Zondag septuagesima  2007  te Zeist Heilig Avondmaal 

IN DE NAAM VAN DE VADER EN DE ZOON EN DE HEILIGE GEEST.
Amen
ONZE HULP IS IN DE NAAM VAN DE HEER
die hemel en aarde gemaakt heeft

Heer, vergeef ons al wat wij misdeden
en laat ons weer in vrede leven

ZO LIEF HAD GOD DEZE WERELD, DAT  HIJ ZIJN ENIGGEBOREN ZOON GEGEVEN HEEFT, OPDAT IEDER DIE IN HEM GELOOFT AAN HET VERDERF ONTKOMT, EN EEUWIG LEVEN HEBBEN MAG!

Introïtus-psalm  psalm 146: 1, 2 en 3

Reken niet op mensenwaarde,  want bij mensen is geen baat.
Aarde wordt een mens tot aarde,  als zijn adem uit hem gaat.
Ligt niet alles wat hij wil  met zijn laatste adem stil?

Heil wien Jakobs God wil bijstaan,  heil die God ter hulpe riep.
Want zijn heil zal niet voorbijgaan,  God is trouw aan wat Hij schiep.
Wat in hemel, zee of aard  woont, is in zijn hand bewaard.

LAAT ONS DE HEER AANROEPEN OM ONTFERMING MET DE NOOD VAN DEZE WERELD,
EN LAAT ONS ZIJN NAAM PRIJZEN,
WANT AAN ZIJN BARMHARTIGHEID IS GEEN EINDE

zondagsgebed
Heer onze God, lieve Vader in de Hemel, wij bidden U dat U ons loflied en onze gebeden dit uur wilt aannemen, door Jezus Christus onze Heer.
Amen.

lezing ot: Exodus 3: 9 - 12. Exodus 3: 9 – 12 - 14
9  De jammerklacht van de Israëlieten is tot mij doorgedrongen en ik heb gezien hoe wreed de Egyptenaren hen onderdrukken. 10  Daarom stuur ik jou nu naar de farao: jij moet mijn volk, de Israëlieten, uit Egypte wegleiden.’
    11  Mozes zei: ‘Maar wie ben ik dat ik naar de farao zou gaan en de Israëlieten uit Egypte zou leiden?’ 12  God antwoordde: ‘Ik zal bij je zijn. En dit zal voor jou het teken zijn dat ik je heb gestuurd: als je het volk uit Egypte hebt weggeleid, zullen jullie God bij deze berg vereren.’ 13  Maar Mozes zei: ‘Stel dat ik naar de Israëlieten ga en tegen hen zeg dat de God van hun voorouders mij gestuurd heeft, en ze vragen: “Wat is de naam van die God?” Wat moet ik dan zeggen?’ 14  Toen antwoordde God hem: ‘Ik ben die er zijn zal. Zeg daarom tegen de Israëlieten: “IK ZAL ER ZIJN heeft mij naar u toe gestuurd.”’

Gezang 311: 1 en 2

Hoe komt het dat de kerk  als in een oven gloeit
vervolgd en onderdrukt  en even heerlijk bloeit?
O mens, wees welgemoed  en weet: het is de Heer.
De Heer is in zijn kerk  en laat ze nimmer meer.

epistelLEZING: 1 Petrus 5: 10 – 11
De gemeente lijdt vervolging, Petrus bemoedigt ze.
10  Maar al moet u nog korte tijd lijden, God, de bron van alle genade, heeft u geroepen om in Christus Jezus deel te krijgen aan zijn eeuwige luister. God zal u sterk en krachtig maken, zodat u staande zult blijven en niet meer zult wankelen. 11  Hem komt de macht toe, voor eeuwig. Amen.

Gezang 107: 1 en 4

De God aller genade  die u geroepen heeft,
die zal u wel bewaren,  zo waar Hij eeuwig leeft.
Lijdt nog een kleine tijd,  God zal u niet begeven,
Hij staaft en sterkt uw leven,  en geeft u zekerheid.

het heilig evangelie staat geschreven bij: Lucas 5: 1 – 11 en 22: 28 – 34
   1 ¶  Toen hij eens aan de oever van het Meer van Gennesaret stond en het volk zich om hem verdrong om naar het woord van God te luisteren, 2  zag hij twee boten aan de oever van het meer liggen; de vissers waren eruit gestapt, ze waren bezig de netten te spoelen. 3  Hij stapte in een van de boten, die van Simon was, en vroeg hem een eindje van het land weg te varen; hij ging zitten en gaf de menigte onderricht vanuit de boot. 4  Toen hij was opgehouden met spreken, zei hij tegen Simon: ‘Vaar naar diep water en gooi jullie netten uit om vis te vangen.’ 5  Simon antwoordde: ‘Meester, de hele nacht hebben we ons ingespannen en niets gevangen. Maar als u het zegt, zal ik de netten uitwerpen.’ 6  En toen ze dat gedaan hadden, zwom er zo’n enorme school vissen in de netten dat die dreigden te scheuren. 7  Ze gebaarden naar de mannen in de andere boot dat die hen moesten komen helpen; nadat dezen bij hen waren gekomen, vulden ze de beide boten met zo veel vis dat ze bijna zonken. 8  Toen Simon Petrus dat zag, viel hij op zijn knieën voor Jezus neer en zei: ‘Ga weg van mij, Heer, want ik ben een zondig mens.’ 9  Hij was verbijsterd, net als allen die bij hem waren, over de enorme hoeveelheid vis die ze gevangen hadden; 10  zo verging het ook Jakobus en Johannes, de zonen van Zebedeüs, die met Simon samenwerkten. Jezus zei tegen Simon: ‘Wees niet bang, voortaan zul je mensen vangen.’ 11  En nadat ze de boten aan land hadden gebracht, lieten ze alles achter en volgden hem.

Lucas 22: 28  Jullie zijn in al mijn beproevingen steeds bij mij gebleven. 29  Ik bestem jullie voor het koningschap zoals mijn Vader mij voor het koningschap bestemd heeft: 30  jullie zullen in mijn koninkrijk eten en drinken aan mijn tafel, en zetelen op een troon om recht te spreken over de twaalf stammen van Israël. 31  Simon, Simon, weet dat Satan jullie voor zich heeft opgeëist om jullie als graan te mogen zeven. 32  Maar ik heb voor je gebeden opdat je geloof niet zou bezwijken. En als jij eenmaal tot inkeer bent gekomen, moet jij je broeders sterken.’ 33  Simon antwoordde: ‘Heer, ik ben zelfs bereid om met u de gevangenis in te gaan en te sterven.’ 34  Maar Jezus zei: ‘Ik zeg je, Petrus, deze nacht zal de haan niet kraaien voordat je driemaal geloochend hebt dat je mij kent.’
ZALIG DIE HET WOORD VAN GOD HOREN
EN ER GEHOOR AAN GEVEN



Preeklied: gezang 305: 1 en 2

   O Heer, uw onweerstaanbaar woord  drijft rusteloos de eeuwen voort
wat mensen ook verzinnen.  En waar de weg onvindbaar scheen
mochten wij door geloof alleen  de tocht opnieuw beginnen.
Gij hebt de vaderen bevrijd  en uit het diensthuis uitgeleid
naar 't land van melk en honing.  Hervorm, herschep ook ons geslacht,
opdat het door de wereldnacht  de weg vindt naar uw woning.

Preek
GENADE ZIJ U EN VREDE VAN GOD ONZE VADER EN VAN JEZUS CHRISTUS, ONZE HEER.
Lucas 5:5 … επιστατα
Lucas 5:8 … κυριε

Lieve vrienden en vriendinnen,
Het is al weer bijna 3 jaar geleden dat alle gemeenten, die in de Protestantse Kerk in Nederland verenigd zijn, op hun kansels een exemplaar van de meest recente Bijbelvertaling hebben neergelegd om in de kerkdiensten daaruit voor te lezen.
Door dat geruime tijdsverloop hebt u misschien de indruk gekregen, dat de aangeboden vertaling al definitief tot kanselbijbel van onze kerk is verheven. Maar dat zou niet terecht zijn. Het betreft hier nog steeds een experiment.
Wij worden voortdurend uitgenodigd om het aan kritische opmerkingen niet te laten ontbreken. Ik zal me daar ook niet van onthouden, want daartoe ben ik, zoals men tegenwoordig zegt, juist ingehuurd.
Ik begin echter met een woord van dank-baarheid. Het resultaat van de vertaalcommissie is vervat in gangbaar Nederlands dat zich zeer soepel laat lezen en geschikt is om te worden voorgedragen. Zelf beschik ik bovendien over een uitgave die zowel naar het gebruikte papier als naar de fluwelige band aangenaam aanvoelt. Mijn oog wordt gestreeld door het goud op snee van de bladranden. En de sobere artistieke versiering aan de buitenzijde, bestaande uit een Jacobsladder, die omhoog leidt naar een ster, roept gedachten bij me op aan de aartsvaders en het oude verbond dat heenwijst naar de ster van Bethlehem, en zodoende naar het ontstaan van een nieuw verbond in Jezus, Wiens geboorte door Mattheüs, Lucas en Johannes in die stad geplaatst wordt.
Een en ander doet mij telkens weer met genoegen grijpen naar die luxueuze dundrukuitgave, die niet alleen mijn hart, maar ook mijn zintuigen beroert. De kostbaarheid van de inhoud van het boek straalt ervan af nog voor je er een letter in gelezen hebt.

Maar nu een enkel woord van kritiek.
De vertaling van Lucas 5 begint met: ‘Toen Jezus eens aan de oever van het meer van Gennesaret stond en het volk zich om Hem verdrong om naar het woord van God te luisteren, zag Hij twee boten aan de oever van het meer liggen.’
De twee stukken, die daarop volgen beginnen op dezelfde manier losjes te vertellen. Eerst over een man die door lepra getekend was en bij Jezus genezing vond. Direct daarna komt het bekende verhaal van de verlamde, die door vier mannen op een draagbed vervoerd wordt, en door het opengebroken dak heen voor Jezus neergelegd, vergeving voor al zijn zonden ontvangt, en tenslotte met zijn bed onder de arm lopend naar zijn huis terug keert. Hoofdstuk 6 en 7 gaan in dezelfde trant verder. En zo krijgt de argeloze lezer de indruk, dat de schrijver van het Evangelie even een aantal anecdotes uit het leven van Jezus in een wat willekeurige volgorde opsomt, om die voor het nageslacht te behouden.
In de achterliggende Griekse tekst echter leidt Lucas het begin van die verhalen telkens in met twee woordjes, waaraan de vertalers kennelijk geen bijzondere betekenis gehecht hebben, maar die duidelijk aangeven, dat hier iets plaats vindt waar God de hand in heeft. Er gebeurt iets dat geschiedenis maakt. De Statenvertaling spreekt daarom van ‘en het geschiedde’… De Griekse woorden gaan terug op één Hebreeuws werkwoord dat in verband staat met de naam van God, zoals die voorkomt in het boek Exodus.
Ik dank dit inzicht aan de theologen van de zgn. Amsterdamse school, die sterk door de Thora en de profeten beïnvloed zijn. Zij hebben erop gewezen, dat de in Exodus gebruikte termen een vervoeging zijn van het werkwoord ‘zijn’, dat ten grondslag ligt aan de Naam van God, die de hemel en de aarde geschapen heeft en die Zijn volk uit de slavernij van Egypte heeft verlost.
Gods Naam verzekert ons dat Hij er is en dat Hij het ís, die aan mensen en dingen het aanzijn geeft. De zinspeling op Zijn Naam is door de Statenvertaling in het Nederlands overgezet met de woorden: ‘en het geschiedde’. De diepe zin van dat woordgebruik is derhalve, dat wij daardoor nadrukkelijk geattendeerd worden op het wezen van God, dat in Zijn naam tot uitdrukking komt.
Zijn naam getuigt tevens van Zijn actieve aanwezigheid.
Hij schiep de wereld door Zijn woord. Hij bevrijdt van ziekte en zonde. Hij verkoos Zich een volk en Hij is al evenzeer de Heer van de gebeurtenissen, die rondom Jezus plaatsvinden. Volgens Lucas komt God daarin mee en Hij schept een nieuwe wereld waar Jezus het voor iedereen zichtbare middelpunt van vormt. Ook al kijkt niet iedereen verder dan zijn neus lang is. Wie ogen heeft om te zien ontdekt echter, dat God Zelf achter Jezus en het hele gebeuren rondom Hem schuilgaat. En de ogenschijnlijk losjes bijeengebrachte episodes uit het leven van Jezus ontvangen door de enkele herinnerende woorden, die de vertalers helaas hebben weggelaten, hun plaats in een van God gegeven structuur, een kader waaraan Jezus’ leven zijn zin en betekenis ontleent. Gods verborgen aanwezigheid openbaart zich in Jezus’ woorden en daden.
Dat gaat allereerst op voor allen die Jezus ontmoet hebben, toen Hij zich nog dagelijks aan de mensen vertoonde. Het gaat ook op voor ons, die Hem mogen ontmoeten in de woorden, die Hij blijkens de Heilige Schrift gesproken heeft, die ons Zijn vrienden noemt, die Hij uitnodigt aan Zijn tafel, die ons leven zinvol maakt door Zijn gebod om elkaar lief te hebben en door Zijn belofte dat ons leven niet tevergeefs geleefd wordt, als het zich richt op Zijn koninkrijk. Wij zullen niet verloren gaan in het niets als wij ons laten inpassen in de structuur van de nieuwe wereld die Hij voor ons opendoet.

Simon Petrus is ons in dit verhaal van de wonderbare visvangst ten voorbeeld gegeven.
Dat wij in ons geloof aan Jezus geroepen worden om een ontwikkeling door te maken, wordt ons bij de eerste door Jezus uitgekozen discipel in twee woorden voorgehouden. Ik doel op de twee verschillende titels, waarmee Simon Jezus aanspreekt. De eerste maal zegt hij eerbiedig tot Hem: ‘Meester, we hebben de hele nacht al ijverig ons best gedaan zonder een vis te vangen, maar als U het zegt, dan gaan we het opnieuw proberen op volle zee.’
Vergis ik me, of hoort u net als ik, ondanks de eerbied, een lichte ironie in dit antwoord?
Simon was net terug van de vergeefse poging om ’s nachts en niet te ver van de oever zijn bedrijf volgens die beproefde gewoonten uit te oefenen en tijdens het schoonmaken van de netten op de oever hoorde hij een indrukwekkende preek van Jezus over het komende koninkrijk Gods.
Daarom, en omdat de menigte Jezus bijna in het water duwde, had Simon zich niet verzet toen Jezus zijn boot uitkoos om zijn toespraak van daaruit af te ronden.
Jezus bleek een schriftgeleerde van formaat te zijn. En Simon was duidelijk onder de indruk. Hij zal zich echter verbaasd hebben toen Jezus na de preek als het ware beslag op zijn eigendom legde en tot hem zei: ‘en nu gaan we echt op visvangst!’ 

Ik hoor Simon denken: ‘De man, die zich in mijn schip geïnstalleerd heeft, is stellig niet de eerste de beste. Hij is een bolleboos, een knappe kop, geleerder dan de rabbijnen, die we hier gewoonlijk zien verschijnen, maar zou hij ook verstand hebben van vissen?’ ….

De aanspreektitel: ‘meester’ heeft hier voor mijn gevoel de bijklank die wij kunnen leggen in de benaming: ‘professor’. Niemand kan zich beledigd voelen als hij zo wordt aangesproken. Maar als ik zelf in een soortgelijke situatie een ervaren visser zou willen leren hoe hij vis moet vangen, zou ik als ik met ‘professor’ aangesproken werd, wel nattigheid voelen.
Zo zit er voor mij ironie in Simons antwoord: ‘U zegt het maar, professor!’ Maar er is anderzijds ook vertrouwen, want Simon doet wel wat er van hem gevraagd wordt.
En als het resultaat alle verwachtingen overtreft, omdat de netten gaan scheuren en de schepen bijna zinken, begint Simon te beseffen, wie hij op zijn terrein heeft toegelaten, en wie in feite heer en meester over zijn leven is geworden.
Eerst heette hij Simon, d.w.z. de man die luistert als God spreekt. (O, ik dacht dat het betekende dat God heeft gehoord naar het gebed (van de ouders) om een kind. Dit is ook mooi, maar lijkt me Hogeschool Inlegkunde)
Voortaan heet hij Petrus, d.i. de man die de rots heeft gevonden waarop hij in de storm van het leven stevig kan staan. In het hele gebeuren ziet hij de hand van God, de Heer van hemel en aarde. En Jezus spreekt hij nu aan met dezelfde titel die wij in iedere kerkdienst gebruiken als wij U in onze kanselgroet genade en vrede wensen van God onze vader, en van Jezus Christus onze Heer. Met het woord kyrië dus, dat in het Grieks Heer betekent.
Door dit verhaal heeft Lucas duidelijk gemaakt, dat er in de ontmoeting van Jezus en Simon iets gebeurd is van Godswege. Simon is erdoor veranderd. Hij, en ook zijn metgezellen Jacobus en Johannes, lieten hun bedrijf achter en werden vissers van mensen.
De wonderbare visvangst had hun getoond, dat de grote menigte luisterend aan de oever van het meer geen toevalstreffer was van een begaafde redenaar, maar paste in het plan van God om de menigten van overal vandaan in Zijn koninkrijk binnen te brengen.
Dat is vandaag niet anders dan toen.
Ook uw roeping staat hier in dit verhaal opgetekend.

Nog een laatste woord over Petrus’ reactie.
Die is in eerste instantie afwijzend, al laat hij tenslotte alles in de steek om Jezus te volgen. Maar de ontmoeting met Jezus brengt hem om te beginnen een geweldige angst. Dat moet ons niet verbazen. Simon zag Gods hand, Gods aanwezigheid in de gebeurtenissen. En hij roept vertwijfeld uit: ‘Heer, ga weg van mij’. Vroeger vertaalden we: ‘ga uit van mij.’
Met andere woorden: ‘U komt te dichtbij voor een zondaar zoals ik!’
Een eeuwenlange traditie in de kerk kan hier gemakkelijk misverstanden oproepen.
Als iemand over een zondig leven spreekt, denken wij aan morele laksheid of ook criminaliteit. Maar in het geval van Simon houd ik het voor veel waarschijnlijker, dat hier iets heel anders aan de hand is. Ik denk eigenlijk, dat hij een sterk voorgevoel had van zijn ontoereikendheid in geval van omstandigheden waarin zijn leven gevaar zou kunnen lopen. Maar toch ging hij achter Jezus aan. Hij waagde het erop, en toen alles een tijdlang goed ging tussen hen, overschatte hij zijn krachten. Nog vlak voor zijn verloochening sprak hij Jezus plechtig aan en zei: ‘Heer, ik ben bereid met U de gevangenis in te gaan en te sterven’. (Lucas 22:33)
En Jezus bereidde Simon toen voor op zijn komende verloochening in diezelfde nacht.
Op grond daarvan denk ik dat Simon met zijn zondebelijdenis bedoelde te zeggen: ‘Heer, ik ben totaal niet geschikt om Uw volgeling te zijn. Dit wordt een rampzalige toestand. Mijn leven tot nu toe staat helemaal haaks op Uw boodschap van de komende heerschappij van God. Ik weet echt niet hoe ik van dag tot dag in Uw (goddelijke) nabijheid zou kunnen leven.’

Zonde is in de bijbelse geschriften die over Jezus gaan een wat zakelijker begrip dan de nogal emotionele associaties die dat woord oproept in kerkelijke kringen. Zonde betekent eigenlijk simpelweg: je doel missen.
En wanneer wij zingen, dat Jezus als het Lam Gods de zonden der wereld wegneemt, willen wij daarmee uiting geven aan onze diepe overtuiging, dat Jezus ons op de weg brengt die naar het doel van de reis leidt, nl. naar God en naar het vreugdevol vieren van het heilig Avondmaal. Jezus bevrijdt ons van de ontoereikendheid van onze eigen krachten en van de zinloosheid van het bestaan.
Uit mezelf had ik het allemaal niet geweten, maar ik spreek na wat ik van God en van Jezus gehoord heb.
Ook de kracht hebben we niet uit onszelf, maar God verleent die genadig aan U en mij, en Jezus bidt voor ons, zondaars, zodat wij samen onze bestemming bereiken.  
Met Simon Petrus belijden wij dat wij, aan onszelf overgelaten, zouden mislukken.
Maar wij halen de eindstreep, want onze Heer bidt voor ons. Want Hij wil met ons maaltijd houden. Amen.


Muziek
In antwoord op Gods woord willen wij ons geloof belijden met het zingen van gezang 254: 1 – 4
Zo rijk als wij gezegend zijn met liefde, kennis van God, en goede gaven, zo rijk mogen wij tot een zegen zijn voor anderen.
Nu in de collecte, en in de komende tijd voor de mensen om ons heen
De collecte vindt plaats onder het voorspel van ons gezang


U, Vader, U aanbidden wij,  wij zingen U ter ere;
onwrikbaar staat uw heerschappij,  voorgoed zult Gij regeren.
Gij hebt onmetelijke macht,  uw wil wordt onverwijld volbracht.
Die Heer is onze Koning!

O Jezus, die de Christus zijt,  des Vaders Eengeboren,
Gij hebt ons van de toorn bevrijd  en redt wie was verloren.
Gij, Lam van God, voor ons geslacht,  verhoor ons roepen uit de nacht,
erbarm U over allen.

O Heilge Geest, ons hoogste goed,  ten Trooster ons gegeven,
heb dank dat Gij ons delen doet  in Jezus' dood en leven.
Beveilig ons in alle nood,  blijf ons nabij in angst en dood,
op U steunt ons vertrouwen.

gebed over de gaven
LIEVE GOD, WILT U ALSTUBLIEFT ZEGENEN WAT WE HIER BIJ ELKAAR HEBBEN GEBRACHT,
  ZODAT HET IS TOT EER VAN UW NAAM,

EN ZODAT HET UW GEMEENTE WERELDWIJD TEN GOEDE KOMT.

LAAT HET EEN OFFER ZIJN, DAT ONZE DANKBAARHEID EN LIEFDE UITDRUKT,

DOOR JEZUS CHRISTUS, ONZE HEER. AMEN

Laten we danken en bidden:
Heer, maak ons een bode van Uw vrede:
waar haat heerst:        laat mij liefde brengen,
waar krenking is: vergeving,
waar tweedracht is:     verzoeking,

Waar twijfel is:   geloof,
waar wanhoop is:        hoop,
waar droefheid is:       vreugde,
waar duisternis is:       Uw licht.

Want als wij geven worden wij rijk,
als wij onszelf  vergeten vinden wij de vrede.
Als wij vergeven verkrijgen wij de vergiffenis,
als wij sterven verwerven wij de eeuwige opstanding.
                Geef vrede, Heer!
Zo bidden wij voor onze wereld,
Zo bidden wij voor onszelf.
Voor de kerk, voor de gemeente
Voor de gezonden en de zieken…

....


....

Heer, wij zijn niet waardig dat U tot ons komt, maar U spreekt een woord van liefde, opdat wij gezond zijn.
Wij danken U daarvoor.
Amen




Geloofd zijt Gij, Heer van hemel en aarde, dat Gij U over Uw schepselen ontfermd hebt en Uw eengeboren Zoon als mens ter wereld hebt doen komen.
Wij danken U voor de verlossing, die Gij ons bereid hebt door het heilig offer van het lichaam en bloed van onze Heer Jezus Christus, aan het kruishout gebracht.
Wij loven U om Zijn heerlijke opstanding uit de doden, en om Zijn hemelvaart tot Uw eeuwig heiligdom, waar wij in Hem onze hogepriester, altijd tegenwoordig zijn voor U.
In Zijn naam bidden wij U, Heer, zend ons Uw Heilige Geest en geef, dat wij onder brood en wijn het waarachtig lichaam en bloed van Uw Zoon met waar geloof en dankzegging ontvangen mogen.
Breng Uw uitverkorenen van de einden der aarde samen in Uw rijk en doe ons de wederkomst van Uw Zoon in gelovig vertrouwen verwachten.
U zij eer in eeuwigheid. Amen.
ONZE VADER, DIE IN DE HEMEL ZIJT,
UW NAAM WORDE GEHEILIGD
UW RIJK KOME
UW WIL GESCHIEDE, ZOALS IN DE HEMEL ZO OOK OP AARDE.
GEEF ONS HEDEN ONS DAGELIJKS BROOD
EN VERGEEF ONS ONZE SCHULDEN,
ZOALS OOK WIJ VERGEVEN ONZE SCHULDENAREN
EN LEID ONS NIET IN VERZOEKING
MAAR VERLOS ONS VAN HET KWADE

 In de nacht, toen onze Heer Jezus Christus verraden werd, nam Hij het brood, dankte, brak het en gaf het aan Zijn discipelen en zeide:
Neemt en eet, dit is Mijn lichaam, dat voor u gegeven wordt; doet dit tot Mijn gedachtenis.
Evenzo nam Hij de beker na de maaltijd, dankte, gaf hun die en zeide:
Neemt en drinkt allen daaruit, want deze beker is het nieuwe verbond in Mijn bloed, dat voor u vergoten wordt tot vergeving van zonden; doet dit, zo dikwijls ge die drinkt, tot Mijn gedachtenis.

Agnus Dei:

Uitdeling

De vrede van God, die alle verstand te boven gaat, wil Uw harten en gedachten bewaren in Christus Jezus onze Heer.

Laten wij God danken met het zingen van lied 354B 1 en 3

God geve ons allen zijn genade en zegen,
dat wij wandlen op zijn wegen,
broederlijk één in liefde en in trouwe,
dat de spijze ons niet berouwe.  Kyrieleison!
Heer, uw Geest zij met ons voor altijd;
leer ons rechte mate en matigheid,
dat uw volk eensgezind
vrede zoekt en vrede vindt.  Kyrieleison!



zegen:
De Heer zegene u en behoede u;
de Heer doe Zijn aangezicht over u lichten en zij u genadig;
de Heer verheffe Zijn aangezicht over u en geve u vrede.

naar boven