Oudjaar 2004 te Heusden in de Lutherse kerk. Aanwezig: ongeveer 25 mensen. Organist: Joop de Zwart
Voorbereiding: WIJ ZIJN HIER AANWEZIG IN DE NAAM VAN DE VADER EN DE ZOON EN DE HEILIGE GEEST.
Amen

ONZE HULP IS IN DE NAAM VAN DE HEER
die hemel en aarde gemaakt heeft


Verootmoediging: Heer, vergeef ons al wat wij misdeden
en laat ons weer in vrede leven
Zo lief had God deze wereld, dat  Hij Zijn enige Zoon gegeven heeft, opdat ieder die in Hem gelooft aan het verderf ontkomt, en eeuwig leven hebben mag!

Introïtus: psalm 121: 1 t/m 4
 


Uw wankle voeten zet Hij vast,
als gij geen uitkomst ziet:  uw wachter sluimert niet!
Zijn oog wordt door geen slaap verrast,
Hij wil, als steeds voor dezen,  Israëls wachter wezen.

De HEER brengt al uw heil tot stand,
des daags en in de nacht  houdt Hij voor u de wacht.
Uw schaduw aan uw rechterhand:
de zon zal u niet schaden,  de maan doet niets ten kwade.

De HEER zal u steeds gadeslaan,
Hij maakt het kwade goed,  Hij is het die u hoedt.
Hij zal uw komen en uw gaan,
wat u mag wedervaren,  in eeuwigheid bewaren.
LATEN WE DE HEER AANROEPEN OM ONTFERMING MET DE NOOD VAN DEZE WERELD,
MAAR LATEN WIJ DAN OOK ZIJN NAAM PRIJZEN,
OMDAT ER AAN ZIJN BARMHARTIGHEID GEEN EINDE KOMT
 


Zondagsgebed O Heer, God van ons leven, die ons van dag tot dag, van jaar tot jaar, in Uw bescherming behoudt, wij bidden U: dat voor ons alle jaren die Gij ons schenkt op aarde vervuld mogen zijn met het licht van de hemel dat voor de ganse aarde verschenen is in Uw Zoon Jezus Christus, onze Heer.
Amen


lezing Oude Testament  J
esaja 61: 1 t/m 3
1 De geest van God, de HEER, rust op mij, want de HEER heeft mij gezalfd. Om aan armen het goede nieuws te brengen heeft hij mij gezonden, om aan verslagen harten hoop te bieden, om aan gevangenen hun vrijlating bekend te maken en aan geketenden hun bevrijding, 2  om een genadejaar van de HEER uit te roepen en een dag van wraak voor onze God, om allen die treuren te troosten, 3  om aan Sions treurenden te schenken een kroon op hun hoofd in plaats van stof, vreugdeolie in plaats van een rouwgewaad, feestkledij in plaats van verslagenheid. Men noemt hen 'Terebinten van gerechtigheid', geplant door de HEER als teken van zijn luister.

Wij zingen: psalm 90: 1 – 3

Nog eer de bergen uit de baaierd stegen,
de aarde en de zee gestalte kregen,
nog eer uw scheppend woord aan alle leven
een wereld om te wonen heeft gegeven,
God, zijt Gij God, dezelfde die Gij zijt,
van eeuwigheid en tot in eeuwigheid.

O Here God, Gij wendt het mensenleven
om het weer aan het stof terug te geven.
Gij zegt: Keer weder, mensenkind, keer weder.
Want duizend jaren, Gij ziet op ze neder
als op een nachtwaak, zij zijn in uw oog
gelijk de dag van gistren die vervloog.

epistel .Romeinen 8: 18 - 25.
18  Ik ben ervan overtuigd dat het lijden van deze tijd in geen verhouding staat tot de luister die ons in de toekomst zal worden geopenbaard. 19  De schepping ziet er reikhalzend naar uit dat openbaar wordt wie Gods kinderen zijn. 20  Want de schepping is ten prooi aan zinloosheid, niet uit eigen wil, maar door hem die haar daaraan heeft onderworpen. Maar ze heeft hoop gekregen, 21  omdat ook de schepping zelf zal worden bevrijd uit de slavernij van de vergankelijkheid en zal delen in de vrijheid en luister die Gods kinderen geschonken wordt. 22  Wij weten dat de hele schepping nog altijd als in barensweeën zucht en lijdt. 23  En dat niet alleen, ook wijzelf, die als voorschot de Geest hebben ontvangen, ook wij zuchten in onszelf in afwachting van de openbaring dat we kinderen van God zijn, de verlossing van ons sterfelijk bestaan. 24  In deze hoop zijn we gered. Als we echter nu al zouden zien waarop we hopen, zou het geen hoop meer zijn. Wie hoopt er nog op wat hij al kan zien? 25  Maar als wij hopen op wat nog niet zichtbaar is, blijven we in afwachting daarvan volharden.

Psalmwoord . Halleluja! Laat zó mijn mond de lof spreken van de Heer, en laat alles wat leeft Zijn heilige Naam prijzen tot in eeuwigheid!..Halleluja!

lied 435: 3

het heilig evangelie staat geschreven bij: Lucas 4: 14 – 21 14   Jezus keerde, gesterkt door de Geest, terug naar Galilea. Het nieuws over hem verspreidde zich in de hele streek.
15  Hij gaf onderricht in de synagogen en werd door allen geprezen.
16  Hij kwam ook in Nazaret, waar hij was opgegroeid, en volgens zijn gewoonte ging hij op sabbat naar de synagoge. Toen hij opstond om voor te lezen,
17  werd hem de boekrol van de profeet Jesaja overhandigd, en hij rolde hem af tot de plaats waar geschreven staat:
18  'De Geest van de Heer rust op mij, want hij heeft mij gezalfd. Om aan armen het goede nieuws te brengen heeft hij mij gezonden, om aan gevangenen hun vrijlating bekend te maken en aan blinden het herstel van hun zicht, om onderdrukten hun vrijheid te geven,
19  om een genadejaar van de Heer uit te roepen.'
20  Hij rolde de boekrol op, gaf hem terug aan de dienaar en ging weer zitten; de ogen van alle aanwezigen in de synagoge waren op hem gericht.
21  Hij zei tegen hen: 'Vandaag hebben jullie deze schrifttekst in vervulling horen gaan.'
Zalig die het woord van God horen en er gehoor aan geven!

Preek
GENADE ZIJ U EN VREDE VAN GOD ONZE VADER EN VAN JEZUS CHRISTUS, ONZE HEER,
DOOR DE HEILIGE GEEST.


Lieve vrienden,
Vanavond is het de avond van het terugkijken en het vooruitzien. Ik neem u mee naar het antieke Rome waar de apostel Paulus rond het begin van onze jaartelling een grote menigte indrukwekkende tempels heeft aangetroffen.
Dat zal hem niet verwonderd hebben bij een stad, die inmiddels ruim zeven en een halve eeuw bestond.
Juist omstreeks de geboorte van Christus had Augustus, de eerste keizer, alle macht in het uitgestrekte rijk naar zich toe getrokken. De pracht en praal van die godshuizen werd er uiteraard niet minder op, toen hij met bekwame spoed overal in de door hem beheerste wereld op ruime schaal belasting ging heffen. Slechts één zeer oude tempel van bescheiden formaat profiteerde daar niet in dezelfde mate van mee. Het was het onaanzienlijke tempeltje van Janus, gesticht door Numa, Rome’s tweede koning, die bekend stond als een vrome en vredelievende vorst.
Het omvatte niet meer dan een vierkante ruimte met alleen maar een brede voor- en achterdeur.
De naam van de godheid betekende zoveel als ‘poort' en zijn functie was het zegenend begeleiden van elke uitgang en elke ingang, en zo ook van de overgang van het oude naar het nieuwe jaar.
De god Janus loodste het volk telkens weer veilig de maand januari in.
Daarnaast had hij de taak te verwijzen naar de vrede, die het Romeinse volk ten behoeve van de hele wereld nastreefde.
Als overal op aarde vrede heerste en nergens aan de grenzen van het wereldrijk een Romeins leger nog strijd behoefde te voeren, sloot Janus zijn deuren.

Op het plaatje dat u in de liturgie vindt op deze plaats, staat deze tempel afgebeeld op een munt, met rechts – opzij van de dichte voordeur -  de letter c. Links van het gebouwtje ziet u de letter s. Samen betekenen die letters dat het sluiten van die deur gebeurde op grond van een senaatsbesluit. Het randschrift zegt, dat het Romeinse volk de poort gesloten heeft omdat er vrede verkregen was te land en ter zee. De geschiedschrijvers delen mede, dat dit heugelijke feit zich tijdens de regering van Augustus wel driemaal heeft voorgedaan.
De god Janus staat op een ander muntstuk afgebeeld met twee van elkaar afgewende gezichten. Met het ene overziet hij het verleden, met het andere schouwt hij de toekomst. Op elke oudejaarsavond proberen wij hem dat na te doen.
U herkent, denk ik, bij het aanhoren van deze korte inleiding naast het terugkijken en vooruitzien nog meer motieven, die ook bij ons een rol spelen, wanneer we op de drempel van een nieuw jaar staan. Wij christenen stellen die overgang immers eveneens onder de bescherming van een godheid, al wenden wij ons daarvoor niet tot Janus. De Wachter over Israël, die de wereld  geschapen heeft, zal onze uitgang en ingang bewaren tot in eeuwigheid. Dat zongen we al met psalm 121.

Net als de Romeinen zijn ook wij niet gerust op de toekomst.
Zeker voor het komende jaar 2005 hebben we redenen tot bezorgdheid, gezien wat er het afgelopen jaar in onze samenleving, die toch zo vredig leek, is voorgevallen. Het ontsnapt ook niet aan onze aandacht, dat de binnenlandse toestand nauw verbonden is met gebeurtenissen in de rest van de wereld.
De dreiging, waar wij ons binnen onze landsgrenzen rekenschap van geven, heeft alles te maken met verontrustende bewegingen in het buitenland. Politieke onrust en zo juist weer natuurrampen, we zijn er allemaal bang voor. 
De angsten, die de afgelopen tijden bij ons de kop opstaken, zijn niet essentieel verschillend van de angsten, waaraan de mensen alle eeuwen door blootgesteld zijn geweest.

Wel is er een groot verschil met de antwoorden, die onze godsdienst op de opgeworpen vragen geeft en de gedachtegang van de Romeinen in de tijd dat ze nog hun lot in handen legden van hun god Janus.
Men hoort wel eens zeggen, dat het er niet veel toe doet, wat je gelooft, als je maar gelooft. Maar ik hoop u duidelijk te maken, dat de Christelijke religie zich wezenlijk van andere onderscheidt.

Daartoe wil ik allereerst traditiegetrouw met u terugkijken in de richting van het verleden. In het 8ste hoofdstuk van zijn brief aan de Christenen, die in Rome wonen, verwijst de apostel Paulus naar het lijden van de tegenwoordige tijd. Het zou kunnen zijn dat Uw aandacht door die  uitdrukking getrokken is. Misschien denkt u nu dadelijk dat het in Paulus’ dagen al net zo slecht met de wereld gesteld was als tegenwoordig.
Van oudsher tot vandaag  toe heeft het tempeltje van de vrede symbolisch gesproken vrijwel altijd de deuren open gehad.
Het gebouw zelf is weliswaar na 12 eeuwen met de grond gelijk gemaakt, maar de droom van de gesloten deuren als symbool van een veilige wereld zonder strijd is altijd blijven bestaan. In de geest verlangen wij nog steeds vurig dat de eeuwige vrede eindelijk eens zal aanbreken en dat nooit meer gewapende mannen uit de wijd open poort van Janus de wereld intrekken om oorlog te voeren.
Het is best mogelijk, dat we geleidelijk aan meer succes boeken met onze pogingen tot beheersing van conflicten, maar onze angst vermindert niet noemenswaard, nu overal vandaan alarmerende berichten ons voortdurend onder ogen worden gebracht. We zijn ons via onze moderne communicatiemiddelen meer dan ooit tevoren bewust van dreigende gevaren.
Misschien  voelen we ons daardoor direct bij Paulus thuis als hij het lijden van de tegenwoordige tijd ter sprake brengt.
Maar… bedoelt hij wel wat wij er in horen? Vinden wij hem werkelijk aan onze zijde als wij lamenteren over de slechtheid van onze huidige wereld, en over de gevaren waaraan wij blootstaan? Ik denk van niet!!
Als Paulus terugkijkt op de geschiedenis, gaat zijn aandacht uit naar de grote daden van God!
Daarin verschilt hij diametraal van ons.
Hij ziet,  hij ziet, wat u niet ziet.
En ik zou het ook niet zien, als ik niet gehoor gegeven had aan de opdracht de heilige Schrift te bestuderen en die aan u uit te leggen.
En als u goed geluisterd hebt in de adventstijd, had u het eigenlijk wel al zelf kunnen weten.
Vier weken lang immers heeft de prediking gecirkeld om de boodschap, die ook in het Kerstevangelie van Mattheus met nadruk naar voren komt. En die in één Hebreeuws woord wordt samengevat, dat u allen bekend is: Immanuel
Dat wil zeggen: God is met ons. 
In de persoon van Jezus is Hij lichtend verschenen en vergezelt Hij ons door het hele leven heen, temidden van alle nood waaraan deze wereld onderworpen is.
Wat wij met die boodschap behoren te doen zegt ons onze liturgie zondag aan zondag:
Laat ons die Heer aanroepen om ontferming met de nood van deze wereld. Dát moet onze hartenkreet zijn.
U dacht misschien de apostel te horen zeggen: wat leven wij toch in ellendige omstandigheden;  kan dat nu niet eens ophouden, Heer? En in het verlengde daarvan ligt de andere hartenkreet, die telkens en overal weer opduikt: Hoe kan de Heer dit toch allemaal toelaten? Voeg er nog even één woordje bij en u staat midden in het ongeloof. Luistert u maar:
Hoe kan een almachtige God dit allemaal toelaten?
En in één adem door horen we dan zeggen:Als God zó is, dan hoeft het voor mij niet meer. Die laatste zin volgt logisch uit de voorafgaande. En zij is tegelijk een uiting van ongeloof, dat een definitief afscheid impliceert.

Maar zo spréékt Paulus niet. En de kerk al evenmin.
De kerk roept op tot erbarmen met de wereld die lijdt, Heer ontferm U over haar. Dat roept ze luid in iedere kerkdienst van Lutherse snit. En als we Paulus vragen wat het is waaraan de wereld lijdt, geeft hij,  denk ik, ten antwoord, dat haar leed veroorzaakt is door haar schuld, door haar grote schuld. De wereld heeft haar redder, de enige rechtvaardige, de enige die zondaars werkelijk heeft liefgehad tot zijn dood toe, als een misdadiger zonder erbarmen van zijn eer en van het leven beroofd.
En God heeft niet ingegrepen. Hij heeft het laten gebeuren, maar eigenlijk… heeft Hij toch wel ingegrepen! Hij heeft Zijn Zoon niet in de dood gelaten!
Weliswaar heeft Hij Zijn  vijanden hun gang laten gaan en de vijanden van Jezus niet vernietigd, maar wel heeft Hij de dood verslagen en de zonde van de mensen weggedaan. Gods almacht manifesteert zich op een heel andere wijze dan die van een dictator.
Hij laat de bozen begaan, maar Hij troeft ze toch af.
Zijn almacht is, dat Hij Zijn doel bereikt langs onvermoede wegen. 
Dat vieren we met Pasen.

En Hij heeft de Heilige Geest laten neerdalen in de harten van mensen. Dat vieren we met Pinksteren. Sindsdien is er de kerk, wier roeping het is Gods mededogen met mensen gestalte te geven, overal waar geleden wordt. Bij de Rooms-Katholieken hebben ze daar een mooi en kernachtig Latijns lied voor. Ubi caritas, Deus ibi est. Waar liefde is, daar is God.

Als Paulus terugkijkt op de geschiedenis van de mensheid, bepaalt hij zijn aandacht bij de daden van God, en bij Diens ingrijpen in de lotgevallen van de mensen. Daarom wijst hij ons op Jezus’ verbondenheid met God en met ons.

In Zijn indrukwekkende prediking in het stadje Nazareth waar Hij was opgegroeid, verklaarde Jezus openlijk, dat Zijn optreden in de synagoge voor Zijn stadgenoten het eigenste moment was van de vervulling van de profetie, die Hij zojuist had voorgelezen. De belofte die God Zijn Vader een kleine zeshonderd jaar geleden Jesaja had ingefluisterd, en waar vele opeenvolgende generaties zich in hope aan vastgehouden hadden, werd in Jezus’ prediking van dat ogenblik af ingelost.
Het toegezegde jaar van Gods genade brak aan, en U begrijpt vanzelf wel, dat Jesaja noch Jezus bedoelden te zeggen, dat het welaangename jaar des Heren exact 365 dagen zou duren. Het van God gegeven nieuwe jaar duurt tot op vandaag voort. En dit genadejaar is werkelijk nieuw, zo nieuw, dat de plaatsgenoten van Jezus het niet konden plaatsen.

En dat gold niet alleen voor de boodschap, maar ook voor de boodschapper. Er was voor Jezus geen plaats in Nazareth, zomin als in Bethlehem. Ik heb u het einde van het verhaal niet voorgelezen, maar u weet vast wel dat de inwoners van Nazareth na de preek probeerden Jezus in het ravijn te gooien, dat naast het stadje ligt.

Wat was er dan zo afstotend aan Jezus’ boodschap? 
Klinkt het niet aantrekkelijk als gezegd wordt, dat het tijdperk van Gods genade is aangebroken? Is het dan soms niet aangenaam te mogen horen dat onze zonden van ons afgenomen worden? In al onze kerkdiensten vormt de genadeverkondiging toch het begin van een nieuw leven voor hen die haken naar Gods barmhartigheid.
Als het genadejaar van God in onze levens aanbreekt, worden wij bevrijd van alle schuld. het verleden wordt uitgewist, dankzij Jezus, die door Zijn leven voor ons te geven verzoening en vrede met God teweeg gebracht heeft. Ieder van ons begint, zo nodig, telkens weer met een schone lei.

Waar de inwoners van Nazareth heftig tegen protesteerden was ten eerste de centrale rol die Jezus zichzelf toekende bij het ingrijpen van God in de actuele situatie. Hij deed alsof Hij Gods Zoon was, maar zij kenden Hem als de zoon van Jozef. Hij moest zich maar niets inbeelden!
En wat nog veel erger was: Hij wees erop, dat God blijkens de heilige Schrift ook genade had betoond aan heidense vrouwen, in de tijd van Elia en van Elisa, en hun voorrang had gegeven boven geboren Joodse vrouwen en mannen. Galileeërs, die door de andere Joden niet helemaal voor vol werden aangezien, wilden hun toch al wat dubieuze plaats in het geheel van het  volk zeker niet delen met mensen, die in elk geval buiten het uitverkoren volk vielen…

Teruggrijpende op het wereldwijde perspectief dat in Jezus’ boodschap besloten ligt, wil Paulus ons in zijn Romeinenbrief bepalen bij Gods grote daden voor de héle mensheid.
In het 8ste hoofdstuk waarvan ik u maar een deel heb voorgelezen, benadrukt hij, dat Gods almacht niet inhoudt dat Hij Zijn wil doorzet met geweld en met de uitschakeling van Zijn tegenstanders. Integendeel! Hij doet al het mogelijke om hen te bewegen met Hem mede te werken. Hij verkondigt hun dat ook zij Zijn kinderen zijn en laat hen proefondervindelijk bemerken, dat Hij te vinden is in alle situaties waarin mensen met elkaar mededogen hebben, en tot elkaar gebracht worden door de liefde die weet te vergeven.

Zo kijkt Hij terug naar het verleden dat tegelijkertijd een altijddurend heden is. Want Jezus, onze Immanuel, is door Zijn Geest van mededogen met al wat lijdt nog steeds onder ons. En als de nood van mensen ons onder ogen komt, gaat ons hart open.
Wat Paulus zegt van het verleden en van het heden geldt ook voor de toekomst, die niemand kan voorspellen. Maar wel zeggen de profeten van God en de apostelen van Jezus Christus ons, dat de weg van het mededogen de goede weg is.
En juist in onze dagen, nu wij kennis nemen van de onvoorstelbaar massale ramp ten gevolge van de zeebeving bij Sumatra, lijkt het wel of die boodschap van de apostelen en de profeten weerklank vindt in de harten van alle mensen.
Ik bedoel niet, dat wij het wereldbestel nu beter doorgronden. Dat blijft een groot vraagteken, waar geen enkele religie een bevredigend antwoord op geeft… Wel wil ik zeggen, dat wij ons leven als zinvol en niet vergeefs geleefd ervaren in díe ogenblikken waarop wij stappen zetten op de weg van het goddelijk mededogen.
Denkend aan het jaar 2005 dat voor ons ligt, ben ik ervan overtuigd, dat de bedreigingen, waaronder wij in het huidige tijdsgewricht leven, alleen afgewend kunnen worden als wij waarachtig begaan zijn met het lot van hen, die vanwege levensgevaar in eigen land bij ons een toevlucht hopen te vinden. En zelfs zou ik daarbij in willen sluiten alle mensen die simpelweg uit zijn op een beter bestaan.
Wij willen immers onze grenzen voor hen niet dicht doen met de mededeling, dat wij ze liever elders zien omkomen? Het lijkt mij, vanuit God gezien, dat de mensheid alleen gezamenlijk een toekomst heeft.
Ook de grote groepen van allochthonen, die wij intussen in ons midden hebben toegelaten, mogen wij als gelovigen niet met een fundamenteel wantrouwen bejegenen. En omgekeerd geldt hetzelfde. Maar van ons autochthonen moet het initiatief uitgaan.Vanmorgen las ik in de nieuwsbrief van uw gemeente dat deze gedachte al in uw kerke
nraadsvergadering van 27 november opgepakt was in verband met een mogelijke collecte. 
Ook hier geldt het devies dat voor onze kerken gebruikt is: Samen op weg naar Gods toekomst.

Ik eindig met een verhaal, dat ik eergisteren in de krant las over twee echtparen, die beide getroffen werden door de zeebeving tijdens hun vacantie in Thailand. Ze brachten een hele dag door op het dak van een busje, dat hen tenslotte in veiligheid bracht. Zo leerden ze elkaar in de nood kennen, en werden bevriend, begaan met elkaars lot.
En ze spraken af, contact te blijven houden.
Is dat nieuws? vraagt U een beetje verwonderd…
Ja, want het ene echtpaar was Israëlisch en het andere Palestijns.
Daar zit toekomst in! En eeuwige vrede voor eenvoudige mensen zoals u en ik. 

Ik wens U een gezegend jaar met Immanuel aan onze zijde!
Amen.

Muziek

Alles wat wij hebben , hebben wij van God gekregen,
om  door  te geven, om met velen te delen
     en er zó van te genieten.

Ook nu en hier kunnen we gestalte geven aan dat delen:   in de collecte
Wij zingen daarbij: gezang 398: 1, 2, 5 en 7
 

Wil nog de oude pijn ons hart vernielen,
drukt nog de last van 't leed dat ons beklemt,
o Heer, geef onze opgejaagde zielen
het heil waarvoor Gij zelf ons hebt bestemd.
Laat warm en stil de kaarsen branden heden,
die Gij hier in ons duister hebt gebracht,  
              
breng als het kan ons samen, geef ons vrede.
Wij weten het, uw licht schijnt in de nacht.
In goede machten liefderijk geborgen
verwachten wij getroost wat komen mag.
God is met ons des avonds en des morgens,
is zeker met ons elke nieuwe dag.

Gebed over de gaven

Lieve God, wilt U alstublieft zegenen wat we hier bijelkaar hebben gebracht,
  zodat het is tot eer van Uw naam,
en zodat het Uw gemeente wereldwijd ten goede komt.
Laat het een offer zijn, dat onze dankbaarheid en liefde uitdrukt,
door Jezus Christus, onze Heer.  Amen
Voorbeden
Onze Vader, die in de hemel zijt,
Uw Naam worde geheiligd
Uw Rijk kome
Uw wil geschiede, op aarde zoals in de hemel.
Geef ons heden ons dagelijks brood
En vergeef ons onze schulden,
Gelijk ook wij aan anderen hun schuld vergeven
En leid ons niet in verzoeking
Maar verlos ons van het kwade 
 

Slotlied.



Zegen: Wij zijn met mensen uit alle windstreken één lichaam van de Heer. En van verre is men gekomen. Daarom krijgt U eerst een zegen in het Zweeds, en daarna in het Nederlands.

Herrens, Jesu Kristi, nåd och Guds kärlek och den ehelige Andes delaktighet vare med eder alla. 

Gods zegen draagt ons door dood en doop heen naar het leven in eeuwigheid.
Gods Geest geeft ons de woorden van eeuwig leven in de mond, en de moed in ons hart om die te spreken en voor te leven.
Gods geliefde Zoon gaat aan onze zij, wanneer we het nieuwe jaar ingaan…
Zo zijn we dan gezegende mensen,
in de Naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest.
Amen