Dienst op Goede Vrijdag 9-4-2004 in het Witte Kerkje in Huis ter Heide. Organist: J. Peters. Aanwezig: 35 mensen. 

Introïtuslied gezang 188: 1 en 2

O Lam van God, onschuldig   gefolterd en geslagen,
leer ons, als Gij geduldig,   ons kruis U na te dragen;
doe ons U meer beminnen   en help ons overwinnen.
Geef ons uw vrede, o Jezus!

Onze hulp is in de Naam van de Heer die hemel en aarde gemaakt heeft,
Die trouw blijft tot in eeuwigheid en niet laat varen het werk dat Hij met ons bego
n.

Genade zij u en vrede van God de Vader en van Jezus Christus, onze Heer.

Psalm 119: 34 en 35


Zij blijven naar uw ordinantie staan,
hemel en aarde, want zij zijn uw knechten!
Ik was allang in al mijn druk vergaan
als ik mijn hart niet aan uw wetten hechtte.
o HEER, uw woord, uw woord, daar denk ik aan,
ik leef slechts door uw wetten en uw rechten.

Wet  Marcus 12: 30 – 31 De twee geboden die één zijn.
30 Het eerste is: Hoor, Israël, de Here, onze God, de Here is één, en gij zult de Here, uw God, liefhebben uit geheel uw hart en uit geheel uw ziel en uit geheel uw verstand en uit geheel uw kracht.
31 Het tweede is dit: Gij zult uw naaste liefhebben als uzelf. Een ander gebod, groter dan deze, bestaat niet.

Gebed
Here God, op de avond van deze Goede Vrijdag komen wij als gemeente van uw Zon Jezus Christus bijeen in een plechtige stemming.
Wij willen immers Zijn eenzaam en ondraaglijk lijden op het kruis gedenken, dat Hij voor ons gedragen heeft. Zodra wij U aanroepen, beseffen wij, dat enkel maar ingetogenheid te kort doet aan wat U van ons verwachten mag. U staat ons toe U aan te spreken als onze Vader in de hemel.
Zeker vanavond wilt U ons voor Uw aangezicht zien verschijnen als Uw kinderen die met een volkomen oprecht en diep schuldbesef het wagen tot U te naderen. Want Uw beminde Zoon stierf niet alleen vóór ons maar ook dóór ons.
Joden en Romeinen hebben Uw Zoon ter dood gebracht, maar als wij toen geleefd hadden zouden wij het er niet beter afgebracht hebben. Wij zouden met Zijn discipelen weggevlucht zijn toen het gevaar naderde.
Wij maken deel uit van de grote familie der mensen, die Uw schepselen zijn, maar als we om ons heen kijken zien wij veel onmenselijks aan alle kanten. De ouderen onder ons herinneren zich de wegvoering van Uw volk naar concentratiekampen en schamen zich voor de daarop gevolgde uitroeiing.
Een paar dagen gelden herdachten de Verenigde naties dat zij tien jaar terug niet ingrepen tijdens de genocide in Roeanda, en onze eigen natie heeft nog onlangs haar schuld beleden voor de gebeurtenissen in Srebrenica. U wilt niet dat Uw mensheid zulke dingen doet.
Onze plicht is het als christenen voor u te belijden, dat al deze gruwelen uit onze zondige inborst voortkomen. Ons hart staat niet vanzelf open voor Uw opdrachten. Daarom wijzen wij niet beschuldigend naar anderen maar verootmoedigen wij onszelf voor U.
Wij bidden U daarom: leer ons toch door uw Heilige Geest ons vast te klampen aan Uw woord alleen, leer ons gehoorzaam te zijn aan uw gebod om U lief te hebben én onze naasten, leer ons strijden tegen onze zelfgenoegzaamheid.
Leer ons Jezus na te volgen , ons kruis op ons te nemen en U en onze naasten te dienen in zelfverloochening.
Geef ons daartoe de kracht in Jezus’ Naam. Amen

Psalm 119: 12


Schriftlezing: Marcus 15: 33 – 38
33 En toen het zesde uur aangebroken was kwam er duisternis over het gehele land tot het negende uur.
34 En op het negende uur riep Jezus met luider stem: Eloï, Eloï, lama sabachtani, hetgeen betekent: Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten?
35 En sommige van de omstanders, dit horende, zeiden: Zie, Hij roept Elia.
36 En iemand liep toe, drenkte een spons met zure wijn, stak ze op een riet en gaf Hem te drinken, zeggende: Stil, laat ons zien, of Elia komt om Hem eraf te nemen.
37 En Jezus slaakte een luide kreet en gaf de geest.
38 En het voorhangsel van de tempel scheurde in tweeën van boven tot beneden.
39 Toen de hoofdman, die tegenover Hem stond, zag, dat Hij zó de geest gegeven had, zei hij: Waarlijk, deze mens was een Zoon Gods.

Preek
over Marcus 15:34b Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij mij verlaten?
Lieve mensen,

Marcus zegt heel nadrukkelijk en precies dat vanaf de middag, tot drie uur daarna, een duisternis inviel, die het hele land bedekte. We mogen wel aannemen dat het hier geen gewone duisternis betrof.. Het lijkt mij meer een duisternis te zijn die markeert, dat het Licht der wereld in die uren bezig was uit te doven. Lucas spreekt expliciet over een zonsverduistering. Een heel wonderlijk gebeuren ten tijde van de nieuwe maan, maar heel passend bij de ten hemel schreiende ongerechtigheid der mensen die de enige rechtvaardige op deze aarde smadelijk ter dood brachten en Hem zo uit hun midden verbanden. Zou Jezus zich juist op dat moment van verlatenheid niet mogen wenden tot God Zijn Vader, die Zijn en ons aller troost is in leven en in sterven? We zouden toch denken van wel. En Hij roept dan ook Zijn Vader aan.
Drie uur in de middag is trouwens het uur waarop het namiddaggebed behoort te geschieden.
Jezus bidt op dat ogenblik het gebed van de rechtvaardige die onrecht lijdt. Hij gebruikt voor Zijn klacht de aangrijpende woorden waarmee psalm 22 begint: Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij mij verlaten?
Waarom houdt Gij U doof voor mijn lijden?
          Op deze hartenkreet komt geen antwoord.
Bij Jezus’ doop heeft God gesproken, evenals bij de verheerlijking op de berg. Toen hoorde Jezus een stem uit de hemel. Toen riep God: Gij zijt Mijn geliefde Zoon.
Nu blijft het stil, huiveringwekkend stil.
Heeft God dan geen behagen meer in deze zoon?
Het valt ons moeilijk in te denken, dat Jezus bij Zijn Vader uit de gratie is, in elk geval niet voor goed. Psalm 22 kent dan ook een omslag.
Na lang wachten! In het 22ste vers uit de psalmist een kreet van bevrijding. Hij roept met verheffing van stem: Gij hebt mij geantwoord!
Dan is het moment van verlatenheid voorbij en is de bidder weer in staat God te loven temidden van een grote gemeente. Wie roept: Waarom hebt Gij mij verlaten, mijn God? mag vertrouwen, dat er ooit antwoord komt.
Maar het ogenblik van de uiterste duisternis blijft een vreeswekkende werkelijkheid, een die overigens al voorspeld was in de profetie van Amos. (hoofdstuk 8)

‘Te dien dage zal het geschieden’- zo staat daar te lezen – luidt het woord van de Here Here, dat ik op de middag de zon zal doen schuilgaan en bij klaarlichte dag het land in het donker zal zetten. Dan zal Ik uw feesten in rouw verkeren en al uw liederen in klaagzang.’
Zo kondigt God door Zijn profeet aan, dat de ongerechtigheid van de volkeren, met inbegrip van het volk dat Hij heeft uitverkoren, zal worden bestraft. Het evangelie zegt ons, dat dit oordeel voltrokken is, niet aan de volken echter en ook niet aan ons, maar aan Jezus, Zijn uitverkoren Zoon.
Hij heeft onze straf gedragen en wij gaan vrijuit. Daarom heet deze dag Goede Vrijdag. Het evangelie is een verbazingwekkende boodschap van bevrijding van de schuld, die wij in ons leven opzamelen.
Voor ons is het vandaag een goede dag, want onze Heer Jezus heeft ons vrijgekocht.
Voor Hem betekende het uren van afzichtelijk lichamelijk lijden. Vooral de Rooms-katholieke passiespelen, zoals in Oberammergau en zoals in Tegelen in ons eigen land, leggen daarop grote nadruk En juist in deze tijd doen ook protestanten dat.

Overal in de bioscopen draait op het ogenblik een geruchtmakende film van de regisseur Mel Gibson, die ook de aandacht van veel behoudende protestanten trekt. Volgens de recensies in de krant wordt het bloedig lijden van Jezus er zeer realistisch in uitgebeeld. Dat zal historisch zeker wel juist zijn.
De Romeinen noemden de kruisiging de allerwreedste en alleronmenselijkste vorm van terechtstelling. Dat Jezus zulk een lijden voor ons heeft willen ondergaan, geeft uiteraard tot op vandaag aan hoezeer Hij ons mensen liefheeft.
De rechtvaardige gaf zijn leven voor de onrechtvaardigen. Dat is al heel bizonder!

Maar het evangelie graaft nog dieper. Het ging niet alleen om het lichamelijk lijden van Jezus.
Zijn wezenlijke foltering bestond in de Godverlatenheid, die Jezus’ deel werd, toen Hij tot zonde gemaakt werd om onze overtredingen, terwijl Hij toch zelf zonder zonden was.
De kruisbalk die Jezus op Zijn schouders droeg was zeker een zware lichamelijke last, die de mensen Hem oplegden, maar zwaarder nog was het dragen van de Godverlatenheid voor andermans zonden, die Zijn ziel verscheurde.
Laat ons dat wel beseffen en daarvoor dankbaar zijn, want Hij heeft die last voor ons op zich genomen. Hij was van God verlaten, opdat wij nooit zonder God behoeven te zijn. Hij was overgeleverd aan de duisternis opdat wij in het Licht zouden kunnen wandelen.
Troosteloos hing Hij aan het kruis, opdat wij waarlijk getroost zouden worden. Ons past maar één ding: oneindige dankbaarheid.
Wij zullen het zo dadelijk zingen: duizend-, duizendmaal o Heer  zij U daarvoor dank en eer.
Zing het met heel Uw hart, en richt Uw leven er naar in. Dan wordt het voor U ondanks de duisternis waarlijk Goede Vrijdag!
Amen.

Gebed

Onze Vader, die in de hemel zijt,
Uw Naam worde geheiligd;
Uw Rijk kome,  Uw Wil geschiede,
zoals in de hemel zo ook op aarde.
Geef ons heden ons dagelijks brood,
en vergeef ons onze schulden,
zoals ook wij vergeven onze schuldenaren;
en leid ons niet in verzoeking,
maar verlos ons van het kwade!
Want van U is het koninkrijk
en de kracht en de heerlijkheid in eeuwigheid. Amen.

Ons slotlied is Gezang 182: 1 en 3

Die gewillig waart ten dode,  in het duister van de pijn
U ten offer hebt geboden,  hoe verlaten moest Gij zijn,
troosteloos aan 't kruis gehangen  opdat wij uw troost ontvangen.
Duizend, duizendmaal, o Heer,  zij U daarvoor dank en eer.

Sta dan nu op voor de Zegen

De zegen van God de Vader draagt ons door dood en doop heen naar het leven in eeuwigheid.
Gods Geest geeft ons de woorden van eeuwig leven in de mond, en moed in ons hart.
Gods geliefde Zoon gaat aan onze zij,
Wees dan gezegend in de Naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest.
Amen   

gem: Amen


..............

 naar boven