Zondag Quinquagesima (esto mihi) 18-2-2007 in de Lutherse Kerk te Nijmegen.

Wij zijn hier aanwezig in de Naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest.

Amen

Onze hulp is in de Naam van de Heer
die hemel en aarde gemaakt heeft.

HEER, WIJ HEBBEN ALS SCHAPEN GEDWAALD,
EN WIJ ZIJN IEDER ONZE EIGEN WEG GEGAAN..
WIJ KONDEN OF WILDEN DE WEG DIE DE WAARHEID IS,  EN HET LEVEN, NIET VOLGEN.....
TOCH SMEKEN WIJ U: LEID ONS WEER OP HET RECHTE PAD
VERGEEF ONS EN BLIJF BIJ ONS,
OM JEZUS CHRISTUS, ONZE HEER. AMEN

De Almachtige God schenke ons Zijn genade
AMEN

ZO LIEF HAD GOD DEZE WERELD, DAT  HIJ ZIJN ENIGGEBOREN ZOON GEGEVEN HEEFT, OPDAT IEDER DIE IN HEM GELOOFT AAN HET VERDERF ONTKOMT, EN EEUWIG LEVEN HEBBEN MAG!

Introïtus-psalm 31: 1 en 3

Gij zijt mijn rots, Gij wilt mij wezen,  om Uwen naam, o Heer,
toevlucht en tegenweer.  Gij leidt mij uit, ik zal niet vrezen.
Al spannen zij hun netten,  Gij zelf zult mij ontzetten.

LAAT ONS DE HEER AANROEPEN OM ONTFERMING MET DE NOOD VAN DEZE WERELD, EN LAAT ONS ZIJN NAAM PRIJZEN,
WANT AAN ZIJN BARMHARTIGHEID IS GEEN EINDE

zondagsgebed
Heer God, Vader in de hemel, niet voor altijd is Uw oordeel. Daarom bidden wij, hier op aarde: hoor ons, als wij roepen om vergeving en laat gelden Uw barmhartigheid;
maak ons vrij uit wat ons beklemt
en open onze ogen voor Uw toekomst,
door Jezus Christus, onze Heer. Amen.

Lezing Oude Testament Genesis 12: 1 – 3
1  De HEER zei tegen Abram: ‘Trek weg uit je land, verlaat je familie, verlaat ook je naaste verwanten, en ga naar het land dat ik je zal wijzen.
2  Ik zal je tot een groot volk maken,
ik zal je zegenen, ik zal je aanzien geven,
een bron van zegen zul je zijn.
3  Ik zal zegenen wie jou zegenen,
wie jou bespot, zal ik vervloeken.
Alle volken op aarde zullen wensen
gezegend te worden als jij.’

We zingen psalm 77: 4
die slaat op de uittocht uit Egypte:


Epistellezing 1 Petrus 2: 9 – 10
9  Maar u bent een uitverkoren geslacht, een koninkrijk van priesters, een heilige natie, een volk dat God zich verworven heeft om de grote daden te verkondigen van hem die u uit de duisternis heeft geroepen naar zijn wonderbaarlijke licht.
10  Eens was u geen volk, nu bent u Gods volk; eens viel Gods ontferming u niet ten deel, nu wordt zijn ontferming u geschonken.

We zingen gezang 432: 1, 2 en 3

Wat God doet, dat is welgedaan.  Hij is mijn licht en leven.
Ik wil mijzelf van nu voortaan  blijmoedig aan Hem geven,
omdat ik weet  in vreugd en leed:  Zijn vaderlijke ontferming
blijft eeuwig mijn bescherming.

Wat God doet, dat is welgedaan,  daar laat ik het bij blijven.
Al moet ik door de engten gaan  waar mij de dood zal drijven -
als God mij leidt  kan ik de tijd  van duisternis verdragen:
ik zal Zijn licht zien dagen.

Het Heilig Evangelie staat geschreven bij: Mattheüs 5: 13 – 16 en 7: 28 – 29
13  Jullie zijn het zout van de aarde. Maar als het zout zijn smaak verliest, hoe kan het dan weer zout gemaakt worden?
Het dient nergens meer voor, het wordt weggegooid en vertrapt.
14  Jullie zijn het licht in de wereld. Een stad die boven op een berg ligt, kan niet verborgen blijven.
15  Men steekt ook geen lamp aan om hem vervolgens onder een korenmaat weg te zetten, nee, men zet hem op een standaard, zodat hij licht geeft voor ieder die in huis is.
16  Zo moet jullie licht schijnen voor de mensen, opdat ze jullie goede daden zien en eer bewijzen aan jullie Vader in de hemel.
28  Toen Jezus deze rede had uitgesproken, waren de mensen diep onder de indruk van zijn onderricht,
 want hij sprak hen toe als iemand met gezag, en niet zoals hun schriftgeleerden.
Zalig die het woord van God horen, en er gehoor aan geven!


Preek
GENADE ZIJ U EN VREDE VAN GOD ONZE VADER EN VAN JEZUS CHRISTUS, ONZE HEER.

     Toen Jezus deze rede had uitgesproken, waren de mensen diep onder de indruk van zijn onderricht,
 want hij sprak hen toe als iemand met gezag, en niet zoals hun schriftgeleerden.

Lieve vrienden,

De woorden, die vandaag de lezing uit het Evangelie naar Mattheüs besluiten, vormen het einde van de bergrede. Zij keren met geringe variaties nog viermaal terug als een soort refrein bij andere onderdelen van het Evangelie. De auteur wil met deze in totaal vijfmaal voorkomende slotzin vermoedelijk aangeven, dat de inhoud van zijn boekje volgens een zeker plan geordend is. Als die vooronderstelling klopt, wordt het duidelijk, dat de stof van het Evangelie naar Mattheüs met een zeer bepaalde bedoeling in vijven is opgedeeld.
Het getal ‘vijf’ doet immers dadelijk denken aan de vijf boeken van Mozes, die samen de Torah vormen. Daarin wordt beschreven, hoe God zich in de geschiedenis uit één mens, Abraham, een volk schiep, een volk met een opdracht. Het zou voor de andere volken van deze wereld tot zegen zijn, en ook zelf gezegend worden.
Maar het beleefde onder die zegen in de loop van zijn bestaan allerlei spannende tijden. De profeet Hosea mocht dat volk dan wel de Zoon van God noemen, maar het was daarom niet gevrijwaard gebleven voor rampen zoals de onderdrukking in Egypte. Op de bevrijding uit de slavernij onder de Farao volgde een barre tocht door de woestijn met veel beproevingen en verzoekingen, en de verbondssluiting bij de berg Sinaï garandeerde al evenmin een moeiteloze inbezitname van het hun beloofde land.
Naar dit aan bedreigingen blootgestelde ingrijpen van God in de historie verwijst het Mattheüsevangelie, wanneer het de vervulling van die gebeurtenissen bekend maakt door dat andere ingrijpen van God in de geschiedenis, nl als Hij Zijn eniggeboren Zoon Jezus de wereld inzendt om Zijn blijde boodschap te verkondigen.
In de aanloop tot het uitspreken van de bergrede horen we bij Mattheüs over een ballingschap van Jezus. Al kort na Zijn geboorte moeten Jozef en Maria in Egypte bescherming doeken tegen de bedreigingen van koning Herodes.  Later, als Jezus volwassen is,  blijven de verzoekingen van de woestijn Hem niet bespaard.
Wie deze verhalen in de Kerst- en Epifanietijd aandachtig beluisterd heeft, voelt aankomen, dat Jezus een bijzondere rol toebedeeld zal worden in het vervolg van Gods geschiedenis met Zijn volk.
Een zeer bizondere rol, vergeleken bij die van Mozes. Mozes verrichtte zeker een grootse taak bij de uittocht uit Egypte, maar Jezus’ werk zal in grootsheid alles overtreffen. En het zal ook een diep lijden met zich mee brengen.
Vele uitleggers zien in de teksten, die wij vandaag onder ogen hebben, niet meer dan een parallel tussen Mozes en Jezus. Zij beschouwen Jezus dan als de nieuwe Mozes, maar ik voor mij kan die visie niet delen.
De bergrede zegt mij juist dat Jezus ver boven Mozes uitgaat. De berg bij het meer van Galilea is een pendant van de berg Sinaï waar God troonde en Zich in het verleden openbaarde als de God van het Verbond. Mozes ging die berg op, ontving uit Gods hand de 10 geboden en daalde daarmee af naar de vlakte. Jezus koos zich, net als Zijn Vader, een berg uit, ging die berg op en zette zich neer. Zo staat het bij Mattheüs opgetekend in de inleiding tot de bergrede. Dat betekent voor mij, dat Jezus als eniggeboren en geliefde Zoon van God in de Troon van Zijn Vader plaats nam. Dat zou Mozes niet gewaagd hebben!
En de discipelen vernamen toen uit Jezus’ eigen mond zaligsprekingen, in plaats van geboden.
Ik hoop, dat u met mij wilt concluderen dat Jezus niet als een tweede Mozes die Zich allereerst met geboden tot de mensen wendt, maar als het evenbeeld van God, Zijn Vader, optreedt, die allen zalig spreekt, die met Hem, en achter Hem aan, de berg van Gods heiligheid willen beklimmen om naar die woorden te luisteren.

Hij zegent hen, want er wacht hun een grootse taak.
De boodschap, die zij gehoord hebben, moet immers de wereld in. Het licht, dat ontstoken is mag niet onder de korenmaat gezet worden. Dan zou het nergens voor dienen. Het zout mag zijn zoutende kracht niet verliezen. Dan zou het alleen nog maar geschikt zijn om weggegooid te worden.
Op zichzelf genomen zijn dit maar eenvoudige, haast triviale, beelden. Maar in hun verband met de bergrede en met Jezus’ boodschap ontvangen ze een onvermoede lading. Het zou kunnen zijn, dat u eraan voorbij gehoord hebt. Wel bent u vol eerbied gaan staan, toen de lezing van het heilig evangelie aangekondigd werd, maar dit wil niet automatisch zeggen, dat u het gewicht van de tekst tot u hebt laten doordringen.
Als dat bij U en bij mij het geval is, komt dat misschien doordat de nieuwste vertaling minder plechtig geformuleerd is dan de vorige. Vroeger hoorden wij: Gij zijt het zout der aarde, gij zijt het licht der wereld. Dat soort taal maakt indruk. Het klinkt dringend en bepaalt je bij je zware verantwoordelijkheid. De nieuwe lezing klinkt een fractie vriendelijker, door het gebruik van het enigszins gemeenzame woord ‘jullie’ bijvoorbeeld. Jullie zijn het zout der aarde en het licht in de wereld. Dat heeft een meer uitnodigend karakter. Als jullie er niet waren, zegt Jezus, jullie die Mij volgen in leer en leven, als jullie er niet waren, zou er kraak noch smaak aan het menselijk bestaan zijn. Net zoals zout het eten pas lekker maakt. En die donkere wereld, waarin jullie als lichtjes staan te branden, wordt daar een stuk aangenamer en bewoonbaarder van. Als Jezus zo spreekt, krijgen de gelovigen best zin om er allen samen iets van te maken. 
Vertalen is een moeilijk werk; dat blijkt wel uit wat ik zojuist gezegd heb. Want hoe doen we het nu zo, dat zowel het vriendelijke als het dwingende van de boodschap gelijkelijk overkomt? Daar kan ik alleen maar van zeggen, dat vertalen niet op zichzelf staat.
Het woord moet ook beluisterd worden, met aandacht. Het moet besproken worden in de dienst, maar ook onderling bij de gemeenteleden. Het gaat immers over ons als mensen die samen een christelijke gemeente vormen. En die van onze Heer na de zegen een taak ontvangen hebben, waarvan wij ons moeten kwijten. De vervulling van die opdracht is van cruciaal belang voor de naaste omgeving, en voor de wijdere omtrek en zelfs voor ons land en de hele wereld. We zullen om onze taak tot een goed einde te brengen veel zegen van boven nodig hebben. De zegenspreuken gaan niet zonder reden vooraf aan onze opdracht. En het zondagsgebed voor vandaag, dat ik onverkort uit het Luthers Jaarboek voor 2007 heb overgenomen, heeft nogal een plechtige klank. Het vraagt nog eens indringend om barmhartigheid en om vergeving voor wat we verkeerd deden, hoewel we om hetzelfde al in de voorbereiding gebeden hadden.
De toon ervan past helemaal bij het gezaghebbend karakter van Jezus’ woorden.
Ja, Jezus spreekt met gezag! ook al is Hij vervuld van genegenheid voor ons mensen.
Maar hoe zit het dan met de schriftgeleerden, die in de tekst genoemd worden? Waren zij geen geleerden, die daarom op  gezag aanspraak mochten maken?
Zij  waren inderdaad geleerden, zoals wij ze ook kennen. Zij namen een zaak die hun werd voorgelegd eerst grondig van alle kanten onder de loep, en pas na discussie kwamen ze tot een eindoordeel.
De Joodse talmoed staat vol van zulke beraadslagingen. Maar Jezus’ spreken verloopt volgens een ander patroon.
Hij spreekt met een directheid en een trefzekerheid, die onmiddellijk verraadt, dat Hij Zijn Vader in de hemel door en door kent. Door dat directe en persoonlijke contact krijgen natuurlijk ook Zijn woorden gezag! Daarom heeft tegenspraak geen zin. Om de rijdende rechter te citeren: U zult het er mee moeten doen!
En U kunt het er mee doen, als U er naar streeft Jezus te leren kennen zoals Hij ons met al Zijn barmhartigheid en menslievendheid uit het Evangelie tegemoet treedt.
Wij moeten ons vooral niet beklagen over de  zwaarte van de opdracht die Hij ons geeft. Zijn boodschap is nu eenmaal geen andere, dan dat wij werkelijk het zout der aarde en het licht in de wereld zijn en behoren te zijn. Alleen zo zijn wij tot zegen.
En gelukkig staan we er niet alleen voor. Wij kunnen op Jezus rekenen, mar ook op elkaar.
Jezus’ boodschap is van universele betekenis, voor alle mensen, die deze wereld bewonen. Zo ook Zijn persoon en Zijn werk. Hij is op de wereld gekomen om God en mensen te verzoenen. En op die manier zijn ook wij als leerlingen, die Zijn boodschap van vrede uitdragen en voorleven van betekenis voor allen die op aarde zijn. Het zout der aarde, het licht in de wereld. Het slaat op Zijn boodschap, het slaat op Hemzelf en tenslotte ook op ons, die in Zijn dienst staan om hele volken tot zegen te zijn.
Is die boodschap u te veelomvattend en te groot, begin dan toch maar met elke U gegeven gelegenheid aan te grijpen om aan die opdracht te gehoorzamen. U zult merken, dat Jezus, die het U opdraagt, U zal zegenen bij de uitvoering ervan.

Bij het vieren van het H. Avondmaal beelden wij af, zichtbaar voor iedereen die ons daar aan het feestmaal verenigd ziet, dat wij reikhalzen naar het moment, waarop onze God Zijn mensheid om Zich heen verzamelt en in vrede zal doen luisteren naar Zijn woord.
Uit alle volkeren samengesteld zijn wij het door God uitgekozen geslacht dat de Boodschap van verzoening aan allen, die haar willen horen, mag bedienen.
Het is de goddelijke boodschap, die in Luther in de Schrift herontdekt heeft. God rekent ons onze schuld niet toe, als wij berouw hebben en voortaan zijn weg willen gaan door ook aan anderen hun schuld jegens ons kwijt te schelden.
Besef hoe heerlijk het is om voor Gods gezicht telkens met een schone lei te mogen beginnen en doe dan Uw medemensen insgelijks.
Verzoening tussen mensen en volkeren is het zout en het licht, en wij mogen het uitdelen en laten schijnen. Met Jezus, die voor ons allen zijn leven over had, en die onder de tekenen van brood en wijn nog altijd onder ons is.
Amen.
 
Muziek

Credo: (onder het naspel is er een collecte)

 
Collecte

Voorbeden

Dankzegging


Sanctus:




Geloofd zijt Gij, Heer van hemel en aarde, dat Gij U over Uw schepselen ontfermd hebt en Uw eengeboren Zoon als mens ter wereld hebt doen komen.
Wij danken U voor de verlossing, die Gij ons bereid hebt door het heilig offer van het lichaam en bloed van onze Heer Jezus Christus, aan het kruishout gebracht.
Wij loven U om Zijn heerlijke opstanding uit de doden, en om Zijn hemelvaart tot Uw eeuwig heiligdom, waar wij in Hem onze hogepriester, altijd tegenwoordig zijn voor U.
In Zijn naam bidden wij U, Heer, zend ons Uw Heilige Geest en geef, dat wij onder brood en wijn het waarachtig lichaam en bloed van Uw Zoon met waar geloof en dankzegging ontvangen mogen.
Breng Uw uitverkorenen van de einden der aarde samen in Uw rijk en doe ons de wederkomst van Uw Zoon in gelovig vertrouwen verwachten.
U zij eer in eeuwigheid. Amen.

In de nacht, toen onze Heer Jezus Christus verraden werd, nam Hij het brood, dankte, brak het en gaf het aan Zijn discipelen en zeide:
Neemt en eet, dit is Mijn lichaam, dat voor u gegeven wordt; doet dit tot Mijn gedachtenis.
Evenzo nam Hij de beker na de maaltijd, dankte, gaf hun die en zeide:
Neemt en drinkt allen daaruit, want deze beker is het nieuwe verbond in Mijn bloed, dat voor u vergoten wordt tot vergeving van zonden; doet dit, zo dikwijls ge die drinkt, tot Mijn gedachtenis.

Agnus Dei

Uitnodiging tot de tafel, gevolgd door het
ONZE VADER, DIE IN DE HEMEL ZIJT,
UW NAAM WORDE GEHEILIGD
UW RIJK KOME
UW WIL GESCHIEDE, ZOALS IN DE HEMEL ZO OOK OP AARDE.
GEEF ONS HEDEN ONS DAGELIJKS BROOD
EN VERGEEF ONS ONZE SCHULDEN,
ZOALS OOK WIJ VERGEVEN ONZE SCHULDENAREN
EN LEID ONS NIET IN VERZOEKING
MAAR VERLOS ONS VAN HET KWADE

Uitdeling

De vrede van God, die alle verstand te boven gaat, wil Uw harten en gedachten bewaren in Christus Jezus onze Heer.

Laten wij God danken met het zingen van lied 169: 5 en 6

 
Zingt dan de Heer, stemt allen in  met ons die God lof geven:
Hij schiep ons voor een nieuw begin,  hoeveel wij ook misdreven.
Hij riep ons uit de nacht in ’t licht  van zijn genadig aangezicht.
In Christus is ons leven!


De  genade  van onze Heer Jezus Christus,
de liefde van God de Vader
en de  gemeenschap van de Heilige Geest

is en blijft met u allen.  Amen

En dan is er koffie.... 
naar boven