Paasfeest 2004 in Heusden. Organist: Joop de Zwart.
Aanwezig ruim 20 mensen.

Onder orgelspel komen de mensen binnen.....
De kerk is onverlicht. De paarse antependia hangen nog.

De paaskaars wordt brandend binnen gedragen.
gevolgd door kerkenraad en voorganger.
De gemeente staat op.
Intussen wordt de paaskaars hoog op de kandelaar gezet.

v: De Heer is opgestaan.
g: De Heer is waarlijk opgestaan! 

De paarse antependia worden weggehaald, de witte neergelegd. Dan worden de kaarsen op de Tafel aangestoken vanaf de Paaskaars.

De gemeente gaat zitten.

Edy zingt: Let the Trumpets sound. (Purcell)
Sound the trumpets till around
You make the listning shores rebound
On the sprightly hautboy, the sprightly hautboy play.
All the instruments of joy, that skilful numbers can employ
To celebrate the glories of this day.


Laat de trompetten schallen tot in ít rond
ze gaan weerklinken aan luisterende kusten,
speel op de vrolijke hobo, speel op de levendige hobo;
op alle instrumenten die blij maken, en van kunstige maten zich bedienen om de verrukkingen te vieren van deze dag.

Vanaf de Paaskaars worden de kaarsjes die de mensen in de kerk hebben aangestoken

v: De Heer is opgestaan.
 De Heer is opgestaan.
 De Heer is waarlijk opgestaan.


Psalm 105:1


Laat ons de Heer aanroepen om ontferming met de nood van deze wereld, en laat ons Zijn naam prijzen, want aan Zijn barmhartigheid is geen einde!



zondagsgebed
O Heer, die vanouds met Pasen bevrijding gebracht hebt aan Uw volk, geef dat wij reeds nu mogen leven als bevrijde mensen in Uw koninkrijk.
Door Jezus Christus, onze Heer. Amen.

lezing Oude Testament  Jozua 5: 1 - 12 .
Een wending in de geschiedenis van het Godsvolk. Zij vieren het Paasfeest in het Beloofde land, na gereinigd te zijn.
1 Zodra al de koningen der Amorieten aan de westzijde van de Jordaan en al de koningen der Kanašnieten aan de zee hoorden, dat de HERE de wateren van de Jordaan voor het aangezicht der IsraŽlieten had doen opdrogen, totdat zij erdoor getrokken waren, versmolt hun hart en zij hadden geen moed meer vanwege de IsraŽlieten.
2 Te dien tijde zeide de HERE tot Jozua: Maak u stenen messen en besnijd de IsraŽlieten opnieuw, ten tweeden male.
3 Toen maakte Jozua zich stenen messen en hij besneed de IsraŽlieten op de Heuvel der voorhuiden.
4 Dit nu was de reden, waarom Jozua hen besneed: al het volk van het mannelijk geslacht, dat uit Egypte getrokken was, alle krijgslieden waren in de woestijn onderweg gestorven, nadat zij uit Egypte getrokken waren.
5 Want al het volk dat uitgetrokken was, was besneden geweest, maar al het volk dat geboren was in de woestijn onderweg na de uittocht uit Egypte, had men niet besneden.
6 Want veertig jaren zijn de IsraŽlieten door de woestijn getrokken, totdat het gehele volk omgekomen was,
de krijgslieden, die uit Egypte getrokken waren, die naar de stem des HEREN niet gehoord hadden, aan wie de HERE gezworen had, dat Hij hun niet zou laten zien het land, waarvan de HERE hun vaderen gezworen had, dat Hij het ons geven zou, een land, overvloeiende van melk en honig.
7 Maar hun zonen heeft Hij in hun plaats gesteld;
dezen heeft Jozua besneden, want zij waren onbesneden, omdat men hen onderweg niet besneden had.
8 Toen het gehele volk zich tot de laatste man toe had laten besnijden, bleven zij waar zij waren in de legerplaats, totdat zij hersteld waren.
9 En de HERE zeide tot Jozua: Heden heb Ik de smaad van Egypte van ulieden afgewenteld. Daarom noemt men die plaats Gilgal, tot op de huidige dag.
10 Terwijl de IsraŽlieten te Gilgal gelegerd waren, vierden zij het Pascha op de veertiende dag van die maand,
des avonds, in de vlakten van Jericho;
11 en zij aten, daags na het Pascha, van de opbrengst van het land, ongezuurde broden en geroost koren,
op dezelfde dag.
12 En het manna hield op, daags nadat zij van de opbrengst van het land hadden gegeten. Dus hadden de IsraŽlieten geen manna meer, maar zij aten dat jaar van wat het land Kanašn opleverde.

Laten wij met IsraŽl zingen: psalm 94: 1 en 7


     De HERE zal zijn volk doen leven,
     Hij zal zijn erfdeel nooit begeven.
     De rechtspraak zal in heel het land
     weer in de waarheid zijn geplant,
     en ieder die de waarheid eert,
     bemint het recht dat God ons leert.

epistel . 2 Corinthe 4: 16 Ė 5: 5 .
4:16 Daarom verliezen wij de moed niet, maar al vervalt ook onze uiterlijke mens, nochtans wordt de innerlijke van dag tot dag vernieuwd.
4:17 Want de lichte last der verdrukking van een ogenblik bewerkt voor ons een alles verre te boven gaand eeuwig gewicht van heerlijkheid,
4:18 daar wij niet zien op het zichtbare, maar op het onzichtbare; want het zichtbare is tijdelijk, maar het onzichtbare is eeuwig.

5:1 Want wij weten, dat, indien de aardse tent, waarin wij wonen, wordt afgebroken, wij een gebouw van God hebben, in de hemelen, niet met handen gemaakt,
een eeuwig huis.
5:2 Want hierom zuchten wij: wij haken ernaar met onze woonstede uit de hemel overkleed te worden,
5:3 als wij maar bekleed, en niet naakt, zullen bevonden worden.
5:4 Want wij, die nog in een tent wonen, zuchten bezwaard, omdat wij niet ontkleed, doch overkleed willen worden, opdat het sterfelijke door het leven worde verslonden.
5:5 God is het, die ons juist dŠŠrtoe bereid heeft en die ons de Geest tot onderpand gegeven heeft.

Psalmwoord . Halleluja! Dit is de dag, die de Heer gemaakt heeft; laten wij juichen en ons daarover verheugen..  HALLELUJA!


Gezang  .212: 1 - 5.

     Waar dat ik sta of dat ik ga,     halleluja,
     mijn ziel, die zingt halleluja,     halleluja.
     Halleluja, halleluja, halleluja!

     Dit is de grote, blijde dag,     halleluja,
     die David in de geest voorzag,     halleluja.
     Halleluja, halleluja, halleluja!

     Hemel en aarde zijn verheugd,     halleluja,
     de heilge Kerk smaakt ook die vreugd,     halleluja.
     Halleluja, halleluja, halleluja!

     Want onze Heer en Koning groot     halleluja,
     is nu verrezen uit de dood,     halleluja.
     Halleluja, halleluja, halleluja!

het heilig evangelie staat geschreven bij MARCUS 16: 1 Ė 8

1 En toen de sabbat voorbij was, kochten Maria van Magdala en
Maria, (de moeder) van Jakobus, en Salome specerijen om Hem te gaan zalven.
2 En zeer vroeg op de eerste dag der week gingen zij naar het graf, toen de zon opging.
3 En zij zeiden tot elkander: Wie zal ons de steen afwentelen van de ingang van het graf?
4 En toen zij opzagen, aanschouwden zij, dat de steen afgewenteld was; want hij was zeer groot.
5 En toen zij in het graf gegaan waren, zagen zij een jongeling zitten aan de rechterzijde, bekleed met een wit gewaad, en ontsteltenis beving haar.
6 Hij zeide tot haar: Weest niet ontsteld. Jezus zoekt gij, de Nazarener, de gekruisigde.
Hij is opgewekt, Hij is hier niet;
zie de plaats, waar zij Hem gelegd hadden.
7 Maar gaat heen, zegt zijn discipelen en Petrus, dat Hij u voorgaat naar Galilea; daar zult gij Hem zien, gelijk Hij u gezegd heeft.
8 En zij gingen naar buiten en vluchtten van het graf, want siddering en ontzetting hadden haar bevangen. En zij zeiden niemand iets, want zij waren bevreesd.

Zalig die het woord van God horen en er gehoor aan geven



Lied 204 door Hannie en Herma

     Zonder zonde is Hij geboren,
     droeg voor ons 's Hoogsten toorn;
     voor ons gestorven
     heeft Hij Gods gunst verworven.
     Kyrie eleison.

     Nu is alles, zonde en doodsnacht,
     leven, heil in zijn macht.
     Hij kan behouden,
     wie zich Hem toevertrouwden.
     Kyrie eleison.

Preek
GENADE ZIJ U EN VREDE VAN GOD ONZE VADER EN VAN JEZUS CHRISTUS, ONZE HEER.

Lieve Vrienden,

De vreugde van het paasfeest, dat in het oosters-orthodoxe deel van de christenheid zo uitbundig gevierd wordt, vinden we in onze kerken in het westen niet op dezelfde manier terug. We hebben inmiddels de enthousiaste, driemaal herhaalde, uitroep: Christus is opgestaan! vanuit de Oosterse kerk overgenomen, maar veel verder zijn we niet gekomen. Misschien ligt het aan de invloed van het rationele denken, dat bij ons sterk ontwikkeld is.
Het paasfeest vraagt van ons, dat wij van harte verheugd zijn over de opstanding uit de doden.
Wij kunnen ons daar echter niet veel bij voorstellen, om niet te zeggen: niets! Het kerstfeest biedt ons wel een aanknopingspunt. De geboorte van een kind hoort bij het leven en  leidt als vanzelf tot grote blijdschap.

Omgekeerd is op Goede Vrijdag de stemming in de kerk meestal heel ingetogen en zelfs enigszins somber ofschoon juist die Vrijdag niet zonder reden de Goede Vrijdag heet! Ook dit gebeuren sluit evenwel aan bij een bekend verschijnsel dat even frequent als onmenselijk is, namelijk het onrecht en de wreedheden, die mensen van tijd tot tijd tegen hun medemensen begaan. Het beeld is ons helaas vertrouwd.

Maar bij het paasfeest staat ons verstand stil.
De opstanding uit de doden is voor ons onvoorstelbaar.
Wie eenmaal aan een sterfbed heeft gestaan en smartelijk heeft bemerkt hoe de stervende zich van de toch zo geliefde familieleden en vrienden afwendt, weet voorgoed wat voor eeuwig afscheid nemen inhoudt.
Net als de vrouwen rondom Jezus bezoeken wij het graf of de plaats waar de urn is bijgezet en hebben dan mogelijk het gevoel dat de overledene bij ons is, maar onze beminde doden keren niet terug. Wanneer de kerk de opstanding predikt, hebben wij,
ook als gelovigen, geen aanknopingspunt daarvoor in de ons uit ervaring bekende werkelijkheid.

Alles welbeschouwd ligt het trouwens bij de andere twee feesten, die ik noemde evenzo...
Ook Kerstmis en Goede Vrijdag hebben in wezen geen aanknopingspunt in de werkelijkheid van alle dag.
Wij gedenken immers niet de geboorte van een gewoon mensenkind, en de kruisiging van een onschuldige geeft op zichzelf geen aanleiding tot een viering.
Wij geven de kerstdag een speciale plaats op de kalender, omdat Jezus de Messias bij Zijn geboorte op aarde verscheen als Zoon van God en als de Heiland van alle volkeren, en evenzo staat Goede Vrijdag als feestdag genoteerd, omdat onze Heer aan het kruis de zonden der wereld wegdroeg. Hier gaat ons rationele denken onmiddellijk op tilt. Hoe zou dat kunnen: een maagdelijke geboorte? Als dat al bestaat in de natuur, dan is het kind in elk geval nooit mannelijk, zeggen de biologen. 

Dragen van andermans schuld? Ethisch gesproken is het vreemd dat iemand anders mijn overtredingen op zich zou kunnen nemen. Ik ben en blijf toch verantwoordelijk voor mijn eigen verkeerde daden?
En terugkeren uit de dood is totaal ondenkbaar, dat zei ik al.

Het is interessant, dat Marcus ons in de sobere paasvreugde aanvankelijk gelijk schijnt te geven.
Op het eerste gezicht is er van een jubelstemming nauwelijks sprake in het u voorgelezen gedeelte van zijn evangelie. Hoewel de als canoniek vastgestelde tekst in onze kanselbijbels na hoofdstuk 16 vers 8 nog de verzen 9 tot en met 20 bevat, geloven de bijbelgeleerden in het algemeen eigenlijk niet, dat deze laatste verzen van Marcus afkomstig zijn. Ze zien eruit als een collage van gegevens uit andere evangeliŽn. Met weglating van die laatste verzen eindigt Marcus dan heel vreemd met de angst die de vrouwen bevangen had toen ze allerlei merkwaardigs beleefden bij het geopende graf.
En zij zeiden niemand iets vanwege die vrees.
Ik kom daar nog op terug, maar wijs u alvast op het geheel ontbreken in deze  zinsnede van de vreugde, die bij Pasen zou passen. Dit in tegenstelling tot de berichten in de andere evangeliŽn, die jubelend eindigen. De (naar geleerden ons verzekeren) later toegevoegde slotpassage is bedoeld als correctie op het onbevredigende einde van het Marcusevangelie.
Ook wij vinden, dat er met Pasen echte vreugde behoort te zijn, hoe sober dan ook.

Toch is de houding van de vrouwen niet onbegrijpelijk. Zij gingen naar een graf en verwachtten in hun rouwstemming niet anders dan dat zij nog een laatste rouwrite moesten verrichten. Helemaal verslagen van alles wat hun is overkomen, houden ze vast aan een oude traditie, die voorschreef dat het graf gedurende een paar dagen na de begrafenis bezocht diende te worden.
Wij weten niet waarop dat gebruik berustte, en misschien wisten zij het zelf ook niet. In ieder geval hadden ze ook nog een concreet doel: het balsemen van Jezusí lichaam. In dat verband hadden ze een bange vraag: hoe moet het met die zware grafsteen? Ook in dit opzicht wandelden ze in het duister, maar bij aankomst was het licht al opgegaan.
De zon was verrezen net voordat ze het graf bereikt hadden, en een jongeman in stralend witte kleding wachtte hen op in het graf.

Ze hadden zich dus zorgen gemaakt voor niets, want de grote ronde steen, die je eerst uit een gleuf in de grond moest tillen en dan wegwentelen, was al verrold.
Vreemde gebeurtenissen allemaal, die ons verstand te boven gaan.
Zoín steen rolt niet vanzelf weg.
Daar is grote kracht voor nodig! Maar wie had dat dan gedaan? En waar kwam opeens die jongeman vandaan? Ik kan het u verklaren, maar als u niet bereid bent uw wereldse verstand een ogenblik het zwijgen op te leggen, zult u mij niet kunnen volgen. Houd in ieder geval in het oog dat bij het graf van Jezus iets geschied is dat van Godswege heeft plaats gevonden.

Dat God er de hand in had hoor ik al doorklinken in het begin van Marcusí tekst, hoewel het er een beetje verborgen in staat.
De Sabbat duurde zo lang, zegt het Grieks. Marcus gebruikt daarvoor het woordje
dia.
U kent het, want u hebt in uw leven vast veel diaís gezien. Het betekent bij ons: doorzichtig plaatje, en dia wil in het Grieks zeggen: ergens door heen.
Het duurde voor het gevoel van de drie vrouwen eindeloos voor ze eindelijk door de Sabbat heen waren.
Ik begrijp dan: God liet ze zolang wachten, zů lang, dat het eigenlijk allemaal geen zin meer had om nog te doen wat ze van plan waren. En zo bleek het ook te zijn!
De balseming was overbodig. Ze was al geschied toen Jezus aan tafel zat in het huis van Simon de melaatse.  Dat heeft Marcus al verteld. De oplettende lezer kan het dus weten. Maar wisten de vrouwen het ook? Misschien waren zij er niet bij geweest.

De zon was nťt op, staat er dan. Ja natuurlijk, zegt het gezond verstand, anders was het te donker geweest voor de balseming. Maar zo iets banaals bedoelt Marcus vast niet. Het slaat niet op de zon als natuurverschijnsel, maar op de zon als symbool. Marcus geeft aan dat het Licht der wereld even tevoren was opgegaan.
De vrouwen waren ondanks hun haast er net te laat voor. Geen mens heeft trouwens het geheimenis der opstanding mogen bij wonen, maar als teken daarvan was de zon der gerechtigheid zojuist stralend aan de hemel verschenen.

De steen was afgewenteld!
Elke jood die het hoort herinnert zich gelijk dat Jacob voor zijn bruid Rachel de steen van een waterput afwentelde. Haar toekomstige bruidegom stelt  haar zo in de gelegenheid het levende water te putten voor haar familie, voor zichzelf en de dieren, voor alle schepselen Gods.
Voor Marcus is het levende water natuurlijk het evangelie van de opstanding uit de dood, dat in alle eeuwigheid leven geeft aan de kerk, die de bruid van Christus is.

Misschien denkt U, dat we er nu al zijn, maar nee, wie als Jood geboren is, denkt bovendien nog aan het eerste paasfeest in het beloofde land, want dat vond plaats in Gilgal. U moet dan iets weten wat heel IsraŽl weet, maar wij niet, omdat we over het algemeen geen Hebreeuws kennen. De stam van het woord Ďgalí heeft iets met ronde stenen te maken en zo betekent Gilgal wenteling, keerpunt,  en ook gedenksteen, die aangeeft dat de geschiedenis van God met Zijn volk een nieuwe richting heeft genomen. De bevrijding uit Egypte is voltooid met de viering van het Paasfeest in het Beloofde Land, toen het volk van God gelegerd was te Gilgal. Volgens het Oude Testament had dat Gilgal te maken met het afwentelen van de schuld van het volk. Een soort voorafschaduwing van Goede Vrijdag!
God maakt nu een nieuw begin, nadat Hij Zijn volk opnieuw heeft laten besnijden en reinigen van al hun ongehoorzaamheid in de woestijn.

Galilea is van dezelfde woordstam afkomstig als Gilgal, en wil zoveel zeggen als: afgerond geheel, arrondissement, in het Oud-nederlands sprak men dan van kreits, waarin u zonder moeite het Duitse Kreis herkent, dat kring, en district, betekent. Toch vat ik hier Galilea niet alleen op als een zuiver aardrijkskundige aanduiding.
Het woord verwijst theologisch taalkundig naar het land waar Jezus door Zijn prediking van het evangelie de grote omwenteling aankondigde, die het Koninkrijk Gods te weeg bracht. U begrijpt nu ook de opdracht aan de vrouwen om naar Galilea terug te gaan. 

 En nu ziet U daar opeens ook een jongeling zitten, die best wel eens helemaal geen engel zou kunnen zijn, zoals wij onwillekeurig denken. MattheŁs houdt hem voor een engel, maar Marcus spreekt nadrukkelijk van een jongeling. Hij is bekleed, staat er, met een wit kleed. Ook dat roept een herinnering op. Op de berg der verheerlijking verscheen Jezus in een stralend wit gewaad als voorschot op de glorie, die Hem in het Koninkrijk van Zijn Vader ten deel zou vallen.
En wie wordt er nu bij het graf in een hemels wit kleed gehuld om als eersteling het evangelie te brengen? Zou het Marcus zelf kunnen zijn, die in de hof van Gethsemane ontkwam aan een arrestatie door het laken, dat hij omgeslagen had, in handen van zijn vervolgers achter te laten? Zo vluchtte hij naakt weg, maar werd later bekleed met het witte kleed van de onschuld...  Juist in die passage heeft Marcus het over een jongeling, en men neemt algemeen aan dat hij daarmee zichzelf bedoelt. Ook al hij het niet was.... 

In de tweede brief aan de CorinthiŽrs zegt  Paulus dat hij voor zichzelf en ook voor ons hoopt, dat wij in het stralend witte kleed der rechtvaardigheid voor God zullen mogen verschijnen. Uiteraard is iedereen in groot gala als Jezus uit de doden is opgestaan en het Godsrijk aanvangt met de prediking van het evangelie.

Als je alles maar goed leest, en het plaatst in de cultuur waarin het geschreven is, blijkt het bericht van Marcus  bij nader inzien volstrekt vervuld te zijn van vreugde over wat God voor mensen tot stand gebracht heeft: De zon die over de wereld opgaat; De afgewentelde steen, waardoor levend water gaat vloeien;  de jongeling, die vergeving ontvangen heeft en daarom in een hemels kleed het evangelie mag brengen, dat de dood overwonnen is...

En de vrouwen dan, die dodelijk bevreesd van het graf wegvluchtten, net als Marcus eerder  uit Gethsemane?
Daar sta ik niet verbaasd over. Natuurlijk herkenden ze Marcus niet in de jongeling die hun in de duisternis van het graf verscheen in een blinkend wit gewaad.
Volgens hun gezond verstand zat Marcus bij zijn moeder thuis zich over zijn vlucht te schamen. Ik herinner u er verder  even aan, dat Johannes in diens evangelie vermeldt, dat Maria van Magdala Jezus ook niet herkende, maar dacht dat Hij de tuinman was.
Wij zien niet wat wij niet verwachten.
En zelfs als het uiteindelijk dan tot je bewustzijn doordringt kun je als vrouw beter zwijgen, want je wordt tůch niet voor vol aangezien. Toen was dat zo, in elk geval.
Kortom: ze reageerden als volstrekt normale mensen.
En hun angst is te verklaren met psalm 94, die God oproept zich te manifesteren als voltrekker van het laatste oordeel over de wereld, vanwege de boosaardigheden der mensen. Verschijn in lichtglans, God der wrake!
Wij zouden het ook wensen, als we horen over de shoah, die wij holocaust noemen, of over de uitmoording van bijna een miljoen Roeandezen, nu tien jaar geleden.
Bij dat laatste stonden de Verenigde naties toe te kijken. Ze grepen niet in, en wij vragen ons af of God dat niet voor ons zou willen doen. Maar als God aan onze roepstem gehoor zou geven waar wij bij waren, zou dan de schrik ons niet om het hart slaan?
Het zal de vrouwen wellicht zijn voorgekomen, dat God op het punt stond nu echt het oordeel over Zijn tegenstanders te gaan voltrekken, zoals Johannes de Doper had aangekondigd. Bereid de weg des Heren, zei hij immers, en daar was het niet van gekomen.

Met dat al, hoe begrijpelijk de droefheid en de vrees der vrouwen ook waren, hoorden ze toch voorbij aan de duidelijke boodschap die ze meekregen.
Ga terug naar Galilea. Dat is een opdracht, die u niet zuiver aardrijkskundig dient te verstaan, al ligt het begin van de evangelieprediking in Galilea.

Ook hier moeten we weer een beetje op de hoogte zijn van Joodse gebruiken om inzicht te krijgen in de diepere bedoeling. U moet weten, dat de Joden hun heilige schrift, met name de Torah, in drie jaar achter elkaar uitlezen. Als Deuteronomium gedaan is volgt Genesis weer en zo verder. Professor Monshouwer oppert de hypothese, dat het ontbreken van een echt slot op het Marcusevangelie simpelweg verklaard kan worden, met de aansporing nu aan het einde nog weer eens nauwkeurig te gaan lezen hoe het optreden van Jezus begonnen is in Galilea en zich gaandeweg ontvouwd heeft.
Alles zal duidelijk worden, als we dit rondlezen practiseren, zoals bij de Torah. Begin van het Evangelie van Jezus Christus, staat er in Marcus 1:1! Begin van de goede boodschap over Jezus Christus!.Begin na uw angst weer opnieuw te lezen, nu u weet dat Jezus u gereinigd heeft en bestemd heeft tot een nieuw leven. Sluit de cirkel en ga terug naar Galilea war de grote en definitieve wending in de geschiedenis van het Godsvolk aangekondigd werd.
De afronding van ons geloof voltrekt zich in een opnieuw lezen van de blijde boodschap, nu de daarin vervatte omwenteling van kruis naar opstanding voltooid is. En daar in Galilea zullen we Jezus dan ontmoeten. Daar nodigt Hij ons in Zijn koninkrijk aan Gods tafel.
Daar omhult ons een smetteloos wit kleed. Herlees het evangelie nog maar eens vanuit het Licht, dat de opstanding uit de doden erop werpt. Doe het, en de vrede Gods, die alle verstand te boven gaat, zal uw deel zijn!
Ik wens u een gezegend Paasfeest. 
Amen.


2  Zij die zich als eersten buigen    over leven in haar schoot,
  zijn op Pasen kroongetuigen    van nieuw leven uit de dood.
  Vrouwen hebben Hem ontmoet,  weten zich bevrijd voorgoed.

3  Uit een sprakeloos verleden    weggeschoven, ongehoord,
  wordt een nieuwe tuin betreden,  open is de laatste poort,
  sluiers worden weggedaan:  het is tijd om op te staan.

4  Lente kleurt de kale bomen,  door het leven aangeraakt
  bloeien bloemen aan de zomen,  zo wordt alles nieuw gemaakt.
  Juichend stemt het leven in  met de toon van het begin.
Afkondigingen.

Inzameling der gaven onder orgelspel

Voorbeden

Credo: . met de eerste christenen . :
Wij belijden ons geloof samen met de eerste getuigen van Jezus Christus:
Met Johannes de Doper: Zie hier het lam Gods dat de zonden der wereld wegdraagt...
Met Andreas: We hebben de Messias gevonden...
Met Nathanael:  Meester, U bent de Zoon van God, de koning van IsraŽl...
Met de Samaritanen: Wij weten dat Hij werkelijk de redder der wereld is...
Met Petrus: U bent de Christus, de Zoon van de levende God....
Met Martha: U bent de Christus, de Zoon van God, die in de wereld komt...
Met Thomas: Mijn Heer en Mijn God....
Amen
.


Dienst van de Tafel der Vreugde



Sanctus:


Vg.:       Wij danken U, heilige Vader, Heer onze God,
om wille van Jezus Christus, Uw veelgeliefde Zoon, die Gij geroepen en gezonden hebt, om ons te dienen en te verlichten,
om aan armen Uw koninkrijk te brengen,
om aan gevangenen Uw verlossing te melden,
om voor ons allen en voorgoed
Uw evenbeeld te zijn en de gestalte van Uw mildheid en trouw.
Wij danken U voor deze onvergetelijke mens
die alles heeft volbracht wat menselijk is, ons leven, onze dood -
wij danken U dat Hij zich met hart en ziel gegeven heeft aan deze wereld.

Zend Uw Geest op ons neer, de Geest die levend maakt,
en herschep ons tot mensen die Uw Zoon willen volgen,
en niet ophouden U te belijden en elkaar te behoeden,
de ogen gericht op Uw Rijk dat komt.

Onze Vader, die in de hemel zijt,
Uw Naam worde geheiligd;
Uw Rijk kome,  Uw Wil geschiede, 
zoals in de hemel zo ook op aarde.
Geef ons heden ons dagelijks brood,
en vergeef ons onze schulden,
zoals ook wij vergeven onze schuldenaren;
en leid ons niet in verzoeking,
maar verlos ons van het kwade!


In de nacht, toen onze Heer Jezus Christus verraden werd, nam Hij het brood, dankte,
brak het en gaf het aan Zijn discipelen
en zeide:
Neemt en eet, dit is Mijn lichaam, dat voor u gegeven wordt; doet dit tot Mijn gedachtenis.
Evenzo nam Hij de beker na de maaltijd, dankte, gaf hun die en zeide:
Neemt en drinkt allen daaruit, want deze beker is het nieuwe verbond in Mijn bloed, dat voor u vergoten wordt tot vergeving van zonden; doet dit, zo dikwijls ge die drinkt, tot Mijn gedachtenis.

Agnus Dei

Uitdeling




Avondmaalszegen:
De vrede van God, die alle verstand te boven gaat, wil Uw harten en gedachten bewaren in Christus Jezus onze Heer.

Laten wij God danken met het zingen van psalm 103: 3 en 9


9:  Laat heel het machtig koninkrijk des HEREN
     zijn grote naam, zijn grote daden eren.
     Komt allen tot de lof des HEREN saam.
     Lof zij den HEER in hemel en op aarde,
     die aan zijn volk zijn liefde openbaarde,
     en zegen gij, mijn ziel, zijn grote naam.



De  genade  van onze Heer Jezus Christus,
de liefde van God de Vader 
en de  gemeenschap van de Heilige Geest

is en blijft met u allen.  Amen



.....................