Zondag 6 januari 2008 in de Lutherse kerk te Zeist. Epiphanie / Drie koningen. 
Organist de heer A. Liew-On - 18 kerkgangers.


IN DE NAAM VAN DE VADER EN DE ZOON EN DE HEILIGE GEEST.
Amen
ONZE HULP IS IN DE NAAM VAN DE HEER
die hemel en aarde gemaakt heeft

Heer, vergeef ons al wat wij misdeden
en laat ons weer in vrede leven

ZO LIEF HAD GOD DEZE WERELD, DAT  HIJ ZIJN ENIGGEBOREN ZOON GEGEVEN HEEFT, OPDAT IEDER DIE IN HEM GELOOFT AAN HET VERDERF ONTKOMT, EN EEUWIG LEVEN HEBBEN MAG!

Introïtus-psalm:  psalm
72: 1 en 6

Bloeie zijn naam in alle streken,  zolang de zon verrijst.
Zijn koningschap zij ons een teken  dat naar Gods toekomst wijst.
Dat opgetogen allerwegen  de volken komen saam,
elkander groetend met de zegen  van zijn doorluchte naam.

LAAT ONS DE HEER AANROEPEN OM ONTFERMING MET DE NOOD VAN DEZE WERELD,
EN LAAT ONS ZIJN NAAM PRIJZEN,
WANT AAN ZIJN BARMHARTIGHEID IS GEEN EINDE

zondagsgebed
Heer God, Hemelse Vader, die wijzen door het licht van een ster geleid, riep tot het aanbidden van Uw Zoon, wijs ook ons de weg, zo bidden wij, en doe ons in Zijn verborgenheid door het geloof Uw Heerlijkheid aanschouwen. Door Jezus Christus, onze Heer. Amen.

lezing ot: Jesaja 60: 1 – 3  NB
1  Sta op, word verlicht, want je licht is gekomen: de glorie van de ENE is over je opgegaan!
2  Want zie, het duister bedekt wel de aarde
    en donkerheid de natiën,–
    maar over jou zal de ENE opdagen,
    Zijn glorie wordt over jou zichtbaar.
3  Volkeren zullen op weg gaan naar jouw licht,
    koningen naar de glans van jouw dageraad.

Gezang 124: 4 en 5

Reeds daagt het in het oosten,  het licht schijnt overal:
Hij komt de volken troosten,  die eeuwig heersen zal.

epistel: Efeze 3: 1 – 12 NB
1 Dankzij dit ben ik, Paulus, de gevangene van de Christus, van Jezus, voor ú, de heidenen,
2  als ge tenminste hebt gehoord
    van het beheer van Gods genade
    die voor ú aan mij is gegeven:
3  dat door openbaring aan mij
    het heilsgeheim bekend is gemaakt
    –zoals ik eerder in het kort al schreef–
4  waaraan ge, wanneer ge dit leest,
    u mijn inzicht kunt voorstellen
    in het heilsgeheim van de Christus.
5  In andere generaties is het niet zo
   bekendgemaakt
   aan de zonen–en–dochters der mensen
   als het nu door de Geest geopenbaard is
   aan zijn heilige apostelen en profeten:
6  dat de heidenvolkeren mede–erfgenamen zijn,
   mede–lichaam van en mede–deelhebbers aan
   de aankondiging in Christus Jezus,
   door middel van de evangelieverkondiging,
7  waarvan ik een bediende ben geworden
   ten gevolge van de gave van Gods genade,
   die aan mij gegeven is
   ten gevolge van de inwerking van zijn kracht!
8  Aan mij, de minste van alle heiligen,
   is deze genade gegeven:
   aan de heidenvolkeren het evangelie te verkondigen 
   van de ondoorgrondelijke rijkdom van  de Christus,
9  en in het licht te stellen
   hoe het beheer is van het heilsgeheim
   dat van de eeuwigheden af verborgen is geweest in God die alles heeft geschapen,
10  opdat nu aan de overheden en de gezagsdragers in de hemelse regionen
   door middel van de vergadering bekendgemaakt wordt
   de veelkleurige wijsheid van God,
11  overeenkomstig het voornemen van eeuwigheden her
   dat hij heeft verwerkelijkt in Christus Jezus,
12  door wie wij de vrijmoedige toegang hebben, vol vertrouwen vanwege zijn geloof.

Psalmwoord: Halleluja! Mogen alle koningen zich voor Hem buigen, alle volkeren Hem dienen! HALLELUJA!


Gezang 152: 1-4

Wiens heerschappij geen einde kent,
geen einde kent,
Hij daalde neer om onze ellend.
Halleluja, halleluja!

De koningen uit het Oostenland
het Oostenland,
vereerden Hem met offerand.
Halleluja, halleluja!

Die knielden daar in ootmoed neer,
in ootmoed neer,
voor 't kleine kind, hun God en Heer.
Halleluja, halleluja!

het heilig evangelie staat geschreven bij: Mattheüs 2: 1 – 12 NB
1  Maar zie, terwijl Jezus wordt geboren  in Betlehem in Judea,
    in de dagen van koning Herodes,
    komen er in Jeruzalem
    uit het oosten magiërs aan;
2  zij zeggen: waar is
    de nieuwgeboren koning der Judeeërs?–
    want wij hebben zijn ster gezien in het oosten
    en zijn gekomen om hem hulde te bewijzen!
3  Maar als koning Herodes dat hoort
    is hij geschokt, en heel Jeruzalem met hem.
4  Hij brengt alle overpriesters en
    schriftgeleerden van de gemeenschap samen, en heeft aan hen gevraagd:
    waar wordt de Christus geboren?
5  Zij zeggen tot hem: in Betlehem in Judea;
    want zo is geschreven door de profeet:
6  en jij, Betlehem, land van Juda,
    jij bent geenszins de kleinste
    onder de leiders van Juda;
    want uit jou zal een leidsman
    voortkomen die herder zal zijn
    over mijn gemeente Israël!
7  Dan roept Herodes in het verborgene
    de magiërs en doet bij hen nauwkeurig navraag
    naar de tijd dat de ster is gaan schijnen.
8  Hij stuurt hen naar Betlehem en zegt:
    trekt verder en vorst nauwkeurig na
    over het jongetje;
    en als ge het vindt, verkondigt dat mij,
    opdat ook ik kan komen
    om het hulde te bewijzen!
9  Gehoor gevend aan de koning
    trekken zij verder; en zie de ster
    die zij in het oosten hebben gezien
    is hun vooruitgegaan
    totdat hij komt en blijft staan
    boven de plek waar het jongetje is.
10  Als zij de ster zien verheugen zij zich
     met zeer grote vreugde.
11  Ze komen het huis binnen en zien het jongetje,
     mét Maria, zijn moeder,
     en neervallend bewijzen zij het hulde;
     ze openen hun schatkisten
     en bieden hem geschenken aan:
     goud, wierook en mirre.
12  En in een droom gewaarschuwd
     om niet terug te buigen naar Herodes
     zijn ze langs een andere weg uitgeweken
     naar hun eigen landstreek.
ZALIG DIE HET WOORD VAN GOD HOREN
EN ER GEHOOR AAN GEVEN


Gezang 152: 5,6,7

Hij maakt ons door zijn armoe rijk,  zijn armoe rijk,
en brengt ons in het hemelrijk. Halleluja, halleluja!

Zo zinge al wat zingen mag,  wat zingen mag:
den Heer zij dank op deze dag.  Halleluja, halleluja!

Preek
GENADE ZIJ U EN VREDE VAN GOD ONZE VADER EN VAN JEZUS CHRISTUS, ONZE HEER.
Tekst: Wij hebben Zijn ster gezien.

Lieve vrienden,

Op een zondag 6 januari, de dag en het feest van Driekoningen is het een vreugde dat we eindelijk eens het verhaal van hun komst naar Jeruzalem kunnen lezen op de dag zelf. Natuurlijk zijn alle andere dagen in zo’n week waarin het feest niet op zondag valt ook wel een goede aanleiding om er aandacht aan te geven op de eerstkomende zondag. Maar dat is toch net zoiets als op dinsdag jarig zijn en die verjaardag op zaterdag te vieren.
Wat dat betreft laat ik een klein hoeraatje opgaan voor 2008.

Vermoedelijk ben ik hierin wat enthousiaster dan velen van mijn collega’s. Haast iedereen is tegenwoordig in de ban van de historiciteit van een verhaal. Is het wel echt gebeurd zoals het bij Mattheüs opgetekend staat? En waar komt zo’n verhaal vandaan?
De aankomende theoloog, wiens blik naar het oordeel der hoogleraren verruimd moet worden, ziet zich al vroeg in de studie geconfronteerd met de vergelijkende godsdienstwetenschap.
Die brengt hem bij, dat van vrijwel alle stichters van grote wereldgodsdiensten aan het eind van hun loopbaan een reeks wonderverhalen de ronde doet, die op hun miraculeuze geboorte wijst.
De moeder van Boeddha droomde bijvoorbeeld, dat zij zwanger was van een witte olifant. En op zeker ogenblik zelfs kwamen de Hindoegoden later bij Boeddha hun opwachting maken om voor hem te knielen. De conclusie ligt dan voor de hand. Als de nieuwe godsdienst een wereldgodsdienst wordt, stijgt het aanzien van de stichter. En daaromheen springen de verhalen uit de grond, die de aanspraken op het wonderbaarlijke moeten ondersteunen en handhaven.

Kwamen er nu drie koningen uit het Morgenland naar Jeruzalem, ja of nee? Waren het koningen zoals je ze altijd afgebeeld ziet, rijdend op kamelen, en met kronen op het hoofd? Als u goed hebt opgelet hebt U in de lezing uit Mattheüs daarover helemaal niets gehoord.
Een mooi verhaal wordt kennelijk door het vrome volk graag van nog meer tot de verbeelding sprekende details voorzien.
De tekst noemt ze meestal magiërs in onze vertalingen. Het woord sluit aan bij het oorspronkelijke Griekse grondwoord ‘magoi’ maar als vertaling is het volstrekt ontoereikend. De gemiddelde lezer denkt aan enigszins duistere figuren, die door hun kennis van de sterren de loop van aardse gebeurtenissen op geheimzinnige wijze beslissend kunnen beïnvloeden. Aan dit beeld beantwoorden de drie magiërs uit Mattheüs 2 al helemaal niet.
Zij komen niet als machtige tovenaars om de realiteit naar hun hand te zetten.
Zij komen alleen om te aanbidden.

Voorzover wij weten  waren magoi evenwel geleerden die de daarbij behorende status in hun maatschappij genoten, zoals bij ons professoren en andere deskundigen. Zij wisten veel van de hemel en de machtige heersers, die zich daarin bewogen. Die heersers waren goden, zoals Mars en Venus en anderen, die vanuit hun hoge positie de gang van zaken op aarde bepaalden. Voor hun overmacht hadden de magiërs ontzag.

Ik moest u dat allemaal wel eerst vertellen, want anders begrijpt U niet wat hen motiveerde om op reis te gaan. Opdat ons duidelijk wordt wat het was, dat de magiërs overkwam, is het nodig, absoluut noodzakelijk zelfs, er even rustig voor te gaan zitten om hun beweegreden te vernemen. Die is zo simpel, dat we er gemakkelijk aan voorbij horen. Maar het staat duidelijk vermeld in mijn tekst. Wij hebben zijn ster gezien; in het Oosten, staat erbij, maar die woorden kunnen we even goed vertalen met: in zijn opgang. Zij meldden dus aan koning Herodes, dat zij op zeker ogenblik een ster zagen opkomen, die ze nog niet eerder gezien hadden, en die hun bijzondere aandacht trok.
Zo’n opeens opduikende ster is de vuurbaak van een goddelijke macht, die zich manifesteert op een moment, dat hijzelf bepaalt.
Vanuit zijn hemelse achtergrond treedt hij onverwacht naar voren en kondigt aan de geleerden aan, waar het met de aarde naar toe gaat. Want de sterrenbeelden en de planeten, die zij langs de nachtelijke hemel zien bewegen, beheersen de gebeurtenissen hierbeneden.
De sterrenkundige geleerden merken zijn verschijnen op en geven de zin en de betekenis ervan dóór aan de mensen wie het aan gaat.

Wiens ster zich hier aan hen getoond had, wordt maar heel summier omschreven in het verhaal van Mattheüs. Het gaat om de koning der Joden, zeggen de magiërs.
Dat is ook de titel waaronder Jezus door de Romeinen gekruisigd is. Maar als Jezus dadelijk al aan het begin van het evangelie van Mattheüs in de genealogie van koning David een plaats toegewezen krijgt, zou de titel ‘Koning van Israël’ meer passend zijn geweest. Noch de Romeinen noch de sterrenkundigen uit een vermoedelijk ver weg gelegen buitenland hebben de essentie van Jezus’ koningschap goed begrepen. Jezus zal de koning zijn van een nieuw Godsvolk. Om tot dat inzicht te komen zouden ze bij Hem eerst een tijdje in de leer moeten gaan, net als de discipelen. Maar hoe dat ook zij, de ster duidt erop, dat er iets hoogst belangrijks staat te gebeuren. Een ‘Koning’ wordt geboren. Tegen de tijd dat de drie geleerden in Jeruzalem aankomen, ligt er ergens een ‘Koning’ in de wieg! Een koning die de toekomst van de aarde bepalen zal.

Maar wáár stond die wieg precies? Dat wisten de geleerden nu weer niet. En Herodes wist het ook al niet, maar gelukkig kon hij het laten opzoeken in de profeten. En eenmaal in Bethlehem aangekomen verscheen de ster voor de laatste maal, boven het huis waar Jezus Zich bevond. Al met al is het een wat fantasierijk verhaal, dat veel meer vragen oproept dan het beantwoordt. Is het zelf wel echt gebeurd?

Maar die conclusie kan natuurlijk niet het einde van mijn preek zijn! Wat mij steeds blijft bezighouden is de vraag wie de genoemde magoi toch zijn! De volksverbeelding heeft er koningen van gemaakt. En degenen, die in het Jaarboek voor onze zondagse diensten aanwijzingen geven, zijn het volk daarin gevolgd. Inderdaad, Jesaja 60:3 zegt dat volken en koningen zullen optrekken naar Jeruzalem om God te aanbidden. Het voor vandaag aangegeven psalmwoord bidt, dat alle koningen zich voor Hem mogen buigen en alle volken Hem dienen. Maar helaas voor deze uitleg zijn de magoi geen koningen. Hun koninklijke geschenken ten spijt.

Daarom zoek ik de m.i. juiste uitleg in een heel andere richting, die zich overigens niet ver verwijdert van een derde, u vast wel bekende benaming voor de drie bezoekers. Men spreekt immers ook wel van de wijzen uit het Oosten. Net als het Zondagsgebed, trouwens!
Wij zien in de bijbel, en vooral in het Nieuwe Testament, dat Jezus Christus’ centrale plaats in de schepping van God benadrukt wordt.
Daarom komen de koningen van overal vandaan Hem hun hulde brengen. Daarom wordt Hij met de profeten Mozes en Elia tezamen op een berg in het licht geplaatst, met dien verstande, dat Hij boven hen uitstijgt, omdat Hij de Zoon van God is. En daarom verheerlijkt de Brief aan de Hebreeën Hem als de Hogepriester zonder weerga.
Of de reis van de drie geleerde sterrenkundigen nu wel of niet historisch is, mag voor mij buiten beschouwing blijven. Daar gaat het Mattheüs niet om, maar het verhaal verkondigt ons een boodschap van Godswege. Van alle zonen van David, die Mattheüs opnoemt in de aanhef van zijn evangelie onderscheidt de grote koning Salomo zich door zijn in de hele wereld geroemde wijsheid.
En in het verhaal van de 6e januari, driekoningendag, zie ik tot mijn vreugde, dat de hulde van de meest vermaarde geleerden op het gebied van de sterrenkunde Hem door die drie wijzen wordt toegebracht. Ik word daar vrolijk van, want het is een belofte uit den Hoge, dat de wetenschap zich eenmaal genoodzaakt zal zien haar solistisch en daarmee onvruchtbaar bestaan op te geven voor een toewending naar Hem die deze wereld met al haar raadselen die door de geleerden worden onderzocht, geschapen heeft. Wij hebben daar veel behoefte aan, want alle wetenschap, die alleen op technische kennis uit is, draagt een onmenselijk karakter. Als zij met haar ontleding klaar is, is haar object een dood ding geworden.
Wanneer de geleerden van destijds hun wetenschappelijke carrière voorrang hadden gegeven, waren ze terug gegaan naar koning Herodes.
Maar de ontmoeting met het Kind in de kribbe heeft ze ontvankelijk gemaakt voor de wijsheid die hen in de droom door de engel van Omhoog geschonken werd.
Ze gehoorzaamden, en zo maakte wetenschap plaats voor wijsheid.
Mochten wij allen onze prioriteiten zo voegen, dan wordt deze wereld een wereld waar we blij en vrolijk mogen leven in het licht van Gods koningschap. 
Amen

Muziek

Alles wat wij hebben , hebben wij van God gekregen,
om  door  te geven, om met velen te delen
     en er zo van te genieten.
Ook nu en hier kunnen we gestalte geven aan dat delen:   in de collecte 

Gezang
320: 1 en 4

De Heilge Geest geeft taal en teken.  Christus deelt al zijn gaven uit.
De Vader zelf wil tot ons spreken  en elk verstaat wat het beduidt.
Wees ons nabij  en maak ons vrij  in dit uw heiligdom.
Kom, Here Jezus, kom!

collecte

Gebed over de gaven
Lieve God, wilt U alstublieft zegenen wat we hier bij elkaar hebben gebracht,
  zodat het is tot eer van Uw Naam,

en zodat het Uw gemeente wereldwijd ten goede komt.

Laat het een offer zijn, dat onze dankbaarheid en liefde uitdrukt,
door Jezus Christus, onze Heer.  Amen

Credo: Heilig is de Heer EL 287 (Schubert)

Voorbeden:
Grote God, nu wij met koningen en profeten, met herders en wijzen U mogen aanbidden, prijzen wij Uw grote liefde, die deze wereld wil behouden en bewaren, en wij bidden, dat allen die in hoogheid gezeten zijn, die macht en verantwoordelijkheid hebben op welk terrein van het leven ook, door Uw inspiratie wijze mensen mogen worden, die in alles het belang zoeken van de meest kwetsbare mensen, die door hun beslissingen geraakt kunnen worden.
Ook voor onszelf bidden wij U om die inspiratie en die wijsheid, opdat wij Uw liefde en goedheid in alles mogen uitstralen, zoals Jezus deed, die ons voorging op de weg naar U toe.

Wij danken U voor gezondheid en vrijheid, en wij bidden U voor allen die deze grote geschenken moeten missen. Zegen allen die hier zouden willen zijn, maar dat niet konden.
Wij bidden U ook voor haar, die in ons midden heeft gewerkt, en volgende week in Cadzand tot predikant wordt bevestigd. Dat Irma ook als dominee Nietveld met enthousiasme en energie Uw woord mag verkondigen, daarin steeds bijgestaan door Uw Heilige Geest.

Er is nog veel meer waar wij Uw aandacht voor willen vragen, we horen berichten over een aardbeving in Griekenland, en we weten nog niet hoe erg het is, maar we bidden: wees bij de slachtoffers, wees bij de slachtoffers van alle natuurrampen, en wees bij hen die te hulp komen.

Moge Uw verschijnen in ons midden als Kind in de Kribbe, als Koning in eeuwigheid, als Hogepriester voor eeuwig, ons allen steeds meer Uw lof doen zingen. Om Jezus wil. Amen


Ja, waardig is het en recht, betamend en heilaanbrengend, dat wij U, heilige Heer, almachtige Vader, eeuwige God, te allen tijde en aan alle plaatsen dankzeggen door Christus onze Heer,
U die met Uw eniggeboren Zoon en met de Heilige Geest een enig God en Heer zijt. Daarom zingen wij met engelen en aartsengelen de lof van Uw heerlijkheid:
Sanctus:


Geloofd zijt Gij, Heer van hemel en aarde, dat Gij U over Uw schepselen ontfermd hebt en Uw eengeboren Zoon als mens ter wereld hebt doen komen.
Wij danken U voor de verlossing, die Gij ons bereid hebt door het heilig offer van het lichaam en bloed van onze Heer Jezus Christus, aan het kruishout gebracht.
Wij loven U om Zijn heerlijke opstanding uit de doden, en om Zijn Hemelvaart tot Uw eeuwig heiligdom, waar wij in Hem onze hogepriester, altijd tegenwoordig zijn voor U.
In Zijn naam bidden wij U, Heer, zend ons Uw Heilige Geest en geef, dat wij onder brood en wijn het waarachtig lichaam en bloed van Uw Zoon met waar geloof en dankzegging ontvangen mogen.
Breng Uw uitverkorenen van de einden der aarde samen in Uw rijk en doe ons de wederkomst van Uw Zoon in gelovig vertrouwen verwachten.
U zij eer in eeuwigheid. Amen.

ONZE VADER, DIE IN DE HEMEL ZIJT,
UW NAAM WORDE GEHEILIGD

UW RIJK KOME
UW WIL GESCHIEDE,
ZOALS IN DE HEMEL ZO OOK OP AARDE.

GEEF ONS HEDEN ONS DAGELIJKS BROOD

EN VERGEEF ONS ONZE SCHULDEN,
ZOALS WIJ VERGEVEN ONZE SCHULDENAREN

EN LEID ONS NIET IN VERZOEKING
MAAR VERLOS ONS VAN HET KWADE

In de nacht, toen onze Heer Jezus Christus verraden werd, nam Hij het brood, dankte, brak het en gaf het aan Zijn discipelen en zeide:
Neemt en eet, dit is Mijn lichaam, dat voor u gegeven wordt; doet dit tot Mijn gedachtenis.
Evenzo nam Hij de beker na de maaltijd, dankte, gaf hun die en zeide:
Neemt en drinkt
allen daaruit, want deze beker is het nieuwe verbond in Mijn bloed, dat voor u vergoten wordt tot vergeving van zonden; doet dit, zo dikwijls ge die drinkt, tot Mijn gedachtenis.

Agnus Dei


Uitdeling
De vrede van God, die alle verstand te boven gaat, wil Uw harten en gedachten bewaren in Christus Jezus onze Heer.



Laten wij God danken met het zingen van lied
lied 354B:1



DE  GENADE  VAN ONZE HEER JEZUS CHRISTUS
EN DE   LIEFDE  VAN GOD DE VADER EN DE  Gemeenschap  VAN DE HEILIGE GEEST
IS EN BLIJFT
MET U ALLEN.  AMEN