Zondag 13 na Trinitatis 6 september 2009 gezamenlijke dienst in de Gereformeerde kerk te Heusden
Organist: Foppe Kooistra
Voorganger: Ds. mr. A.A.A.E.A. Voerman

Orde van Dienst
Voorbereiding            (Paaskaars brandt al bij aanvang van de dienst)

Orgelspel

Introïtus

Binnenkomst ambtsdragers

Moment van Stilte

Mededelingen en welkom. Dit eindigt met:
Na het aansteken van de altaarkaarsen zingen wij uit de bundel Tussentijds nummer 3.
De kaarsen worden aangestoken en de voorganger krijgt een hand.

Gemeente gaat staan

Introïtuslied: Tussentijds 3.


2. Hier vraagt Hij ons Hem toegewijd te wezen,
het boek des levens op te slaan,
zijn heilig woord te lezen en te verstaan. 

3. Hier mogen wij de kind’ren laten dopen
en zelf weer worden als een kind
met onze harten open  en welgezind.

4. Hier noodt God ons met uitgestrekte armen
om gasten aan Zijn dis te zijn
en schenkt in Zijn erbarmen ons brood en wijn.
 
5. Hier zingen wij de zalige gezangen.
Hij is ons zingen zeer nabij.
Ons eeuwige verlangen verzadigt Hij.
 
6. Hier mogen wij elkaar als mens ontmoeten
en allen samen groot en klein
als heiligen begroeten zoals wij zijn.

Voorg.: Wij zijn samengekomen in de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest
Gem.: Amen

Voorg.: Genade zij u en Vrede van God onze Vader
                        en van Jezus Christus onze Heer.
Gem.:  Amen

Bemoediging:
Voorg.: Onze Hulp is in de naam van de Heer
Gem.:  Die Hemel en aarde gemaakt heeft”
Gemeente gaat zitten

Gebed van toenadering
Voorg.: Almachtige God,voor U liggen alle harten open, alle verlangens zijn U bekend en geen geheim is voor U verborgen.

Gebedsstilte

Zuiver de overleggingen van ons hart door de ingeving van Uw heilige Geest, zodat wij U van harte liefhebben en grootmaken Uw heilige Naam.
Gem.: Amen

Ontferming en Genadeverkondiging
           
Zo lief had God deze wereld, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat ieder die in Hem gelooft aan het verderf ontkomt, en eeuwig leven hebben mag!

Kyriëgebed:
           
Voorg.: Laten wij de Heer om ontferming aanroepen voor de nood van de wereld,en Zijn Naam prijzen,
want Zijn barmhartigheid heeft geen einde.
Kyrië: 

Gloria:of gezongen Glorialied:

Dienst van het Woord

Lied om verlichting door de Heilige Geest bij de opening van het woord: tt 172:2

Nu er Kindernevendienst is, vertrekken de kinderen nu naar hun eigen ruimte. Ze nemen hun kaars mee, die wordt aangestoken aan de Paaskaars.

Lezing uit het Oude Testament: Genesis 2: 4 – 7
4  Dit is de geschiedenis van de hemel en de aarde.
Zo ontstonden ze, zo werden ze geschapen.
In de tijd dat God, de HEER, aarde en hemel maakte,
5  groeide er op de aarde nog geen enkele struik en was er geen enkele plant opgeschoten, want God, de HEER, had het nog niet laten regenen op de aarde, en er waren geen mensen om het land te bewerken;
6  wel was er water dat uit de aarde opwelde en de aardbodem overal bevloeide.
7  Toen maakte God, de HEER, de mens. Hij vormde hem uit stof, uit aarde, en blies hem levensadem in de neus. Zo werd de mens een levend wezen.

Psalm 67: 1 en 2

De volken zullen U belijden, o God, U loven al te zaam!
De landen zullen zich verblijden en juichen over uwen naam.
Volken zult Gij rechten, hun geding beslechten in gerechtigheid,
volken op deez' aarde, die uw arm vergaarde, die Gij veilig leidt.

Epistellezing: Handelingen 10: 1 – 20
1  Een van de inwoners van Caesarea was een centurio van de Italiaanse cohort, die Cornelius heette.
2  Hij was een vroom man die, net als zijn huisgenoten, God vereerde. Hij gaf rijkelijk aalmoezen aan het volk en bad veelvuldig tot God.
3  Op een dag kreeg hij omstreeks het negende uur een visioen, waarin hij duidelijk zag hoe een engel van God zijn huis binnenkwam. Hij hoorde hem zeggen: ‘Cornelius!’
4  Hij staarde de engel verschrikt aan en vroeg: ‘Wat is er, heer?’ De engel antwoordde: ‘Je gebeden en aalmoezen zijn door God als offer aanvaard.
5  Stuur daarom een paar van je mannen naar Joppe om Simon te halen, die ook wel Petrus wordt genoemd.
6  Hij verblijft bij een leerlooier die eveneens Simon heet en in een huis aan zee woont.’
7  Toen de engel die met hem had gesproken was weggegaan, liet Cornelius twee dienaren bij zich komen en een vrome soldaat uit zijn gevolg.
8  Nadat hij had uitgelegd waar het om ging, stuurde hij hen naar Joppe.
9   De volgende dag, nog voordat de afgezanten van Cornelius in Joppe waren aangekomen, ging Petrus omstreeks het middaguur naar het dak van het huis om daar te bidden.
10  Maar hij kreeg honger en wilde iets eten. Terwijl er eten voor hem werd klaargemaakt, werd hij gegrepen door een visioen.
11  Hij zag hoe vanuit de geopende hemel een voorwerp dat op een groot linnen kleed leek aan vier punten op de aarde werd neergelaten.
12  Op het kleed bevonden zich alle lopende en kruipende dieren van de aarde en alle vogels van de hemel.
13  Hij hoorde een stem zeggen: ‘Ga je gang, Petrus, slacht en eet.’
14  Maar Petrus antwoordde: ‘Nee, Heer, in geen geval, want ik heb nog nooit iets gegeten dat verwerpelijk of onrein is.’
15  En voor de tweede maal hoorde hij de stem: ‘Wat God rein heeft verklaard, zul jij niet als verwerpelijk beschouwen.’
16  Tot driemaal toe hoorde hij de stem, en direct daarna werd het voorwerp weer in de hemel opgenomen.
17  Petrus vroeg zich verbijsterd af wat de betekenis kon zijn van het visioen dat hij had gezien. Juist op dat moment arriveerden de afgezanten van Cornelius bij de poort, nadat ze overal navraag hadden gedaan naar het huis van Simon.
18  Ze trokken door geroep de aandacht van de bewoners en vroegen of Simon Petrus in dit huis verbleef.
19   Terwijl Petrus nog nadacht over het visioen, zei de Geest tegen hem: ‘Er zijn hier drie mannen die naar je op zoek zijn.
20  Ga meteen naar beneden en ga zonder aarzelen met hen mee, want ik heb hen gezonden.’

Psalmwoord: Halleluja! Loof, dienaars van de Heer, loof de Naam van de Heer. De Naam van de Heer zij geprezen, van nu tot in eeuwigheid. Halleluja! (psalm 113:1,2)

Gemeente gaat staan

Evangelielezing: Marcus 7: 31 – 37

De Heer heeft zich voor enige tijd teruggetrokken buiten het bereik van de Joodse overheden, en verbleef in het huidige Libanon…

31  Hij vertrok weer uit de omgeving van Tyrus en ging via Sidon naar het Meer van Galilea, dwars door het gebied van Dekapolis.
32  Daar werd iemand bij Hem gebracht die doof was en gebrekkig sprak, en men smeekte HEM om deze man de hand op te leggen.
33  Hij nam de man apart, weg van de menigte, stak Zijn vingers in diens oren en raakte met speeksel zijn tong aan.
34  Hij sloeg zijn blik op naar de hemel, zuchtte diep en zei tegen hem: ‘Effata!‘, wat betekent: ‘Ga open!’
35  Meteen gingen zijn oren open, zijn tong kwam los en  hij kon normaal spreken.
36  Hij beval de omstanders om aan niemand te vertellen wat er gebeurd was; maar hoe strenger Hij het hun verbood, hoe meer ze het rondvertelden.
37  De mensen waren geweldig onder de indruk en zeiden: ‘Alles wat Hij doet is goed: zelfs doven laat Hij horen en stommen laat Hij spreken.’
Zalig die het Woord van God horen en er gehoor aan geven!

Gemeente gaat zitten

Lied tt88a

GENADE ZIJ U EN VREDE VAN GOD ONZE VADER EN VAN JEZUS CHRISTUS, ONZE HEER.

Lieve Gemeente,

Het thema van deze startzondag is: ‘Wij geloven’.
Dat is kort en bondig geformuleerd, en deze woorden laten in elk geval zien, dat wij persoonlijk bij dat thema betrokken zijn. Wij geloven!
Het betreft u en mij en allen, die op enigerlei wijze van uw gereformeerde en van uw lutherse gemeente deel uitmaken. Zo’n dag als vandaag is dan bij uitstek geschikt om er een feest van samenspreking van te maken. En dat de idee breed gedragen wordt is verheugend. Er is een lange lijst van medewerkers en medewerksters. Zonder namen te noemen betuig ik ze allen mijn dank voor hun enthousiaste inzet.

Maar ik heb al wel dadelijk een kanttekening bij
dit gebeuren. Het thema is iets te bondig geformuleerd. Er ontbreekt een woordje aan, dat heel essentieel is. Wie de zgn. apostolische geloofsbelijdenis wel eens gehoord heeft, en wie heeft dat eigenlijk niet in ons midden, ziet dadelijk dat de oude christelijke gemeenten aan hun eerste woorden direct het woordje ‘in’ verbonden. Daar draait het om.
Ik geloof in… en dan volgt in Wie zij geloofden.
Ik geloof in God de Vader,
Ik geloof in Jezus Christus, Zijn eniggeboren Zoon.
Ik geloof in de Heilige Geest.

Wij merken ook nog even op, dat in het begin niet het woord ‘wij’ maar het woord ‘ik’ gebruikt wordt. Van stonde af aan is ons christelijk geloof dus het zich als één ondeelbare gemeente toevertrouwen aan God, die een Vader is voor al Zijn schepselen, en aan Jezus, die allen bevrijdt van de schuld die  hen belemmert de toekomst vol vertrouwen tegemoet te gaan, en ook het zich toevertrouwen aan de Heilige Geest van ontferming, en mededogen, die telkens kracht geeft om nieuwe wegen in te slaan. De uitdrukking ‘geloven in’ garandeert derhalve van meet af aan de relatie met de levende God.

De eerste volgelingen van Jezus hebben met vreugde bemerkt, dat hun meester met allerlei nieuwe dingen kwam, die in het Jodendom van Zijn dagen door Hem hun gestalte kregen.
Het Jodendom heeft daar grotendeels geen oog voor gehad, en het niet positief aanvaard.

Ik behandel dat punt vandaag niet, maar wijs u wel op twee nieuwe zaken, die mij in ons huidig bestek van belang lijken:
a) de Heilige Geest, om mee te beginnen en daarna b) onze maatschappij.

Daar is dan in de eerste plaats de nederdaling van de Heilige Geest op de discipelen. Het is een antwoord op de klacht dat Jezus nu voorgoed van ons is heengegaan en opgevaren is ten hemel.

Klaag niet, want ieder van u zal Hem voortaan bestendig als huisgenoot hebben. De levende God Zelf neemt in de vorm van de Heilige Geest bij ons allen Zijn intrek.. Dat zorgt voor dynamiek in uw leven! Al heb ik de indruk dat velen hun best doen dit onderdeel van ons geloof te ontlopen en te vergeten.

Daarover wil ik u even een anecdote vertellen, die de ronde deed kort na het einde van de tweede wereldoorlog. Duitsland lag in puin en degene die daar zijn best deed om het er weer bovenop te brengen, was bondskanselier Adenauer. Hij werd algemeen bewonderd, maar men had ook overal met hem te doen. Hoe denkt u dat aan te pakken? zei men. Het zijn allemaal dezelfde mensen als die de puinhoop aangericht hebben.
U moest heel andere mensen hebben!

Ja, zei de bondskanselier, U hebt gelijk, maar weet u: er zijn geen andere mensen dan deze die na de oorlog zijn overgebleven.

Toen gaf iedereen Adenauer gelijk!
Maar nu, jaren later, vraag ik me ernstig af of we wel gelijk hadden. Vanuit onze christelijke achtergrond hadden we toch tenminste hoop mogen koesteren, dat de noodzaak van een totale geestelijke ommekeer bij de overgebleven Duitsers zou doordringen.
God kan immers in de meest vertwijfelde situaties verandering brengen. Inderdaad, er zijn geen andere mensen, maar God kan diezelfde mensen wel veranderen.
Dát is het dynamische werk van de Heilige Geest!

Ik sta hierbij stil, omdat het bij u in Heusden tijden zijn van verandering. Trouwens ook in de rest van het land. De PKN en haar ontstaan hebben het panorama gewijzigd en u staat als twee kleine kerkelijke gemeenten voor de noodzaak u aan te passen aan elkaar en aan een groter geheel.
Als we om ons heen kijken, zien we in allerlei relaties dat in verschillende verbanden de erfenis van een gescheiden voortbestaan vanzelf moeilijkheden meebrengt.
Gelukkig hebben we de wil om samen te gaan.
Maar dat moet dan ook nog in één structuur worden ondergebracht met een veel grotere partner, met een organisatie die zelf zorgen baart. U zult de dynamiek van de Heilige Geest zeker niet kunnen missen, en juist daarin is Jezus mét u, ook al vraagt de situatie misschien offers van u.
Maar u kunt voor elkaar veel betekenen in uw vertrouwen op Jezus, en zo kunt u ook weer naar buiten toe van belang zijn, als u uw eigen huis op orde hebt.
Nu ga ik over tot het tweede punt: onze maatschappij. God, en Jezus, Zijn Zoon, doen echt hele nieuwe dingen binnen de grondslag van het oude verbond. Wie had dat gedacht?
In het oudste evangelie, en daar alléén, vinden we een voorbeeld van de schepping van de totaal nieuwe mens van de toekomst. We lazen het vandaag.
Maar het is geen Jood, waar het om gaat, het is een heiden uit de Decapolis. Van over de Jordaan dus. God en Zijn Zoon betrekken zo de heidense wereld in hun verstrekkende plannen.
Maar die wereld is gekenmerkt door onreinheid, volgens het Oude Testament.

In het tiende hoofdstuk van het boek Handelingen der apostelen horen we Petrus een schreeuw van afschuw slaken als hij in een hemels visioen opdracht krijgt om onreine dieren te eten!
Wat onze eigen Nederlandse hedendaagse leefwereld betreft, is zo’n schreeuw ook niet uitgesloten.
Wij zullen misschien met Petrus mee roepen, en schreeuwen: nee Heer, wij willen hier in deze protestants georiënteerde natie geen verandering.
Wij willen geen moskeeën en wat dies meer zij. Maar een probleem hebben we nu wel, want de Heer spreekt niet alleen zo tot Petrus, maar ook tot ons, en daar moeten we mee aan de gang…
Dat zal misschien wel moeite kosten…

Interessant is het gegeven, dat er veel voorbereidend werk door Jezus gedaan wordt, bij het wonder waar we vandaag over hoorden, om deze arme zieke, bij wie van alles wat voor communicatie nodig is ontbreekt, in conditie te brengen.
Jezus fatsoeneert eerst de gehoorgang.
Vervolgens gaat Hij aan de gang met speeksel, dat geacht werd de spraak te kunnen verbeteren, als het van een oudste zoon kwam.
En nu moet alle zegen van boven komen.
Jezus kijkt smekend op… en spreekt slechts één woord: Effatha, en terstond was daar de nieuwe mens.
Net als God had Jezus niet veel woorden nodig om Zijn kracht te tonen. Maar de voorbereiding is hier wel essentieel. Die laat Hij trouwens graag aan ons over. Het verlossende Woord echter komt van Hem.

Ik vergeet overigens geen ogenblik dat de nieuwe, door Jezus geschapen mens van de toekomst gericht is op het horen van Gods woord, en op het weergeven van wat hij daarvan begrepen heeft. Hij looft de grote daden van God in zijn eigen leven, en in groter verband. Hij spreekt normaal, zegt de Nieuwe Bijbelvertaling. Dat is te slap!
Ik interpreteer dat als: hij spreekt verstandig.
Het is aan U om daarover even verstandig te discussiëren, nadat we samen aan de Maaltijd van de Heer hebben deelgenomen, waar ruimte is voor iedereen.

Mijn slotopmerking is, dat we ook hier de Heilige Geest van ommekeer, ontferming en liefde niet kunnen ontberen.
De hele geschiedenis van God met de mensheid tendeert naar het samen eten en vieren en spreken van Gods goedheid. Veel Moslims doen dat in deze weken van de ramadan dagelijks.
Ligt daar soms voor ons een aanknopingspunt?

In diezelfde geest wens ik U een gezegend Heilig Avondmaal. Amen. 

Orgelspel Intussen komen de kinderen terug.

We zingen het Maandlied met de kinderen:

2. Op de goede aarde - was het maar eens waar –
alles samen delen delen met elkaar,
niemand meer of minder, melk in overvloed,
brood voor alle kind’ren: heel het leven goed.
 
3.  Op de goede aarde, zoals God ons vraagt,
samen vrede maken vrede ook vandaag,
en je mag geloven, ook al ben je klein,
dat het dan op aarde één groot feest zal zijn.


Viering Heilig Avondmaal

Aansluitend aan het Maandlied gaan we over tot de viering van het Heilig Avondmaal. Brood en wijn worden binnengebracht.

Dankgebeden en voorbeden.
Goede God, wij danken U voor de vrijheid waarin wij leven, en waarin wij ons geloof mogen beleven en uitdragen, naar elkaar, naar onze kinderen, en naar de wereld om ons heen. Help ons dan die vrijheid waard te zijn, en onze roeping: te spreken van Uw grote daden, waar te maken. Wij smeken U:

Machtige God, wij danken U voor de mensen die ons kerkelijk leven mogelijk maken. Wij denken aan degenen die verantwoordelijk daarvoor zijn binnen de PKN en andere kerkelijke groeperingen in ons land, maar ook aan de mannen en vrouwen en kinderen die in onze eigen gemeenten telkens weer hun steentje bijdragen.
Wil hen blijven inspireren door de gaven van Uw Heilige Geest, zodat ze het geduld en de liefde opbrengen om hiermee door te gaan. Zo bidden wij U samen:

Lieve God, wij danken U voor het voorrecht om in deze mooie omgeving te wonen en te werken. Wij bidden U voor allen die onze leefomgeving met ons delen, voor hen wier namen we vaak niet kennen, maar die we ontmoeten op straat en in winkels, in kerken en – wie weet? - moskeeën. Wij bidden U vandaag in het bijzonder voor hen die vasten en bidden, tot Uw eer. Dat het hun en ons allen tot zegen mag zijn.
Wees ook bij ons als wij samen eten en samen spreken, dat wij vol zijn van U, en open staan voor elkaar, door Jezus Christus, onze Heer. Zo bidden wij:


Amen

Inzameling van de gaven
onder orgelspel.
Dankgebed over de gaven
Lieve God, wilt U alstublieft zegenen wat we hier bijeen hebben gebracht,
  zodat het is tot eer van Uw Naam,
en zodat het Uw wereldwijde gemeente ten goede komt.

Laat het een offer zijn, dat onze dankbaarheid en liefde uitdrukt, door Jezus Christus, onze Heer.  Amen


Dienst van de Tafel
Wij staan op voor de Geloofsbelijdenis:
tt 96

2. Wij geloven in de Naam: Jezus Christus,
gestorven en weer opgestaan. Halleluja!

3. Wij geloven dat de Geest ook nog heden
de wereld en onszelf geneest. Vrede, vrede.
Gemeente gaat zitten.

Avondmaalsgebed:               


Voorganger:              Vrede zij met u.
Gemeente:                  en met uw geest
Voorganger:             
verheft uw harten
Gemeente:                 
wij hebben ze bij de Heer
Voorganger:              Laat ons dankzeggen de Heer onze God
Gemeente:                  Het is waardig en recht
Voorganger:
Ja waarlijk, het past ons, o Heer,
goed is het en heilzaam,
dat wij u dankzeggen, overal en altijd,
Heilige Vader, Eeuwige God, door Christus onze Heer,
die ons mensen is gelijk geworden
en zich vernederd heeft tot de dood,
ja tot de dood aan het kruis.
Daarom hebt Gij Hem uitermate verhoogd
en Hem een naam gegeven boven alle naam,
opdat in Zijn naam zich zou buigen
alle knie van hen die in de hemel en op aarde zijn,
tot eer van God de Vader.
En daarom, met engelen en machten en krachten,
met allen die staan voor uw troon,
verheffen ook wij onze stem
en zingen vol vreugde u toe:
 
Wij zegenen U omwille van Jezus, Uw Zoon,
Uw onvolprezen gave,
die is overgeleverd om onze overtredingen,
om onze rechtvaardiging is opgewekt
en zo alles heeft volbracht,
die zich met hart en ziel aan deze wereld heeft gegeven.
Want in de nacht waarin Hij werd overgeleverd,
nam Hij een brood,
sprak de dankzegging uit,
brak het en zei:
“Dit is mijn lichaam voor u,
doet dit tot mijn gedachtenis.”

Evenzo ook de beker,
nadat de maaltijd afgelopen was
en Hij zei:
“Deze beker is het nieuwe verbond
in mijn bloed,
doet dit zo dikwijls gij die drinkt
tot mijn gedachtenis.”

Zend dan, o God, Uw Heilige geest, zodat wij eten en drinken het leven dat niet vergaat.
En zoals dit brood dat wij breken was verstrooid over de velden maar werd samengebracht en één is geworden,
breng zo uw gemeente bijeen, van heinde en ver, in het rijk van uw vrede.
Want U alleen komt alle eer toe, door Jezus, uw dienaar, in eeuwigheid!


Nodiging:
Komt dan, want alle dingen zijn gereed.
De gemeente verzamelt zich rond de tafel.


Onze Vader (NBV-versie):
Onze Vader in de hemel,
laat uw naam geheiligd worden,
laat uw koninkrijk komen
en uw wil gedaan worden
op aarde zoals in de hemel.
Geef ons vandaag het brood dat wij nodig hebben.
Vergeef ons onze schulden,
zoals ook wij hebben vergeven wie ons iets schuldig was.
En breng ons niet in beproeving,
maar red ons uit de greep van het kwaad.
Want aan U behoort het koningschap,
de macht en de majesteit,
tot in eeuwigheid,
Amen.

Brood en wijn worden gedeeld.


Slotlied gezang 282

Hij bindt ons door een recht geloof
tot zijn gemeente, schoof aan schoof.
Tot zijn gemeente, schoof aan schoof.

Hij heeft ons in de herfst bereid
de vrucht der volle zaligheid.
De vrucht der volle zaligheid.

Voorganger:
Wij danken U Heer voor deze spijziging. Wij gaan gesterkt aan de slag en bidden U om  Uw zegen.

Zegen
Moge de HEER u zegenen en u beschermen,
moge de HEER het licht van zijn gelaat over u doen schijnen en u genadig zijn.
moge de HEER u zijn gelaat toewenden en u vrede geven.

Amen