Zondag 20 na Trinitatis 25-10-2009 Lutherse kerk te Nijmegen. Organist: Jos Mineurs.

 
In de Naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest.
Amen

Onze Hulp is in de Naam van de Heer  
die hemel en aarde gemaakt heeft.

Maar wij hebben sinds de vorige maal dat wij hier waren weer veel verkeerd gedaan. Dat berouwt ons. Daarom zeggen we:

Heer, vergeef ons al wat wij misdeden
en laat ons weer in vrede leven

Wees gerust: de apostel Johannes zegt:
Zo lief had God deze wereld, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat ieder die in Hem gelooft aan het verderf ontkomt, en eeuwig leven hebben mag!

Onze Evangelie-lezing staat vandaag in het teken van de genezing van de blinde Bartimeüs in Jericho. Daar past onze introïtuspsalm bij. 
Die is deze 20ste zondag na Trinitatis: psalm 119: 7 en 12


Ik klem mij vast aan uw getuigenis.
O HEER, laat niet vergeefs mij op U hopen!
Gij zijt mijn licht, mijn dag bij duisternis,
Gij doet uw woorden voor mijn ogen open,
verruimt mijn hart en maakt mijn reis gewis.
Ik zal de weg van uw geboden lopen.

Laat ons de Heer aanroepen om ontferming met de nood van deze wereld,
en laat ons Zijn naam prijzen,
want aan Zijn barmhartigheid is geen einde!

Zondagsgebed
Here God, hemelse Vader,
uit de grond van ons hart bidden wij u:
Maak ons wakker, opdat wij niet in enige verzoeking komen om ons heil ergens anders te zoeken dan bij U.
Door Jezus Christus, onze Heer. Amen.

Lezing uit het Oude Testament: psalm 89: 20-21; 29-30; 39-40; 45-46; 50 en 53.
Het gaat over Gods belofte, dat een nakomeling van koning David eenmaal eeuwig over de wereld zal heersen. De psalmist zegt:

20 Ooit hebt u in een visioen gesproken
tot uw getrouwen en gezegd:
'Ik heb hulp geboden aan een held,
een jongen uit het volk verheven.
21 In David vond ik een dienaar,
ik zalfde hem met heilige olie.

29 Mijn liefde zal hem altijd beschermen,
hecht is mijn verbond met hem.
30 Zijn dynastie houd ik voor altijd in stand,
zijn troon zolang de hemel duurt.

Antwoord van het volk:
39 Toch hebt u hem verstoten en verworpen,
uw toorn over uw gezalfde uitgestort,
40 het verbond met uw dienaar versmaad,
zijn kroon vertrapt en ontwijd.

45 U hebt zijn glans gedoofd,
zijn troon omver geworpen,
46 de dagen van zijn jeugd verkort,
hem met schande overdekt. sela

50 Waar is uw liefde van vroeger, Heer,
hebt u David geen trouw gezworen?

53 Geprezen zij de HEER in eeuwigheid.
Amen, amen.

De graduale-psalm is psalm 65: 1 en 2. God zal Zijn volk gereed maken om de Messias met volle toewijding te ontvangen.


Zalig wie door U uitverkoren  mag wonen in uw hof,
hoezeer hij door zijn schuld verloren  terneerlag in het stof.
Wij worden door U begenadigd  die heilig zijt en goed.
Gij die ons in uw huis verzadigt  met alle overvloed.

epistel Ephese 5: 14b-17
Een woord van Paulus om ons aan te moedigen.
14 ‘Ontwaak uit uw slaap,
sta op uit de dood,
en Christus zal over u stralen.’
15 Let dus goed op welke weg u bewandelt, gedraag u niet als dwazen maar als verstandige mensen.
16 Gebruik uw dagen goed, want we leven in een slechte tijd.
17 Wees niet onverstandig, maar probeer te begrijpen wat de Heer wil.

Psalmwoord: Ik wil mij buigen naar Uw heilige tempel, Uw Naam loven om Uw liefde en trouw. HALLELUJA! (Psalm 138:2)


Gezang 462: 1 en 4

Welzalig de vrome, die wandelt in 't licht,
door Christus de doodslaap ontrezen.
Hoe vaak hier de dag voor de duisternis zwicht,
't zal nimmermeer nacht voor hem wezen.
`Ontwaak, gij die slaapt en sta op uit de doôn!'
Zo spreekt van de hemel uw Heiland, Gods Zoon.

Het heilig Evangelie staat geschreven bij: Marcus 10: 46 – 52
Jezus is met Zijn leerlingen op weg naar Jeruzalem, waar Hij het Laatste Offer zal brengen: dat van Zijn leven.

46 Ze kwamen in Jericho. Toen hij met zijn leerlingen en gevolgd door een grote menigte weer uit Jericho vertrok, zat daar een blinde bedelaar langs de weg, een zekere Bartimeüs, de zoon van Timeüs.
47 Toen hij hoorde dat Jezus uit Nazaret voorbijkwam, begon hij te schreeuwen: ‘Zoon van David, Jezus, heb medelijden met mij!’
48 De omstanders snauwden hem toe dat hij zijn mond moest houden, maar hij schreeuwde des te harder: ‘Zoon van David, heb medelijden met mij!’
49 Jezus bleef staan en zei: ‘Roep hem.’ Ze riepen de blinde en zeiden tegen hem: ‘Houd moed, sta op, hij roept u.’
50 Hij gooide zijn mantel af, sprong op en ging naar Jezus. ‘
51 Jezus vroeg hem: ‘Wat wilt u dat ik voor u doe?’ De blinde antwoordde: ‘Rabboeni, zorg dat ik weer kan zien.’
52 Jezus zei tegen hem: ‘Ga heen, uw geloof heeft u gered.’ En meteen kon hij weer zien en hij volgde hem op zijn weg.
Zalig die het Woord van God horen en er gehoor aan geven!
 

Credo:
Wij geloven in God, schepper van hemel en aarde,
van meer dan we kunnen bedenken,
van alles wat is.

Wij geloven dat God van ons houdt,
zoals een Vader en een Moeder,
voor ons wil zorgen, ons beschermt.

Wij geloven dat God mens werd:
Jezus, om ons lot te delen,
om op Zich te nemen
onze zonden, al ons leed.
Om dwars door dood en hel heen
ons thuis te halen in de hemel,
eens... op Zijn tijd.

Wij geloven dat Gods Geest
tot ons spreekt in brood en wijn,
in woord en lied,
in de stilte van ons hart,
om ons op de weg te zetten
naar God en naar de ander,
om zo beeld van God te zijn.

Wij geloven dat mensen-op-weg-naar-God
bij elkaar horen, als de vingers van een hand,
als de leden van een lichaam,
ongeacht rang of stand, kerk of land.
Wij geloven dat doop en vergeving,
genade en goedheid
ons in eeuwigheid zullen doen leven,
met elkaar en met God.

Amen.

Preek
Marcus 10:51. Rabbouni, dat ik weer (op) kan zien!

GENADE ZIJ U EN VREDE VAN GOD ONZE VADER EN VAN JEZUS CHRISTUS, ONZE HEER.

Lieve mensen,

De allernieuwste bijbelvertaling ligt hier nu al geruime tijd op de kansel en op de avondmaalstafel, net als in andere gemeenten van de PKN.
En iedere keer als zij mij onder ogen komt, bedenk ik weer, dat zij daar ligt op proef.
Het is de bedoeling, dat wij haar aandachtig lezen en beluisteren. En ook dat wij naar vermogen haar voorzien van de kanttekeningen die ons bij dit gebeuren voor de geest komen.
Voordat wij de nieuwste vertaling dus met ons allen definitief aanvaarden, rust op ons de plicht deze op zichzelf grootse prestatie nauwgezet critisch te bezien.
Degenen, die daartoe het eerst geroepen zijn, vindt u uiteraard onder de predikanten, want die kennen zowel het Grieks, dat de grondtaal is van het nieuwe testament, als het Hebreeuws, dat de oorspronkelijke taal is van het Oude Testament. Maar ook uw opmerkingen zijn natuurlijk van belang en dus welkom. Deze critische beschouwing zie ik dus ook vandaag weer als mijn eerste taak.
1a) Volgens de tekst, die we vanmorgen onder de loupe nemen, staat er dat het de vurige wens van Bartimeüs de bedelaar geweest is, dat hij weer zou zien.
De vertalers hebben echter één woord onvertaald gelaten, en dat is de titel waarmee hij Jezus aanspreekt.
Volgens hen riep Bartimeüs: Rabbouni, en dat zal wel zo geweest zijn, denk ik, maar wat betékent dat woord?
Mattheüs en Lucas hebben beiden de hier vermelde gebeurtenis eveneens opgetekend, en zij vertalen ‘Rabbouni’ met: ‘Heer’. Ik houd het voor waarschijnlijk, dat de blinde Bartimeüs inderdaad heeft bedoeld met het woord Rabbouni Jezus als Heer van de werekd aan te spreken.
Dat past goed bij de titel Zoon van David. En het aardige is dan, dat in de lutherse liturgie dat gebed van hem is opgenomen, zodat wij na zoveel eeuwen nog precies hetzelfde zeggen als deze blinde: Heer, erbarm U, of een beetje moderner: Heer, ontferm U. U kent wellicht geen Grieks, maar de woorden ‘Kyrie, eleison’ klinken U vermoedelijk toch niet vreemd in de oren. En dat is dus precies wat hij gezegd heeft.
Dat zo’n zinnetje de eeuwen doorstaat, geeft me een aangenaam gevoel van verbondenheid.
Elke Lutheraan,  die ook maar iets van Luther weet, zal zich tevens herinneren, dat naar verluidt Luthers laatste woorden geweest zijn: wij zijn bedelaars. Dat is waar.
Net als Luther wist Bartimeüs dat al ons heil van God komt, en van Hem alleen.
Zeker nu de gedenkdag van de Reformatie nadert, is het goed om met Luther te beseffen, dat niet onze goede werken maken, dat God ons lief heeft, maar dat wij tegenover God staan als bedelaars. Wij verdienen Gods liefde niet. Zij wordt ons zomaar gegeven. Luther heeft het goed aangevoeld.

1b) Maar bij het vervolg van wat de bedelaar tot Jezus zei heb ik bedenkingen. Althans: zoals het hier staat. ‘Dat ik weer mag zien!’ Het lijkt er in die vertaling op dat hij voor zichzelf bad om herstel van zijn gezichtsvermogen. Dat wil dan zeggen, dat Jezus op Zijn vriendelijke vraag: “Wat kan ik voor je doen?” een antwoord kreeg, dat naar mijn idee te triviaal, te onbenullig was.
En ook niet paste bij dat speciale ogenblik.
Op dat laatste kom ik nog terug.
Ik kan me slecht voorstellen, dat Jezus enthousiast reageert op een verzoek, dat zo louter en alleen op het eigen welbevinden van de betrokkene gericht is.
De bedoeling van het leesrooster, dat aan ons dominees wordt aangeraden, is dat de gemeente aan het eind van een periode een indruk heeft van de samenhang van de verschillende gedeelten, die behandeld zijn.
Of in deze gemeente dat alles volgens dit plan verlopen is, vermag ik als gastpredikant niet  te beoordelen. Dat gaat mij ook niet aan. Maar ik neem aan, dat U toch ooit wel eens gehoord heeft, dat Jezus even eerder in hetzelfde hoofdstuk een zelfde vriendelijke vraag al eens gesteld heeft aan de zonen van Zebedeüs, Jacobus en Johannes.
Zij hebben een verzoek, maar ze draaien er om heen. ’t Is geen zuivere koffie!
Het klinkt als: U moet het ons eerst beloven, en dan vertellen we U waar het ons om gaat.
Alsof je kleine kinderen hoort praten!
We begrijpen dat ze iets gaan vragen, wat ze bijzonder belangrijk vinden, maar nauwelijks durven zeggen. En zo is het ook. Ze willen namelijk de ereplaatsen links en rechts van Jezus, als Hij in Zijn Glorie gekomen is, als het Koninkrijk der Hemelen een volledige overwinning op alle politieke machthebbers van dat ogenblik behaald zou hebben. De andere apostelen zijn woedend over deze slinkse manoeuvre, en Jezus zelf zegt, dat zo’n gedachte tegen alles ingaat wat Hij hun geleerd heeft. En bovendien zegt Hij, dat Hij die plaatsen niet te vergeven heeft.
Hun blik is te veel op het aardse gericht.
Dat is dus precies wat mij doet vermoeden, dat de blik van de blinde niet op het aardse gevestigd is. De blinde vraagt als je het goed leest, dat hij omhoog mag kijken. Dat hij mag aanschouwen wat God aan grote daden met Zijn Messias voorheeft. In het belang van de hele geschapen wereld, in het belang van het Godsvolk, maar ook in het belang van de mensheid als zodanig.
Daarin wil hij inzicht krijgen.
Daaraan wil hij deel hebben. Hij wil niet langer werkeloos zijn en als een nutteloze randfiguur langs de weg zitten. Dat merkt Jezus op. Om dat diepe vertrouwen dat God alle mensen zo maar liefheeft, om zijn geloof in Gods goedheid, ontvangt Bartimeüs een enthousiast antwoord op zijn bede.
Zijn bede moet ook het stramien van onze gebeden zijn:
Heer geef ons inzicht in  Uw plannen en bedoelingen. En geef aan ons leven uitzicht op een toekomst waarin Uw heerschappij onze werkelijkheid steeds meer doortrekt. Heer, geef ons van Uw Heilige Geest, opdat die op aarde oppermachtig moge heersen.

Heer, richt onze blik op dat wat ver boven ons uitgaat. Geef ons dat wij opkijken naar U. Moge dat wat bij U vandaan komt onze gedachten beheersen. Dan zullen wij U volgen op Uw weg naar Jeruzalem, net als Bartimeüs de blinde bedelaar. 

Bartimeüs bidt om de Heilige Geest. En het gebed om de Heilige Geest is het gebed dat altijd verhoord wordt. Ook dat staat in de bijbel.

2. z
o even beloofde ik u terug te zullen komen op het speciale karakter van Jezus’ doortocht door de stad Jericho. Die belofte ga ik nu inlossen.
U  hebt vast wel eens gehoord, dat elke Jood verplicht was drie maal per jaar bij zijn God, de God van het verbond, zijn opwachting te maken. Bij de drie grote feesten zag God graag zoveel mogelijk van Zijn bondgenoten om Zich heen. Aan het begin van het 10de hoofdstuk waarvan wij nu het slot behandelen, staat te lezen hoe Jezus Zijn woonplaats Capernaüm verlaat. Hij gaat op reis naar Jeruzalem en volgt met Zijn 12 discipelen en natuurlijk nog andere pelgrims de route door het land aan de overzijde van de Jordaan. In onze tijd ligt dat gebied in Jordanië. Zo te zien is dit optrekken naar Jeruzalem niets anders dan gehoorzaamheid aan het bevel om het aanstaande Paasfeest in de hoofdstad te vieren. Marcus verhaalt ons echter, dat Jezus bij deze gelegenheid drie maal Zijn 12 discipelen samenroept om hun over Zijn levenseinde te spreken. Hij zegt hun met zoveel woorden, dat deze reis Zijn laatste zal zijn, en voorspelt hun, dat Hij in Jeruzalem gekruisigd zal worden. Ze mogen dat niet verder vertellen. Daar hebben ze zich vermoedelijk ook strict aan gehouden vooral omdat ze van Jezus’ woorden niet alles begrepen. Ze hoorden wat ze wilden horen: Jezus zou binnenkort de hoofdstad als Messias betreden…
De profetie, dat aan de dynastie van David een eeuwige heerschappij verbonden was zou bewaarheid worden. De Zoon van David zou als Messias, de Vredevorst worden, die de meest beroemde zoon van David, Salomo, al had aangekondigd in de naam die hij droeg. Shelomo, zijn Hebreeuwse naam, doet dadelijk denken aan Shalom, dat immers vrede betekent. Zo zullen ze gedacht hebben, want dat wilden ze graag horen, maar dat Jezus van veel lijden sprak en zelfs van kruisiging: daaraan hoorden ze voorbij, want een lijdende Messias, laat staan een gekruisigde, behoorde nu eenmaal niet tot de gangbare verwachtingen.
Jezus’ openbare prediking van de komende koningsheerschappij van God en de wonderen, die Hij gedaan had ter bevestiging van de waarheid van Zijn woorden, hadden Hem uiteraard veel bekendheid opgeleverd.
We mogen daarom wel veronderstellen, dat de verwachtingen in dit derde jaar van Zijn optreden hooggespannen waren, ook bij anderen dan Zijn volgelingen.
Zo komt de karavaan dan bij de plaats waar ze Jordanië verlaten. Ze steken de rivier de Jordaan over ter hoogte van Jericho.
De naam van die stad, die in onze lezing van vanmorgen ook met nadruk twee keer vermeld wordt, zodat je er onmogelijk overheen kunt lezen, roept bij iedere Jood, die de geschiedenis van zijn volk kent, de levendigste herinneringen op. Het was immers hier, dat het Godsvolk voor het eerst voet zette in Kanaän. Het is onmogelijk om binnen het kader van een kerkdienst voor te lezen, wat het boek Jozua allemaal over het begin van de vestiging der Joden in het Heilige Land te vertellen heeft. Met liefde had ik U de eerste zes hoofdstukken van dat boek voorgedragen. Leest U ze zelf thuis maar eens.
Ze zitten barstensvol toespelingen.
Wist u dat Jozua en Jezus in het Hebreeuws precies dezelfde namen zijn?
Wist u dat Jozua 12 vertegenwoordigers had aangewezen, voor elke stam één, die het Heilig Land betrad…  Één man dus als symbool voor elke stam.
Ook Jezus betreedt het Heilige Land, vergezeld van 12 apostelen.
Zij vertegenwoordigen dus een nieuw Godsvolk…
Wist U dat bij Jericho het eerste Paasfeest in het toekomstige Heilige Land gevierd is en dat God beloofde in dat land een vrederijk te stichten?
Misschien wist U het allemaal niet, maar het boek Jozua kan U erover inlichten. 
En als U zich de situatie een beetje indenkt, begrijpt U de schok, die door de menigte gaat als juist een blinde zich niet het zwijgen laat opleggen wanneer Jezus voorbij komt.
Hij roept immers luid en duidelijk uit wie Jezus is. Hij openbaart wat iedereen hoopt en verwacht, dat in Jezus de stichter van het beloofde vrederijk gekomen is om in Jeruzalem de kroon op het werk van Mozes, te gaan zetten. Mozes geleidde het volk uit Egypte, tot aan de Jordaan, U weet dat wel. Bartimeüs openbaart dat Jezus de Messias is, die van alle kwaad bevrijden zal en die het vrederijk komt brengen, waar het volk sinds Jozua verlangend naar uitziet.
En kijk, dat heeft Bartimeüs in al zijn duistere uren nu toch goed gezien. En Jezus verbiedt hem volstrekt niet dat luidkeels uit te brengen. Integendeel, de absoluut nutteloos geachte Bartimeüs wordt Zijn heraut en mag nu ook lijfelijk aanschouwen waar hij naar verlangt.
In Jeruzalem zal Jezus, de Messias, God en mensen verzoenen. Daar zal de Heilige Geest van mededogen en ontferming over het nieuwe Godsvolk uitgestort worden.
Daar in Jeruzalem legt God de grondslag voor de toekomst van Zijn wereld, die een rijk van vrede zal worden.
Een groots visioen! En wonderlijk genoeg: het gaat niet buiten ons om!
Bartimeüs laat zien, dat wie bij het bidden het oog gericht houdt op God niet werkeloos bij de weg wordt achtergelaten, maar nog meer ontvangt dan waarom hij of zij gevraagd heeft.
Hij vroeg volgens de vertaling: Rabbouni, mag ik weer zien? Maar hij vroeg volgens de evangelist om óp te mogen zien.
Hij ontving van Jezus inzicht in hetgeen uit Gods nabijheid op aarde tot ons komt en hij mocht er bij zijn, het méé beleven. Hij zag Gods glorie.
Zoals wij dat mogen, wanneer we met het nieuwe Godsvolk aan tafel mogen zitten, hier en nu al in Gods koninkrijk.
Bartimeüs kreeg meer dan dat waarom hij gebeden had. Zo krijgen ook wij, als kinderen aan de tafel van onze Hemelse Vader, méér dan wij konden bedenken, meer dan we konden vragen.

Heer, leer ons zo te bidden als Bartimeüs.
Amen.
 
Muziek

Gods liefde is groot en strekt zich uit tot alle mensen,
   wij kunnen daarin delen:
dag aan dag met vriendelijkheid en aandacht,
geld en geduld,
nu kunnen we er gestalte aan geven, als een goed begin,  in de collecte!

Daarbij zingen we: Gezang 168: 1 t/m 6

collecte

Gebed over de gaven:

Lieve God, wilt U alstublieft zegenen wat we hier bijelkaar hebben gebracht,
zodat het is tot eer van Uw Naam,
en zodat het Uw gemeente wereldwijd ten goede komt.
Laat het een offer zijn, dat onze dankbaarheid en liefde uitdrukt,
door Jezus Christus, onze Heer.  Amen

Gezang 168: 1 t/m 6

Vervul met uw genadeschijn,
die op verkeerde paden zijn.
Sta bij, die heimlijk in zijn hart
verlokt en aangevochten wordt.

Breng, die aan uw gebod ontkwam,
terug als uw verloren lam.
Maak de gewonde zielen heel
en geef ze aan de hemel deel.

Open de doven het gehoor,
de stomme lippen, spreek ze voor,
dat zij belijden hun geloof,
niet langer stom, niet langer doof.

Verlicht het oog dat U niet ziet.
Leid hem weerom die U verliet.
Verzamel, die verwijderd gaan.
Versterk ze die in twijfel staan.

Dan zullen zij, niet meer vervreemd,
voor tijd en eeuwigheid vereend,
in aarde en hemel, dan en nu,
allen tezamen danken U.


Laten we danken en bidden:
Goede God, wij danken U, dat U ons de ogen wilt openen voor U en voor elkaar.
Open ons ook de harten, zodat we met Uw liefdevolle ogen leren kijken naar heel deze wereld die U geschapen hebt, naar onszelf en naar de ander…

Heer geef ons inzicht in  Uw plannen en bedoelingen. En geef aan ons leven uitzicht op een toekomst waarin Uw heerschappij onze werkelijkheid steeds meer doortrekt. Heer, geef ons van Uw Heilige Geest, opdat die op aarde oppermachtig moge heersen.

Heer, richt onze blik op dat wat ver boven ons uitgaat. Geef ons dat wij opkijken naar U. Moge dat wat bij U vandaan komt onze gedachten beheersen. Dan zullen wij U volgen op Uw weg naar Jeruzalem, net als Bartimeüs de blinde bedelaar. 
Amen.

Dankzegging:

U hebt recht op onze dank,
Heer onze God,
vandaag en iedere dag van ons leven,
om Jezus, onze Heer.
Want U hebt een land beloofd
van vrede voor mensen
van goede wil.
En Jezus, Uw Zoon,
de eerste mens van die toekomst,
heeft daar ‘ja’ op gezegd voor ons allen.
Daarom, goede God,
willen we van harte meezingen
met de lofzang van allen
die rond Uw troon Uw liefde bezingen:

Wij zegenen U, God onze Vader,
en Jezus, die is gekomen in Uw Naam.
Want mét Hem kwam Uw koninkrijk in ons midden.
Hij was wat U van ons verwachtte,
Hij maakte Uw woorden van liefde waar
op deze aarde.
Hij bracht wonderen van liefde en hoop.

Wij bidden U om Uw Heilige Geest
die Hem de kracht gaf om te doen wat moest gebeuren.
Zodat wij de kracht hebben om Hem te volgen.

Want Hij heeft
in de nacht waarin Hij verraden werd
het brood genomen,
Hij heeft U er voor gedankt,
Hij heeft het gebroken en gedeeld
met Zijn leerlingen.
Tot hen en tot ons zegt Hij:
Neemt en eet,
hier is Mijn lichaam,
gegeven voor jullie,
en gedenk Mij daarbij.

Ook nam Hij de beker
en dankte U voor de bevrijding.
Hij gaf de beker rond en zei:
Drink er allemaal van.
Deze beker is het Nieuwe Verbond
in Mijn bloed.
Het wordt vergoten voor jullie
en heel veel anderen
om zonden te vergeven.
Gedenk Mij dan:
telkens als je er van drinkt.

Wij  zijn hier bijeen om Hem te gedenken.
Zo komen we bij U, God,
met dit brood en met deze beker,
laat het offer van Uw Zoon
niet voor niets zijn gebracht.

Wij zijn hier bijeen om Zijn lof te zingen;
om Uw Goedheid te prijzen.

Om Uw Geest komen wij,
wil die in ons midden zenden,
dat Zij ons inspireert tot daden van liefde,
tot een leven waarin we Jezus volgen
en laten zien hoe het kan zijn:
een land van vrede.
Een wereld zonder angst.

Laten we zo mogen vieren en delen,
heel de mensheid aan Uw tafel.

En in de glans van die vreugde zeggen we
met Hem die ons leerde bidden:
Onze Vader, die in de hemel zijt,
Uw Naam worde geheiligd
Uw Rijk kome,  Uw Wil geschiede,
zoals in de hemel zo ook op aarde.
geef ons heden ons dagelijks brood
en vergeef ons onze schulden,
zoals wij vergeven onze schuldenaren
en leid ons niet in verzoeking
maar verlos ons van het kwade

Komt dan, want U wordt hier verwacht.

De vrede van onze Heer Jezus Christus, die alle verstand te boven gaat, moge ons bewaren en verwarmen.
Laten we elkaar die vrede toewensen.

Communie

Lieve Heer, laat Uw Woord voedzaam zijn als brood,
en Uw liefde ons doorgloeien als wijn.
Dat wij vol zijn van U en open staan voor elkaar, door Jezus Christus, onze Heer.
Amen.


Slotlied gezang 288: 1, 3 en 4

Dan zien wij met verblijden    Hem die ons hart beleed,
de Heer die door zijn lijden     de hemel opendeed
en alle patriarchen      met de profeten saam,
apost'len, martelaren,   verlosten in zijn naam.

Ook ons zal God verlossen     uit alle pijn en nood,
van 't woeden van de boze,     van 't vrezen voor de dood,
van aarzelen en klagen,           verdriet en bitterheid,
van alles wat wij dragen,         van 't lijden aan de tijd.

zegen:
De zegen van de Heer
die ons optilt naar de hemel,
De zegen van de Heer
die naar de aarde afdaalt,
De zegen van de God,
die hemel en aarde in de hand houdt,
Vult uw leven met liefde,
geloof en goede geest.  Amen.


We waren met z'n twaalven - en bijna iedereen bleef koffie drinken.