeet veroveringen
wijd u aan het kind.
Warm u bij de kribbe, bij het lam
en bij het veulen,
bij de adem van het huilen, bij de
melknat volle borsten,
warm u aan het kind.
Ga bevloei woestijnen, zie de
twijgen al in bloei staan,
gun de armen zaad voor tuinen,
kom met hen de broden delen,
leer het van het kind,
en ge vindt de vrede, maakt
gelukkig, wordt gelukkig,
uit de doodsnacht uitgetreden,
door het ochtendrood ontvangen,
zie het leeft, het kind!
12 Wie Hem
wél ontvingen en in Zijn
Naam geloven, heeft Hij het voorrecht
gegeven om kinderen van God te worden.
13 Zij zijn niet op natuurlijke
wijze geboren, niet uit lichamelijk verlangen
of uit de wil van een man, maar uit God.
14 Het Woord
is mens geworden en heeft bij ons
gewoond, vol van goedheid
en waarheid, en wij hebben Zijn grootheid
gezien, de grootheid van de enige Zoon
van de Vader.
Zalig die het Woord van God horen en er gehoor aan
geven!
Koor:


Gemeente gaat zitten
Preek
Lieve mensen van God,
Vandaag ligt het accent in de lezingen en in de verkondiging niet
op een lief kindje in een kribje, op herders
en lammetjes, maar op een machtig gebeuren.
Op de Schepper, Die Zich intensief met
Zijn schepping bemoeit, en ingrijpt nu
het mis gaat.
Het is een scheppingswoord
dat klinkt.
En U weet het: als God spreekt,
dan staat het er ook. Dan ís het er,
zelfs als wij het nog niet zien…
Zo brengen de vreugdeboden aan de stad Jeruzalem
die in puin ligt, en waarvan de oorspronkelijke
bevolking is weggevoerd naar het Babylonische rijk, het Evangelie,
het Goede Bericht, dat hun God al
koning is.
Daar, op dàt moment.
Er wonen wat mensen uit de omgeving, een enkele achterblijver
wiens grootvader of -moeder de oorlog heeft overleefd, een enkele Jood,
maar vooral mensen van buiten.
Jeruzalem, Gods hoofdstad,
echter moet weten dat de Heer
Koning is, en de dingen in de hand heeft.
Ja, Hij stroopt de mouwen op om de vijanden
van Zijn volk te verslaan, en om ruim baan te maken voor de terugkeer
van de Zijnen.
Onvoorstelbaar, nietwaar?
Maar het ís gebeurd. Het ís uitgekomen.
De wachters op de muren
zien het al met eigen ogen gebeuren: omdat God
het zegt is het een feit.
Een nieuwe werkelijkheid.
Wíe had dát gedacht?
…………
Maar wie zou ooit hebben gedacht dat Hij,
die door Zijn Heilig Woord de wereld
schiep, dat Machtige Woord de wereld in
zou sturen – als méns nog wel?
Hij was het die Licht bracht in de duisternis:
God sprak, en er was licht, het is
het eerste dat we van God horen in de bijbel.
Dat Licht van den beginne treedt onze wereld binnen, en spreekt nog altijd
voort.
Het is een groot en machtig iets, dat daar gebeurt.
Er staat ook niet voor niets dat er een machtige legerschare aan
de hemel is te zien, die kerstnacht, een leger
dat Gods lof zingt. Geen schattig
kinderkoortje.
De hemel gaat open, en
wij, mensen, zien hoe het daar
toegaat: machtige, strijdbare engelen, geesten
die dienend rondom de Troon de liturgie, de dienst aan God, uitzingen.
(Het Griekse woord λείτουργειν
– dienen, ten dienste staan
– zit in ons woord liturgie)
Zij zingen het Heilig, Heilig, Heilig, en Eer
aan God in de Hoogste hemelen…
Zij zingen van Vrede op aarde omdat God
welbehagen heeft in Zijn schepping, en Zelf
de vrede brengt aan de mensheid die Hij
liefheeft.
Maar voor die vrede betaalt Hij wel een hoge prijs.
God zendt als het ware Zijn scheppend vermogen
naar de aarde. En daarmee legt Hij een stuk
van Zijn macht in onze handen. In ons midden.
Een man.
Een mensenleven dat begint in alle kwetsbaarheid,
en dat wordt toevertrouwd aan zorg van mensen.
Maar dat mensenleven blijft innig verbonden met God in de hemel.
U vindt dat in heel het Johannes-Evangelie
terug: Jezus blijft daar de God-mens,
die bewust Zijn kracht àflegt, maar in die nederigheid
juist groots is.
Het is Zijn kracht, dat Hij van geweld en macht kan afzien, en
zich niet verweert wanneer Hij het offer
van Zijn leven brengt.
Hij wordt niet ter dood gebracht, maar Hij
legt het leven af.
Actief. Majesteitelijk.
De schrijver van de Hebreeënbrief moet het Johannes-Evangelie goed
kennen. En Hij leest de bijbel in het Grieks. Hij citeert uit de Septuagint,
de Griekse bijbelvertaling die dan al bijna driehonderd jaar bestaat, en
veel gebruikt werd – in en buiten Israël.
Als hij citeert, en dat doet hij meerdere malen in bijna elke zin, dan is
dat uit profeten en psalmen…
Zo heeft God naar Zijn volk toe het eerst van
Zich laten horen. Via de profeten,
en in de psalmen.
Maar nu is daar in Jezus dat levende Woord, met een hoofdletter, waarop
al die citaten opeens Zijn toe te passen…
Het is alsof alle stukjes van een puzzel in een keer op hun plaats
vallen. En het beeld dat ons geschetst wordt
laat een God zien Wiens genade vol majesteit en luister
is.
En: Hij is nabij, Hij heeft bij ons gewoond, staat er. Letterlijk:
Hij heeft Zijn tent in ons midden opgeslagen!
En dan mogen we allereerst denken aan de Tabernakel,
de tent van het verbond, vervolgens de tempel,
en in Jezus was Hij later als mens
onder de mensen in ons midden.
Hij leefde met mensen, at en bad met hen, woonde in hun huizen.
Zo is God Zijn schepping
nabij, om ons voor te leven hóé die Schepping
bedoeld was, toen de Heilige zei dat het goed
was, ja, zéér goed…
God bemoeit Zich actief met ons.
In de woestijntijd gaf Hij door wolk
en vuur aan hoe de tocht moest verlopen, u
weet dat wel.
In Jezus’ dagen liet Hij
het zien in Zijn voorbeeld, en ook toen liet Hij het horen,
Hij sprak via de oren tot de harten van de mensen.
Vanaf het begin was er een stem die sprak, maar toen de Heer Jezus na
de reiniging van de zonden te hebben voltrokken,
plaatsgenomen heeft aan de rechterzijde van Gods
Hemelse Majesteit, zond Hij de Geest van God. De Heilige
Geest.
En die is niet zomaar een geest, zoals er zoveel geesten zijn in de Hemel. Zij
is net als Jezus oneindig
veel meer dan de engelen.
Veel meer dan de engelen, waarvan er staat: de geesten die God
tot hemelboden heeft gemaakt, ja, vuurvlammen die Hij tot Zijn liturgen
maakt…
Dàt is de letterlijke vertaling van Hebreeën 1: 7
En dan weten we meteen waar die tongen,
die vlammen als van vuur van het Pinksterfeest
vandaan komen… Dat zijn engelen, die het Woord,
datzelfde Woord met een hoofdletter, niet in een tempel,
een tent in de woestijn, niet in een huis
in ons midden, niet met ons onderweg als mens,
maar in ons zelf, in ons bewustzijn, in
ons wezen doen klinken.
Niet van buitenaf: dit moet je wel of niet doen, maar van binnenuit:
dit moet ik doen, zo
kan ik het zien.
Want Gods Geest, de Geest die van de Vader,
en dús ook van de Zoon, is uitgegaan
naar ons, is Gods wezen. Hij deelt Zijn wezen
met ons.
Dat is Zijn aanbod. Dat is Zijn kerstgeschenk, dat met Pinksteren
onthuld wordt.
Dit is een geheimenis dat zo groot is, dat we makkelijk over de schreef
gaan, en zeggen: God woont in mij, dus ik heb
Hem in de hand. Hij is mijn vriendje.
Of, zoals de Gnostici zeggen: er schuilt een goddelijke
vonk in ons, en die moeten wij bevrijden, de ruimte
geven.
Nee, het blijft een stukje van Gods wezen dat
Zich met ons wezen wil bemoeien, dat ons wil inspireren
en de weg wijzen, dat voor ons een oneindige bron
van liefde wil zijn, en dat ons
wil bevrijden van alles wat ons afhoudt
van Gods liefde.
Dat ons wil bevrijden van de eigengereide eigenliefde, die de weg
naar de ander verspert.
Want de ander is Gods geschenk aan
ons, totdat Hij komt in Heerlijkheid. Dan zal Hij alles in allen
zijn.
Dan is de schepping voltooid, en is de weg
helder geworden. De Schepper, de God
in ons midden, God als mens in ons
midden, de Geest van God, die in ons spreekt
als wij daarvoor open staan, en dan Alles
in allen. Dan zijn ook wij Gods kinderen.
Wat een vooruitzicht! Dat is om te vieren!
Om naar uit te zien!
Vrede in de hemel en op aarde in alle mensen
van welbehagen.
Welbehagen,
dat is een tweerichting-woord.
Want God had in principe, in een begin,
behagen in mensen. “Wat goed!” riep Hij vol
bewondering uit bij de schepping.
En daarom ziet Hij nog altijd die volmaakte
mens in ons, die wíl Hij zien. Zoals een echtgenoot na veertig jaar huwelijk
nog altijd dat blozende bruidje ziet in zijn vrouw. Zo wil God ons zien met welbehagen.
En dat kan, wanneer de mens open
staat voor dat welbehagen. Wanneer de mens open staat voor Gods genade,
en zelf genadig is, en beelddrager van God.
Dan kan de Geest van God in ons leven.
Dan kan de Geest van God in ons spreken.
En dan zijn wij een nieuwe schepping, de mens, zoals die altijd al was
bedoeld.
Zover is het helaas hier nog niet altijd.
Er zijn hier in Heusden de laatste jaren heel mooie dingen gebeurd, omdat
we als broeders en zusters
wilden samenwonen.
Met God in ons midden.
Er zijn ook aan alle kanten dingen verkeerd
gegaan. En dat is diep droevig. We hebben
elkaar op een gegeven moment niet meer gezien als een geschenk
van God, als een mogelijkheid, maar als
een last.
Dat heeft wonden geslagen die nog moeten helen.
Het heeft mensen van goede wil veel pijn
gedaan.
Laten we dan niet uit elkaars genade
vallen, en doelloos en onvindbaar zijn, maar laten we open
staan voor het richting gevende Woord
van God, voor Hem
die was en is en komen zal, voor Hem, naar Wiens komst wij uitzien, en die wij
in elkaar mogen herkennen, als mensen
van goede wil, als mensen
van Gods welbehagen.
Laten we ons dat voornemen vandaag!
Dan kunnen wij vooruit kijken, en uitzien naar de wederkomst
van Hem die in ons midden is geboren,
en die de overleggingen van ons hart kent
en begrijpt. God
is genadig. Laten wij dat ook zijn.
Dan wordt het een zalig Kerstfeest waarop wij
hier en nu kunnen uitzien naar de toekomst.
Naast elkaar en met elkaar.
Om Jezus’ wil en in Zijn Geest.
Amen.
Orgelspel met koor dat zingt:

The
cattle are lowing, the Baby awakes,
But little Lord Jesus, no crying He makes;
I love Thee, Lord Jesus, look down from the sky
And stay by my cradle til morning is nigh.
Be near me, Lord Jesus, I ask Thee to stay
Close by me forever, and love me, I pray;
Bless all the dear children in Thy tender care,
And fit us for Heaven to live with Thee there.
Geen wiegje als rustplaats, maar een krib was 't weleer
waar 't Kindeke Jezus lei zijn hoofdje ter neer.
De sterren, zij keken van de hemel zo mooi,
naar het Kindeke Jezus, hoe hij sliep in het hooi.
Door 't loeien der koetjes was het kindje ontwaakt,
maar daardoor werd 't kind niet aan 't schreien gemaakt.
Heer
Jezus, nu ziet Ge uit de hemel ter neer,
ik dank u, dat g'eens ook een kindje waart, Heer.
O, zegen de kind'ren veraf en dichtbij,
Gij houdt van hen allen evenveel als van mij.
Gij wilt, dat wij kind'ren, al zijn wij nog klein,
bij u in de hemel ook eens zullen zijn.
Dienst van Gebeden en Gaven
Zo rijk
zijn wij gezegend in alles, dat wij daar God intens dankbaar voor zijn, en dat
wij willen delen met anderen. Straks in de collecte, voor Kinderen in de knel,
kinderen in de wereld, maar nu willen we delen met elkaar als kinderen van God,
onze verwondering voor het wonder van Gods liefde voor ons. We zingen: gezang
139 Koor: 1 en 2, allen: 3

Ziet, hoe dat men met Hem handelt, hoe men Hem in doeken
bindt,
die met zijne godheid wandelt op de vleugels van de wind.
Ziet, hoe ligt Hij hier in lijden zonder teken van verstand,
die de hemel moet verblijden, die de kroon
der wijsheid spant.
Ziet, hoe tere is de Here, die 't al draagt in zijne hand.
Allen:
O Heer Jesu, God en mense, die aanvaard hebt deze staat,
geef mij wat ik door U wense, geef mij door uw kindsheid raad.
Sterk mij door uw tere handen, maak mij door
uw kleinheid groot,
maak mij vrij door uwe banden, maak
mij rijk door uwe nood,
maak mij blijde door uw lijden, maak mij levend door uw dood!
Inzameling van de gaven
En dan is het nu tijd voor de collecte.
Dankgebed over de gaven
Grote God, vol eerbied komen wij tot U met onze gaven. Wil ze
aanvaarden, wil ook ons aanvaarden door Jezus Christus, onze Heer. Amen.
Geloofsbelijdenis (gezamenlijk gesproken)
Dat er een God is, die van mensen houdt zoals ze zijn,
dat wil ik geloven.
Een God die ons gewild heeft en bedacht,
dat wil ik geloven.
Dat Hij hemel en aarde in de hand heeft,
dood en leven,
dat wil ik geloven.
Dat Hij van mij, kleine mens, houdt,
dat wil ik geloven.
Dat God in Jezus mens werd,
dat wil ik geloven.
Een mens die ons leven deelde,
en voor ons stierf op een kruis,
dat wil ik geloven.
Dat Hij opstond uit de dood, als eerste van velen,
dat wil ik geloven.
Dat Hij ruimte voor ons maakt bij God,
dat wil ik geloven.
Dat Gods Geest puur liefde en leven is,
dat wil ik geloven.
Dat Ze ons allen nabij is,
dat wil ik geloven.
Dat Ze ons kracht geeft en moed om te leven,
liefde en waardigheid,
dat wil ik geloven.
Dat we zó kerk zijn, gemeenschap van heil,
dat wil ik geloven.
Om doop en vergeving, genade en toekomst
wil ik geloven
in God die van mij houdt.
Amen
G. Nog is de glans verborgen, verschuilt zich in een stal. Uitzending
en Zegen
Dankgebeden en Voorbeden
Grote, machtige, heilige God,
Heer van de hemelse legerscharen,
Wij aanbidden Uw grootheid, en wij danken U
om de kleinheid waarin U tot ons bent gekomen.
Leer ons in ieder kind het geheim van Uw liefde te zien, dat wij het
respecteren, ook als het arm en vuil is, verhongerd, en ons in de weg staat of
ligt.
Zo bidden wij deze kerstdag:

Heer God,
Heer van de grote heilige engelen,
die ons met Kerst een beeld van Uw liefde schonk,
Wij leggen ons gebrek aan liefde voor U en voor elkaar hier neer, met schaamte
en berouw.
Wij bidden U: vergeef ons en schep in ons een nieuw hart, opdat onze lof geen
valse klank krijgt.
Heer van
ons heden en van onze toekomst, deze wereld staat in brand, en wij voelen ons zo
onmachtig om die te blussen. Alleen Uw liefde hebben wij als wapen. Leer ons dat
dan ook te gebruiken, opdat wereldwijd mensen open staan voor U en voor Uw
komst, ondanks alle lelijke dingen die mensen in Uw Naam, of onder die
dekmantel, hebben gezegd en gedaan.
Wij bidden U voor alle slachtoffers van misbruik, in welke vorm ook, van verbaal
geweld, van machtsspelletjes. Wij bidden U ook voor de daders, want wie van ons
is zonder zonde?
Heer, onferm U over deze wereld, ontferm U over Uw kerk, zo bidden wij:

Heer God
wij danken U dat wij hier in alle vrijheid Uw liefde mogen prediken en beleven.
Wij danken U voor al die mensen die binnen beide gemeentes zo hard gewerkt
hebben voor de eenwording van het lichaam van Christus, en wij bidden U dat ze
de teleurstelling van het misgaan met Uw hulp kunnen verwerken. We bidden U voor
de mensen die er moeite mee hebben gehad om samen te gaan als één gemeente.
Help ons om elkaar met respect en naastenliefde te bekijken en te behandelen.
Wij bidden U vooral voor hen die door dit alles van de kerk vervreemd zijn. Laat
hen merken dat U niet van hén vervreemd bent, maar dat U van hen, en ons allen
blijft houden, Vader…
Er is een groep die de Gereformeerde Kerk de komende tijd weer vorm moet gaan
geven, die daar energie in gaat steken, en ook voor die groep willen wij U
bidden om Uw heilige Geest van mildheid en waarheid. En dat zelfde geldt voor de
Lutherse gemeente, die weer nieuwe woorden moet vinden, nieuwe paden moet gaan.
Voor hen en ons allen bidden wij:
…
In de stilte van dit moment bidden wij U voor
hen die ons dierbaar zijn, voor zieken en doden, voor hen die we hier missen om
welke reden dan ook…
Voor onze eigen noden en angsten…
…
En met Hem die was
en is en komen zal
zeggen wij:
Onze Vader in de hemel,
laat Uw naam geheiligd worden,
laat Uw koninkrijk komen
en Uw wil gedaan worden
op aarde zoals in de hemel.
Geef ons vandaag het brood dat wij nodig hebben.
Vergeef ons onze schulden,
zoals ook wij hebben vergeven wie ons iets
schuldig was.
En breng ons niet in beproeving,
maar red ons uit de greep van het kwaad.
Want aan U behoort het koningschap,
de macht en de majesteit,
tot in eeuwigheid, Amen.
Gemeente staat op
Slotlied 136: Koor 1, Gemeente 2 en 3, Koor en Gemeente 4
Hoe ver schijnt nog de morgen, die eenmaal lichten zal.
Bedreigen donk’re machten het kind, dat God ons zendt,
wij moeten hunkrend wachten tot Hij de tijden wendt.
G. Nu knielen herders, wijzen, rondom de kribbe neer.
Straks zal Hem alles prijzen als Heiland en als Heer.
Dan vallen alle volken de Mensenzoon te voet,
dan komt Hij op de wolken, in majesteit begroet.

De Heer is voor
U, om U de juiste weg te wijzen.
De Heer is achter
U om U in de armen te sluiten en om U
te beschermen tegen gevaar.
De Heer is onder
U om U op te vangen
wanneer
U dreigt te vallen.
De Heer is in
U, om U te troosten als U verdriet hebt.
Hij omgeeft U als een beschermende
muur, wanneer ànderen
over U heen vallen.
De Heer komt met kracht om U en mij en heel deze wereld te redden.
De Heer is
hier om U te zegenen
in de Naam van de Vader
en de Zoon en de Heilige
Geest. Amen.
Ere zij God!
