Voor eerdere diensten klik hier:

Voorlaatste zondag van het kerkelijk jaar op 13 november 2016 in de Lutherse kerk te Zeist 
Organist:
 Edwin Freriks

Orgelspel

Afkondigingen en aansteken van de kaarsen.

Wij zijn hier aanwezig in de Naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest.    
Amen

Onze Hulp is in de Naam van de Heer    
die hemel en aarde gemaakt heeft.

Heer, vergeef ons al wat wij misdeden,
en laat ons weer in vrede leven.
Amen.

Zo lief had God deze wereld, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat ieder die in Hem gelooft aan het verderf ontkomt, en eeuwig leven hebben mag!

Introïtus:
De Antifoon voor deze zondag luidt:
v.: De Heer zetelt voor eeuwig.
Hij bestuurt de wereld naar recht en wet.
Moge de Heer een burcht zijn voor de verdrukte, een burcht in tijden van nood. (Psalm 9: 8a, 9s, 10)
En de psalm luidt:
Ik wil U loven, Heer,
met heel mijn hart vertellen van Uw wonderdaden.
A.: Ik wil vrolijk zijn, U toejuichen,
Uw Naam bezingen, Allerhoogste.
v.: Want U hebt mijn rechten verdedigd,
U nam plaats op Uw zetel, rechtvaardige rechter!
A.: Wie Uw Naam kent, kan op U vertrouwen,
U verlaat niet wie U zoeken, Heer.
Nogmaals de Antifoon:          
v.: Maar de Heer zetelt voor eeuwig.
Hij bestuurt de wereld naar recht en wet.
Moge de Heer een burcht zijn voor de verdrukte, een burcht in tijden van nood. 

Laten we de Heer aanroepen om ontferming met de nood van deze wereld, - die is zó groot! -
maar laten wij dan ook Zijn Naam prijzen,
omdat er aan Zijn barmhartigheid geen einde komt!




Zondagsgebed
Heilige Heer, hemel en aarde behoren U toe.
Neem ons stamelend bidden en loven aan,

door Jezus Christus, onze Heer.
Amen.
  
Lezing Oude Testament: Exodus 3: 1 - 15
Mozes is uit Egypte weggevlucht, omdat hij in zijn boosheid over het onrecht dat zijn volk werd aangedaan, een Egyptische ambtenaar heeft gedood. Hij is inmiddels getrouwd, en heeft nog wel contact met zijn familie in Egypte. De situatie daar is nijpend.
 
1. Mozes was bezig de schapen en geiten te hoeden van Jetro (Eminentie), zijn schoonvader, priester van Midjan (strijd), en hij ging de schapen en geiten voor voorbij de woestijn, en hij kwam bij de berg van God, de Horeb (woestenij)...
2. en er verscheen hem een bode (engel) van de Aanwezige in een vlam van vuur, midden in het braambos, en hij keek eens, en wat gebeurt er: het braambos vlamt óp van het vuur,
maar het  braambos  wordt er niet door verteerd!
 
3. Mozes zei: ‘Nu wil ik toch eens dichterbij gaan, en dit grote spektakel gaan bekijken, (om te zien) waarom het braambos niet verbrandt...’

4. De Aanwezige zag Mozes dichterbij komen om te gaan kijken, en Hij riep hem tóe, God, van midden in het braambos, en wel:
    Mozes, Mozes!!!”  en (deze) zei: ‘Hier ben ik!’
 
5. Hij nu zei: “Kom niet dichterbij hierheen, maar doe je schoenen van je voeten, want de plaats waarop jij (nu) staat, dat is heilige grond!”
 6. En Hij sprak: “Ik, Ik ben de God van je vaderen, de God van Abraham, de God van Izaäk en de God van Jacob....”
          Toen bedekte Mozes zijn gezicht, want hij had er een heilig ontzag voor om te kijken naar God.
 
7. Maar de Aanwezige zei: “Ik heb heel duidelijk gezien de ellende van Mijn volk in Egypte, en hun hulpgeroep vanwege hun onderdrukker heb Ik gehoord, waarachtig! Ik ken hun lijden.
 
8. Ik daal àf om ze wég te rukken uit de macht van Egypte, en om ze omhoog te voeren uit dit land naar een land, goed en ruim, naar een land dat overvloeit van melk en honing, naar de plaats van de Kanaänieten, de Chittieten, de Amorieten, de Perizieten, de Chiwieten, en de Jebusieten.
 
9. Nu dan, let op! Het hulpgeroep van de Israëlieten kwàm tot Mij, en ook heb Ik de vernederende onderdrukking gezien waarmee Egypte ze onder de duim houdt.
 
10. Nu dan, ga! Ja, Ik stuur je naar de Farao toe, je moet mijn volk, de Israëlieten wegleiden uit Egypte.”
 
11. Maar Mozes zei tegen God: ‘Wie ben ik nu helemaal dat ik naar Farao zou gaan en dat ik de Israëlieten uit Egypte wég leid.....?’
 
12. Maar Hij zei: “Waarachtig, Ik Ben[1] met je, (of: Ik Ben is met je) en dit zal je een teken zijn dat Ik je er op uitgestuurd heb: als je het volk uit Egypte wégleidt zullen ze God op deze berg aanbidden.”
 
13. Maar Mozes zei tegen God: ‘Moet U kijken..... :
Goed, ik ga naar de Israëlieten, en ik zeg tegen hen: de God van jullie voorvaderen heeft mij naar jullie toegestuurd, dan zeggen ze tegen mij:
‘Wat is zijn naam?’…    
Wat zeg ik dan tegen ze?’
 
14. Toen sprak God tot Mozes:          
“Ik ben het die Ik Ben (die Aanwezig is)”..........
En Hij zei : “Dit kun je tegen de Israëlieten zeggen: IK-DIE-ER-BEN heeft mij naar jullie toe gestuurd.”
 
15. En nog een keer sprak God tot Mozes:
Dit kun je tegen de Israëlieten zeggen:
De Aanwezige, de God van jullie voorvaderen, de God van Abraham, de God van Izaäk, en de God van Jacob, heeft mij naar jullie toegestuurd.
 
Dat is Mijn Naam voor altijd, en dat is Mijn titel, van geslacht op geslacht.
 
Tot hiertoe de lezing.
God is met ons. Wat een openbaring!
Genoeg om ons te wapenen tegen het cynisme van deze tijd, waar geen plaats meer lijkt te zijn voor God.


[1] De GodsNaam… voordat Mozes het hoort… in 14


Laten we zingen: lied 721…
Houd ons bijeen rondom Uw Woord…

Kom, Christus, toon Uw ware kracht
en breng Uw liefde aan de macht!
Behoed Uw kerk in haar verdriet,
dat zij U zegent in haar lied!

Blaas, Trooster, ons Uw adem in,
maak ons op aarde eensgezind.
En gaan wij door de laatste poort,
leid ons dan met Uw levenswoord.

Epistel: II Tessalonicenzen: 1: 3 – 10a

Na de eerste begroeting volgt aan een gemeente die het heel moeilijk heeft:

3. Het is terecht dat we God altijd voor jullie danken, broeders en zusters, we moeten dat wel, omdat jullie geloof bijzonder hard groeit, en bij jullie allen is de liefde van de een voor de ander ruim voorhanden.
4. Zo zelfs, dat wij over jullie opscheppen bij de kerken Gods over jullie geduld en geloof onder al jullie vervolgingen en de onderdrukkingen die jullie ondergaan.
5. Het is toch een teken dat God gelijk had jullie het rijk van God te waardig te achten, (het rijk) waar jullie ook zo voor moeten lijden!
6. Daarom is het inderdaad rechtvaardig dat God het hen, die jullie vervolging op hun geweten hebben, betaald zet.
7. En dat Hij jullie die samen met ons verdrukt worden, ontspanning schenkt, wanneer de Heer Jezus aan de Hemel verschijnt met Zijn engelenmacht
8. in een vuurvlam..... en afrekent met hen die God niet erkennen, en met hen die geen gehoor geven aan het Evangelie van onze Heer Jezus..
9. Een eeuwig verderf zal hun straf zijn, ver weg van Gods aangezicht en van Zijn glorierijke kracht.
10. (Dit alles) wanneer Hij komt om te midden van Zijn heiligen verheerlijkt te worden, en bejubeld te worden te midden van alle gelovigen.

Psalmwoord: Halleluja! De hemel verkondigt Gods gerechtigheid. Hijzelf treedt op als rechter. (Psalm 50:6) HALLELUJA!


Dat roept ongedachte vergezichten op waarover we zingen in Lied 611… Wij zullen leven, God zij dank, genoemd als dochters en als zonen…
En dan gaat het niet (alleen) om het hier en nu!


Niet meer zijn wij door angst geknecht
en aan de dood zijn wij ontheven.
Nu wordt Uw Geest op ons gelegd,
in vrijheid brengt Gij ons terecht.
Een nieuwe naam is ons gegeven.

Verheugd herkennen wij Uw Naam,
roepen U aan als onze Vader.
Uw hart spreekt onze harten aan,
Uw Aangezicht doet ons bestaan.
In Christus komt Gij zelf ons nader.

In dood gedompeld waren wij,
nu met Hem stralend nieuw verschenken!
Geen rouw om het bestaan, maar blij
bekleed met Hem: de weg is vrij,
de nacht is voor het licht verdwenen.

Het Heilig Evangelie staat geschreven bij: Lucas 21: 5 – 19
Het is een paar dagen na de intocht in Jeruzalem, en Jezus doet Zijn uiterste best om in Zijn laatste dagen hier op aarde nog zoveel mogelijk duidelijk te maken. Hij trekt nu op met de leerlingen…

5. Toen sommigen over de tempel zeiden dat die versierd was met mooie stenen, en wijgeschenken, zei Hij (Jezus):
6. (Wat betreft) die dingen waar jullie naar kijken: er zullen dagen komen waarin er geen steen op de ander gelaten zal worden, zonder dat die omver gegooid worden…

7. Maar ze vroegen Hem dringend: Meester, wanneer zal dat zijn, en wat voor teken dat (zal er zijn) dat dat gaat gebeuren?

8 Maar Hij zei: Let er op dat je je niet laat misleiden! Want er zullen velen komen die zich beroepen op Mijn Naam, die zeggen: ‘Ik ben het!’ en: ‘De tijd is aangebroken’. Volg hen niet.

9. Als je hoort over oorlogen en opstanden, laat je geen paniek aanjagen; die dingen moeten eerst gebeuren, maar het einde komt niet meteen.

10. Toen zei Hij tegen hen: Volkeren zullen tegen elkaar opgehitst worden, en koninkrijken tegen koninkrijken,
11. en grote aardbevingen en plaatselijk hongersnoden en epidemieën zullen er zijn, en, huiveringwekkend, er zullen grote voortekenen vanuit de hemel komen…
12. Maar voordat al die dingen (gebeuren) zullen ze geweld tegen jullie gebruiken, en ze zullen jullie vervolgen, en uitleveren aan de Synagogen en gevangenissen, en jullie aanklagen bij koningen en heersers – vanwege Mijn Naam.
13. Het zal jullie gelegenheid geven tot getuigenis.

14. Neem je vast voor om niet van te voren te repeteren hóé je je zult verdedigen.
15 Want Ik zal jullie wijze woorden in de mond leggen waar geen van allen die je vijandig gezind zijn, tegen op kunnen of die ze tegen kunnen spreken.
16. Jullie zullen ook door ouders en broers en zussen worden aangegeven, door familie en vrienden; er zullen ook uit jullie kring sterven.
17. En jullie zullen door iedereen gehaat worden om Mijn Naam.
18. Maar er zal geen haar op jullie hoofd verloren gaan.

19. Bewaar jullie leven door geduldig te verdragen
Zalig die het Woord van God horen en er gehoor aan geven!


Credo
In antwoord op Gods woord willen wij ons geloof belijden door samen te zeggen:
Wij geloven dat God van ons houdt,
zoals een Vader en een Moeder,
voor ons wil zorgen, ons beschermt.

Wij geloven dat God mens werd:
Jezus, om ons lot te delen,
om op Zich te nemen
onze zonden, al ons leed.
Om dwars door dood en hel heen
ons thuis te halen in de hemel,
eens... op Zijn tijd.

Wij geloven dat Gods Geest
tot ons spreekt in brood en wijn,
in woord en lied,
in de stilte van ons hart,
om ons op de weg te zetten
naar God en naar de ander,
om zo beeld van God te zijn.

Wij geloven dat mensen-op-weg-naar-God
bij elkaar horen, als de vingers van een hand,
als de leden van een lichaam,
ongeacht rang of stand, kerk of land.
Wij geloven dat doop en vergeving,
genade en goedheid
ons in eeuwigheid zullen doen leven,
met elkaar en met God.

Amen.

Preek
Genade zij u en vrede van God onze Vader en van Jezus Christus, onze Heer, door de Heilige Geest.

Lieve gemeente, zusters en broeders, beminden…

Volkeren en koninkrijken worden tegen elkaar opgehitst, grote aardbevingen en plaatselijke hongersnoden, epidemieën”, het zou allemaal zo uit de krant van gisteren kunnen komen, zo actueel zijn de woorden van Jezus tegen Zijn leerlingen…
Maar, zegt Hij, al die ellende is het einde nog niet!

Jezus
voorspelt hen dat ze vervolgd zullen worden, en dat is ook uitgekomen, net zoals er nu nog steeds miljoenen mensen worden vervolgd om het geloof in Jezus. Omdat ze de Naam van Jezus uitspreken, met liefde en ontzag

Wat is dat toch met die Naam, vraag je je af, dat die zoveel weerstand oproept?
Ik weet niet of het U wel eens heeft bezig gehouden, maar ik wilde er meer van weten.

In het kleine stukje Evangelie, dat ik voorlas, wordt die Naam drie maal genoemd.
En je wordt er niet vrolijk van.
Jezus windt er geen doekjes om:
1 - Mensen, die niets met Hem te maken hebben, zullen zich beroepen op die Naam, zullen doen alsof ze Jezus zijn, of namens Hem spreken…
2 - Je kunt voor de rechtbank gesleept worden – vanwege Zijn Naam
3 - Iedereen zal ons haten om Zijn Naam.

Voeg daarbij dat we gedoopt worden op de Naam van Jezus, en dan is het wel zaak om eens te gaan kijken wat dat nu betekent, leek me.

Mijn woordenboek geeft als betekenis voor het Griekse woord voor naam (ονομα) allereerst gewoon: een naam, iemands eigennaam, maar ook: reputatie, en faam. In het Nieuwe Testament komt daar bij: de naam als representatie, als vertegenwoordiging van de persoon, en: de naam als begrip van degene die een opdracht geeft, van een autoriteit die aan iemand is overgedragen, en zelfs een religieuze roeping

Nu ja, wij spreken ook wel eens namens iemand die er niet is, en dan hopen we dat we met hetzelfde gezag spreken in de oren van onze toehoorders als die figuur zou hebben gehad, en vooral: dat we overbrengen wat die ander had willen zeggen.  

In de Bijbelse omgeving is dat nog veel sterker: als je dan namens iemand spreekt, of als je iets doet wat iemand je heeft opgedragen, dan is die persoon daar, het ziet er voor de toehoorders alleen uit alsof jij het bent, maar het zijn zijn woorden, hij is zelf aan het woord.  
Dit is heel belangrijk, het komt telkens weer voor in de Bijbel.
Profeten bijvoorbeeld spreken namens God, en als zij spreken is God aan het Woord
Zo ook is het met Jezus.
Hij vertegenwoordigt Zijn Vader in de Hemel.
Waar Hij is, is God, waar Hij spreekt, spreekt. God.

Op die manier willen de mensen, van wie Jezus zegt dat ze niets met Hem te maken hebben, ons doen geloven dat ze met Zijn gezag spreken, maar Jezus zegt al van tevoren dat ze zich ten onrechte zullen beroepen op Zijn Naam.
Ze zullen doen alsof ze Jezus zijn, of namens Hem spreken. Maar het is niet zo.
Ja, ze gaan zelfs zo ver, dat ze zeggen: ‘Ik ben!’
En: ‘de tijd, de καιρος, Gods tijd, is aangebroken’.

‘Ik ben. Ik ben het’.
Dat is natuurlijk je reinste Godslastering.
Dat begrijpt u na het lezen van Exodus ook wel.

Het is de Godsnaam, die een Jood in het Hebreeuws althans nooit in de mond zou nemen.
Veel Nederlandse Joden schrijven alleen: G’d, en zeggen: Hasheem, Hebreeuws voor de Naam.
Na het verhaal van de ontmoeting bij het brandend braambos is dat goed te begrijpen.

In Jezus’ tijd werd die Naam maar één keer per jaar uitgesproken, en wel door de Hogepriester, als hij het Heilige der Heilige binnenging op Grote Verzoendag. En dan was daarbuiten iedereen natuurlijk doodstil
Jezus doet het maar een enkele keer, als Hij wil aangeven dat Hij en de Vader één zijn…
Hij is daar heel voorzichtig mee…
Eigenlijk zien we het alleen bij Johannes, die wil benadrukken dat Jezus ook goddelijk is.

Maar, voorziet Jezus, er zullen mensen komen die daar los mee om zullen springen.
En daar mensen in meezuigen.
Laat het niet gebeuren, roept de Heer ons toe…

Al die predikers, die het zo goed weten, wat Jezus zou doen in die en die situatie, die exact kunnen vertellen wat God wil dat wij doen, kiezen, beslissen… ze proberen in Zijn schoenen te gaan staan, en die zijn toch echt wel een paar maten te groot voor hen…   
Wij moeten dus zelf leren onderscheid te maken.
Of beter: telkens weer de Heilige Geest vragen ons te hulp te komen. 

Jezus
zegt ook dat je voor de rechtbank gesleept kunt worden – vanwege Zijn Naam
Omdat Jezus voor ons meer gezag heeft dan kerkelijke (of zelfs wereldlijke) rechtbanken
Omdat Hij ons vrij leert kijken naar deze wereld, en vrij leert denken.
Omdat Hij ons leert in liefde te leven, en daar kunnen heel veel mensen en vooral systemen niet tegen…

Geen wonder dat Hij dan ook zegt dat iedereen zal ons haten om Zijn Naam.
Tenminste: als wij werkelijk net zo intens met Hem verbonden zijn als Zijn toehoorders.
Als wij Zijn leerlingen willen wezen in alles, en dan dood en gevangennemen en onrecht op de koop toe nemen.
Alles om de Naam van Jezus.

Maar dat betekent dan ook om de wezenlijke Aanwezigheid van Jezus, hier en nu, wanneer wij Zijn Naam uitspreken, als wij bidden, als wij Gods lof zingen, als wij de dienst beginnen met: onze hulp is in de Naam van de Heer
Dan gaat het om de Aanwezige, hier in ons midden. Hier en nu! Dat ís nogal wat!

Even terug naar de woorden van Jezus.
Die rechtbank wil niet zozeer ons veroordelen, als wel de levende God, de Heer die in ons leeft.
En daarom worden wij, als het goed is, ook gehaat.
Omdat Hij is waar wij zijn, en wij dat uitstralen.
Omdat wij dat laten zien en horen in onze woorden en onze daden.

De gemeente in Thessaloniki lééfde op die manier.
En Paulus complimenteert hen allereerst vanwege de liefde die ze onderling tonen, ook al worden ze blootgesteld aan vervolgingen en onderdrukking. Ze verdragen dat geduldig en gelovig, zoals Jezus al tegen Zijn leerlingen zei: “Geduldig verdragen zal je leven behouden”.

Ja, maar net daarvoor zei Hij toch dat sommigen uit de kring van de Zijnen ter dood gebracht zouden worden, hoe zit dat dan?
En “geen haar van hun hoofd zal verloren gaan”?

Kijk, daar vinden we de sleutel.

Sterven zullen wel allemaal, tenzij de Heer vandaag of morgen komen zal met al Zijn engelenmacht in een vuurvlam of zo…
Maar van óns, van wie we zijn, zal nog geen hoofdhaar verloren gaan.
Dat betekent dat God ons ook dwars door de dood heen zal bewaren, met huid en haar.

Omdat Hij van ons houdt.
Omdat Hij zoveel van deze wereld houdt, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat ieder die in Hem gelooft aan het verderf ontkomt, en eeuwig leven hebben mag!

Dat is nog eens Liefde met een hoofdletter.
Dat is genade, dat is scheppende liefde.

Liefde die ruimte schept voor de ander.

Een liefde die Hij met ons delen wil.
Zodat ook wij die ruimte scheppen. 
Zelfs als die ander er op uit is ons te vernietigen, of wie en wat ons dierbaar is.
Die Liefde schept ruimte in ons om ook te bidden, het goede te vragen, zegen te vragen voor hem die ons benauwen, het ons moeilijk maken…
Dat is het soort liefde waarvoor Paulus zo dankbaar is om die te vinden in de gemeente van Thessaloniki.
Hij schreef: Het is terecht dat we God altijd voor jullie danken, broeders en zusters, we moeten dat wel, omdat jullie geloof bijzonder hard groeit, en bij jullie allen is de liefde van de een voor de ander ruim voorhanden.

Vindt God die liefde hier ook?
Liefde, waar het geloof van gaat groeien?

We zijn allemaal mensen met onze eigen kleine hebbelijkheden. Met die van onszelf kunnen we meestal wel omgaan, maar met die van een ander niet altijd.

Laten we voor die mensen ruimte maken in ons gebed, laten we ook in hén zoeken naar tekenen dat God aanwezig is, en dat doet Hij vaak op onverwachte manieren…
Daar moet je voor open staan.

Dat geeft meteen ook ruimte in onszelf, om met geduldig verdragen ons eigen leven te bewaren.

Bezit je ziel in lijdzaamheid’ raadde mijn moeder mij vroeger vaak aan, als ik weer eens ongeduldig was. U kent die uitdrukking vast wel.
Zij gebruikte de tekst niet zoals Jezus hem zal hebben bedoeld, misschien was ze zich niet eens bewust van het feit dat die uit de Bijbel kwam.
Want Jezus had het over de ziel, dat wil zeggen: over het leven, en hier: over ons leven in eeuwigheid.

Zo lief had God deze wereld…
Zo lief heeft Hij ook ons. U, en jou, en jou en mij.
Laten we oefenen, met geduld en geloof, met liefde die van Boven komt.
Dat kan levens redden.
Die van de anderen, en dan ook dat van ons. Amen.
Muziek
 
Wij mogen nu geld bijeenbrengen voor anderen, opdat het wereldwijd een zegen mag zijn voor mensen,
en zodat het is tot eer van Gods Naam,


Laat het dan ook een offer zijn, dat onze dankbaarheid en liefde voor God en mensen uitdrukt, omwille van Jezus Christus, onze Heer. Amen.

Na het gebed over de gaven zingen wij: lied 791
Collecte

Gebed over de gaven

Goede en trouwe God,
Dank U voor al het goede dat U ons hebt willen geven, dank U dat wij hier weer in vrijheid konden en mochten komen.
Wij hebben ons offertje gebracht, en wij smeken U: wil het aannemen als een uiting van ons hart, als een teken van onze liefde, en wil het zegenen om Jezus’ wil. Amen.

Lied 791


2. Liefde, die ons hebt geschapen,
vonk, waarmee Gijzelf ons raakt,
allesoverwinnend wapen,
laatste woord, dat vrede maakt.

3. Liefde luidt de Naam der namen
waarmee Gij U kennen laat.
Liefde vraagt om ja en amen,
ziel en zinnen metterdaad.

4. Liefde waagt zichzelf te geven
ademt op van goede trouw.
Liefde houdt ons in het leven -
daarop hebt Gij ons gebouwd.

5. Liefde laat zich voluit schenken
als de allerbeste wijn,
Liefde blijft het feest gedenken
waarop wij Uw gasten zijn.

6. Liefde boven alle liefde,
die zich als de hemel welft
over ons: wil ons genezen,
Bron van liefde, Liefde zelf!

Voorbeden
Laten wij samen danken en bidden:
 
A: Heer, maak mij een instrument van uw vrede.
Waar haat het hart verscheurt,
laat mij liefde brengen.
Waar wordt beschuldigd,
laat mij vergeving schenken.
Waar verdeeldheid mensen van elkaar vervreemdt,
laat mij eenheid stichten.
Waar twijfel knaagt,
laat me geloof brengen.
Waar dwaling heerst,
laat me waarheid uitdragen.
Waar wanhoop tot vertwijfeling voert,
laat mij hoop doen herleven.
Waar droefenis neerslachtig maakt,
laat me vreugde brengen.
Waar duisternis het zicht beneemt,
laat me licht ontsteken.
V: Maak dat wij niet zozeer zoeken
om getroost te worden,
als wel om te troosten.
Niet zozeer om begrepen te worden
als wel om te begrijpen.
Niet zozeer om bemind te worden
als wel om te beminnen.
A: Want wij ontvangen door te geven.
Wij vinden door onszelf te verliezen.
Wij krijgen vergeving door vergeving te schenken
en wij worden tot eeuwig leven geboren
door te sterven.

In de stilte van dit moment bidden wij voor onze eigen zorgen en noden, voor onze zieken, en in het bijzonder voor Wilma Steinhardt, de familie Kaatman en de rug van Marijke...

Om Jezus, die ons leerde bidden zeggen wij:
A: Onze Vader, die in de hemel zijt,
Uw Naam worde geheiligd
Uw Rijk kome
Uw Wil geschiede, zoals in de hemel zo ook op aarde.
Geef ons heden ons dagelijks brood
en vergeef ons onze schulden,
zoals wij vergeven onze schuldenaren
en leid ons niet in verzoeking
maar verlos ons van het kwade!

 

Slotlied: Heer, hoor mijn gebed... 2x
(Na de zegen, zingen we, in plaats van het ‘Amen’:  Psalm 9:1)


Zegen:
De heilige God van Israël,
de Vader van alle mensen,
wil ons behoeden met Zijn liefde,
wil ons dragen met Zijn Geest,
wil ons voorgaan in Zijn Zoon.
Alle dagen van ons leven.
Zo zegent ons God,
Vader, Zoon en Heilige Geest.
Amen.

Amenlied:

Daarna vierden we de gemeenschap der heiligen met koffie en koek. :-)