zondag 20 na trinitatis 29-10-2006 in de Lutherse kerk genaamd "In Abrahams schoot" te Gorcum

IN DE NAAM VAN DE VADER EN DE ZOON EN DE HEILIGE GEEST.
Amen
ONZE HULP IS IN DE NAAM VAN DE HEER
die hemel en aarde gemaakt heeft.

Deze aanroeping wekt bij ons het besef van onze tekortkomingen en misstappen.
Daarom bidden wij samen:


Heer, vergeef ons al wat wij misdeden
en laat ons weer in vrede leven.

God is genadig, en hoort ons gebed. Daarom mogen we ons hieraan vasthouden:
ZO LIEF HAD GOD DEZE WERELD, DAT  HIJ ZIJN ENIGGEBOREN ZOON GEGEVEN HEEFT, OPDAT IEDER DIE IN HEM GELOOFT AAN HET VERDERF ONTKOMT, EN EEUWIG LEVEN HEBBEN MAG!

Gode zij dank! Zijn woord wijst ons de rechte weg. Laten we zingen: onze introïtus-psalm 119: 1, 6 en 7

O God, ik ben van harte zeer verblijd
over de weg van uw getuigenissen.
In uw bevelen ligt mijn zaligheid,
ik zal mij van uw wegen vergewissen.
Ik loof U, die mijn grootste rijkdom zijt,
laat mij, o HEER, geen van uw woorden missen.

Zegen uw knecht die Gij uw wil gebiedt.
Ontvouw de wet die Gij ons openbaarde.
Open mijn oog, zodat het helder ziet,
dat ik de wondren van uw wet ontware.
O HEER, verberg mij uw geboden niet:
ik ben een gast en vreemdeling op aarde.

LAAT ONS DE HEER AANROEPEN OM ONTFERMING MET DE NOOD VAN DEZE WERELD,
EN LAAT ONS ZIJN NAAM PRIJZEN,
WANT AAN ZIJN BARMHARTIGHEID IS GEEN EINDE

zondagsgebed
Heer onze God, sterk en bevestig ons in Uw heilig Woord, en help ons, zo bidden wij, dat het in ons vrucht dragen mag in geloof en werk, tot lof en eer van Uw Naam, door Jezus Christus, onze Heer. Amen.

lezing ot  Jeremia 7: 1 – 15
De profeet Jeremia is zelf afkomstig uit een priesterfamilie, en daardoor krijgt zijn profetie over de tempel daardoor een extra lading.

1De HEER richtte zich tot Jeremia: 2  ‘Ga in de tempelpoort staan en verkondig deze boodschap: Luister naar de woorden van de HEER, Judeeërs; luister, jullie die door deze poorten naar binnen gaan om de HEER te vereren.
3  Dit zegt de HEER van de hemelse machten, de God van Israël: Beter je leven, dan mogen jullie in dit land blijven wonen. 4  Vertrouw niet op die bedrieglijke leus: “Dit is de tempel van de HEER ! De tempel van de HEER ! De tempel van de HEER !” 5  Als jullie je leven werkelijk beteren, als jullie elkaar rechtvaardig behandelen, 6 vreemdelingen, wezen en weduwen niet onderdrukken, in dit land geen onschuldig bloed vergieten en niet achter andere goden aanlopen, jullie onheil tegemoet, 7 dan mogen jullie hier blijven wonen, in dit land dat Ik jullie voorouders gegeven heb. Zo is het altijd geweest, zo zal het dan altijd zijn.
8 Maar jullie vertrouwen op die bedrieglijke leus, en dat zal je niet baten. 9 Jullie stelen, moorden, plegen overspel en meineed, branden wierook voor Baäl en lopen achter andere goden aan, die jullie eerst niet kenden. 10  En toch durven jullie, terwijl jullie al die gruweldaden plegen, voor Mij te verschijnen in deze tempel, het huis waaraan Mijn naam verbonden is, met de gedachte: Ons kan niets gebeuren!
11  Denken jullie soms dat het huis dat Mijn naam draagt een rovershol is? Ik zie wel degelijk wat jullie doen – spreekt de HEER. 12  Ga maar eens naar het heiligdom in Silo, waar ik Mijn naam vroeger liet wonen, en zie wat ik er vanwege de wandaden van mijn volk Isra
ël mee heb gedaan.
13  Nu dan – spreekt de HEER –, omdat jullie al die gruweldaden plegen en Ik telkens weer tot jullie gesproken heb maar jullie niet hebben geluisterd, omdat Ik geroepen heb maar jullie niet hebben geantwoord, 14  zal Ik met deze tempel, waaraan Mijn naam verbonden is en waarin jullie je vertrouwen stellen, en met heel het land dat Ik jullie voorouders gegeven heb, hetzelfde doen als met Silo.
15  Ik zal jullie verstoten, zoals ik jullie broedervolk, het nageslacht van Efraïm, verstoten heb.

Wij zingen: psalm 69: 2 en 3. Ook die gaat over de tempel, en daarin komt de zin voor die in het Hebreeuws nog pregnanter is dan in het Nederlands: de ijver voor Uw huis heeft mij aangevreten. Deze psalm heeft duidelijk een rol gespeeld in het leven van Jezus, die er het leven bij ingeschoten is. 

Het is om U dat ik word afgeweerd,
om U draag ik het brandmerk van de schande,
verbroken zijn de broederlijke banden,
de ijver voor uw huis heeft mij verteerd.
De smaad van wie U smaadt kwam op mij neer
en met de vinger word ik nagewezen.
Mijn rouw en tranen keren tot mij weer.
In aller oog moet ik verachting lezen.

epistel 1 Corinthe 6: 19 en 20
Ook hier gaat het over en tempel. De Geest huist in het lichaam, in het vlees. God legt beslag op de mens door Zijn Heilige Geest, en dat geeft een zekere spanning. 

19  Of weet u niet dat uw lichaam een tempel is van de heilige Geest, die in u woont en die u ontvangen hebt van God, en weet u niet dat u niet van uzelf bent?
20  U bent gekocht en betaald, dus bewijs God eer met uw lichaam.

Jesaja 56:6  En de vreemdeling die zich met de HEER heeft verbonden om Hem te dienen en Zijn naam lief te hebben, om dienaar van de HEER te zijn– ieder die de sabbat in acht neemt en niet ontwijdt, ieder die vasthoudt aan Mijn verbond–, 7  die breng ik naar mijn heilige berg, die schenk ik vreugde in mijn huis van gebed; zijn offers zijn welkom op mijn altaar.
Mijn tempel zal heten ‘Huis van gebed voor alle volken’. 

HALLELUJA!



Ons loflied is gezang 310: 1, 2 en 3


     Heer Jezus Christus, toon uw macht,
     Heer aller heren, kom met kracht.
     Bescherm uw arme christenheid,
     dat zij U love te allen tijd.

     O Geest, die onze Trooster zijt,
     geef dat uw volk één Heer belijdt,
     wees bij ons in de laatste nood,
     leid ons ten leven uit de dood.

het heilig evangelie staat geschreven bij: Johannes 2: 13 - 22
13  Kort voor Pesach, het Joodse paasfeest, reisde Jezus naar Jeruzalem. 14  Daar trof Hij op het tempelplein de handelaars in runderen, schapen en duiven aan, en de geldwisselaars die daar altijd zaten. 15  Hij maakte een zweep van touw en joeg ze allemaal de tempel uit, met hun schapen en runderen. Hij smeet het geld van de wisselaars op de grond, gooide hun tafels omver 16  en riep tegen de duivenverkopers: ‘Weg ermee! Jullie maken een markt van het huis van mijn Vader!’
17  Zijn leerlingen dachten aan wat er geschreven staat: ‘De hartstocht voor uw huis zal mij verteren.’ 18  Maar de Joden vroegen: ‘Met welk teken kunt U bewijzen dat u dit mag doen?’ 19  Jezus antwoordde hun: ‘Breek deze tempel maar af, en Ik zal hem in drie dagen weer opbouwen.’ 20  ‘Zesenveertig jaar heeft de bouw van deze tempel geduurd, ‘zeiden de Joden, ‘en U wilt hem in drie dagen weer opbouwen?’ 21  Maar Hij sprak over de tempel van Zijn lichaam. 22  Na Zijn opstanding uit de dood herinnerden Zijn leerlingen zich dat Hij dit gezegd had, en zij geloofden de Schrift en alles wat Jezus gezegd had.
Zalig die het woord van God horen en er gehoor aan geven!

IN ANTWOORD OP GODS WOORD WILLEN WIJ SAMEN ONS GELOOF BELIJDEN:

Credo:
Wij belijden ons geloof samen met de eerste getuigen van Jezus Christus:
Met Johannes de Doper:
Zie hier het lam Gods dat de zonden der wereld wegdraagt...
Met Andreas:
We hebben de Messias gevonden...
Met Nathanael: 
Meester, U bent de Zoon van God, de koning van Israël...
Met de Samaritanen:
Wij weten dat Hij werkelijk de redder der wereld is...
Met Petrus:
U bent de Christus, de Zoon van de levende God....
Met Martha:
U bent de Christus, de Zoon van God, die in de wereld komt...

Met Thomas:
Mijn Heer en Mijn God...  
Amen


Preek over Johannes 2: 19
GENADE ZIJ U EN VREDE VAN GOD ONZE VADER EN VAN JEZUS CHRISTUS, ONZE HEER.
Breek deze tempel af en in drie dagen zal ik hem opbouwen

Beste vrienden,

Vandaag is het zondag 29 october. De 31ste van deze maand, de dag waarop protestanten zoals wij de Reformatie herdenken, ligt dus nog twee dagen in het verschiet, maar als Lutheranen verwacht U vast vandaag al van mij, dat ik aandacht schenk aan Maarten Luther en aan de beweging, die hij op de laatste dag van october in Wittenberg ontketende, zonder te kunnen voorzien hoeveel storm hij daarmee over Europa zou brengen…
Het Luthers jaarboek doet mij voor deze zondag 20 na Trinitatis een andere lezing aan de hand dan voor dinsdag a.s. maar ik heb toch voor de evangelielezing gekozen, die door onze protestantse kerk voor Hervormingsdag aangegeven staat.
Het gaat in dat schriftgedeelte over de tempelreiniging. En dat lijkt op het eerste gezicht mooi bij elkaar te passen. Jezus reinigt de tempel en Luther veegde de kerk van zijn tijd schoon. Daar komt nog bij, dat de twee acties verwante onderwerpen betreffen.
Jezus joeg de geldwisselaars de tempel uit, en verzette zich met de zweep in de hand tegen de handel in offerdieren. Hij verwijt de tempelautoriteiten, dat ze van het huis van God Zijn Vader een commerciële aangelegenheid gemaakt hebben. Is dat eigenlijk ook niet Maarten Luthers verwijt aan de paus, die aflaathandel bedreef om geld in te zamelen voor een nieuwe Sint Pieterskerk in Rome?
En vinden wijzelf ook niet, dat kerk en commercie niet bij elkaar passen?
  Ik zag de drie punten van mijn preek dus al voor mij klaarliggen: Eerst Jezus’ ongewoon heftig en daadwerkelijk protest tegen de misstanden in de tempel van Jeruzalem, dan Luthers academische stellingen, die op een schisma uitliepen dat tot op heden de kerken verscheurt, en tenslotte een boodschap voor onze tijd, nl. dat de commercialisering, die onze maatschappij met inbegrip van de kerk overspoelt, ons te gronde zal richten, als wij ons niet van onze dwalingen bekeren.
  Gelukkig herinnerde ik mij op het juiste moment,dat de Reformatie op drie pijlers rust. U kent ze wel: Sola Fides: het geloof alleen; Sola Gratia: de genade alleen; en Sola Scriptura, de schrift alleen.
Vooral dat laatste: alleen de schrift, bewaarde mij voor een vlotte moderne preek. Ik werd overvallen door de gedachte: staat het allemaal wel zo in de Heilige Schrift?

Waar was Jezus’ protest eigenlijk tegen gericht?
En wat Luther betreft: Hij had natuurlijk niets op met de aflaathandel van de monnik Tetzel, maar zijn grote betekenis ligt toch in de herontdekking van het in de kerk verloren gegane Evangelie, dat ons mensen de vrede met God schenkt door het enkele feit van het geloof in Zijn genade.
Tegelijkertijd bedacht ik me, dat ik een preek over de toenemende commercialisering ook best zou kunnen houden zonder de Heilige Schrift erbij te halen. Ook niet-gelovigen kunnen de gevaren van die maatschappelijke ontwikkeling heel goed onderkennen!

2. Mijn eerste vraag is derhalve: Waarom ging het Jezus nu precies bij de tempelreiniging? Wat zegt de Schrift daarover?

Het zou heel aangenaam zijn als we op die vraag, die zo direct is, ook een direct antwoord ontvingen. Maar in het contact van mensen met God gaat het vaak anders toe. Jezus houdt ervan Gods antwoorden in de vorm van een parabel te verpakken, met andere woorden: Hij spreekt met voorliefde in raadselen. Dat zet ons aan het denken. Zo ook weer in de tekst, die vanmorgen aan de orde is.
“Breekt deze tempel af en in drie dagen zal Ik hem weer opbouwen”.
Ik kan me goed voorstellen dat de tempelautoriteiten niets met zo’n uitspraak konden beginnen. En de discipelen al evenmin. Er wordt al zesenveertig jaar aan de tempel van Herodes gebouwd, en hij is nog steeds niet helemaal af, en opeens beweert daar iemand, dat Hij voor zo’n gigantisch werk maar drie dagen nodig heeft om het in één klap te voltooien. Degenen die het hoorden waren misschien te beleefd om met hun wijsvinger het bekende gebaar naar het voorhoofd te maken. (Als ze daar al niet een ander gebaar voor hadden.) Maar ze dachten vast allemaal wat wij denken. Wat in 46 jaar nog niet afgekomen is tegen de grond gooien en dan in drie dagen kant en klaar herbouwen! Ja, ja, die man is niet goed bij zijn verstand!
Later, zegt Johannes, later, toen de discipelen elke zondag het paasfeest van hun Messias Jezus vierden, die na drie dagen uit de dood was opgestaan, later begrepen de leerlingen dat Hij met de tempel Zijn lichaam bedoeld had. Breek het maar af, had Hij gezegd, en in drie dagen zal Ik het doen herrijzen.
Volgens de evangelist, en apostel, Johannes begrepen de discipelen dat woord van hun Heer, maar daar wil ik aan het slot van de preek in ‘t kort wat dieper op ingaan.
Ook met deze uitleg erbij, blijft Jezus’ woord toch raadselachtig.
En het gebeuren waar het naar verwijst is nog raadselachtiger dan het woord zelf. Daar moeten we dus aanstonds beslist even op doordenken.
 
3. Voorshands echter hoor ik in deze raadselspreuk van Jezus over de tempel van Zijn lichaam wel een duidelijk antwoord op mijn vraag van zo-even over de tempelreiniging. Gaat het wel over een reiniging? Dat wilde ik weten, en het antwoord is: ‘nee’! Daarover gaat het niet, al moet ik toegeven dat we die indruk van reiniging toch wel zouden kunnen krijgen als we ons voor de geest halen, hoe Jezus in de tempel rondgaat en zelfs tekeer gaat. Maar laten we eens beter opletten. De runderen en de schapen, die je in de tempel kon kopen, werden eruit verdreven, evenals de duiven, het offer van de armen. En de geldwisselaars ook. Dat hele bedrijf vond plaats in een speciaal gedeelte van het complex, dat de naam droeg van Voorhof der heidenen.

Deze voorhof lag om de hele tempel heen, en men behoefde geen Jood te zijn om dat plein te mogen betreden. Maar de doodstraf bedreigde de niet-Jood die iets dichter tot God zou willen naderen. Dat stond te lezen op inscripties aan de muur die deze voorhof scheidde van de tempel zelf...  Een daarvan is bewaard gebleven.
Wie de oude talen beheerst kan dus nog altijd persoonlijk kennis nemen van het feit dat het Joodse volk de binnenste ruimte om God heen voor zichzelf reserveerde. Hoewel in Jesaja 56 betuigd wordt door de profeet dat de tempel naar de bedoeling van God zelf een bedehuis voor alle volkeren behoorde te zijn, hield men al die volken in feite erbuiten. Het schoonvegen van de voorhof der heidenen heeft intussen gevolgen voor de eredienst in de eigenlijke tempel. Bij gebrek aan offerdieren werd de dienst van het offer (door Jezus) onderbroken, dat wil zeggen: symbolisch afgeschaft! Natuurlijk maar voor even, want de tempelautoriteiten zullen er wel gauw iets op gevonden hebben. Maar het was toch een teken, dat met de komst van Jezus het einde van de offerdienst op handen was. Ook de arbeid van de geldwisselaars werd onderbroken. Zij zaten daar aan hun tafels om vreemd geld om te zetten in Joods geld, omdat alleen in díé valuta de tempelbelasting geïnd kon worden door de priesters. God nam bij wijze van spreken geen heidens geld aan (want daarop stonden afbeeldingen van andere heersers en goden).
Juist in de week na het Joodse paasfeest verviel jaarlijks de termijn van de tempelbelasting. Ook bij die traditie stak Jezus door Zijn optreden dus een spaak in het wiel. Alsof dat alles op zichzelf niet al teken genoeg was van het naderend einde van tempel en offerdienst, vragen de autoriteiten Hem om een teken, dat Hij bevoegd was om zo te werk te gaan. Maar dat weigert Hij.
Wacht maar tot je Mijn lichaam gebroken hebt, voorspelt Hij, en dan zal Ik het je laten zien.
“Breekt deze tempel af, en Ik zal hem in drie dagen doen herrijzen.”
Wij hebben het wel eens over de daad bij het woord voegen. Maar Jezus voegt hier Zijn woord bij de daad. Zijn optreden in de tempel kondigt symbolisch het einde aan van de oude eredienst en Zijn woord bevestigt dat daarvoor iets geheel nieuws in de plaats zal komen. Dan gaat het dus niet meer om een zuivering van het bestaande, en een herstel van het oude, maar om een ontwikkeling, die een totale vernieuwing aankondigt, die overeenstemt met Gods bedoeling, zoals die door de profeet Jesaja was verkondigd.

4. Een soortgelijke gang van zaken doet zich ook bij de Reformatie voor. In de hele Christenheid weerklonk destijds de roep om hervorming. De geestelijke toestand van de kerk was zo erbarmelijk ver verwijderd van wat ze zou moeten zijn, dat overal naar een grondige herziening verlangd werd. Pas op den duur werd het duidelijk, dat het niet
alleen om uitwendige misstanden ging, maar het ging minstens om het fundament zelf. Maarten Luther heeft, zoals ik in het begin al aangaf, het evangelie herontdekt.
Met die opvatting gaat de R.K.kerk natuurlijk niet accoord, maar zij heeft niet werkeloos kunnen toezien.
Zij is gedwongen geweest orde op zaken te stellen in haar eigen midden, door de Contrareformatie, die beoogde haar te zuiveren van misstanden.
Calvijn heeft de christenheid daarna verrijkt met een nieuwe variant van kerkregering. Men heeft wel eens gezegd, dat hij met de pion van de ouderling de vorstelijke macht van de paus schaakmat heeft gezet.
Dat is een directe aantasting van de R.K. hierarchie. Met zulke fundamentele verschillen zal het nog wel even duren voordat de drie in het voorafgaande genoemde tradities tot onderlinge overeenstemming zijn gekomen. Ik ga op de geschiedenis van die samensprekingen niet verder in. In de loop van de tijd heeft de Oecumenische Beweging sinds de oprichting van de Wereldraad van kerken ontegenzeggelijk vorderingen gemaakt in de onderlinge toenadering.
Maar toch stokt dat proces nu al geruime tijd en daarom zouden we er mijns inziens goed aan doen nieuwe wegen te zoeken.
Het geduldig wachten op uiteindelijke overeenstemming in de opvattingen van de eindeloos met elkaar in gesprek blijvende wereldkerken heeft tot nu toe niet tot eenheid tussen hen geleid.

5. Daar staat echter tegenover, dat de leden van al die onderling verschillende kerken wel degelijk elkaar als christenen beschouwen. De officiële standpunten worden van bovenaf gehandhaafd, maar de inwendige overtuiging ontbreekt. Een mooi voorbeeld daarvan zult U zich allemaal wel herinneren als u even terugdenkt aan het huwelijk van prins Maurits met prinses Marylène. Voor het oog van heel televisiekijkend Nederland ging prinses Juliana ter communie bij de dienstdoende priester. En hij weigerde haar die niet! Het kostte hem een uitbrander van de kardinaal, die natuurlijk formeel gelijk had. Maar hoevelen zullen in hun hart overtuigd geweest zijn, dat de priester en onze vroegere koningin Jezus’ misnoegen hebben opgewekt met hun spontane actie?

6. “Breek deze tempel af en in drie dagen zal ik hem weer opbouwen” is een woord van Jezus, dat een fundamentele vernieuwing aankondigt. Een nieuwe plaats van Godsverering zal de oude tempel van Jeruzalem vervangen. Toen Jezus uit de dood was opgestaan, zegt het evangelie van Johannes, begrepen de discipelen Zijn boodschap.
Vóór die tijd was het idee van de komende verwoesting van de tempel van Herodes natuurlijk uitermate aanstootgevend, net als Jezus’ ingrijpen in het dagelijkse gebeuren in de tempel.
Tijdens het proces, waarin Hij tenslotte voor het Sanhedrin en voor de Romeinse overheid terechtstond, is steeds weer over Jezus’ bemoeienis met de tempel gesproken. Maar zoals we uit de Schrift gehoord hebben, was Jezus niet de eerste profeet geweest, die erop gewezen had, dat de aanwezigheid van Gods tempel op zich geen waarborg inhield voor het voortduren van het wonen in het Heilige Land.
De priester Jeremia had in opdracht van God daarover geprofeteerd in de poorten van Salomo’s tempel, die eveneens gedoemd was geweest om te verdwijnen, net als trouwens het heiligdom te Silo, waar God daarvoor had vertoefd.
Jeremia maakt het duidelijk waarom die plaatsen van Godsverering niet in stand konden blijven. Het waren roversholen geworden, waarin mensen, die in alles tegen God ingingen, zich veilig waanden voor Zijn misnoegen. Wat verderop in het hoofdstuk, dat we niet helemaal hebben gelezen, zegt de profeet, dat het God niet gaat om brandoffers en slachtoffers, maar dat het horen naar Zijn Stem belangrijk is.
U herkent hierin natuurlijk het thema van de gehoorzaamheid aan het woord van God, dat de Reformatoren zo benadrukt hebben. De nieuwe tempel waar Jezus op zinspeelt staat in dit al door Jeremia voorgetekende kader.
Een rechtvaardig en menslievend volk zal de plaats zijn waar God vereerd zal worden als Gods tempel in Jeruzalem eenmaal verdwenen is.
Jeremia zegt er nog ergens van (in hoofdstuk 31 om precies te zijn), dat het een volk zal zijn, dat de wet van God in het hart draagt. En de leden ervan zullen allen God kennen en nauw met Hem verbonden zijn.
Wel heeft Jeremia dit alles alleen nog maar betrokken op de twee door de Assyriërs en Babyloniërs weggevoerde Joodse staten, maar Jezus heeft er in overeenstemming met Jesaja een ruimere betekenis aan gegeven. De nieuwe tempel van Jezus is gebouwd naar het model van het rechtvaardig en menslievend volk, waarvan ieder lid een kind van God is, dat zijn Vader kent. God zal met Zijn Heilige Geest wonen in ieders hart. In die tempel vinden ook de niet-Joodse volken hun plaats, omdat ze in Jezus geloven.
De Judese tempelautoriteiten hielden de tempel die een gebedshuis moest zijn voor de volken, voor hen gesloten. Wie daar toch vanuit de voorhof naar binnen zou gaan, zou de dood vinden. Maar Jezus geeft hun eeuwig leven. 
Jezus stelde Zijn nieuwe tempel juist open voor de volken. Door onze hartelijke verbondenheid met Hem, en door de uitstorting van de Heilige Geest op allen die in Hem geloven, is er vanaf dat moment voor iedereen de mogelijkheid om tempel van God te zijn. Concreet gezegd: wij kunnen nu allen, met Gods hulp, vervuld zijn van liefde voor onze medemensen. Als kinderen Gods vormen wij dan samen één lichaam, door die altijd blijvende verbondenheid met Jezus, onze uit de dood opgestane Heer. De practijk heeft mij geleerd, dat wij elkaar in alle kerken ook als zodanig kunnen herkennen. Ik zou het natuurlijk heel mooi vinden, als alle kerken elkaar ook erkenden en herkenden. Maar als dat er niet zo snel van komt, laat ons dan niet aarzelen om allen die wij ieder voor zich als christenen ontmoeten die erkenning alvast inderdaad niet te weigeren. Eens zullen de kerken daarin wel meekomen. Alle muren worden tenslotte van binnenuit geslecht! (Let wel, ik pleit niet voor een openlijk ingaan tegen een uitgesproken verbod om ter communie te gaan in een andere kerk. Maar wel voor de methode van Socrates, die steeds vroeg naar het waarom! Kunt u uitleggen waarom iets niet kan? Nee? Dan is het verbod ook niet zinnig!)

7. Een kort woord tenslotte nog over de opstanding uit de doden van Jezus. Daar staat ons verstand bij stil. Begrijpen zal ik dat wel nooit. En ik denk ook niet dat de apostelen er met hun verstand bij konden. Maar ze hebben wel Jezus hun opgestane Heer ontmoet, en in hun navolging van Hem werd hun liefde tot de mensen overal bekend in Jeruzalem.
Met hen en met Jezus voel ik me van harte verbonden. En ik verneem van iedereen bij wie dat ook het geval is, dat ze in vrede met God en mensen leven en sterven.
Ik vertrouw dan ook, ondanks mijn gebrek aan begrip, dat het woord van Jezus: Breek deze tempel maar af, Ik zal hem in drie dagen weer opbouwen, een onomstotelijke waarheid is. In die nieuwe tempel zullen wij de dood niet zien, maar eeuwig met onze Heer leven.
Amen.

Muziek

collecte
 
Gezang 118: 1 en 2

Vervul, o Heiland, het verlangen,
waarmee mijn hart uw komst verbeidt!
Ik wil in ootmoed U ontvangen,
mijn ziel en zinnen zijn bereid.
Blijf in uw liefde mij bewaren,
waar om mij heen de wereld woedt.
O, mocht ik uwe troost ervaren:
doe intocht, Heer, in mijn gemoed!


gebed over de gaven
Heer God, wat wij hebben verdiend, wat wij hebben gekregen, is uit Uw genade.
Daarom kunt U er over beschikken, zoals U kunt beschikken over onze tijd, liefde en aandacht.
Wijs ons in dit alles de weg.
Om Jezus’ wil Amen.

Laten we danken en bidden:
Lieve God, Wij willen U aanbidden en danken om alle goede dingen die U ons geeft naar lichaam en geest, en vooral voor de blijde boodschap die we mochten horen. Geef dat het krachtig in ons werkt, en ons een diep begrip geeft van Jezus Christus, die door Zijn dood onze gerechtigheid, door Zijn opstanding ons leven en door Zijn Evangelie onze wijsheid geworden is.
Bron van barmhartigheid, wij bidden U dat U Uw kerk met allen die haar dienen wilt bezielen door Uw Geest, opdat Uw heilig Woord er naar waarheid wordt gebracht. Dat daardoor geloof en werkzame liefde versterkt mag worden in ons allen. Zegen allen die geroepen zijn om op hun eigen plek in kerk en samenleving te dienen, en met name hen die worden opgeleid tot het ambt dat de verzoening preekt.
Ook bidden wij U voor zending, en dienst aan de naaste. Voor Israël, Uw volk, en zijn omgeving, om Uw beloften aan Abraham, Izaäk en Jacob, aan Sara, Rebekka, Rachel en Lea... Dat zij tot zegen zijn....
Wij bidden U voor koningin en vaderland, voor allen die macht en verantwoordelijkheid hebben, dat zij die mogen uitoefenen in Uw kracht en wijsheid, opdat gerechtigheid en vrede overal ter wereld moge groeien.
Zegen de opvoeders van de jeugd met liefde, vertrouwen, en gevoel voor humor.
Geef mensen eerlijk werk, en maak ons dankbaar voor het voedsel dat we dagelijks van U krijgen.
Denk in Uw goedheid aan alle mensen in nood,
wij bidden in onze kring voor Bob van der Meulen, dat U hem kracht geeft, en de zijnen rondom hem, om moedig door te gaan op de weg die voor hem ligt. 

Geef de zieken de gratie zich aan U toe te vertrouwen en troost hen die in rouw gedompeld zijn.
Weer in Uw genade alles van ons af wat leven en geloof bedreigt.
Blijf dan bij ons, in alle voor- en tegenspoed, opdat wij in vreugde voor U leven, in Uw genade sterven en Uw Rijk binnengaan door Jezus Christus, Uw Zoon, met U en de Heilige Geest, waarachtig God, hooggeloofd in eeuwigheid.
Met Hem willen wij U danken en bidden met de woorden:

ONZE VADER, DIE IN DE HEMEL ZIJT,
UW NAAM WORDE GEHEILIGD
UW RIJK KOME
UW WIL GESCHIEDE, ZOALS IN DE HEMEL ZO OOK OP AARDE.
GEEF ONS HEDEN ONS DAGELIJKS BROOD
EN VERGEEF ONS ONZE SCHULDEN,
ZOALS OOK WIJ VERGEVEN ONZE SCHULDENAREN
EN LEID ONS NIET IN VERZOEKING
MAAR VERLOS ONS VAN HET KWADE


Slotlied: gezang 251: 1 en 2

Uit alle kerken komen wij om U saam.
Gij schrijft door onze dromen  Uw grote naam,
o God die uit de wolken  daalt in de tijd,
een licht voor alle volken  in eeuwigheid.


zegen:
De Heer van dood en leven
schenkt ons Zijn Geest,
opdat Haar liefde in ons hart wone.
Dat onze ogen het heil mogen zien,
onze handen zich bekommeren om de medemens,
en onze voeten zich richten naar de eeuwigheid.
In de Naam van de Vader en de Zoon
en de Heilige Geest.
Amen.

naar boven