Voor eerdere diensten klik hier:

Zondag Cantate 6 mei 2012 in de Lutherse kerk te Heusden

Organist: Ruud Jansen

In de Naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest.
Amen

Onze Hulp is in de Naam van de Heer
die hemel en aarde gemaakt heeft.

Heer, vergeef ons al wat wij misdeden.
En laat ons weer in vrede leven.

Amen.

Zo lief had God deze wereld, dat Hij Zijn enige Zoon gegeven heeft, opdat ieder die in Hem gelooft aan het verderf ontkomt, en eeuwig leven hebben mag!

Onze Introïtus-psalm is psalm 92: 1, 2 en 3

Gezegend zal Hij wezen  die ons bij name riep,
die zelf de adem schiep  waarmee Hij wordt geprezen;
laat alom musiceren,  met stem en instrument,
maak wijd en zijd bekend  de grote naam des HEREN.

Gij hebt mij door uw daden,  o HERE God, verheugd.
Mijn hart is vol van vreugd,  ik juich om uw genade.
Hoe groot zijn uwe werken,  de werken uwer hand,
Gij houdt het volk in stand.  Gij zult hun hart versterken.

LAAT ONS DE HEER AANROEPEN OM ONTFERMING MET DE NOOD VAN DEZE WERELD, EN LAAT ONS ZIJN NAAM PRIJZEN, WANT AAN ZIJN BARMHARTIGHEID IS GEEN EINDE




Zondagsgebed:
Heer God, Hemelse Vader, alle engelen aanbidden U. Daarom bidden wij U: zend ons Uw Heilige Geest opdat Zij ons leert om mét de engelen Uw lof te verkondigen en opdat Zij ons bijstaat wanneer wij met alle heiligen U lofzingen van aangezicht tot aangezicht, door Jezus Christus, onze Heer. Amen


Lezing Oude TestamentJesaja 5: 1 – 7 NBV
1 Voor mijn geliefde wil ik zingen
het lied van mijn lief en zijn wijngaard.
Mijn geliefde had een wijngaard,
gelegen op vruchtbare grond.

2  Hij bewerkte de grond, haalde de stenen eruit
en plantte een edele druivensoort.
Hij bouwde er een wachttoren,
hakte ook een perskuip uit.
Hij verwachtte veel van zijn wijngaard,
maar die bracht slechts wrange druiven voort.
3  Welnu, inwoners van Juda en Jeruzalem,
spreek recht tussen mij en mijn wijngaard.
4  Wat kon ik meer aan mijn wijngaard doen,
wat heb ik te weinig gedaan?
Ik verwachtte zo veel van mijn wijngaard,
waarom bracht hij slechts wrange druiven voort?
5  Luister, ik zal jullie vertellen
wat ik met mijn wijngaard ga doen:
Ik ruk de doornhaag uit en breek de muur af,
zodat hij verbrand en vertrapt kan worden.
6  Ik zal hem laten verwilderen,
er wordt niet meer gesnoeid, niet meer gewied,
dorens en distels schieten er op.
De wolken zal ik opdragen
geen regen op hem te laten vallen.
7  Israël is de wijngaard van de HEER van de hemelse machten,
de uitgelezen aanplant zijn de inwoners van Juda.
Hij verwachtte recht, maar oogstte onrecht,
hij zocht rechtsbetrachting, maar vond rechtsverkrachting.
 
Onze gradualepsalm is: psalm 80: 4, 6 en 7

Zie van uw hoge hemel neder, dat onze aanblik U verteder,
geef op uw eigen planting acht, de zoon die Gij hebt grootgebracht,
brand hem niet weg in Uw gericht, as tot as voor Uw aangezicht.

Dan zullen wij niet van U wijken, Uw naam zal op ons voorhoofd prijken,
Uw naam is ons als Uw gelaat: een sterrebeeld, een dageraad.
Laat lichten ons Uw aanschijn, HEER, doe ons opstaan en help ons weer.
 
epistel : 1 Johannes 3: 18 – 24
18  Kinderen, we moeten niet liefhebben met de mond, met woorden, maar waarachtig, met daden.
19  Dan weten we dat we voortkomen uit de waarheid en kunnen we met een gerust hart voor God staan.
20  En zelfs als ons hart ons aanklaagt: God is groter dan ons hart, Hij weet alles.
21  Geliefde broeders en zusters, als ons hart ons niet aanklaagt, kunnen we ons vol vertrouwen tot God wenden
22  en ontvangen we van hem wat we maar vragen, omdat we ons aan zijn geboden houden en doen wat Hij wil.
23   Dit is zijn gebod: dat we geloven in de naam van zijn Zoon Jezus Christus en elkaar liefhebben, zoals Hij ons heeft opgedragen.
24  Wie zich aan zijn geboden houdt blijft in God, en God blijft in hem. Dat Hij in ons blijft, weten we door de Geest die Hij ons heeft gegeven.

Psalmwoord: Loof de HEER, bewoners van de hemel, loof Hem daar in de hoogten, loof Hem, al Zijn herauten, loof Hem, heel Zijn engelenmacht.  (ps 148:1 en 2)HALLELUJA!


Ons Zondagslied is gezang 169: 1, 2, 4 en 6

Maar wij verkozen 't duister meer dan 't licht door God geschapen
en dwaalden weg van onze Heer als redeloze schapen.
Wij hebben dag en nacht verward, de nacht geprezen in ons hart
en onze dag verslapen.

Maar God heeft naar ons omgezien! Wij, in de nacht verdwaalden,
hoe zou het ons vergaan, indien  Hij ons niet achterhaalde,
indien niet in de duisternis het licht dat Jezus Christus is
gelijk de morgen straalde.

Zingt dan de Heer, stemt allen in met ons die God lof geven:
Hij schiep ons voor een nieuw begin, hoeveel wij ook misdreven.
Hij riep ons uit de nacht in ’t licht van Zijn genadig aangezicht.
In Christus is ons leven!

het heilig evangelie: Johannes 15: 1 - 8
1 ‘Ik ben de ware wijnstok en Mijn Vader is de wijnbouwer.
2  Iedere rank aan Mij die geen vrucht draagt snijdt Hij weg, en iedere rank die wel vrucht draagt snoeit Hij bij, opdat hij meer vruchten draagt.
3  Jullie zijn al rein door alles wat Ik tegen jullie gezegd heb.
4  Blijf in Mij, dan blijf Ik in jullie. Een rank die niet aan de wijnstok blijft, kan uit zichzelf geen vrucht dragen.
Zo kunnen jullie geen vrucht dragen als jullie niet in Mij blijven.
5  Ik ben de wijnstok en jullie zijn de ranken. Als iemand in Mij blijft en Ik in hem, zal hij veel vrucht dragen. Maar zonder Mij kun je niets doen.
6  Wie niet in Mij blijft wordt weggegooid als een wijnrank en verdort; hij wordt met andere ranken verzameld, in het vuur gegooid en verbrand.
7  Als jullie in Mij blijven en Mijn woorden in jullie, kun je vragen wat je wilt en het zal gebeuren.
8  De grootheid van Mijn Vader zal zichtbaar worden wanneer jullie veel vrucht dragen en Mijn leerlingen zijn.
Zalig die het Woord van God horen en er gehoor aan geven!


Credo
: In antwoord op Gods Woord willen wij samen ons geloof belijden door te zingen: gezang 399: 1 en 3

U, Vader, U zij lof op een verhoogde toon!
Lof en aanbidding zij Uw eengeboren Zoon.
Lof zij uw Geest, die ons ten Trooster is gegeven,
ons in de waarheid leidt, de weg van eeuwig leven.
U looft Uw kerk alom, waar Gij die ook vergaarde;
U looft wat loven kan, in hemel en op aarde!

Preek
GENADE ZIJ U EN VREDE VAN GOD ONZE VADER EN VAN JEZUS CHRISTUS, ONZE HEER.

Johannes 15:1 Έγω ειμι ή άμπελος ή αληθινή.

Lieve vrienden,

Het oecumenisch leesrooster, dat voor alle kerkgenootschappen bedoeld is, wijst voor deze zondag Cantate een tekst uit het Evangelie van Johannes aan.
De naam Cantate bevat een uitnodiging tot zingen. In de kerk geven wij met plezier gevolg aan zo’n aansporing. Onze introïtuspsalm 92 wekte ons dan ook op om de dienst met een lofprijzing te beginnen, en de graduale-psalm 80 legde in zijn vierde couplet alvast een link met de inhoud van het evangelie van vanmorgen.
De psalmist verheugt zich daarin immers over het feit dat het God ooit behaagd heeft een wijnstok uit Egypte te verplanten naar Kanaän.
Ik behoef u niet uit te leggen wat hij bedoelt met die beeldspraak.
De wijnstok is natuurlijk het volk dat uit Abraham was voortgekomen.
Door de geschiedenis van de Aartsvaders, die hun broer Jozef aan reizende handelaren hadden verkocht, was dat door God uitgekozen volk tenslotte in Egypte in slavernij geraakt.
Die kostbare wijnstok, dat edele gewas, kan uiteraard niet gedijen in slavernij.
De psalm bezingt dan ook de bevrijding uit het gebied van de benauwenis en de angst, want in het Hebreeuws heeft de naam van dat land die betekenis. Egypte zeggen wij, Mitsrajim zeggen de Joden, en dat woord klinkt als: het enge land van de angst. Daaruit heeft God ze laten wegtrekken. En dat vieren ze met hun Paasfeest.
Het is hun bevrijdingsfeest.
Sinds mei 1945 weten ook wij weer wat bevrijdingsdag inhoudt. Ik heb het nog persoonlijk meebeleefd, dat de Canadezen ons van de bezetters verlosten. We waren allemaal intens blij.
De gekozen lezing komt dus voor vandaag wel mooi uit, zo vlak na 5 mei.
Bij die algemene vreugde op de 5de mei beseffen we overigens toch ook dat daarmee niet tegelijkertijd alle persoonlijke redenen tot droefenis zijn weggenomen.
Zou de vreugde van 5 mei de droefenis van 4 mei zó kunnen overstralen, dat die treurige gevoelens van gemis in de zee van vreugde verzwolgen worden? Ik betwijfel het!
De door de oorlog toegebrachte wonden bleven even reëel als de wonden, die de kruisiging op Jezus’ lichaam had achtergelaten. 
En ze bleven soms, maar niet altijd, even zichtbaar.

In het voorgelezen gedeelte van Johannes 15 treffen wij Jezus en Zijn discipelen aan bij een Paasviering. Voor Jezus is het een bizonder moment.
Het is Zijn laatste Pasen hier op aarde. En de situatie zag er hoogst ongunstig uit.
In gehoorzaamheid aan Gods geboden vieren ze feest. Maar hun stemming is toch bepaald niet feestelijk te noemen.
Ze gedenken wel met dankbaarheid, dat God Zijn volk eeuwen geleden redde uit de angst voor een volledige ondergang, maar tegelijk worden ze overmand door een gevoel van acuut gevaar voor hun eigen leven. En die vrees wordt bewaarheid.
Het grote Paasfeest waar ze naar uitgezien hadden, was kennelijk nog niet aangebroken.
Weliswaar brengen ze er zelf het leven van af, maar Jezus wordt juist wel gevangen genomen. Dat zijn moeilijke ogenblikken voor de discipelen. Ze zullen vermoedelijk wel gehoopt hebben op een goede afloop. Het is immers Pasen, en overeenkomstig de betekenis van dat woord was de dood destijds aan het volk, dat op God zijn vertrouwen gesteld had, ook inderdaad voorbijgegaan. De Egyptenaren waren in de golven van de Rode Zee omgekomen, maar zelf hadden ze droogvoets kunnen ontkomen.
Aan Jezus bleek de dood echter niet voorbij te gaan. Toen dan ook Zijn graf met een zware steen secuur gesloten was, en bovendien verzegeld werd, was zonder twijfel al hun hoop vervlogen.
Zij meenden te zien dat Jezus gefaald had en dat hun eigen bijdrage vruchteloos was geweest.
Nee, het grote Paasfeest waarop zij door Jezus’ evangelie hun vertrouwen hadden gesteld, was nog niet ingetreden. Wat een teleurstelling!

U kunt zich hier als gemeente goed indenken wat teleurstelling inhoudt. Teleurstelling na zoveel arbeid en moeite om twee gemeenten tot één te laten samengroeien. Zoveel investering en dan zo’n onverwacht echec als eindresultaat.
Dat komt natuurlijk hard aan.
Onze bevrijdingsdag heeft gisteren ook de zorgen voor uw toekomst niet van u weggenomen.
Maar U hebt het er zelf niet bij laten zitten, want ik heb, uiteraard met vreugde, mogen vernemen dat er kortgeleden een nieuwe ouderling is bevestigd.

II De diep teleurgestelde en hopeloos verslagen gemeente in Jeruzalem heeft ook een nieuwe weg voor zich zien opengaan. Een weg die er al was, maar die de discipelen niet direct gezien hebben.
Jezus heeft zich zeer intensief en diepgaand met Zijn discipelen bemoeid, ook en in het bizonder vóór Zijn gang naar het kruis. In het evangelie naar Johannes vinden we twee lange toespraken, die Hij bij Zijn laatste Avondmaal gehouden heeft. De inhoud ervan is in grote lijnen dezelfde, maar alleen in de tweede afscheidsrede komt het woord over de wijnstok voor.
In de eerste rede verzekert Hij Zijn vrienden dat Hij ze niet als wezen zal achterlaten. Dat geeft dus al een beetje uitzicht op de toekomst.
Maar in de tweede toespraak bij de maaltijd openbaart Jezus iets heel bizonders.
Als u aandachtig geluisterd hebt naar wat de profeet Jesaja gezegd heeft over de wijnstok en daarna wat de Evangelist uit Jezus’ eigen mond heeft gehoord, zult u een verrassend verschil opgemerkt hebben.

In Jesaja noemt God het volk Israël Zijn wijnstok.
Maar Jezus roept in het Evangelie Zichzelf uit als de wijnstok.
Ik citeer:
Ik ben de wijnstok, de ware wijnstok.
Met die uitspraak, die Jezus vlak voor zijn gevangenneming gedaan heeft, corrigeert Hij dus een gangbare opvatting onder het Joodse volk, een opvatting, die ook door Zijn discipelen gedeeld werd.
Als iemand vroeg: wie is de wijnstok? dan was het geijkte antwoord: ons volk natuurlijk!
En ook u bent vermoedelijk geneigd die mening te delen. Ik denk dat u nu misschien eigenlijk wel even het woord zou willen nemen om te zeggen, dat de dominee dat vanmorgen toch nog zelf hoogstpersoonlijk uit de profeet Jesaja heeft voorgelezen.
Ik kan daar een eenvoudig en naar ik hoop doeltreffend antwoord op geven Het Joodse volk hoorde, net als iedereen, wat het graag wilde horen. Daarom luisterde het met aandacht naar het begin van de gelijkenis, en haakte het af bij de laatste zinnen.
Aan het einde wordt immers klip en klaar van deze wijngaard geprofeteerd, dat God hem zal laten verwilderen, want God verwachtte recht, maar oogstte onrecht, Hij zocht rechtsbetrachting, maar vond rechtsverkrachting.

Er is, zoals u ziet, niet alleen teleurstelling op aarde, er is niet minder teleurstelling bij de Heer van hemel en aarde.
Zijn geliefde volk luisterde niet naar Hem.
En daarom bracht het geen vruchten voort.

En hoe groot was ook de teleurstelling van de Heer over het handelen van de pachters van Zijn wijngaard toen Zijn zoon door hen gedood werd.
Hij had nog zo vol overtuiging gezegd: Mijn zoon zullen ze wel ontzien. Lees het maar na in Mattheüs 21!
De pachters hadden volstrekt geen ontzag voor de Zoon van hun Meester. Integendeel. Ze doodden Hem zelfs met opzet!

Als u zelf ooit hevig teleurgesteld bent, en maar nauwelijks kunt vergeven, denk dan ook eens aan de teleurstelling van Jezus, toen Hij van Zijn toegewijde leerlingen alleen Johannes bij Zijn kruisiging terug zag, om van het gedrag van Petrus maar te zwijgen…

Toch heeft hun Heer hun al bij Zijn laatste Avondmaal moed ingesproken, toen Hij hun zei, dat Hijzelf de echte wijnstok was.
Hij is de ware wijnstok, die de door Zijn Vader verwachte vruchten voortbrengt. En daarmee geeft Hij hun de zekerheid, dat zij nooit ontroostbaar teleurgesteld zullen worden als zij zich maar als de ranken van Zijn wijnstok door Zijn woord laten besnoeien en zuiveren. (Al kan dat wél pijn doen!)
Vóór Zijn kruisiging sprak Jezus al indringend over Zijn blijven in hen, en over hun blijven in Hem.

Kortom: als Jezus’ discipelen verslagen zijn en teleurgesteld en angstig, als ze zich opsluiten en niemand binnenlaten, als ze zonder perspectief werkeloos bij de pakken neerzitten, dan hebben ze niet goed naar de woorden van hun Heer geluisterd. Ze hadden zich beter dadelijk door Hem kunnen laten corrigeren.
Want zo spreekt Hijzelf: Door Mijn woord, door Mijn blijde boodschap blijf ik in u en blijft u in Mij.
Ik ben de ware wijnstok en u bent de ranken.

Gelukkig hebben de leerlingen zich later wel aan die belofte kunnen vastklampen.

Houd dat beeld dus goed vast, lieve gemeente, want het zal ons allen kunnen redden uit teleurstelling en vertwijfeling.
In dit vijftiende hoofdstuk van zijn evangelie toont Johannes ons de Heer die Zijn discipelen al vaste grond onder de voeten geeft, nog voor het gevaar heeft toegeslagen.
Die wil Jezus ons allen geven.
Maar wij moeten onze oren niet toestoppen als Hij spreekt.
Jezus is in Zijn Woord altijd in direct contact met hen die daarvoor open staan. Houdt u dan steeds dit beeld voor ogen. Zoals de ranken hun kracht en frisheid ontvangen van de wijnstok, zo ontvangen wij moed en kracht van Jezus.
Want de ware wijnstok is Hij.
Stel u dus open voor Zijn Woord.
Amen.

Muziek  (Edy zingt Dank sei dir, Herr)

Gods goedheid is groot en strekt zich uit tot alle mensen,
   wij mogen daarin delen door te doen zoals Hij:
dag aan dag met vriendelijkheid en aandacht,
genade en geduld…
Nu kunnen we er, als een goed begin, gestalte aan geven in de collecte!

Wij zingen daarbij:
Gezang 75: 10, 11 en 12

Collecte voor het - Luthers Genootschap
Het Nederlands Luthers Genootschap voor In- en
Uitwendige Zending (Luthers Genootschap) is op 5 april 1852 opgericht te Amsterdam en voor de eigen gemeente. Volgens de statuten is het Genootschap een vereniging van lutheranen, die hun kerk liefhebben wegens haar nieuwtestamentische geloofsrichting en die het grondbeginsel van haar belijdenis, namelijk de rechtvaardiging van de zondaar uit genade door het geloof in de Heer Jezus Christus, door de bediening van Woord en Sacrament wensen te zien gehandhaafd en voortgeplant.

De opdracht van het Genootschap is “het verlenen van steun op het gebied van binnen- en buitenlandse zending in de ruimste zin van het woord, in het algemeen en van Evangelisch-Lutherse Kerken alsmede van Evangelisch-Lutherse Gemeenten in Nederland in het bijzonder”.


Gij zijt de wijnstok van het leven, in duizend ranken uitgebreid,
het leven, ons in U gegeven, draagt goede vruchten op zijn tijd.
Laat ons uw ranken zijn voorgoed, doorstroom ons met uw hartebloed.

O Christus, ons van God gegeven, Gij tot in alle eeuwigheid
de weg, de waarheid en het leven, Gij zijt de zin van alle tijd.
Vervul van dit geheimenis uw kerk die in de wereld is.

Gebed over de gaven
Goede God, wilt U alstublieft zegenen wat we hier bijeen hebben gebracht,
  zodat het is tot eer van Uw Naam,
en zodat het Uw gemeente wereldwijd ten goede komt.
Laat het een offer zijn, dat onze dankbaarheid en liefde uitdrukt, door Jezus Christus, onze Heer.  Amen

Voorbeden
Lieve Heer Jezus,
Wij danken U dat U, al voordat Uw discipelen de verkeerde weg kozen, hen van Uw niet aflatende bemoeienis hebt willen spreken.
Doe zo ook met ons, Heer. Ook wij verheugen ons telkens weer als we een troostrijk woord van U mogen opvangen. En mocht zo’n woord soms wat harder aankomen, laat ons dan bedenken, dat het niet alleen de artsen van het lichaam zijn, die van tijd tot tijd pijnlijke ingrepen doen.
Geef ons Uw Heilige Geest, opdat wij ons onbelemmerd door het verleden op de toekomst kunnen richten.
Laat ons beseffen dat de kracht van onze gemeenten niet voortspruit uit de grote getallen, maar uitsluitend berust op Uw voortdurende aanwezigheid en ons onwrikbare vertrouwen op Uw beloften, en op een levend geloof.
Wil dan deze Lutherse gemeente in Heusden zegenen, samen met de andere Lutherse gemeenten, in de PKN of daarbuiten.
Laat ons een voorbeeld nemen aan Maarten Luther, die in een moeilijke tijd zoveel vreugdevolle liederen van Godsvertrouwen componeerde.
Wees met allen die hier bij ons horen, en blijven. En geef aan degenen die hier niet vonden wat zij zochten, dat zij in hun nieuwe situatie ontdekken dat U overal dezelfde bent en van liefde voor ons allemaal vervuld blijft.

Maar Heer, wij zijn niet alleen met onszelf bezig: wij willen U intens danken voor de vele jaren die wij en de jongere generaties al in vrijheid hebben kunnen leven. Wij danken U voor de vrijheid als land en volk, maar ook voor de vrijheid om ons geestelijk leven in te vullen, zoals bij ons past.
En wij vragen om Uw zegen voor al die mensen die dat mogelijk hebben gemaakt, die voor die vrijheid hebben gevochten, en voor hen die dat nog steeds doen.

Wij bidden U voor al die mensen en al die landen waar die kostbare vrijheid ontbreekt.
Voor vluchtelingen bidden wij, voor overheden en hulpverleners die hen moeten opvangen.
Wij bidden in het bijzonder voor kinderen die gedwongen werden om soldaat te zijn, en de vreselijkste dingen te doen.
Heer, haal de kinderen weg uit de oorlog, en haal de oorlog weg uit de kinderen.
Dit alles bidden wij U als wij U bidden, samen met Uw Zoon, die het ons voorbad:

Onze Vader, die in de hemelen zijt,
Uw Naam worde geheiligd.
Uw Rijk kome
Uw Wil geschiede, gelijk in de hemel, alzo ook op de aarde.
Geef ons heden ons dagelijks brood
en vergeef ons onze schulden,
gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren;
en leid ons niet in verzoeking
maar verlos ons van het kwade!


Ons slotlied is: gezang 157: 1 en 3

Gij schittert als een edelsteen, mijn hart is vol van U alleen,
uw liefde doet mij leven. Hoe groei ik in uw lichte schijn,
hoe bloei ik op, daar ik mag zijn een rank met U verweven.
Aan U blijft nu heel mijn leven weggegeven, om te ontvangen
U, mijn liefde, mijn verlangen.


Zegen:
De gemeenschap met God,
met alle heiligen en elkaar
vervulle Uw harten en gedachten,
Uw doen en laten,
Uw bidden en danken.
Van nu aan tot in alle eeuwigheid.


Daarna vierden we
de gemeenschap met een verrukkelijke lunch bij de familie Hilwig thuis.