Kerstviering 2005 in de Lutherse Kerk te Heusden - Putterstraat 32 10.30 uur. 

 

Er was een klein koor, dat van te voren nog oefende:

Orgelspel en afkondigingen 

De predikant zingt onder het binnenkomen: gez. 139:1

 

De gemeente zingt: gezang 139: 2 en 3

Ziet, hoe dat men met Hem handelt,
hoe men Hem in doeken bindt,
die met zijne godheid wandelt
op de vleugels van de wind.
Ziet, hoe ligt Hij hier in lijden
zonder teken van verstand,
die de hemel moet verblijden,
die de kroon der wijsheid spant.
Ziet, hoe tere is de Here,
die 't al draagt in zijne hand.

O Heer Jesu, God en mense,
die aanvaard hebt deze staat,
geef mij wat ik door U wense,
geef mij door uw kindsheid raad.
Sterk mij door uw tere handen,
maak mij door uw kleinheid groot,
maak mij vrij door uwe banden,
maak mij rijk door uwe nood,
maak mij blijde door uw lijden,
maak mij levend door uw dood!

In de Naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest.
Amen
Onze hulp is in de Naam van de Heer
die hemel en aarde gemaakt heeft.

Heer, vergeef ons al wat wij misdeden,
en laat ons weer in vrede leven.

Zo lief had God deze wereld, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat ieder die in Hem gelooft aan het verderf ontkomt, en eeuwig leven hebben mag!

Gezang 138: 1 -4

De hemelse englen         riepen eens de herders
weg van de kudde naar 't schamel dak.
Spoeden ook wij ons met eerbiedge schreden!
Komt, laten wij aanbidden,         komt, laten wij aanbidden,
komt, laten wij aanbidden die Koning.

Het licht van de Vader,         licht van den beginne,
zien wij omsluierd, verhuld in 't vlees:
goddelijk Kind, gewonden in de doeken!
Komt, laten wij aanbidden,         komt, laten wij aanbidden,
komt, laten wij aanbidden die Koning.

O Kind, ons geboren,         liggend in de kribbe,
neem onze liefde in genade aan!
U, die ons liefhebt, U behoort ons harte!
Komt, laten wij aanbidden,         komt, laten wij aanbidden,
komt, laten wij aanbidden die Koning.

Laat ons de Heer aanroepen om ontferming
met de nood van deze wereld,

en laat ons Zijn Naam prijzen,
want aan Zijn barmhartigheid is geen einde!

Zondagsgebed

Gij, eeuwige God, hebt Uw Woord vlees,
Uw Zoon mens doen worden,
en ons met Uw genade overstroomd.

Geef, zo bidden wij, dat wij in onze werken doen uitstralen wat door Hem schittert in onze geest.
Door Uw eniggeboren Zoon, Jezus Christus, onze Heer.
Amen.

Zanggroep: Sieh Gottes Gestirn…
(Joegoslavisch).
Naar het Sloweense ‘Glej zoezdice bo
že’. Duits: Walther Boiger. Toonzetting: Adolf Strube.

Zie Gods gesternte, o wat blinkt het heden prachtig!
Daar opent zich ook nog de hemel heel wijd,
en zingen de Engelen uit heilige Hoogte,
om de mens te verkonden waarmee God ze verblijdt.

Een oude belofte werd nu werkelijkheid:
geboren is waarlijk de Heiland der wereld,
bij herders in de stal als een kindeke teer,
maakt hij allen gelukkig die Hem aanvaarden als Heer.

De engelen zingen van vrede op aarde,
ze vullen met rijkdom het hart van wie ’t hoort.
De herders in ’t veld gaan ijlings naar ’t Kindje,
onthullen Hem alles wat hen pijnt, al hun nood.

Lezing Oude Testament: Job 38: 1 – 7 NBV

Job heeft de Heer aangesproken op zijn lijden…

1 En de HEER antwoordde Job vanuit een storm. Hij zei:

2  "Wie is het die Mijn besluit bedekt
    onder woorden vol onverstand?
3  Sta op, Job, wapen je;
    Ik zal je ondervragen, zeg Mij wat je weet.
4  Waar was jij toen Ik de aarde grondvestte?
    Vertel het Me, als je zoveel weet.
5  Wie stelde haar grenzen vast? Jij weet dat toch?
    Wie strekte het meetlint over haar uit?
6  Waar zijn haar sokkels verankerd,
    Wie heeft haar hoeksteen gelegd,
7  terwijl de morgensterren samen jubelden
    en Gods zonen juichten van vreugde?"

Psalm 93:1

Epistellezing:  Hebreëen 1: 1 – 5  NBV
1  Op velerlei wijzen en langs velerlei wegen heeft God in het verleden tot de voorouders gesproken door de profeten,
2  maar nu de tijd ten einde loopt heeft Hij tot ons gesproken door Zijn Zoon, die Hij heeft aangewezen als enig erfgenaam en door Wie Hij de wereld heeft geschapen.
3  In Hem schittert Gods luister, Hij is Zijn evenbeeld,
Hij schraagt de schepping met Zijn machtig woord;
Hij heeft, na de reiniging van de zonden te hebben voltrokken, plaatsgenomen aan de rechterzijde van Gods hemelse majesteit,
4  vér verheven boven de engelen omdat Hij een eerbied-waardiger naam heeft ontvangen dan zij.
5  Tegen wie van de engelen heeft God immers ooit ge-zegd: ‘Jij bent Mijn Zoon, Ik heb je vandaag verwekt’? Of: ‘Ik zal een vader voor hem zijn, en hij voor Mij een Zoon’?

Psalmwoord: Hij heeft gedacht aan Zijn goedertierenheid en aan Zijn trouw jegens het huis van Israel en alle einden der aarde hebben aanschouwd het heil van onze God!
HALLELUJA!

Zanggroep
antwoordt met: Halleluja (Tschechisch)

2.Engel zu den Hirten spricht: “Freut euch sehr und fürcht’ euch nicht.

3.Hört’s, ihr Menschen groß und klein: Friede soll auf Erden sein!”

4.Ehr sei Gott im höchsten Thron, der uns schenkt sein’ lieben Sohn.
Melodie: uit Bohemen, bewerking: Johannes Proger, die ook vers 2 en 3 schreef.

1. Halleluja. Ons tot heil verkoren werd heden Hij geboren.
2.Engelen spreekt de herders aan: Wees verheugd, en vrees geen pijn.
3.Hoort toch, mensen groot en klein: Vrede moet er op aarde zijn!
4. Eer zij God op de hoogste troon, die ons schonk: zijn lieve Zoon.

Het Heilig Evangelie:
Lucas 2: 1 – 7 NBV

1  In die tijd kondigde keizer Augustus een decreet af dat alle inwoners van het rijk zich moesten laten inschrijven.
2  Deze eerste volkstelling vond plaats tijdens het bewind van Quirinius over Syrië.
3  Iedereen ging op weg om zich te laten inschrijven, ieder naar de plaats waar hij vandaan kwam.
4  Jozef ging van de stad Nazaret in Galilea naar Judea, naar de stad van David die Betlehem heet, aangezien hij van David afstamde,
5  om zich te laten inschrijven samen met Maria, zijn aanstaande vrouw, die zwanger was.
6  Terwijl ze daar waren, brak de dag van haar bevalling aan,
7  en ze bracht een zoon ter wereld, haar eerstgeborene. Ze wikkelde hem in een doek en legde hem in een voederbak, omdat er voor hen geen plaats was in het nachtverblijf van de stad.


Gemeente: gez 143: 1-3

Hulploos Kind, heilig Kind,         dat zo trouw zondaars mint,
ook voor mij hebt Ge U rijkdom ontzegd,
wordt Ge op stro en in doeken gelegd.
Leer me U danken daarvoor.      Leer me U danken daarvoor.

Stille nacht, heilige nacht!         Vreed' en heil wordt gebracht
aan een wereld, verloren in schuld;
Gods belofte wordt heerlijk vervuld.
Amen, Gode zij eer!        Amen, Gode zij eer!

Lucas 2: 8-13


8  Niet ver daarvandaan brachten herders de nacht door in het veld, ze hielden de wacht bij hun kudde.

9  Opeens stond er een engel van de Heer bij hen en werden ze omgeven door het stralende licht van de Heer, zodat ze hevig schrokken.
10  De engel zei tegen hen: ‘Wees niet bang, want ik kom jullie goed nieuws brengen, dat het hele volk met grote vreugde zal vervullen:
11  vandaag is in de stad van David voor jullie een redder geboren. Hij is de Messias, de Heer.
12  Dit zal voor jullie het teken zijn: jullie zullen een pasgeboren kind vinden dat in een doek gewikkeld in een voederbak ligt.’
13  En plotseling voegde zich bij de engel een groot hemels leger dat God prees met de woorden:

Gemeente: Ere zij God

Lucas 2: 15-20
15  Toen de engelen waren teruggegaan naar de hemel, zeiden de herders tegen elkaar: ‘Laten we naar Betlehem gaan om met eigen ogen te zien wat er gebeurd is en wat de Heer ons bekend heeft gemaakt.’
16  Ze gingen meteen op weg, en troffen Maria aan en Jozef en het kind dat in de voederbak lag.
17  Toen ze het kind zagen, vertelden ze wat hun over dat kind was gezegd.
18  Allen die het hoorden stonden verbaasd over wat de herders tegen hen zeiden,
19  maar Maria bewaarde al deze woorden in haar hart en bleef erover nadenken.
20  De herders gingen terug, terwijl ze God loofden en prezen om alles wat ze gehoord en gezien hadden, precies zoals het hun was gezegd.

Zalig die het Woord van God horen  en er gehoor aan geven


Zanggroep: Kerstleis. (Tekst van Anton van Duinkerken)

Preek
GENADE ZIJ U EN VREDE VAN GOD ONZE VADER EN VAN JEZUS CHRISTUS, ONZE HEER.
Tekst: Lucas 2:4 Ere zij God in de hoogste hemel en vrede op aarde vooralle mensen die Hij liefheeft.

Lieve vrienden,
Ons onderwerp op deze feestelijke morgen is de inhoud van de engelenzang.
Vandaag gaf ik u volop gelegenheid in te stemmen met het lied van de hemelse heerscharen. Toen Jezus geboren werd, bezongen zij in koor de grote daden van God. Zij gaven Hem eer omdat Hij op aarde vrede kwam brengen. Het lied, dat de engelen toen aanhieven, is een hymne van de kerk geworden. Er is wel geen kerst-liturgie waarin de engelenzang ontbreekt.
In elk geval worden de woorden van dit loflied altijd uitgesproken bij de voorlezing van de kersttekst uit het Evangelie naar Lucas. maar ik dacht er goed aan te doen U ze zelf te laten zingen.
Zo mengden we ons in het koor der hemelingen, die staan te juichen bij de geboorte van de nieuwe mens. Als de ware mens uit de hemel op aarde nederdaalt, is dat gebeuren de manifestatie van een nieuwe schepping. Daarom ook zijn de engelen, de hemelse heerscharen van God, daarbij aanwezig om Zijn grootheid te bezingen.
Misschien vraagt U mij hoe ik op de gedachte kom, dat hier een nieuwe schepping bejubeld wordt. U hebt bij de voorlezing van het Evangelieverhaal daar niets over gehoord. maar ik heb U al vaker verteld, dat de teksten uit het Nieuwe Testament niet op zichzelf staan. Zoals bij het aanslaan van een toon op de piano andere  tonen mee-resoneren, als we ze niet afdempen, zo horen we in de bijbel het Oude Testament met het Nieuwe  mee klinken. U weet vast wel, dat de eerste 37 hoofdstukken van het boek Job de klacht van de hoofdpersoon en de redeneringen van zijn vrienden bevatten, maar in hoofdstuk 38 komt God zelf tenslotte aan het woord.
En daar horen we dan God aan Job een paar vragen stellen: Waar was je, Job, toen Ik de aarde grondvestte? Waarop zijn haar pijlers neergelaten? of wie heeft haar hoeksteen gelegd, terwijl de morgensterren tezamen juichten en al de Zonen Gods jubelden?
Op dat gewichtige moment waren dus de hemelingen aan het zingen: de sterren en de engelen, het hele hof van God juichte toen Hij hemel en aarde schiep.
En omgekeerd begrijp ik, als de engelen de hemel opendoen om hun gezang op de aarde te doen horen, dat hier de hoeksteen van een nieuwe schepping wordt gelegd.
Dan past het ons en is het onze vreugde met het hemelse gezang in te stemmen en als kinderen van God met de engelen van ganser harte mee te zingen.
Ere zij God in de hoogste hemel!
En ook: in één adem:
Vrede op aarde voor alle mensen die Hij liefheeft.  

Dat is kennelijk een nieuwe vertaling!
Wij kennen uiteraard allemaal de voorafgaande vertaling uit het hoofd: ‘Ere zij God in den hoge en vrede op aarde bij mensen des welbehagens.
Over het eerste verschil tussen de twee vertalingen zal ik kort zijn. Er is wat de zaak betreft weinig onderscheid tussen: ‘in den hoge’ en ‘in de hoogste hemel’. De ene uitdrukking heeft een wat ouderwetse klank, en de andere doet wat vlotter aan, maar in beide gevallen is het de bedoeling Gods verhevenheid boven de mensen te onderstrepen.
Het tweede verschil is van meer belang. En ik vind het een pluspunt dat de enigszins wollige en ook weer ouderwetse uitdrukking: ‘mensen des welbehagens’ uitgelegd is en vervangen door ‘alle mensen die Hij liefheeft’. Daarmee wordt voorkomen, dat wij Gods bedoelingen met ons beperkende betekenis opvatten. ‘Mensen des welbehagens’ doet net als de uitdrukking: ‘het uitverkoren volk’ denken aan een relatief kleine bevoorrechte groep.
We vragen ons dan dadelijk af of wij daar wel bij horen. Voor menigeen in ons vaderland is dat levenslang een benauwende vraag geweest, al denk ik niet, dat ze in de kring van de Lutheranen een voorname rol gespeeld heeft.
Aan de andere kant heeft ‘welbehagen’ een klank van innige ongestoorde vreugde, die in het liefhebben niet helemaal meekomt.
Liefde kan bovendien gepaard gaan met smart, en welbehagen niet.
Maar na deze korte aantekening over het voor en tegen van de huidige vertaling, ga ik nu snel over naar de inhoud van de boodschap, waarvan de tweede zin het meest de aandacht trekt Maar toch moeten we niet voorbijgaan aan de eerste zin, die onze blik naar omhoog leidt. Wij zijn niet zo als de engelen gewend voortdurend in aanbidding voor God te staan. Bij de viering van het Heilig Avondmaal wordt ons voor alle zekerheid nog eens extra toegeroepen: Omhoog de harten!
Alsof er mee gerekend wordt, dat wij niet reeds van het begin van de eredienst af aan al onze gedachten bestendig gericht hadden kunnen houden op onze God, die de hemel en de aarde gemaakt heeft.  In één adem zingen de engelen: ‘Ere zij God en vrede op aarde!’
Bij Hem immers komt de vrede vandaan, die op aarde te vinden is.
Wanneer ik dit zeg – ik bedoel de laatste bijzin: die vrede die op aarde te vinden is – springen tal van vragen op in ieders gedachten. Bijvoorbeeld: Vrede, vrede??? Hoe zit het met al die natuurrampen van de laatste tijd? Daar hebben we het toch moeilijk mee. Hoe kan iemand daar vrede mee hebben? Dan moet je wel zo vroom zijn als Job!
En al die oorlogen dan: De wereld van nu is er vol van!
En: Hoe lang zijn die er al wel niet? De geschiedenis van de mensheid is er al evenzeer vol van!
En als het ergens vrede is, moeten we het er dan niet voor houden, dat het een schijnvrede is?
In ons eigen land heeft de moord op een publiek figuur aan de dag gebracht, dat moslims niet wezenlijk door de autochtone bevolking geaccepteerd waren.
En op Ambon leefden christenen en moslims zonder conflicten samen, maar opeens sloeg de vlam in de pan, een paar jaar geleden.
Dan was er toch blijkbaar allang een diepe innerlijke onvrede. Zelfs een kerstbestand behoort niet overal bij strijdende partijen tot de mogelijkheden. (En uitgerekend op tweede kerstdag sloeg vorig jaar de verwoestende tsunami toe!)
En zo kunnen we doorgaan met vragen, totdat we met het oog naar de wereld gericht concluderen dat de engelenzang een vrome illusie is.
De kerk gaat evenwel niet mee met deze redenering!!! Zij verliest intussen de nood der wereld, die in het gebrek aan vrede tot uiting komt, niet uit het oog.
Maar zij brengt die nood onder Gods aandacht en zij bidt voor de wereld, die zo hopeloos onbarmhartig en gewelddadig is. En zij helpt waar zij kan.
In haar geschiedenis is de kerk de eeuwen door blijven meezingen met de engelen, ook terwijl haar leden vervolgd en gedood werden.
Trouwens het leven van het Christuskind, dat Zijn vrede kwam brengen aan een wereld verloren in schuld, stond in het teken van vervolging en dood. Maar juist zo heeft Hij nog aan het kruis om vergeving gebeden voor hen die Hem daaraan gehangen hadden: Vader, vergeef het hun, want zij weten niet wat zij doen. En tot een van de twee anderen die met Hem terechtgesteld werden zei Hij: Heden zult gij met Mij in het paradijs zijn. Samen met Jezus bij God. 
Hij schonk Zijn beide lotgenoten Zijn vrede of bood hun die althans aan. En onder vrede zullen we dus moeten verstaan Zijn vrede: het ongestoorde samenzijn met God, Zijn Vader, het nieuwe paradijs waaruit degenen, die Jezus liefhebben en Hem toebehoren, niet meer verjaagd zullen worden, zoals eens Adam verjaagd was uit de oude tuin van Eden. De vrede, die hier bedoeld is, gaat alle verstand te boven. Deze vrede hoort bij de nieuwe schepping…
Zij is het geschenk, dat van God afkomstig is, en dat Jezus door de opoffering van Zijn leven doorgeeft aan Zijn discipelen. Zij dragen die uit de hemel gekomen vrede in hun hart, en zij stichten die vrede om zich heen, omdat zij leven van Zijn welbehagen. Aan het begin staat de liefde, die een onverbreekbare band schept tussen God de Vader en Zijn Zoon, een band, die model staat voor de wederzijdse liefde van God en Zijn Zoon tot de mensen die geloven.
De kerk ziet dat de wereld ten onder gaat aan gebrek aan liefde. Dat is de nood van de wereld. Maar zelf klampt de kerk zich vast aan het welbehagen dat God heeft in de gemeenschap van hen die in liefde en vrede leven in de nieuwe schepping.
In dat welbehagen ontvangen zij de zekerheid, dat niets hen kan scheiden van de liefde van God. Zelfs niet hun eigen zonden, die eenvoudig tot een gebrek aan liefde herleid kunnen worden. Wie oprecht berouw heeft, gaat met de goede moordenaar het paradijs binnen. En wie nog niet zover is, mag toch horen, dat Jezus op het kruis nog bij Zijn Vader intrad voor hen, die niet weten of beseffen hoe onmenselijk hun daden zijn.
Wie in Jezus gelooft en Zijn barmhartigheid ontvangt en doorgeeft, is hier beneden reeds verzekerd van de vrede die alle verstand te boven gaat.
Daarom zongen de engelen in enen door:
Ere zij God in de hoogste hemel en vrede op aarde voor alle mensen die Hij liefheeft en van Zijn welbehagen verzekert. God hóúdt van de mensen!
Moge God Uw kerstfeest zegenen met de zekerheid van Zijn welbehagen in u.
Amen

Zanggroep: The Angel Gabriël

 

3. Then gentle Mary meekly bowed her head;
‘To me be as it pleaseth God!’ she said.
‘My soul shall laud and magnify His holy Name.’
Most highly favoured lady! Gloria!

4. Of her Emmanuel, the Christ, was born,
in Bethlehem. all on a Christmas morn;
and Christian folk throughout the world will ever say:
Most highly favoured lady! Gloria!


1. De engel Gabriel daalde van de hemel neer.
Zijn vleugels als een vlaagje stuifsneeuw wit, zijn ogen als een vlam.
‘Al wat heilzaam is’, sprak hij, ‘U, nederige maagd Maria!
Hoogst begenadigde Vrouwe. Gloria!

2. ‘Want u zult bekend staan als een gezegende Moeder.
Alle generaties zullen u loven en eren. Uw zoon zal Emmanuel zijn, voorzegd door zieners.
Hoogst begenadigde Vrouwe. Gloria!

3. Toen boog welwillend Maria zachtmoedig het hoofd.
‘Laat mij gescheiden zoals God behaagt!’ sprak zij.
‘Mijn ziel zal loven en verhogen Zijn Heilige Naam’.
Hoogst begenadigde Vrouwe. Gloria!

4. Uit haar werd toen Emmanuel, die Christus is, geboren,
in Bethlehem – op een kerstmorgen;
en steeds weer zal het Christenvolk waarook ter wereld doen horen:
Hoogst begenadigde Vrouwe. Gloria!

De wereld is wijd en Gods goedheid is groot.
Vanuit ons aandeel mogen wij helpen en delen,
Nu in de collecte, straks weer anders…
We zingen: Gezang 134: 1 – 3

Eer zij God die onze Vader        en die onze Koning is.
Eer zij God die op de aarde       naar ons toe gekomen is.
Gloria in excelsis Deo,      gloria in excelsis Deo.
Lam van God, Gij hebt gedragen         alle schuld tot elke prijs,
geef in onze levensdagen peis en vreê, kyrieleis.
Gloria in excelsis Deo,      gloria in excelsis Deo.

collecte

Gebed over de gaven

Lieve God, wilt U alstublieft zegenen wat we hier bij elkaar hebben gebracht,
  zodat het is tot eer van Uw naam,
en zodat het Uw gemeente wereldwijd ten goede komt..
Laat het een offer zijn, dat onze dankbaarheid en liefde uitdrukt, door Jezus Christus, onze Heer. 

Amen

Laten we danken en bidden: Voor allen die feestvieren in deze tijd. Wij zijn dankbaar dat onder ons duidelijk gemaakt wordt, dat Jezus’ komst op aar de een nieuwe tijd inluidde. Maar er zijn er ook die feestvieren zonder te weten waarom. Moge hun verstand verlicht worden. Heer, ontferm U.

Voor de Joden, die het feest van het licht vieren, morgen en de komende week. Dat Chanoeka voor allen een feest van licht moge zijn… Heer, ontferm U.

Voor de Arabische Christenen, die in Bethlehem het kerstfeest vieren en klagen over hun gevoel dat ze zich daar als in een gevangenis bevinden. Mogen zijn beseffen dat in Jezus, die zij aanbidden, God met ons mensen is. Hij heeft hun Zijn vrede en vrijheid. 
Heer, ontferm U.

Voor de Moslims, die er van overtuigd zijn dat hun religie de vrede beoogt. Mogen zij het gelijk aan hun zijde krijgen, en moge bij de anderen het besef dagen, dat hun jihad onmenselijk is. 
Heer, ontferm U.

Heer, ontferm U over allen die Uw Naam aanroepen in de wereld, in ons land, en hier in deze dienst. Verhoor onze gebeden voor degenen die ons na aan het hart liggen, en beziel ons gebed met Uw Heilige Geest als wij zeggen:

Onze Vader, die in de hemel zijt,
Uw Naam worde geheiligd
Uw Rijk kome,  Uw Wil geschiede,
zoals in de hemel zo ook op aarde.
Geef ons heden ons dagelijks brood
en vergeef ons onze schulden,
zoals wij vergeven onze schuldenaren;
en leid ons niet in verzoeking
maar verlos ons van het kwade

Slotlied gezang 141: 1 –3

Voor ik als kind ter wereld kwam,        zijt Gij voor mij geboren.
Eer ik een woord van U vernam, hebt Gij mij uitverkoren.
Voordat Uw hand mij heeft gemaakt, werd Gij een kindje, arm en naakt,
hebt Gij U mij gegeven.

Temidden van de nacht des doods       zijt Gij, mijn zon, verrezen.
O zonlicht, mild en mateloos,     uw gloed heeft mij genezen.
O zon die door het donker breekt  en 't ware licht in mij ontsteekt,
hoe heerlijk zijn uw stralen.



zegen:
Gods Geest van liefde en waarheid
schenkt ons Haar gaven,
die met ons mee gaan, de wereld in.
Daartoe zegent ons de ene God:
Vader,
zoon
en heilige Geest
Amen.

En toen was er koffie met kerstkrans in de kerk zelf...
Mik and Edy speelden intussen orgel. 'Wat lekker veel lawaai' juichte Mik! 


naar boven