Klik voor een aantal eerdere diensten hier

Voorlaatste
zondag van
het
kerkelijk jaar 16-11-2008
te Heusden Luthers
= Tweede
zondag van de voleinding
Ev. Lutherse kerk Putterstraat 4, half elf.
Organist:
Hans van Rossum
Harp: Mieke Morgenstern
Zang: Edy ten Berge, Hanny de Kruijf
Voorgangster: Gea Voerman - van Haselen
Voorbereiding
(Paaskaars brandt al bij aanvang van de dienst)
Orgelspel dat overgaat in Sound the Trumpet
van Purcell (Hanny en Edy)
Sound the trumpet, sound the trumpet, sound the trumpet!
Sound, sound, sound
the trumpet till around
You make the list'ning shores rebound.
On the sprightly hautboy play all the instruments of joy
That skilful numbers can employ,
to
celebrate the glories of this day.
Laat klinken de trompet,
totdat rondom de kusten die luisteren van de weeromstuit meedoen. Speel op de
vrolijke hobo, op alle instrumenten die blijdschap uitdrukken, die knappe koppen
kunnen gebruiken om de heerlijkheden van deze dag te vieren!
Introïtus
Binnenkomst ambtsdragers
Moment van Stilte
Mededelingen en welkom. Dit eindigt met:
Na het aansteken van de altaarkaarsen
zingen wij het lied dat is aangegeven op uw liturgie.
De kaarsen worden aangestoken en de voorganger krijgt een hand.
Gemeente gaat staan
Introïtuslied
Tussentijds 3: helemaal. Hier is de plaats waar God ons wil ontmoeten.

2 Hier
vraagt Hij ons Hem toegewijd te wezen,
het boek des levens op te slaan,
Zijn heilig woord te lezen en te verstaan.
3. Hier mogen wij de kindren laten dopen
en zelf weer worden als een kind
met onze harten open en welgezind.
4. Hier nodigt God ons met uitgestrekte armen
om gasten aan Zijn dis te zijn
en schenkt in Zijn erbarmen ons brood en wijn.
5. Hier zingen wij de zalige gezangen.
Hij is ons zingen zeer nabij.
Ons eeuwige verlangen verzadigt Hij.
6. Hier mogen wij elkaar als mens ontmoeten
en alles samen groot en klein
als heiligen begroeten zoals wij zijn.
Voorg.: Wij zijn samengekomen in de
Naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.
Gem.: Amen
Voorg.: Genade zij u en Vrede van God onze Vader
en van Jezus Christus onze Heer.
Gem.:
Amen
Bemoediging:
Voorg.: Onze Hulp is in de naam van de Heer
Gem.:
Die Hemel en aarde gemaakt heeft.
Gemeente gaat zitten
Gebed van toenadering
Voorg.: Almachtige God,voor U
liggen alle harten open, alle verlangens zijn U bekend en geen geheim is voor U
verborgen.
Gebedsstilte (harpmuziek)
Zuiver de overleggingen van ons hart
door de ingeving van Uw heilige Geest, zodat wij U van harte liefhebben en
grootmaken Uw heilige Naam.
Gem.: Amen
Ontferming en Genadeverkondiging
Zo lief had God deze wereld, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft,
opdat ieder die in Hem gelooft
aan het verderf ontkomt, en eeuwig leven hebben mag!
Kyriëgebed:
Voorg.: Laten
wij de Heer om ontferming aanroepen voor de nood van de wereld, en Zijn Naam
prijzen,
want Zijn barmhartigheid heeft geen einde.
Eindeloos verdrietig zijn wij over wat
ons verdeelt, wat ons benart, over de problemen die wij niet kunnen oplossen,
over de mensen die wij missen, over de onmacht die wij voelen.
Wij leggen alles wat ons van U afhoudt aan Uw voeten neer, in de verwachting dat
U er wel weg mee weet, als wij bidden:

Om Uw erbarmen zonder einde loven wij Uw liefde!

Dienst van het Woord
Lied
om verlichting door de Heilige Geest bij de opening van het woord: gezang
257

Lezing uit het Oude Testament
Genesis
18: 22 - 33 NBV
Abraham heeft drie boden uit de hemel gastvrij ontvangen, Sara en hem is een
zoon beloofd.
22 Toen gingen de twee mannen weg, naar Sodom, terwijl Abraham bij de HEER
bleef staan.
23 Abraham ging dichter naar hem toe en vroeg: ‘Wilt U dan behalve de
schuldigen ook de onschuldigen het leven benemen?
24 Misschien dat er in die stad vijftig onschuldigen zijn. Zou U die dan ook uit
het leven wegrukken en niet de hele stad vergeving schenken omwille van die
vijftig onschuldige inwoners?
25 Zoiets kunt U toch niet doen, hen samen met de schuldigen laten omkomen! Dan
zouden schuldigen en onschuldigen over één kam worden geschoren. Dat kunt u
toch niet doen! Hij die rechter is over de hele aarde moet toch rechtvaardig
handelen?’
26 De HEER antwoordde: ‘Als Ik in Sodom vijftig onschuldigen aantref, zal Ik
omwille van hen de hele stad vergeving schenken.’
27 Hierop zei Abraham: ‘Nu ik eenmaal zo vrij ben geweest de Heer aan te
spreken, hoewel ik niets dan stof ben:
28 stel dat er aan die vijftig onschuldigen vijf ontbreken, zou U dan
toch vanwege die vijf de hele stad verwoesten?’ ‘Nee, ‘antwoordde Hij,
‘Ik zal haar niet verwoesten als ik er vijfenveertig aantref.’
29 Opnieuw sprak Abraham Hem aan: ‘Stel dat het er maar veertig zijn.’
‘Dan zal Ik het niet doen omwille van die veertig.’
30 Toen zei hij: ‘Ik hoop dat U niet kwaad wordt, Heer, wanneer ik het waag
door te gaan: stel dat het er maar dertig zijn.’ ‘Ik zal het niet doen als
Ik er dertig aantref.’
31 Hierop zei hij: ‘Ik ben zo vrij de Heer opnieuw aan te spreken: stel dat
het er maar twintig zijn.’ ‘Dan zal Ik de stad niet verwoesten omwille van
die twintig.’
32 Abraham zei: ‘Ik hoop dat U niet kwaad wordt, Heer, wanneer ik het nog één
keer waag iets te zeggen: stel dat het er maar tien zijn.’ ‘Dan zal Ik haar
niet verwoesten omwille van die tien.’
33 Zodra de HEER zijn gesprek met
Abraham had beëindigd, ging Hij weg. En Abraham keerde terug naar de plaats
waar hij woonde.
Het gesprek van God en Abraham had een licht kunnen zijn in het duister dat
opdoemt voor de steden van onbarmhartige zelfzucht, Sodom en Gomorra. Ook wij
kunnen dat licht ontsteken. We kunnen er, om te beginnen, van zingen. Als alles
duister is, ontsteek dan een lichtend vuur… Wij zingen het 3x

EpistellezingII
Thessalonicenzen 1: 3 – 10a NBV
Paulus
groet de broeders en de zusters en schrijft dan:
3 Broeders en zusters, wij moeten God altijd voor u danken. Het past ons
dit te doen, omdat uw geloof sterk groeit en uw liefde voor elkaar groter wordt.
4 Wij spreken dan ook in de gemeenten van God vol trots over uw standvastigheid
en trouw onder de vervolgingen en onderdrukking die u moet doorstaan.
5 Ze zijn het bewijs dat God rechtvaardig oordeelt door u Zijn koninkrijk,
waarvoor u nu lijdt, waardig te achten.
6 God is inderdaad rechtvaardig: Hij zal uw onderdrukkers straffen met
onderdrukking
7 – 8 en u, die nu onderdrukt wordt, samen met ons van alle last bevrijden
wanneer Jezus, de Heer, vanuit de hemel verschijnt. Dan komt Hij in een vlammend
vuur en omringd door engelen, door wie Hij Zijn macht manifesteert; dan
straft Hij hen die God niet erkennen en het evangelie van onze Heer Jezus niet
gehoorzamen.
9 Ze zullen voor eeuwig worden verstoten, ver van de Heer en van Zijn
kracht en majesteit.
10 Op die dag komt Hij om te worden geprezen door al de Zijnen, om te worden geëerd
door allen die tot geloof gekomen zijn.
Psalmwoord en Halleluja
De
hemel verkondigt Gods gerechtigheid.
Hijzelf treedt op als rechter. (psalm 50:6) Halleluja!

Gemeente gaat staan
Evangelielezing.
Gemeente gaat zitten
Ons lied is
gezang 94: 1 en 2

God
onze toekomst, God is onze Vader,
Hij is het licht voor onze dagen uit.
De hele wereld leeft van zijn genade,
Hij gaf de aarde en Hij geeft de tijd.
Preek
GENADE ZIJ U EN VREDE
VAN GOD ONZE VADER EN VAN JEZUS
CHRISTUS, ONZE HEER,
DOOR DE HEILIGE GEEST.
Lieve Gemeente, lieve Lutheranen in en rond Heusden,
Het is allemaal oordeel, wat de klok slaat vandaag.
Ons wordt meegedeeld, dat God goed in het oog houdt wat we doen en laten.
Vroeger had je zo’n driehoek in de viering van de kerk helemaal bovenin, met
daarin een oog. Het alziend oog van God, dat menig kind nachtmerries bezorgde.
En dan konden ouders wel zeggen: als je niets verkeerds gedaan hebt, dan hoef je
nergens bang voor te zijn, het zelfde argument als nu gebruikt wordt voor het
neerzetten van bewakingscamera’s links en rechts,
maar dat hielp natuurlijk niet.
Je had dan toch een beetje het gevoel alsof er een kruising tussen de meester op
school en je moeder thuis je de hele Godganse dag met een grote loep bekeek,
zodat je nooit eens vrij had, en nooit eens kon doen wat je zelf wilde.
Later vond ik het wel een rustig idee, dat ik voor God niet hoefde te doen
alsof, dat ik nooit meer de schijn hoefde op te houden, en als ik niet meer wist
wat er allemaal mis gegaan was, dan was dat niet erg, God wíst het al, ik
hoefde het niet meer op te noemen. En had ik per ongeluk iets goeds gedaan, nou,
dan wist Hij het beter dan ikzelf, dus daar hoefde ik ook niet naar te zoeken.
Dat maakte het bidden een stuk korter. ;-)
In heel de bijbel komt de gedachte telkens weer terug, dat we rekening en
verantwoording hebben af te leggen over ons doen en laten. God heeft deze wereld
geschapen, heel de omgeving waarin wij bestaan, het heel-al, en onze functie in
dat geheel is er een van beheerder. Niet omdat we beter zijn dan de andere
schepsels, maar omdat het God behaagde óns die functie toe te vertrouwen.
Natuurlijk zijn we niet de enige beheerders: schimmels en bodemdieren zijn
aangewezen om de grond te beheren, zodat die vruchtbaar blijft, en zodat dode
dieren en planten en bomen na verloop van tijd weer bruikbaar worden om verdere
groei mogelijk te maken, en de bomen en planten beheren de luchtkwaliteit, en
ongetwijfeld zijn er nog andere functies waar wij zo geen idee van hebben.
Onze eerste zorg moet natuurlijk zijn dat we het de anderen niet onmogelijk
maken hun werk te doen!
We hebben een functie in het grote geheel, maar misschien is het meer een
dienende functie dan, zoals we vaak dachten, een beheersende functie.
En bij zo’n functie hoort van tijd tot tijd een functioneringsgesprek. Soms
vindt zo’n gesprek plaats in de wandelgangen, soms is het officieel, en dan
bekijk je al weken van tevoren alle ‘voor’s en ‘tegen’s, alle argumenten
waarom dingen wel en niet gebeurd zijn. Zelfs een
minister ontkomt er niet aan.
Weinig mensen staan te trappelen om zo’n gesprek aan te gaan. Zo is dat in het openbare, en het bedrijfsleven, maar zo is het ook in ons persoonlijk leven, én in het
functioneren als mens op aarde, als schepsel Gods.
Ons dagelijks gebed werkt een beetje als een gesprek, een opmerking, in de
wandelgangen: het is wat informeel, maar de waarheid kan heel pijnlijk worden
blootgelegd, ook al hoeft de verstandhouding daarom niet minder goed te zijn.
Maar er komt een dag waarop we rekening en verantwoording moeten afleggen van
het geheel.
Aan het einde der tijden.
Als de tijd voor ons ophoudt, omdat de dood voor ons de deur achter de tijd
dichtdoet, en we voor Gods aangezicht komen te staan, of als de Heer komt, op
die dag der dagen, die ultieme dag, waarop Hij komt met macht en majesteit, met
engelen en trompetten, de dag, waarom niet alleen mensen worden geoordeeld, maar
hele landen, aarde en hemel…
We zien er met schrik en beven naar uit.
En vaak, als er een grote natuurramp is geweest, vertelt ons geweten ons, dat
daar vást de Hand van God achter zat. We hadden het verdiend, fluisteren we.
Maar daar kun je eigenlijk altijd alleen zélf achter komen. Een ander kan dat,
en mag dat nooit voor je zeggen. Want dan gaat die op Gods troon zitten.
Sodom en Gomorra zijn ondersteboven gekeerd bij een lava-uitbarsting die
gigantisch moet zijn geweest.
Mogelijk is bij die gelegenheid ook de Dode Zee ontstaan. Heeft God daar nu de
hand in gehad?
Ik zou het niet kunnen zeggen.
Maar later hebben mensen elkaar verteld: het was daar zó’n zootje, dat kón
niet goed gaan.
Want de mensen van Sodom en Gomorra respecteerden het gastrecht niet. En dan heb
je geen leven.
Dan kun je niet meer reizen, dan móét je je wel verschansen in steden met
dikke muren, dan kun je niet trekken met vee, dan is, in díe tijd, het leven
onmogelijk. Dat begrijpt u. Zeker in een land met rondtrekkende nomaden met
vee...
Het verhaal van Lot, die de boden van God ontvangt en ze een veilige plek biedt
voor de nacht, kent u wel.
Hij is een rechtvaardige. Maar de anderen komen die gasten van Lot opeisen om
hen seksueel te vernederen, hetgeen natuurlijk helemaal niets met
homoseksualiteit te maken heeft, maar alleen met eigen rechter zijn, en jezelf
beter achten dan een ander.
Eeuwenlang is dit verhaal verteld aan de kampvuren, met als betekenis: je moet
goed met vreemdelingen omgaan, anders zal de Hemel je wel mores leren.
En zo gaat dat dan ook. Dankzij Abram waren ze bijna aan hun lot ontsnapt. Als
er nu maar tien fatsoenlijke kerels bij elkaar te krijgen waren geweest, was het
genoeg geweest om het tij te doen keren.
Tien is minjan, tien is genoeg voor de dienst aan God.
Ook tien mensen maken wezenlijk verschil voor de wereld. Een handjevol
Lutheranen kan van levensbelang zijn voor de streek, als ze zich inzetten
voor de ander. Als ze bereid zijn de nek uit te steken, en om Gods liefde te
vragen, waar oprechte verontwaardiging te verwachten zou zijn volgens de regels
van deze wereld. Wat Abram doet, dat merk je uit de tekst, is op het randje, en
misschien wel over het randje, van wat kán, van wat gepast is. Hij zou, voor
hetzelfde geld, Gods toorn kunnen oproepen, en weg gebliksemd worden. Maar God,
en dat is de blijde boodschap voor vandaag, God wil ons leven, en niet onze
dood.
God is Abram, die Hem al jaren trouw gediend heeft, de belofte komen aanzeggen
dat Sara en hij een zoon zullen krijgen. Ook al is Sara de menopauze al
ingegaan, en is haar man geen jonge stier meer.
Misschien dat Abram daarom het aandurft, om in te springen voor de stad waar
zijn neef Lot nu woont.
En daarmee geeft hij ons een voorbeeld om na te volgen. Steek je nek maar uit in
geloof, in vertrouwen op Gods goedheid. Vráág het goede maar voor de ander,
ook al vind je misschien wel dat die het helemaal niet verdient. Want onze
functie is een dienende.
We zien ook hoe de gemeente in Thessaloniki door Paulus geprezen wordt omdat ze
in het lijden, in de vervolging, toch blijven geloven in God die om hen geeft.
Tegen alle schijn in. Ze zullen bevrijd worden, op de dag des oordeels. Om hun
geloof, en om de werken van liefde, die ze in hun benarde positie toch weten te
volbrengen.
Hoeveel meer mag God dan wel niet van ons verwachten, die in alle vrijheid ons
geloof beleven mogen!
Toch zeker dat we de vreemden in ons midden en om ons heen met liefde zullen
opnemen, en behandelen.
Dat we ons niet beter zullen voelen. Of doen alsof.
Wij zijn hier vrij om God te dienen in de ander.
Dat is de vrijheid waartoe wij geroepen zijn.
Dat is het voorbeeld dat Christus ons geeft.
En als we daartoe ons best doen, dan kon het op de dag des oordeels wel eens
heel anders toegaan dan we denken en vrezen. Een dierbare nicht stuurde ons een
paar jaar geleden vanuit Zuid-Afrika het volgden verhaal:
U weet misschien wat een quilt is?
Dat is zo’n lappendeken, die gemaakt is uit een heleboel kleine lapjes die op
een artistieke manier aan elkaar zijn genaaid, zodat er nieuwe, onverwachte
patronen ontstaan.
Iemand vertelt dan: Toen ik bij het laatste oordeel mijn Schepper onder ogen
kwam, knielde ik met alle andere zielen neer voor de Heer.
Voor elk van ons lag ons leven, als stàpels vierkantjes van een quilt, een
lappendeken. Een engel zat voor ieder van ons de vierkantjes aan elkaar te
naaien tot een tapijt, dat ons leven laat zien.
Maar toen de engel elk stukje stof
van de stapel opnam, zal ik hoe rafelig en leeg ieder vierkantje was.
Er zaten grote gaten in. Overal hing een beschrijving aan, van een moeilijk deel
van mijn leven, de uitdagingen, en de verleidingen waarmee ik dagelijks te maken
had gehad.
Ik zag zware problemen, die ik had doorstaan: dat waren de allergrootste gaten.
Ik keek om me heen - geen ander was er met zulke vierkanten! Afgezien van een
klein gaatje hier en daar, waren de andere tapijten rijk gevuld met kleur en de
stralende tinten van ’s werelds fortuin. Ik keek naar mijn leven en voelde de
moed mij ontzinken.
Mijn engel naaide de rafelige stukjes goed aanéén...
Tot op de draad versleten... alsof die engel lucht aan elkaar naaide.
Eindelijk kwam het moment waarop elk leven werd getoond, tegen het licht
gehouden, dat de waarheid openbaart.
De anderen stonden op, ieder hield om de beurt het tapijt omhoog.
Mijn engel keek me aan, knikte me toe om op te staan...
Vol schaamte keek ik naar de grond. Ik had geen deel gehad aan aards fortuin.
Ik had liefde gekend, en gelach, maar ik had
ook de beproevingen gekend van ziekte en dood, en valse beschuldigingen, die
mijn leven haast onmogelijk maakten.
Ik heb heel wat keren opnieuw moeten beginnen.
Heel wat keren heb ik moeten vechten met de neiging het maar op te geven, maar
ik was toch iedere keer in staat geweest verder te gaan.
Heel wat nachten had ik op mijn knieën liggen bidden om hulp en leiding in mijn
leven.
Vaak was ik uitgelachen, wat ik vreselijk vond, waarbij ik het iedere keer maar
aan de Hemelse Vader heb opgedragen, in de hoop dat ik niet weg zou smelten
onder de veroordelende blikken van hen die verkeerd over mij dachten.
En nu moest ik de waarheid onder ogen zijn. Mijn leven was zoals het was, en dat
moest ik aanvaarden.
Ik stond op en tilde langzaam het tapijt van mijn leven op, en hield het tegen
het licht.
Een zucht van ontzetting ging door de ruimte, ik keek naar de anderen, die me
met grote ogen aan keken.
Toen, toen keek ik naar het tapijt voor me.
Het licht stroomde door al die gaten, en vormde een afbeelding: het gezicht van
Christus.
Toen stond onze Heer voor me, met warmte en liefde in Zijn ogen. Hij zei:
“Iedere keer als je je leven aan Mij gaf, aan Mij opdroeg, werd het Mijn
leven, Mijn moeiten en zorgen. Ieder lichtpunt hier in je leven is van wanneer
jij een stapje opzij deed, en Mij er doorheen liet schijnen, tot er meer van Mij
was dan van jou.
En onderaan stond: moge al jullie levens tot op de draad versleten mogen
zijn, zodat Christus er door heen kan schijnen.
Ik kan alleen maar toevoegen: zo zij het! Amen.
Muziek
Wij zijn geroepen tot vrijheid, tot de vrijheid om elkaar te dienen. Dat verwart
ons, laten we daarom samen zingen: gezang 293: 1 en 2

Heer,
ik wil Uw liefde loven, al begrijpt mijn ziel U niet.
Zalig z/hij, die durft geloven, ook wanneer
het oog niet ziet.
Schijnen mij Uw wegen duister, zie, ik vraag U niet: waarom?
Eenmaal zie ik al Uw luister, als ik in Uw hemel kom!
Dienst van Gebeden en Gaven
Inzameling van de gaven
Alles wat wij hebben, hebben wij van God gekregen,
om door te
geven, om met velen te delen
en er zo dubbel
van te genieten.
Ook nu en hier kunnen we gestalte geven aan dat delen: in de collecte
Intussen Edy met Caesar Franck: "O du
mein Trost"
O du mein Trost und süßes Hoffen,
Laß mich nicht länger meiner Pein;
Mein Herz und Seele steht dir offen,
O Jesu, ziehe bei mir ein.
Du Himmelslust, du
Erdenwonne,
Du Gott und Mensch, du Morgenglanz,
Ach komm, du teure Gnadensonne,
Durchleuchte meine Seele ganz!
O Heiland, stille mein Verlangen,
Mit deines Kommens Seligkeit.
Voll Demut will ich dich empfangen,
Mein Herz und Seele steht bereit,
Mein Denken, Herr, und all mein Sinnen
Ganz deinem teuren Dienst zu weihn,
O laß mich deinen Trost gewinnen,
O Jesu, ziehe bei mir ein!
Text: Wilhelm Osterwald (1820 - 1887)
nach Heinrich Elmenhorst (1632 - 1704)
In liedboek voor de kerken als gezang 118 door ds. Gewin.
Dankgebed over de gaven
Grote God, vol eerbied komen wij tot U met onze gaven. Wil ze aanvaarden,
wil ons aanvaarden zoals we zijn, zoals we door Uw genade kúnnen zijn.
Door Jezus Christus, onze Heer.
Amen.
De gemeente staat op voor de Geloofsbelijdenis
Ik geloof in God,
die
wilde dat de wereld goed was,
die
mensen en dieren maakte,
planten
en bomen,
vogels
en vissen,
en er van hield.
Ik geloof in God,
die
als een vader zorgen wil,
die
als een moeder ons omringt.
Ik geloof in Jezus -
in
wie Gods Liefde mens werd,
om ons lot te delen
ons leven, onze dood,
die
dwars door alles heen
vast
hield aan Zijn Vader -
en angst en dood overwon -
stervend aan het kruis.
Hij ging door de hel,
maar stond óp tot nieuw leven:
de
derde dag.
Ik geloof in de Geest
die Jezus ons zond,
om
ons dichter dan ooit
bij
God te doen zijn.
Zij
bidt en zingt en dankt in ons;
geeft
ons nieuw leven,
in eeuwigheid.
Daarom durven wij geloven
in goedheid, gerechtigheid, trouw....
... in Liefde en toekomst
zelfs voorbij de dood...
... in een kerk, waar mensen zijn
als
één lichaam, dat bestuurd wordt
door Jezus, ons Hoofd...
... in een doop, die mensen nieuw maakt...
... in vergeving, in genade en hoop -
voor gewone mensen zoals wij. Amen.
Dankgebeden en Voorbeden (harp)
Goede God, wij danken U dat wij U mogen leren kennen als een God van levenden,
als een God die wil dat wij in vrede leven met U en met elkaar.
Wij bidden U: wees ons genadig, opdat ook wij genadig met elkaar omgaan, en
elkaar in vrede en vriendelijkheid ontmoeten, als medeburgers en als
vreemdelingen, als kinderen van de levende God.
Zo bidden wij U:
Goede
God, wij danken U, dat wij als een handvol mensen Uw lof mogen zingen, Uw genade
mogen ervaren, in Uw dienst mogen staan: alle dagen van de week.
Help ons dan om U in bescheidenheid en dienstbaarheid te zoeken in de naaste,
schenk ons Uw Heilige Geest en Haar veelkleurige gaven, opdat wij een bron van
vreugde mogen zijn voor U en voor de mensen om ons heen, zo bidden wij U:
Goede God, wij danken U dat U genadig bent.
Dat geeft ons rust in leven en werken.
Help ons net zo genadig te zijn in ons leven als gemeente, in ons leven als
mensen onder elkaar, in ons leven als mensen met een opdracht en een
verantwoordelijkheid voor de wereld om ons heen.
Help ons te kijken met Uw ogen, te handelen zoals Jezus zou doen, en bewust te
leven in Uw Geest…
zo bidden wij U:
In de stilte van dit huis, in de stilte van dit uur, leggen wij onze vreugden en
zorgen voor U neer, en wij weten dat U ze kent, dat ze U ter harte gaan, en dat
Uw Geest ze in Uw hart verwoordt…
Stil gebed
Onze Vader (NBV-versie):
Onze Vader in de hemel,
laat uw naam geheiligd worden,
laat uw koninkrijk komen
en uw wil gedaan worden
op aarde zoals in de hemel.
Geef ons vandaag het brood dat wij nodig hebben.
Vergeef ons onze schulden,
zoals ook wij hebben vergeven wie ons iets schuldig was.
En breng ons niet in beproeving,
maar red ons uit de greep van het kwaad.
Want aan U behoort het koningschap,
de macht en de majesteit,
tot in eeuwigheid,
Amen.
Gemeente staat op
Slotlied: Zegen Vader, heel ons huis.
Uitzending en Zegen
Laten
we dan gaan, met een licht hart,
met vreugde en nieuwe moed,
levend in en uit Gods genade.
De Heer dezer wereld moge Koning zijn in onze
harten.
Gods welbehagen in mensen moge ook aan ons
zijn af te lezen.
Het licht van God moge ons leven doorstralen.
Daartoe zegenen ons de vader, de Zoon en de
Heilige Geest!
Daarna koffiedrinken bij de familie Hilwig, waar ook werd gemusiceerd....