Dienst 22 april 2007 Zondag Misericordias Domini in de Lutherse kerk te Heusden, gemeenschappelijke dienst van Gereformeerden en Lutheranen. Organist: Joop Zwart.

IN DE NAAM VAN DE VADER EN DE ZOON EN DE HEILIGE GEEST.
Amen
ONZE HULP IS IN DE NAAM VAN DE HEER
die hemel en aarde gemaakt heeft.
Wij vragen U:
Heer, vergeef ons al wat wij misdeden
en laat ons weer in vrede leven! 

Dat ons gelovig gebed wordt verhoord, verzekert ons de apostel Johannes in zijn Evangelie waar hij zegt: Zo lief had God deze wereld, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat ieder die in Hem gelooft aan het verderf ontkomt, en eeuwig leven hebben mag! 

Laten we dan op deze zondag Misericordias Domini zingen van Gods barmhartigheid en trouw aan mensen en volken, en van harte instemmen met de woorden van onze introïtus-psalm 33:2

Laat ons de Heer aanroepen om ontferming met de nood van deze wereld,
en laat ons Zijn naam prijzen,
want aan Zijn barmhartigheid is geen einde!

 

Zondagsgebed

Heer onze God, wij danken U voor Uw genade die hemel en aarde vervult,
en waarin wij mogen delen door het leven en sterven en de opstanding van Jezus Christus, Uw lieve Zoon en onze Heer. Amen

Lezing ot Jesaja 2: 4 Jesaja 2:1 Dit zijn de woorden van Jesaja, de zoon van Amos; het visioen dat hij zag over Juda en Jeruzalem.
2 Eens zal de dag komen dat de berg met de tempel van de HEER rotsvast zal staan, verheven boven de heuvels, hoger dan alle bergen. Alle volken zullen daar samenstromen,
3 machtige naties zullen zeggen: 'Laten we optrekken naar de berg van de HEER, naar de tempel van Jakobs God. Hij zal ons onderrichten, ons de weg wijzen, en wij zullen zijn paden bewandelen.' Vanaf de Sion klinkt zijn onderricht, vanuit Jeruzalem spreekt de HEER.
4 Hij zal rechtspreken tussen de volken, over machtige naties een oordeel vellen. Zij zullen hun zwaarden omsmeden tot ploegijzers en hun speren tot snoeimessen. Geen volk zal nog het zwaard trekken tegen een ander volk, geen mens zal meer weten wat oorlog is.

 

Wij zingen: psalm 33:8 


epistellezing Filippi 2:1-11
Wij gaan nu lezen uit het Nieuwe Testament. Dit stukje uit de brief aan de Christenen uit Filippi, loopt uit op een herinnering aan de grondslag van ons geloof. Paulus onderstreept, dat Jezus na Zijn lijden van God een nieuwe naam kreeg, een naam die alle andere namen te boven gaat. Wij mogen Jezus nu ook Heer noemen, net zoals wij altijd al God onze Vader Heer mogen noemen. We lezen: Filippi 2:1-11
1 Nu u door Christus zozeer bemoedigd wordt en liefdevol getroost, nu er onder u zo'n grote verbondenheid met de Geest is, zo veel ontferming en medelijden,
2>maak mij dan volmaakt gelukkig door eensgezind te zijn, één in liefde, één in streven, één van geest.
3 Handel niet uit geldingsdrang of eigenwaan, maar acht in alle bescheidenheid de ander belangrijker dan uzelf.
4 Heb niet alleen uw eigen belangen voor ogen, maar ook die van de ander.
5 Laat onder u de gezindheid heersen die Christus Jezus had.
6 Hij die de gestalte van God had, hield zijn gelijkheid aan God niet vast,
7  maar deed er afstand van. Hij nam de gestalte aan van een slaaf en werd gelijk aan een mens.
8 En als mens verschenen, heeft hij zich vernederd en werd gehoorzaam tot in de dood-de dood aan het kruis.
9 Daarom heeft God hem hoog verheven en hem de naam geschonken die elke naam te boven gaat,
10 opdat in de naam van Jezus elke knie zich zal buigen, in de hemel, op de aarde en onder de aarde,
11 en elke tong zal belijden: 'Jezus Christus is Heer, 'tot eer van God, de Vader.

Psalmwoord: Halleluja! Loof de Heer, roep luid Zijn Naam, maak Zijn daden bekend onder de volken! (psalm 105:1).
HALLELUJA!
 

lied 205: 1 en 4

O Gij die onze Heiland zijt, die zondaars uit de dood bevrijdt,
halleluja, halleluja, om uw genade en liefde leid
ons binnen in uw heerlijkheid. Halleluja, halleluja.

Het heilig Evangelie staat geschreven bij: Lucas 24: 44 – 53

44 Hij zei tegen hen: 'Toen ik nog bij jullie was, heb ik tegen jullie gezegd dat alles wat in de Wet van Mozes, bij de Profeten en in de Psalmen over mij geschreven staat in vervulling moest gaan.'
45 Daarop maakte hij hun verstand ontvankelijk voor het begrijpen van de Schriften.
46 Hij zei tegen hen: 'Er staat geschreven dat de Messias zal lijden en sterven, maar dat hij op de derde dag zal opstaan uit de dood, 47 (47- 48) en dat in zijn naam alle volken opgeroepen zullen worden om tot inkeer te komen, opdat hun zonden worden vergeven. Jullie zullen hiervan getuigenis afleggen, te beginnen in Jeruzalem.
48
49 Ik zal ervoor zorgen dat de belofte van mijn Vader aan jullie wordt ingelost. Blijf in de stad tot jullie met kracht uit de hemel zijn bekleed.'
50 Hij nam hen mee de stad uit, tot bij Betanië. Daar hief hij zijn handen op en zegende hen.
51 Terwijl hij hen zegende, ging hij van hen heen en werd opgenomen in de hemel.
52 Ze brachten hem hulde en keerden in grote vreugde terug naar Jeruzalem,
53 waar ze voortdurend in de tempel waren en God loofden.
Zalig die het Woord van God horen en er gehoor aan geven!
 

Preeklied 232: 1, 2, 3

Gij, 's Vaders Zoon, ten troon verheven,
betoont uw majesteit,
belooft voor ons verloren leven
behoud in eeuwigheid.
Gij zijt de doodspoort doorgegaan;
als overwinnaar opgestaan,
naamt Gij ons aan.

Nog is uw heerlijkheid verborgen,
maar ons geloof vertrouwt,
dat eenmaal op de eeuwge morgen
uw macht het veld behoudt.
Gij, kracht, verhuld in brood en wijn,
wilt onze eeuwge spijze zijn
en maakt ons rein.

Preek

GENADE ZIJ U EN VREDE VAN GOD ONZE VADER EN VAN JEZUS CHRISTUS, ONZE HEER. 

Lieve vrienden,
De tekst van de prediking vindt u in lucas 24:46 tot en met 48. In de Nieuwe Vertaling staat daar: 46 Hij zei tegen hen: 'Er staat geschreven dat de Messias zal lijden en sterven, maar dat hij op de derde dag zal opstaan uit de dood,
47 (47- 48) en dat in zijn naam alle volken opgeroepen zullen worden om tot inkeer te komen, opdat hun zonden worden vergeven. Jullie zullen hiervan getuigenis afleggen, te beginnen in Jeruzalem. 48
De NBG formuleert enigszins anders. Luistert u maar:
46 En Hij zeide tot hen: Aldus staat er geschreven, dat de Christus moest lijden en ten derden dage opstaan uit de doden, 47 en dat in zijn naam moest gepredikt worden bekering tot vergeving der zonden aan alle volken, te beginnen bij Jeruzalem. 48 Gij zijt getuigen van deze dingen.
Uw eerste vraag zal misschien zijn: waarom leest u ons voor uit de Nieuwe Vertaling, terwijl u voor de prediking de vertaling van het Nederlands Bijbelgenootschap als grondslag neemt? Het antwoord kunt u haast wel raden. De NBG vertaling is mijns inziens meer getrouw aan de Griekse tekst dan de Nieuwe Vertaling, die wij nu al een paar jaar hier op de kansel hebben liggen. U weet natuurlijk wel dat die daar nog niet definitief ligt. In de zondagse practijk moet nog blijken wat ons eindoordeel over haar zal zijn. In het algemeen kan ik wel zeggen, dat het zeker een vlotte vertaling is, die zich prettig laat lezen. Ook is het woordgebruik eigentijds, en is er aandacht besteed aan de moeilijkheidsgraad van bepaalde passages. Dat laatste moest ook wel, want de huidige generatie van kerkgangers en al helemaal van niet-kerkgangers is niet meer zo bijbelvast als het voorgeslacht.

Het bovengenoemde is te boeken aan de creditzijde van de Nieuwe Vertaling. Maar de allesbeheersende vraag blijft uiteraard toch, of de weergave van het origineel correct is. En nu spijt het me, dat juist in de passage waaruit ik mijn tekst geput heb, bewoordingen gebruikt zijn, die naar mijn mening niet een adequate vertaling van de grondtekst zijn. Het komt niet echt helemaal overeen.

Het gaat hier in het bijzonder om het woord ‘inkeer’ dat in de Nieuwe Vertaling het woord ‘bekering’ vervangt.
Het is wel van belang om hier grote zorgvuldigheid te betrachten, omdat het woord voorkomt in een opdracht, die Jezus aan Zijn discipelen meegaf voor de toekomst.
De opdracht van toen geldt ook nog voor ons.
Nog steeds zijn er in de wereld discipelen van Jezus die dezelfde taak te vervullen hebben als de apostelen destijds. Gij zult getuigen zijn van deze dingen, zegt de opgestane Heer.
Maar wat is de inhoud van hun getuigenis?
Wat wordt precies van ons verwacht?

De Nieuwe Vertaling meent, dat de apostelen erop uitgezonden worden om de heidense volkeren tot inkeer aan te manen. Dat klinkt ons bijzonder sympathiek in de oren.
We behoeven maar regelmatig de dagelijkse nieuwsberichten te beluisteren en het wordt ons duidelijk wat een puinhoop de volkeren maken van Gods mooie wereld. We verbazen ons niet dat onze Heer ons inschakelt om te trachten daarop enige invloed ten goede uit te oefenen.

Het geeft een heerlijk gevoel als je je met hart en ziel aan een taak kunt wijden die je leven zinvol maakt.
En dan staat de Heer ook nog zelf achter je en belooft je kracht uit den hoge. En alsof dat nog niet al meer dan genoeg is, mag je dat werk bovendien samen met vele anderen doen…
Zo las ik het met vreugde in de vertaling.

Nu is mij aan de theologische faculteit ingeprent, dat een rechtgeaarde predikant zich voor zijn preek baseert op de Griekse tekst van het Nieuwe Testament. Eigenlijk moet hij beginnen met die te lezen en eerst nog zelf te vertalen, om pas tenslotte na te gaan wat anderen ervan gemaakt hebben.
Als ik het zo gedaan had, was mij een teleurstelling bespaard gebleven.
Maar nu zag ik pas later dat het woord ‘inkeer’ in dit verhaal misplaatst is.

Jezus draagt Zijn discipelen niet op de volkeren tot inkeer te brengen over hun kwalijke levenshouding als bijv. hun zelfzuchtige politiek van eigen volk eerst.
Jezus draagt ze op de heidense volkeren bekend te maken met de bevrijdende kracht van Zijn dood en opstanding voor de mensheid en met Gods plannen om alle volken aan zich te binden en tot een eenheid te maken, als een vervulling van de profetie uit Jesaja 2..

Daarmee verlangt Hij hun bekering. Hij wil dat ze ophouden met het vereren van afgoden en biedt hun een verbond aan met de enige God.  Hij wil de wereld omvormen tot een groot Jeruzalem, tot een stad van vrede, waar vertegenwoordigers van alle volken broeders zullen zijn als ze Hem, de Schepper van Hemel en aarde, als God aanvaarden en als Vader, zoals de Joden heel lang geleden al gedaan hadden tijdens de verbondssluiting bij de berg Sinai.   Jezus wil dat wij zeggen: Keer u toe naar de ware God. Hij wil u in Zijn verbond opnemen en is met Uw lot begaan. Daaraan ontleent deze zondag zijn naam: Misericordias Domini, de barmhartigheid van de Heer, of als u dat liever heeft; de trouw van de Heer waarvan de aarde vervuld is. Onder die laatste naam staat de dag van vandaag vermeld in het Luthers Jaarboek van 2007 en ook in uw kerkblad. Met het zingen van psalm 33 hebben we met de zang van Israël ingestemd.
De oproep tot inkeer, die de Nieuwe Vertaling hier leest is op zichzelf niet misplaatst. De volkerengemeenschap kan best wat zelfreflectie gebruiken. Maar onze opgestane Heer roept in onze tekst niet daartoe op. Hij vraagt ons om op bekering aan te dringen, op een zich naar God toe keren, naar God, die de wereld vrij wil maken van al haar schuld en ongerechtigheid. Daartoe is Jezus Zijn Zoon in deze wereld gekomen, en hoewel de wereld Hem uit de weg wilde ruimen is Zijn macht om over de dood te triomferen en het leven weer op te pakken uit Zijn opstanding gebleken. Wij hebben een levende Heer, die door de dood is heengegaan. Zo zegt de brief van Paulus aan de Filippenzen het ook . En wij verwachten met Paulus, dat eenmaal alle knie zich zal buigen voor Jezus, die van God de naam van Heer ontvangen heeft: de naam die boven alle namen is. Hij zal op onze arme wereld eenmaal de vrede doen aanbreken, die wij nu als christenen al mogen smaken. Dat is toch wel een grootser visioen dan wat de Nieuwe Vertaling ons aanreikt. Wat heeft de Nieuwe Vertalers eigenlijk bewogen om het woord inkeer te gebruiken in plaats van bekering? Zou de reden daarvoor kunnen liggen in het misbruik van het woord bekering, dat in het verleden is gepleegd? Ik verklaar de tegenzin ten aanzien van bekering uit ons misplaatst gevoel van superioriteit tegenover de heidense volken. Wij hebben hun niet alleen over kruis en opstanding gesproken, hoe wel het nu juist datgene is wat onze opgestane Heer ons opdraagt, maar wij hebben die andere culturen daarbij niet de vrijheid gelaten hun eigen invulling te geven aan het Godsgeschenk van het nieuwe leven, dat hun in Jezus Christus gepredikt en aangeboden werd. De vrijheid, die een vrucht is van het geloof dat ons in Jezus’ overwinning op de dood ene nieuwe toekomst geschonken is, mag niet beknot worden. God heeft de verscheidenheid lief. Om het eens op zijn Chinees te zeggen: Hij laat duizend bloemen bloeien. Ook die rijkdom maakt deel uit van het grootse visioen, dat God alle volken door de discipelen van onze Heer laat aansporen zich tot Hem en tot Zijn Zoon te bekeren, omdat Hij ze heeft bevrijd, zoals ook met ons gebeurd is. In die prediking spelen wij een rol, die je cruciaal zou kunnen noemen. Ook hier schiet de Nieuwe Vertaling een beetje tekort. Want zij zegt dat de discipelen ervan moeten getuigen. Daarmee wordt de suggestie gewekt, dat het hier om een gerechtvaardigd en beschermd gebruik van onze vrijheid van meningsuiting gaat. De apostelen wisten wel beter! En Jezus ook. En Hij zegt ook niet precies wat er in de Nieuwe Vertaling staat. Letterlijk staat er: Van deze dingen (d.w.z. van de cruciale gebeurtenissen die jullie hebt meegemaakt, nl van Mijn kruisiging en opstanding tot een geheel nieuw leven) zijn jullie getuigen. Ik zal het eens even in het Grieks zeggen. En als U die taal niet kent zult u mij toch heel goed verstaan.
Hier komt het: jullie zijn ‘martures’. U hoort het nu zelf: Het kan je je leven kosten, want als je getuigt ben je maar één stap verwijderd van het martelaarschap. De apostelen, die net hun Heer hadden zien kruisigen, vernamen uit Zijn mond, dat het kon zijn dat ook hun leven aan een zijden draadje zou hangen. Of aan het kruis. Daarom sprak ik van een cruciale opdracht. Maar het joeg hun geen angst aan, want hun opgestane Heer beloofde hun Zijn hemelse kracht te verlenen.
Gesterkt door dit woord van onze Heer Jezus Christus, voor wie de apostelen neerknielden en die zij aanbaden, mag ik u in Zijn naam nodigen aan Zijn tafel, want Hij wil met ons in vrede aanzitten in het koninkrijk der Hemelen. Amen.

Muziek Lied 232:4

Gods liefde is groot en strekt zich uit tot alle mensen,
   wij kunnen daarin delen:
dag aan dag met vriendelijkheid en aandacht,
geld en geduld,
nu kunnen we er gestalte aan geven, als een goed begin,  in de collecte!
collecte Gebed over de gaven Heer, U hebt Uzelf aan ons gegeven,
zo willen wij ons aan U geven:
   met hart en ziel en leven. Aanvaard ons en onze gaven tot eer van Uw naam,
dat Uw heiligheid erover moge stralen,
en Uw liefde er in weerspiegeld moge worden. Om Jezus Christus onze Heer.
Amen


Voorbeden:
Voor vandaag heeft de Wereldraad van Kerken ons verzocht een gezamenlijk gebed tot God te richten ten behoeve van de Christelijke Kerken en Noord- en Zid Korea en Japan.
Heer, wij denken aan onze broeders en zusters in Korea, een opgedeeld land, dat hoopt ooit eens weer een eenheid te mogen vormen. Wilt Gij geven, dat de situatie ten hunner gunste verandert. Wij bidden U in het bijzonder voor Noord-Korea, waar de materiele levensomstandigheden miserabel zijn en de vrijheid van mensen en meningsuiting eenvoudig niet bestaat.
Wilt Gij de Christenen daar sterken met Uw Heilige Geest en hun zo moed geven om te volharden in geloof, hoop en liefde.
Wij bidden U ook voor Japan, dat als eerste land de kracht van een atoombom over zich heen heeft gehad. Moge het ook het laatste land zijn aan wie dat overkwam.
Geef aan allen, die onze wereld besturen, Uw wijsheid opdat de vrede onder alle volkeren bewaard blijve.

Ook voor de Gereformeerden en Lutheranen, die hier vandaag in oecumenische gezondheid samen zijn en aan Uw tafel genodigd worden, bidden wij, dat zij bij alle verscheidenheid naar elkaar toe mogen groeien. Bewaar hen bij Uw woord en Zijn grootse visioenen en weer alle kwaad van hen af.

Wees ook individueel ons aller toevlucht en verhoor onze gebeden voor hen die ons nastaan en zelfs voor hen die ons te na komen. Bewaar ons bij Uw kruis en opstanding en bij het nieuwe leven van Uw toekomst.
Wij bidden het U in Jezus’ naam.
Amen.

Laten we dan samen het geloof uitspreken dat onze kerken verbindt, en ons persoonlijk geloof draagt en omvat. Ik geloof in God, die mens en wereld heeft geschapen, bedacht, gemaakt, gewild...

Ik geloof in God, die met mens en wereld een relatie aanging, er om geeft, er van houdt.

Ik geloof in God, die een Vader wil zijn, een Moeder, Geliefde, Zuster, Broeder..

Ik geloof in Jezus, mens geworden zoals wij.
Die in onze tijd, in onze wereld ons eigen leven heeft geleefd,
en is gekruisigd, voor de overheid een daad van willekeur,
voor Zijn leerlingen uiteindelijk een sprong in het duister, die onze redding werd -
dwars door dood en opstanding heen.

Ik geloof in die Geest van Liefde, die deel is van Gods wezen, die Jezus bezielde, die ook ons bezielen wil.

Ik geloof in mensen van Gods welbehagen, gewone mensen, die doen wat ze kunnen. Die leren luisteren naar de stem van God in de nacht van hun leven.
Mensen die er voor Hem en voor elkaar willen zijn.

Ik geloof dat de tijd maar tijdelijk is, en dat ons eeuwige liefde wacht, door dood en opstanding heen.

Zo waarlijk helpe ons God almachtig!


 

Geloofd zijt Gij, Heer die de eerste zijt en de laatste,
Gij hebt Uw volk bezocht en verlost om zonder vrees U te dienen;
met ontferming zijt Gij bewogen,
Gij hebt naar ons omgezien en richt onze voeten op de weg van de vrede;
Gij zult de laatste zijn, altijd met ons tot het einde der dagen;
doe ons delen in Uw beloften, Heer onze God, door Jezus Christus, Uw Zoon, die in de nacht, toen Hij verraden werd,
het brood nam, dankte, het brak en aan Zijn discipelen gaf, zeggende:
Neemt en eet, dit is Mijn lichaam, dat voor u gegeven wordt; doet dit tot Mijn gedachtenis.
Evenzo nam Hij de beker na de maaltijd, dankte, gaf hun die zeggende:
Neemt en drinkt allen daaruit, want deze beker is het nieuwe verbond in Mijn bloed, dat voor u vergoten wordt tot vergeving der zonden; doet dit, zo dikwijls ge die drinkt, tot Mijn gedachtenis.

Onze Vader, die in de hemel zijt,
Uw Naam worde geheiligd
Uw Rijk kome, Uw Wil geschiede,
zoals in de hemel zo ook op aarde.

geef ons heden ons dagelijks brood
en vergeef ons onze schulden,
zoals wij vergeven onze schuldenaren
en leid ons niet in verzoeking
maar verlos ons van het kwade


Uitdeling... De vrede van God, die alle verstand te boven gaat, wil Uw harten en gedachten bewaren in Christus Jezus onze Heer.

Wij danken U Heer, dat wij door Jezus Christus, Uw Zoon, mensen van Uw toekomst mogen zijn, zo zeker als wij deze gaven ontvingen;
wij danken U voor wat Hij als mens van vlees en bloed voor ons heeft doorstaan;wij danken U voor elk woord dat van U uitgaat.
Schenk ons, Heer, Uw Geest, geef ons inzicht in Uw wil en plant Uw gerechtigheid voort over de aarde.
Laat ons geloof niet ophouden en laat onze liefde toenemen door Jezus Christus, onze Heer.
Amen.

De  genade  van onze Heer Jezus Christus,
de liefde van God de Vader
en de  gemeenschap van de Heilige Geest
is en blijft met u allen.  Amen

Daarna werd er vrolijk koffie gedronken in de tuin van de Gereformeerde kerk.