Voorlaatste zondag 2006 19-11-2006 In de Lutherse Kerk te Nijmegen.
IN DE NAAM VAN DE VADER EN DE ZOON EN DE HEILIGE GEEST.
Amen
ONZE HULP IS IN DE NAAM VAN DE HEER
die hemel en aarde gemaakt heeft

Heer, vergeef ons al wat wij misdeden
en laat ons weer in vrede leven

ZO LIEF HAD GOD DEZE WERELD, DAT  HIJ ZIJN ENIGGEBOREN ZOON GEGEVEN HEEFT, OPDAT IEDER DIE IN HEM GELOOFT AAN HET VERDERF ONTKOMT, EN EEUWIG LEVEN HEBBEN MAG!

Introïtus-psalm 
146: 1 en 3


Heil wien Jakobs God wil bijstaan,  heil die God ter hulpe riep.
Want zijn heil zal niet voorbijgaan,  God is trouw aan wat Hij schiep.
Wat in hemel, zee of aard  woont, is in zijn hand bewaard.

LAAT ONS DE HEER AANROEPEN OM ONTFERMING MET DE NOOD VAN DEZE WERELD,
EN LAAT ONS ZIJN NAAM PRIJZEN,
WANT AAN ZIJN BARMHARTIGHEID IS GEEN EINDE

zondagsgebed
Goede God, eeuwige en barmhartige Vader, wek one harten en gedachten op door Uw Geest, en richt ze op Uw Zoon, de Rechter van de levenden en de doden. Wij bidden U dat wij voortdurend de dag van Zijn komst mogen verwachten en onze levensdagen mogen toewijden aan Uw dienst.
Door Jezus Christus, onze Heer. Amen.

lezing ot Daniël 7: 1 - 14
    1 (12) In het eerste jaar van koning Belsassar van Babylonië had Daniël een droom, beelden kwamen in hem op tijdens zijn slaap. Hij schreef die droom op (2) en zijn verslag begon aldus: ‘Ik had een nachtelijk visioen waarin ik zag hoe de vier winden van de hemel de grote zee in beroering brachten.
3  Vier grote dieren rezen op uit de zee, elk met een andere gestalte. 4  Het eerste dier leek op een leeuw, maar dan met adelaarsvleugels. Ik zag hoe zijn vleugels werden uitgerukt, hoe het dier werd opgetild, op twee voeten overeind werd gezet als een mens en ook het hart van een mens kreeg. 5  Toen verscheen er een tweede dier; het leek op een beer en het had zich half opgericht. Het hield drie ribben tussen de tanden van zijn muil, en het dier werd aangespoord met de woorden: “Sta op, eet veel vlees.” 6  Daarna zag ik een ander dier; het leek op een panter, maar dan met vier vogelvleugels op zijn rug, en het had ook vier koppen. Dit dier werd macht toebedeeld. 7  Daarna zag ik in mijn nachtelijke visioenen een vierde dier, angstaanjagend, afschrikwekkend en geweldig sterk, met grote ijzeren tanden. Het vrat en vermaalde alles, en wat overbleef vertrapte het met zijn poten. Het verschilde van alle dieren die daarvoor verschenen waren, en het had tien horens. 8  Toen ik naar de horens keek zag ik hoe een kleine, nieuwe horen tussen de andere opkwam; drie van de oude horens werden uitgerukt om er plaats voor te maken. En in die horen bevonden zich ogen als mensenogen en een mond vol grootspraak.
    9   Ik zag dat er tronen werden neergezet en dat er een oude wijze plaatsnam. Zijn kleed was wit als sneeuw, zijn hoofdhaar als zuivere wol. Zijn troon bestond uit vuurvlammen, de wielen uit laaiend vuur. 10  Een rivier van vuur welde op en stroomde voor hem uit. Duizend maal duizenden dienden hem, tienduizend maal tienduizenden stonden voor hem. Het hof nam plaats en de boeken werden geopend. 11  Ik zag hoe het dier werd gedood vanwege de grootspraak van de horen, ik zag hoe zijn lichaam werd vernietigd en aan de vlammen werd prijsgegeven. 12  De andere dieren werd wel hun macht ontnomen, maar hun werd nog enige tijd van leven gegund. 13  In mijn nachtelijke visioenen zag ik dat er met de wolken van de hemel iemand kwam die eruitzag als een mens. Hij naderde de oude wijze en werd voor hem geleid. 14  Hem werden macht, eer en het koningschap verleend, en alle volken en naties, welke taal zij ook spraken, dienden hem. Zijn heerschappij was een eeuwige heerschappij die nooit ten einde zou komen, zijn koningschap zou nooit te gronde gaan.

Wij zingen: Gezang 290: 1 en 5

Hing niet het wolkendek zo zwart  van twijfel om ons heen,
wij zouden 't land zien van ons hart,  dat 't hemels licht bescheen.

Daniël 7: 15 – 28
  
15  Ik, Daniël, was tot in het diepst van mijn gemoed geraakt; de visioenen die door mijn hoofd gingen brachten mij in verwarring. 16  Ik wendde me tot een van de omstanders en vroeg hem naar de ware betekenis van dit alles. Hij gaf mij deze verklaring: 17  “Die grote dieren, vier in getal, duiden op vier koningen die uit de aarde zullen opkomen. 18  Daarna zullen de heiligen van de hoogste God het koningschap ontvangen, en zij zullen het koningschap altijd behouden–voor eeuwig en altijd.” 19  Toen wilde ik de ware betekenis weten van het vierde dier, dat anders was dan alle andere, buitengewoon angstaanjagend met zijn ijzeren tanden en bronzen klauwen, dat alles vrat en vermaalde en wat overbleef met zijn poten vertrapte; 20  en de betekenis van de tien horens op zijn kop en van de nieuwe horen die opkwam, waarvoor er drie moesten wijken–de horen met ogen en een mond vol grootspraak die er groter uitzag dan de andere. 21  Ik had immers gezien hoe die horen strijd voerde tegen de heiligen en hen overwon, 22  totdat de oude wijze kwam, er recht werd verschaft aan de heiligen van de hoogste God en de tijd aanbrak dat de heiligen het koningschap in bezit kregen. 23  Hij zei: “Dat vierde dier duidt op een vierde koninkrijk dat op aarde zal komen, anders dan alle andere koninkrijken, en dat de hele aarde zal verslinden, vertrappen en vermorzelen. 24  Die tien horens duiden op tien koningen die uit dat koninkrijk zullen opstaan, maar na hen zal een andere opstaan, anders dan alle vorige, en deze zal drie koningen ten val brengen. 25  Hij zal in opstand komen tegen de hoogste God, en de heiligen van de hoogste onderdrukken. Hij zal proberen hun feesten en hun wet te veranderen, en zij zullen aan zijn heerschappij zijn overgeleverd voor één tijd, een dubbele tijd en een halve tijd. 26  Dan zal het hof plaatsnemen en zal hem zijn heerschappij ontnomen worden, hij zal voor eeuwig verdelgd en vernietigd worden. 27  Het koningschap, de heerschappij en de grootheid van alle koninkrijken onder de hemel zullen gegeven worden aan het volk van de heiligen van de hoogste God. Zijn koningschap is een eeuwig koningschap en alle machten zullen hem dienen en gehoorzamen.” 28  Hier eindigt mijn verslag. Wat mij, Daniël, betreft, mijn gedachten brachten mij geheel in verwarring en ik werd bleek; ik koesterde die woorden in mijn hart.’ (NBV)

Gezang 294: 1, 4 en 6

4. Zal ooit een dag bestaan dat oorlog, haat en nijd
voorgoed zijn weggedaan in deze wereldtijd?

6. Zie boven. 

epistel  Filippi 1: 1 – 6  NBV:
1  Van Paulus en Timoteüs, dienaren van Christus Jezus. Aan alle heiligen in Filippi die één zijn in Christus Jezus, en aan hun opzieners en dienaren. 2  Genade zij u en vrede van God, onze Vader, en van de Heer Jezus Christus.
    3   Ik dank mijn God altijd wanneer ik aan u denk, 4  telkens wanneer ik voor u allen bid. Dat doe ik vol vreugde, 5  omdat u vanaf de eerste dag tot nu toe hebt bijgedragen aan de verspreiding van het evangelie. 6  Ik ben ervan overtuigd dat hij die dit goede werk bij u begonnen is, het ook zal voltooien op de dag van Christus Jezus.

Psalmwoord: De hemel verkondigt Gods gerechtigheid, Hijzelf treedt op als rechter (ps 50:6). HALLELUJA!

Gezang 347: 1 en 3


Geroepen en verzameld  uit dood en slavernij,
gedoopt in wolk en water,  dat volk van God zijn wij.

het heilig evangelie staat geschreven bij: Mattheus 25: 31 – 46   NBV:
    31   Wanneer de Mensenzoon komt, omstraald door luister en in gezelschap van alle engelen, zal hij plaatsnemen op zijn glorierijke troon. 32  Dan zullen alle volken voor hem worden samengebracht en zal hij de mensen van elkaar scheiden zoals een herder de schapen van de bokken scheidt; 33  de schapen zal hij rechts van zich plaatsen, de bokken links. 34  Dan zal de koning tegen de groep rechts van zich zeggen: “Jullie zijn door mijn Vader gezegend, kom en neem deel aan het koninkrijk dat al sinds de grondvesting van de wereld voor jullie bestemd is. 35  Want ik had honger en jullie gaven mij te eten, ik had dorst en jullie gaven mij te drinken. Ik was een vreemdeling, en jullie namen mij op, 36  ik was naakt, en jullie kleedden mij. Ik was ziek en jullie bezochten mij, ik zat gevangen en jullie kwamen naar mij toe.” 37  Dan zullen de rechtvaardigen hem antwoorden: “Heer, wanneer hebben wij u hongerig gezien en te eten gegeven, of dorstig en u te drinken gegeven? 38  Wanneer hebben wij u als vreemdeling gezien en opgenomen, u naakt gezien en gekleed? 39  Wanneer hebben wij gezien dat u ziek was of in de gevangenis zat en zijn we naar u toe gekomen?” 40  En de koning zal hun antwoorden: “Ik verzeker jullie: alles wat jullie gedaan hebben voor een van de onaanzienlijksten van mijn broeders of zusters, dat hebben jullie voor mij gedaan.” 41  Daarop zal hij ook de groep aan zijn linkerzijde toespreken: “Jullie zijn vervloekt, verdwijn uit mijn ogen naar het eeuwige vuur dat bestemd is voor de duivel en zijn engelen. 42  Want ik had honger en jullie gaven mij niet te eten, ik had dorst en jullie gaven me niet te drinken. 43  Ik was een vreemdeling en jullie namen mij niet op, ik was naakt en jullie kleedden mij niet. Ik was ziek en zat in de gevangenis en jullie bezochten mij niet.” 44  Dan zullen ook zij antwoorden: “Heer, wanneer hebben wij u hongerig gezien of dorstig, als vreemdeling of naakt, ziek of in de gevangenis, en hebben wij niet voor u gezorgd?” 45  En hij zal hun antwoorden: “Ik verzeker jullie: alles wat jullie voor een van deze onaanzienlijken niet gedaan hebben, hebben jullie ook voor mij niet gedaan.” 46  Hun staat een eeuwige bestraffing te wachten, de rechtvaardigen daarentegen het eeuwige leven.’
ZALIG DIE HET WOORD VAN GOD HOREN
EN ER GEHOOR AAN GEVEN

psalm 72: 1 en 6

Bloeie Zijn naam in alle streken,  zolang de zon verrijst.
Zijn koningschap zij ons een teken  dat naar Gods toekomst wijst.
Dat opgetogen allerwegen  de volken komen saam,
elkander groetend met de zegen  van Zijn doorluchte naam.

Preek
GENADE ZIJ U EN VREDE VAN GOD ONZE VADER EN VAN JEZUS CHRISTUS, ONZE HEER.
Daniël 17:14 Zijn heerschappij is een eeuwige heerschappij. Nl van de Mensenzoon.
Daniël 7:27 Zijn koningschap is een eeuwig koningschap. Nl van het volk van heiligen van de Allerhoogste.

Lieve vrienden,

Vandaag is het de voorlaatste zondag van het kerkelijk jaar. Aan het einde van zo’n periode gaan onze gedachten als vanzelf naar wat daarna zal komen. Wat staat ons in de volgende periode te wachten? Waar zien we naar uit? Naar nog een jaar van Gods genade? Of een beetje hoogdravender gesproken: naar de wederkomst van onze Heer? Kortom: we vragen ons af: hoe houden we vol in onze wereld en wat zal onze toekomst zijn?
Die vraag is niet pas onlangs bij de mensheid opgekomen. De schrijver van het boek Daniël heeft zich er ook al mee bezig gehouden. Dat was lang geleden. Hoe lang geleden eigenlijk? De inhoud van het verhaal en ook de plaats van dat boek in onze bijbelvertaling direct na de profetieën van Ezechiël, suggereert dat het ontstaan is in de tijd van het  Nieuw-Babylonische rijk, d.w.z. zo’n vijf en een halve eeuw voor Christus. Moderne uitleggers spreken dat tegen en houden het erop, dat het vierde dier het koninkrijk Syrië verzinnebeeldt. Onder leiding van de Makkabeeën, ook wel Hasmoneeën genoemd, hebben de Joden zich van de overheersing door de Syrische koningen weten te bevrijden. Dat waren van oorsprong Grieken, en zij trachtten de Griekse cultuur op te dringen aan al hun niet-Griekse onderdanen. De Makkabeeën slaagden er evenwel in Jeruzalem op hen te veroveren in 165 voor Christus. In december van dat jaar wijdden ze de tempel opnieuw in. En het bijbehorende feest wordt ook nu nog gevierd op de 15e van die maand. Misschien kent u het wel. Het heet Chanoeka. Met die nieuwe visie belanden we dus in de 2de eeuw voor Christus. Wie heeft er gelijk? Ik weet het niet!

2. Als aankomend theoloog hield ik mij met dit soort wetenswaardigheden bezig, maar als oude emeritus heb ik begrepen, dat het er voor mijn geestelijk leven niets toe doet of de nieuwe uitleg juist is dan wel de oude. De bijbelse geschriften zijn er niet op uit om ons over historische feiten accuraat in te lichten. Ook het boek Daniël niet.
Precis dit boek is echter door Christenen gebruikt, of liever misbruikt, als grondslag voor een berekening van het jaar, waarop er een eind zou komen aan onze wereld.
Hoewel Jezus volgens Mattheüs gezegd heeft, dat alleen onze hemelse Vader weet, wanneer dat gebeuren zal, is er onlangs toch nog weer een secteleider in ons land opgestaan met een desbetreffende voorspelling. Een rijke tuinder heeft zijn bloeiende bloemenzaak van de hand gedaan en zich met de opbrengst bij de secteleider ingekocht om zeker te zijn van een goed plaatsje. Dat had hij niet moeten doen. De zaak is voor de rechter geweest, maar die oordeelde, dat de schenking geheel vrijwillig was gedaan. Waar het vermogen van de tuinder zich nu ook mag bevinden, het ware beter naar de armen gegaan.

3. Als het Boek niet dient als naslagwerk over tijden en gelegenheden, wat beoogt het dan wel? Men behoeft gelukkig niet eerst theoloog te worden om de zin ervan te verstaan. Geloof in God is voldoende om in te zien, dat het boek Daniël net als alle andere bijbelboeken ons ervan wil overtuigen, dat onze enige hulp in dit vergankelijke en verre van eenvoudige leven gelegen is in de Naam van de Heer van hemel en aarde.
Aan de Allerhoogste had het Joodse volk behoefte toen het in Babylon moest leven in ballingschap.
De God van Abraham, Izaäk en Jacob was hun troost  toen de koning van Syrië hun godsdienst van hen wilde afpakken. Aan het woord van de Allerhoogste hebben de Joden vastgehouden in hun eeuwenlange verstrooiing onder alle volken, toen ze na de verwoesting van Jeruzalem door de Romeinse keizer Hadrianus uit hun land verbannen werden. Het Joodse volk is nooit weggevaagd omdat God getrouw is aan het verbond dat Hij 4000 jaar gelden met hun voorvader Abraham gesloten heeft.
Ook voor ons, die door Jezus bij het Godsvolk ingelijfd zijn, is het woord van God het eeuwig en onvergankelijk houvast onder alle omstandigheden. Wanneer precies de schrijver van het boek Daniël geleefd heeft is niet wezenlijk belangrijk. Het gaat om zijn boodschap die als woord van God van alle tijden is.
4. Het woord kwam tot Daniël in de vorm van een droom. De nuchtere Nederlander, voor wie wij ons houden, zegt dan gewoonlijk: ‘Dromen zijn bedrog!’ En de mijne zijn dat ook.
Ik heb nooit via een droom contact met God gehad. Maar toch wil ik niet zo ver gaan, dat ik de mogelijkheid ervan ontkennen zal. In het verhaal staat Daniël tweemaal perplex over de openbaring die hij ontvangen heeft. Dat wijst erop, dat een openbaringsdroom ook door de schrijver als een bijzondere gebeurtenis ervaren werd.
De inhoud van de droom is als zodanig natuurlijk ook wonderbaarlijk.Het is echter wel opvallend, dat de beschrijving van de vier wereldrijken in de vorm van vier dieren het wezen van alle aardse heerschappij zo treffend realistisch omschrijft. Roofdieren waren het. Ze waren van de aarde, ze kwamen beslist niet uit de hemel. De profeet zag ze uit de zee opkomen, d.w.z. uit de verblijfplaats van de demonen. Hij schreef zijn visioen op om het geloof van zijn volksgenoten te versterken. Als ze om zich heen keken, zagen ze overal het geweld van de machtigen. En als wij nu oplettend rondkijken zien we hetzelfde schrikwekkende schouwspel.
Daniël verkondigde dat die aardse machten gedoemd waren om uiteindelijk te wijken voor de heerschappij van de Mensenzoon. Eens komt er dus iemand, in wie de ware menselijkheid oplicht, iemand wiens wezen de weerspiegeling is van God, de eerbiedwaardige Oude van dagen, die zich neerzet op Zijn troon.

5. Aan die mens voor Gods aangezicht behoort voor eeuwig de toekomst. Als de Mensenzoon voor God verschijnt, wordt aan Hem alle macht in hemel en op aarde overgedragen met name ook de macht om over alle volken en mensen een eindoordeel te vellen. Ons aller toekomst is in dit droomgezicht van Daniël vervat. Dat behoeft ons die geloven in Jezus Christus dus niet te verschrikken. Elk menselijk oordeel, - dat van rechters inbegrepen, - is maar een povere karikatuur van het oordeel, dat Jezus de Mensenzoon over ieder van ons zal uitspreken. Dat moet wel zo zijn, want het ontbreekt ons aan ware menselijkheid, en daarom kunnen wij alleen maar een onvolkomen oordeel vellen over onze medemensen. 
Wij geloven echter, dat wij het eindoordeel over moeten laten aan God, die als enige in staat is volkomen rechtvaardigheid te betrachten. Hij laat dat oordeel op Zijn beurt over aan Jezus, die alle mensen – u en mij inbegrepen- zo liefhad, dat Hij Zijn leven voor ons over had. Hij liet toe dat Zijn lichaam verbroken werd en Zijn bloed vergoten. Alleen aan wie zo liefheeft komt het recht toe om te oordelen over andermans leven Hij alleen mag over mensen macht hebben. Daarvan zouden alle politici en rechters diep doordrongen moeten zijn.

6. Het visioen van Daniël zegt ook, dat de Mensenzoon een volk om zich heen zal hebben, dat in Zijn heerschappij zal delen. In het NT komen we dat volk meermalen tegen, bijvoorbeeld in de brieven van Paulus. Het bestaat uit de Joden en uit de heidenen, die zich bij de Mensenzoon voegen.
En zij doen een Gode welgevallig werk, zegt hij. Zij verspreiden zover de hele wereld de blijde boodschap dat God de wereld liefheeft. Zij wekken iedereen die het maar horen wil op om met de Mensenzoon mee te gaan, met Hem die Gods liefde onder de mensen gebracht heeft. Paulus is daar erg blij mee, en het maakt hem niet uit als hij daarvoor in de gevangenis komt. Als het werk en het woord van God maar voortgang heeft in de wereld. Dat werk zal op de dag van Christus voltooid zijn.

7. Over die dag spreekt het evangelie van Mattheüs. Ik hoop dat U een beetje aangenaam verrast was over het eerste stukje van onze evangelielezing van vanmorgen. Over het tweede deel wil ik niet veel zeggen. Als ik denk aan de miljoenen vluchtelingen op aarde, of aan de ontelbare mensen, die geen schoon drinkwater ter beschikking hebben, of aan hen die onder regimes moeten leven, die hen als slaven behandelen, vind ik het maar normaal, dat zij die dat alles veroorzaken niet voor eeuwig vrijuit zullen gaan. Ik ben geenszins ontevreden, als ik hoor dat mensen met onverschilligheid voor het leed om hen heen of erger nog: met kwade bedoelingen de allerhoogste Rechter te vrezen hebben.

8. En ik ben bepaald zeer aangenaam aangedaan als ik hoor dat het weinige wat wij mensen voor elkaar kunnen doen bij de Eeuwige niet onopgemerkt blijft. Zulke goede daden hebben ook al zin op zichzelf. En bovendien zijn ze in de ogen van de Mensenzoon belangrijk als daden van liefde tot mensen, waarin Hijzelf ons is voorgegaan De hongerigen te eten en te drinken geven. Dat doen bijv. de hulpvaardigen die voedselbanken organiseren. Zich bekommeren om vreemdelingen die al heel lang in ons land zijn. Dat doen kinderen op scholen, als ze hun klasgenootjes bedreigd zien met uitzetting. Opkomen voor zieken, die illegaal hier zijn. Dat doen ziekenhuizen en hun personeel. Het algemene politieke klimaat wordt er maar nauwelijks door beïnvloed, maar waar zulke daden van menselijkheid geschieden, gaat de hemel open. Bij God en bij de Mensenzoon blijven ze voor eeuwig opgetekend. En ik prijs mij gelukkig, dat ik zulke dromen en visioenen aan U mag doorgeven. Ze zullen tot in eeuwigheid troost brengen in vreselijke omstandigheden en het verlangen levend houden naar een toekomst waarin onze Heer Zijn glorie eindelijk toont aan Zijn volgelingen, die nu reeds in Zijn Geest handelen.
Zijn koningschap is tot in eeuwigheid en wij, zijn volk, het Godsvolk, mogen er deel aan hebben. Laten wij dan allemaal Gods liefde verkondigen en menselijk met elkaar leven en het zal tot onze grote verbazing tenslotte blijken, dat wij de Mensenzoon al vaak ontmoet hadden. Amen.

Muziek

ALLES WAT WIJ HEBBEN , HEBBEN WIJ VAN GOD GEKREGEN,
OM  DOOR  TE GEVEN, OM MET VELEN TE DELEN
     EN ER ZO VAN TE GENIETEN.

OOK NU EN HIER KUNNEN WE GESTALTE GEVEN AAN DAT DELEN:   IN DE COLLECTE


Ons lied is gezang 151: 1, 2 en 3; tijdens het voorspel worden uw gaven ingezameld!

Gezang 151: 1, 2 en 3


Hoe hadden wij U ooit verstaan,  waart Gij niet tot ons uitgegaan,
o levenswoord van den beginne?  Spreek, woord van vlees en bloed, ons aan,
o Christus, treed ons leven binnen.

Gij werd een mens, maar zonder eer,  die in de wereld geen verweer,
niets heerlijks had voor mensenogen.  Gij woord dat antwoord vraagt, o Heer,
geef dat wij U herkennen mogen.


gebed over de gaven en voorbeden

Lieve God, U geeft U zelf aan ons.
Wij bieden U ons eigen leven aan.
Neem het, zoals U ons geld aanneemt.
Dat het dienstig mag zijn voor U.
In de Geest van Jezus - die ons voorging.
Amen.

V
oorbede: Heer, in Darfur verkeert de wereld in deze dagen in de hoogste nood. Wij bidden U: wil vrede geven en voedsel aan honderdduizenden, die daar vervolgd worden en verhongeren. En geef toch dat de Soedanese regering zich tot menselijkheid bekeert. Om Christus’ wil. Amen.

Credo:
gezang 232: 1 – 4

Gij, 's Vaders Zoon, ten troon verheven,  betoont uw majesteit,
belooft voor ons verloren leven  behoud in eeuwigheid.
Gij zijt de doodspoort doorgegaan;
als overwinnaar opgestaan,  naamt Gij ons aan.

Nog is uw heerlijkheid verborgen,  maar ons geloof vertrouwt,
dat eenmaal op de eeuwge morgen  uw macht het veld behoudt.
Gij, kracht, verhuld in brood en wijn,
wilt onze eeuwge spijze zijn  en maakt ons rein.

Heer, open ons genadig de ogen  en doe ons door uw Geest
het licht zien en uw naam verhogen,  voor 't oordeel onbevreesd.
Ten troon verheven, ons nabij,  staat Gij ons in de strijd terzij.
Mijn kracht zijt Gij.


Sanctus:


Geloofd zijt Gij, Heer van hemel en aarde, dat Gij U over Uw schepselen ontfermd hebt en Uw eengeboren Zoon als mens ter wereld hebt doen komen.
Wij danken U voor de verlossing, die Gij ons bereid hebt door het heilig offer van het lichaam en bloed van onze Heer Jezus Christus, aan het kruishout gebracht.
Wij loven U om Zijn heerlijke opstanding uit de doden, en om Zijn hemelvaart tot Uw eeuwig heiligdom, waar wij in Hem onze hogepriester, altijd tegenwoordig zijn voor U.
In Zijn naam bidden wij U, Heer, zend ons Uw Heilige Geest en geef, dat wij onder brood en wijn het waarachtig lichaam en bloed van Uw Zoon met waar geloof en dankzegging ontvangen mogen.
Breng Uw uitverkorenen van de einden der aarde samen in Uw rijk en doe ons de wederkomst van Uw Zoon in gelovig vertrouwen verwachten.
U zij eer in eeuwigheid. Amen.

ONZE VADER, DIE IN DE HEMEL ZIJT,
UW NAAM WORDE GEHEILIGD
UW RIJK KOME
UW WIL GESCHIEDE, ZOALS IN DE HEMEL ZO OOK OP AARDE.
GEEF ONS HEDEN ONS DAGELIJKS BROOD
EN VERGEEF ONS ONZE SCHULDEN,
ZOALS WIJ VERGEVEN ONZE SCHULDENAREN
EN LEID ONS NIET IN VERZOEKING
MAAR VERLOS ONS VAN HET KWADE

In de nacht, toen onze Heer Jezus Christus verraden werd, nam Hij het brood, dankte, brak het en gaf het aan Zijn discipelen en zeide:
Neemt en eet, dit is Mijn lichaam, dat voor u gegeven wordt; doet dit tot Mijn gedachtenis.
Evenzo nam Hij de beker na de maaltijd, dankte, gaf hun die en zeide:
Neemt en drinkt
allen daaruit, want deze beker is het nieuwe verbond in Mijn bloed, dat voor u vergoten wordt tot vergeving van zonden; doet dit, zo dikwijls ge die drinkt, tot Mijn gedachtenis.

 
Agnus Dei

Uitdeling
De vrede van God, die alle verstand te boven gaat, wil Uw harten en gedachten bewaren in Christus Jezus onze Heer.



Laten wij God danken met het zingen van gezang 354B:1

De Aanwezige zegent ons,
Hij houdt ons in Zijn hoede,
genadig is Hij het licht van ons leven,
zo maar, voor niets....
Hij ziet ons voor onschuldig aan,
schenkt ons leven en welzijn.
Omdat Hij van ons houdt.


************************************

Liturgie zondag 20 na trinitatis 29-10-2006 in de Lutherse kerk genaamd "In Abrahams schoot" te Gorcum

IN DE NAAM VAN DE VADER EN DE ZOON EN DE HEILIGE GEEST.
Amen
ONZE HULP IS IN DE NAAM VAN DE HEER
die hemel en aarde gemaakt heeft.

Deze aanroeping wekt bij ons het besef van onze tekortkomingen en misstappen.
Daarom bidden wij samen:


Heer, vergeef ons al wat wij misdeden
en laat ons weer in vrede leven.

God is genadig, en hoort ons gebed. Daarom mogen we ons hieraan vasthouden:
ZO LIEF HAD GOD DEZE WERELD, DAT  HIJ ZIJN ENIGGEBOREN ZOON GEGEVEN HEEFT, OPDAT IEDER DIE IN HEM GELOOFT AAN HET VERDERF ONTKOMT, EN EEUWIG LEVEN HEBBEN MAG!

Gode zij dank! Zijn woord wijst ons de rechte weg. Laten we zingen: onze introïtus-psalm 119: 1, 6 en 7

O God, ik ben van harte zeer verblijd
over de weg van uw getuigenissen.
In uw bevelen ligt mijn zaligheid,
ik zal mij van uw wegen vergewissen.
Ik loof U, die mijn grootste rijkdom zijt,
laat mij, o HEER, geen van uw woorden missen.

Zegen uw knecht die Gij uw wil gebiedt.
Ontvouw de wet die Gij ons openbaarde.
Open mijn oog, zodat het helder ziet,
dat ik de wondren van uw wet ontware.
O HEER, verberg mij uw geboden niet:
ik ben een gast en vreemdeling op aarde.

LAAT ONS DE HEER AANROEPEN OM ONTFERMING MET DE NOOD VAN DEZE WERELD,
EN LAAT ONS ZIJN NAAM PRIJZEN,
WANT AAN ZIJN BARMHARTIGHEID IS GEEN EINDE

zondagsgebed
Heer onze God, sterk en bevestig ons in Uw heilig Woord, en help ons, zo bidden wij, dat het in ons vrucht dragen mag in geloof en werk, tot lof en eer van Uw Naam, door Jezus Christus, onze Heer. Amen.

lezing ot  Jeremia 7: 1 – 15
De profeet Jeremia is zelf afkomstig uit een priesterfamilie, en daardoor krijgt zijn profetie over de tempel daardoor een extra lading.

1De HEER richtte zich tot Jeremia: 2  ‘Ga in de tempelpoort staan en verkondig deze boodschap: Luister naar de woorden van de HEER, Judeeërs; luister, jullie die door deze poorten naar binnen gaan om de HEER te vereren.
3  Dit zegt de HEER van de hemelse machten, de God van Israël: Beter je leven, dan mogen jullie in dit land blijven wonen. 4  Vertrouw niet op die bedrieglijke leus: “Dit is de tempel van de HEER ! De tempel van de HEER ! De tempel van de HEER !” 5  Als jullie je leven werkelijk beteren, als jullie elkaar rechtvaardig behandelen, 6 vreemdelingen, wezen en weduwen niet onderdrukken, in dit land geen onschuldig bloed vergieten en niet achter andere goden aanlopen, jullie onheil tegemoet, 7 dan mogen jullie hier blijven wonen, in dit land dat Ik jullie voorouders gegeven heb. Zo is het altijd geweest, zo zal het dan altijd zijn.
8 Maar jullie vertrouwen op die bedrieglijke leus, en dat zal je niet baten. 9 Jullie stelen, moorden, plegen overspel en meineed, branden wierook voor Baäl en lopen achter andere goden aan, die jullie eerst niet kenden. 10  En toch durven jullie, terwijl jullie al die gruweldaden plegen, voor Mij te verschijnen in deze tempel, het huis waaraan Mijn naam verbonden is, met de gedachte: Ons kan niets gebeuren!
11  Denken jullie soms dat het huis dat Mijn naam draagt een rovershol is? Ik zie wel degelijk wat jullie doen – spreekt de HEER. 12  Ga maar eens naar het heiligdom in Silo, waar ik Mijn naam vroeger liet wonen, en zie wat ik er vanwege de wandaden van mijn volk Isra
ël mee heb gedaan.
13  Nu dan – spreekt de HEER –, omdat jullie al die gruweldaden plegen en Ik telkens weer tot jullie gesproken heb maar jullie niet hebben geluisterd, omdat Ik geroepen heb maar jullie niet hebben geantwoord, 14  zal Ik met deze tempel, waaraan Mijn naam verbonden is en waarin jullie je vertrouwen stellen, en met heel het land dat Ik jullie voorouders gegeven heb, hetzelfde doen als met Silo.
15  Ik zal jullie verstoten, zoals ik jullie broedervolk, het nageslacht van Efraïm, verstoten heb.

Wij zingen: psalm 69: 2 en 3. Ook die gaat over de tempel, en daarin komt de zin voor die in het Hebreeuws nog pregnanter is dan in het Nederlands: de ijver voor Uw huis heeft mij aangevreten. Deze psalm heeft duidelijk een rol gespeeld in het leven van Jezus, die er het leven bij ingeschoten is. 

Het is om U dat ik word afgeweerd,
om U draag ik het brandmerk van de schande,
verbroken zijn de broederlijke banden,
de ijver voor uw huis heeft mij verteerd.
De smaad van wie U smaadt kwam op mij neer
en met de vinger word ik nagewezen.
Mijn rouw en tranen keren tot mij weer.
In aller oog moet ik verachting lezen.

epistel 1 Corinthe 6: 19 en 20
Ook hier gaat het over en tempel. De Geest huist in het lichaam, in het vlees. God legt beslag op de mens door Zijn Heilige Geest, en dat geeft een zekere spanning. 

19  Of weet u niet dat uw lichaam een tempel is van de heilige Geest, die in u woont en die u ontvangen hebt van God, en weet u niet dat u niet van uzelf bent?
20  U bent gekocht en betaald, dus bewijs God eer met uw lichaam.

Jesaja 56:6  En de vreemdeling die zich met de HEER heeft verbonden om Hem te dienen en Zijn naam lief te hebben, om dienaar van de HEER te zijn– ieder die de sabbat in acht neemt en niet ontwijdt, ieder die vasthoudt aan Mijn verbond–, 7  die breng ik naar mijn heilige berg, die schenk ik vreugde in mijn huis van gebed; zijn offers zijn welkom op mijn altaar.
Mijn tempel zal heten ‘Huis van gebed voor alle volken’. 
HALLELUJA!


Ons loflied is gezang 310: 1, 2 en 3


     Heer Jezus Christus, toon uw macht,
     Heer aller heren, kom met kracht.
     Bescherm uw arme christenheid,
     dat zij U love te allen tijd.

     O Geest, die onze Trooster zijt,
     geef dat uw volk één Heer belijdt,
     wees bij ons in de laatste nood,
     leid ons ten leven uit de dood.

het heilig evangelie staat geschreven bij: Johannes 2: 13 - 22
13  Kort voor Pesach, het Joodse paasfeest, reisde Jezus naar Jeruzalem. 14  Daar trof Hij op het tempelplein de handelaars in runderen, schapen en duiven aan, en de geldwisselaars die daar altijd zaten. 15  Hij maakte een zweep van touw en joeg ze allemaal de tempel uit, met hun schapen en runderen. Hij smeet het geld van de wisselaars op de grond, gooide hun tafels omver 16  en riep tegen de duivenverkopers: ‘Weg ermee! Jullie maken een markt van het huis van mijn Vader!’
17  Zijn leerlingen dachten aan wat er geschreven staat: ‘De hartstocht voor uw huis zal mij verteren.’ 18  Maar de Joden vroegen: ‘Met welk teken kunt U bewijzen dat u dit mag doen?’ 19  Jezus antwoordde hun: ‘Breek deze tempel maar af, en Ik zal hem in drie dagen weer opbouwen.’ 20  ‘Zesenveertig jaar heeft de bouw van deze tempel geduurd, ‘zeiden de Joden, ‘en U wilt hem in drie dagen weer opbouwen?’ 21  Maar Hij sprak over de tempel van Zijn lichaam. 22  Na Zijn opstanding uit de dood herinnerden Zijn leerlingen zich dat Hij dit gezegd had, en zij geloofden de Schrift en alles wat Jezus gezegd had.
Zalig die het woord van God horen en er gehoor aan geven!

IN ANTWOORD OP GODS WOORD WILLEN WIJ SAMEN ONS GELOOF BELIJDEN:

Credo:
Wij belijden ons geloof samen met de eerste getuigen van Jezus Christus:
Met Johannes de Doper:
Zie hier het lam Gods dat de zonden der wereld wegdraagt...
Met Andreas:
We hebben de Messias gevonden...
Met Nathanael: 
Meester, U bent de Zoon van God, de koning van Israël...
Met de Samaritanen:
Wij weten dat Hij werkelijk de redder der wereld is...
Met Petrus:
U bent de Christus, de Zoon van de levende God....
Met Martha:
U bent de Christus, de Zoon van God, die in de wereld komt...

Met Thomas:
Mijn Heer en Mijn God...  
Amen
Preek over Johannes 2: 19
GENADE ZIJ U EN VREDE VAN GOD ONZE VADER EN VAN JEZUS CHRISTUS, ONZE HEER.
Breek deze tempel af en in drie dagen zal ik hem opbouwen

Beste vrienden,

Vandaag is het zondag 29 october. De 31ste van deze maand, de dag waarop protestanten zoals wij de Reformatie herdenken, ligt dus nog twee dagen in het verschiet, maar als Lutheranen verwacht U vast vandaag al van mij, dat ik aandacht schenk aan Maarten Luther en aan de beweging, die hij op de laatste dag van october in Wittenberg ontketende, zonder te kunnen voorzien hoeveel storm hij daarmee over Europa zou brengen…
Het Luthers jaarboek doet mij voor deze zondag 20 na Trinitatis een andere lezing aan de hand dan voor dinsdag a.s. maar ik heb toch voor de evangelielezing gekozen, die door onze protestantse kerk voor Hervormingsdag aangegeven staat.
Het gaat in dat schriftgedeelte over de tempelreiniging. En dat lijkt op het eerste gezicht mooi bij elkaar te passen. Jezus reinigt de tempel en Luther veegde de kerk van zijn tijd schoon. Daar komt nog bij, dat de twee acties verwante onderwerpen betreffen.
Jezus joeg de geldwisselaars de tempel uit, en verzette zich met de zweep in de hand tegen de handel in offerdieren. Hij verwijt de tempelautoriteiten, dat ze van het huis van God Zijn Vader een commerciële aangelegenheid gemaakt hebben. Is dat eigenlijk ook niet Maarten Luthers verwijt aan de paus, die aflaathandel bedreef om geld in te zamelen voor een nieuwe Sint Pieterskerk in Rome?
En vinden wijzelf ook niet, dat kerk en commercie niet bij elkaar passen?
  Ik zag de drie punten van mijn preek dus al voor mij klaarliggen: Eerst Jezus’ ongewoon heftig en daadwerkelijk protest tegen de misstanden in de tempel van Jeruzalem, dan Luthers academische stellingen, die op een schisma uitliepen dat tot op heden de kerken verscheurt, en tenslotte een boodschap voor onze tijd, nl. dat de commercialisering, die onze maatschappij met inbegrip van de kerk overspoelt, ons te gronde zal richten, als wij ons niet van onze dwalingen bekeren.
  Gelukkig herinnerde ik mij op het juiste moment,dat de Reformatie op drie pijlers rust. U kent ze wel: Sola Fides: het geloof alleen; Sola Gratia: de genade alleen; en Sola Scriptura, de schrift alleen.
Vooral dat laatste: alleen de schrift, bewaarde mij voor een vlotte moderne preek. Ik werd overvallen door de gedachte: staat het allemaal wel zo in de Heilige Schrift?

Waar was Jezus’ protest eigenlijk tegen gericht?
En wat Luther betreft: Hij had natuurlijk niets op met de aflaathandel van de monnik Tetzel, maar zijn grote betekenis ligt toch in de herontdekking van het in de kerk verloren gegane Evangelie, dat ons mensen de vrede met God schenkt door het enkele feit van het geloof in Zijn genade.
Tegelijkertijd bedacht ik me, dat ik een preek over de toenemende commercialisering ook best zou kunnen houden zonder de Heilige Schrift erbij te halen. Ook niet-gelovigen kunnen de gevaren van die maatschappelijke ontwikkeling heel goed onderkennen!

2. Mijn eerste vraag is derhalve: Waarom ging het Jezus nu precies bij de tempelreiniging? Wat zegt de Schrift daarover?

Het zou heel aangenaam zijn als we op die vraag, die zo direct is, ook een direct antwoord ontvingen. Maar in het contact van mensen met God gaat het vaak anders toe. Jezus houdt ervan Gods antwoorden in de vorm van een parabel te verpakken, met andere woorden: Hij spreekt met voorliefde in raadselen. Dat zet ons aan het denken. Zo ook weer in de tekst, die vanmorgen aan de orde is.
“Breekt deze tempel af en in drie dagen zal Ik hem weer opbouwen”.
Ik kan me goed voorstellen dat de tempelautoriteiten niets met zo’n uitspraak konden beginnen. En de discipelen al evenmin. Er wordt al zesenveertig jaar aan de tempel van Herodes gebouwd, en hij is nog steeds niet helemaal af, en opeens beweert daar iemand, dat Hij voor zo’n gigantisch werk maar drie dagen nodig heeft om het in één klap te voltooien. Degenen die het hoorden waren misschien te beleefd om met hun wijsvinger het bekende gebaar naar het voorhoofd te maken. (Als ze daar al niet een ander gebaar voor hadden.) Maar ze dachten vast allemaal wat wij denken. Wat in 46 jaar nog niet afgekomen is tegen de grond gooien en dan in drie dagen kant en klaar herbouwen! Ja, ja, die man is niet goed bij zijn verstand!
Later, zegt Johannes, later, toen de discipelen elke zondag het paasfeest van hun Messias Jezus vierden, die na drie dagen uit de dood was opgestaan, later begrepen de leerlingen dat Hij met de tempel Zijn lichaam bedoeld had. Breek het maar af, had Hij gezegd, en in drie dagen zal Ik het doen herrijzen.
Volgens de evangelist, en apostel, Johannes begrepen de discipelen dat woord van hun Heer, maar daar wil ik aan het slot van de preek in ‘t kort wat dieper op ingaan.
Ook met deze uitleg erbij, blijft Jezus’ woord toch raadselachtig.
En het gebeuren waar het naar verwijst is nog raadselachtiger dan het woord zelf. Daar moeten we dus aanstonds beslist even op doordenken.
 
3. Voorshands echter hoor ik in deze raadselspreuk van Jezus over de tempel van Zijn lichaam wel een duidelijk antwoord op mijn vraag van zo-even over de tempelreiniging. Gaat het wel over een reiniging? Dat wilde ik weten, en het antwoord is: ‘nee’! Daarover gaat het niet, al moet ik toegeven dat we die indruk van reiniging toch wel zouden kunnen krijgen als we ons voor de geest halen, hoe Jezus in de tempel rondgaat en zelfs tekeer gaat. Maar laten we eens beter opletten. De runderen en de schapen, die je in de tempel kon kopen, werden eruit verdreven, evenals de duiven, het offer van de armen. En de geldwisselaars ook. Dat hele bedrijf vond plaats in een speciaal gedeelte van het complex, dat de naam droeg van Voorhof der heidenen.

Deze voorhof lag om de hele tempel heen, en men behoefde geen Jood te zijn om dat plein te mogen betreden. Maar de doodstraf bedreigde de niet-Jood die iets dichter tot God zou willen naderen. Dat stond te lezen op inscripties aan de muur die deze voorhof scheidde van de tempel zelf...  Een daarvan is bewaard gebleven.
Wie de oude talen beheerst kan dus nog altijd persoonlijk kennis nemen van het feit dat het Joodse volk de binnenste ruimte om God heen voor zichzelf reserveerde. Hoewel in Jesaja 56 betuigd wordt door de profeet dat de tempel naar de bedoeling van God zelf een bedehuis voor alle volkeren behoorde te zijn, hield men al die volken in feite erbuiten. Het schoonvegen van de voorhof der heidenen heeft intussen gevolgen voor de eredienst in de eigenlijke tempel. Bij gebrek aan offerdieren werd de dienst van het offer (door Jezus) onderbroken, dat wil zeggen: symbolisch afgeschaft! Natuurlijk maar voor even, want de tempelautoriteiten zullen er wel gauw iets op gevonden hebben. Maar het was toch een teken, dat met de komst van Jezus het einde van de offerdienst op handen was. Ook de arbeid van de geldwisselaars werd onderbroken. Zij zaten daar aan hun tafels om vreemd geld om te zetten in Joods geld, omdat alleen in díé valuta de tempelbelasting geïnd kon worden door de priesters. God nam bij wijze van spreken geen heidens geld aan (want daarop stonden afbeeldingen van andere heersers en goden).
Juist in de week na het Joodse paasfeest verviel jaarlijks de termijn van de tempelbelasting. Ook bij die traditie stak Jezus door Zijn optreden dus een spaak in het wiel. Alsof dat alles op zichzelf niet al teken genoeg was van het naderend einde van tempel en offerdienst, vragen de autoriteiten Hem om een teken, dat Hij bevoegd was om zo te werk te gaan. Maar dat weigert Hij.
Wacht maar tot je Mijn lichaam gebroken hebt, voorspelt Hij, en dan zal Ik het je laten zien.
“Breekt deze tempel af, en Ik zal hem in drie dagen doen herrijzen.”
Wij hebben het wel eens over de daad bij het woord voegen. Maar Jezus voegt hier Zijn woord bij de daad. Zijn optreden in de tempel kondigt symbolisch het einde aan van de oude eredienst en Zijn woord bevestigt dat daarvoor iets geheel nieuws in de plaats zal komen. Dan gaat het dus niet meer om een zuivering van het bestaande, en een herstel van het oude, maar om een ontwikkeling, die een totale vernieuwing aankondigt, die overeenstemt met Gods bedoeling, zoals die door de profeet Jesaja was verkondigd.

4. Een soortgelijke gang van zaken doet zich ook bij de Reformatie voor. In de hele Christenheid weerklonk destijds de roep om hervorming. De geestelijke toestand van de kerk was zo erbarmelijk ver verwijderd van wat ze zou moeten zijn, dat overal naar een grondige herziening verlangd werd. Pas op den duur werd het duidelijk, dat het niet
alleen om uitwendige misstanden ging, maar het ging minstens om het fundament zelf. Maarten Luther heeft, zoals ik in het begin al aangaf, het evangelie herontdekt.
Met die opvatting gaat de R.K.kerk natuurlijk niet accoord, maar zij heeft niet werkeloos kunnen toezien.
Zij is gedwongen geweest orde op zaken te stellen in haar eigen midden, door de Contrareformatie, die beoogde haar te zuiveren van misstanden.
Calvijn heeft de christenheid daarna verrijkt met een nieuwe variant van kerkregering. Men heeft wel eens gezegd, dat hij met de pion van de ouderling de vorstelijke macht van de paus schaakmat heeft gezet.
Dat is een directe aantasting van de R.K. hierarchie. Met zulke fundamentele verschillen zal het nog wel even duren voordat de drie in het voorafgaande genoemde tradities tot onderlinge overeenstemming zijn gekomen. Ik ga op de geschiedenis van die samensprekingen niet verder in. In de loop van de tijd heeft de Oecumenische Beweging sinds de oprichting van de Wereldraad van kerken ontegenzeggelijk vorderingen gemaakt in de onderlinge toenadering.
Maar toch stokt dat proces nu al geruime tijd en daarom zouden we er mijns inziens goed aan doen nieuwe wegen te zoeken.
Het geduldig wachten op uiteindelijke overeenstemming in de opvattingen van de eindeloos met elkaar in gesprek blijvende wereldkerken heeft tot nu toe niet tot eenheid tussen hen geleid.

5. Daar staat echter tegenover, dat de leden van al die onderling verschillende kerken wel degelijk elkaar als christenen beschouwen. De officiële standpunten worden van bovenaf gehandhaafd, maar de inwendige overtuiging ontbreekt. Een mooi voorbeeld daarvan zult U zich allemaal wel herinneren als u even terugdenkt aan het huwelijk van prins Maurits met prinses Marylène. Voor het oog van heel televisiekijkend Nederland ging prinses Juliana ter communie bij de dienstdoende priester. En hij weigerde haar die niet! Het kostte hem een uitbrander van de kardinaal, die natuurlijk formeel gelijk had. Maar hoevelen zullen in hun hart overtuigd geweest zijn, dat de priester en onze vroegere koningin Jezus’ misnoegen hebben opgewekt met hun spontane actie?

6. “Breek deze tempel af en in drie dagen zal ik hem weer opbouwen” is een woord van Jezus, dat een fundamentele vernieuwing aankondigt. Een nieuwe plaats van Godsverering zal de oude tempel van Jeruzalem vervangen. Toen Jezus uit de dood was opgestaan, zegt het evangelie van Johannes, begrepen de discipelen Zijn boodschap.
Vóór die tijd was het idee van de komende verwoesting van de tempel van Herodes natuurlijk uitermate aanstootgevend, net als Jezus’ ingrijpen in het dagelijkse gebeuren in de tempel.
Tijdens het proces, waarin Hij tenslotte voor het Sanhedrin en voor de Romeinse overheid terechtstond, is steeds weer over Jezus’ bemoeienis met de tempel gesproken. Maar zoals we uit de Schrift gehoord hebben, was Jezus niet de eerste profeet geweest, die erop gewezen had, dat de aanwezigheid van Gods tempel op zich geen waarborg inhield voor het voortduren van het wonen in het Heilige Land.
De priester Jeremia had in opdracht van God daarover geprofeteerd in de poorten van Salomo’s tempel, die eveneens gedoemd was geweest om te verdwijnen, net als trouwens het heiligdom te Silo, waar God daarvoor had vertoefd.
Jeremia maakt het duidelijk waarom die plaatsen van Godsverering niet in stand konden blijven. Het waren roversholen geworden, waarin mensen, die in alles tegen God ingingen, zich veilig waanden voor Zijn misnoegen. Wat verderop in het hoofdstuk, dat we niet helemaal hebben gelezen, zegt de profeet, dat het God niet gaat om brandoffers en slachtoffers, maar dat het horen naar Zijn Stem belangrijk is.
U herkent hierin natuurlijk het thema van de gehoorzaamheid aan het woord van God, dat de Reformatoren zo benadrukt hebben. De nieuwe tempel waar Jezus op zinspeelt staat in dit al door Jeremia voorgetekende kader.
Een rechtvaardig en menslievend volk zal de plaats zijn waar God vereerd zal worden als Gods tempel in Jeruzalem eenmaal verdwenen is.
Jeremia zegt er nog ergens van (in hoofdstuk 31 om precies te zijn), dat het een volk zal zijn, dat de wet van God in het hart draagt. En de leden ervan zullen allen God kennen en nauw met Hem verbonden zijn.
Wel heeft Jeremia dit alles alleen nog maar betrokken op de twee door de Assyriërs en Babyloniërs weggevoerde Joodse staten, maar Jezus heeft er in overeenstemming met Jesaja een ruimere betekenis aan gegeven. De nieuwe tempel van Jezus is gebouwd naar het model van het rechtvaardig en menslievend volk, waarvan ieder lid een kind van God is, dat zijn Vader kent. God zal met Zijn Heilige Geest wonen in ieders hart. In die tempel vinden ook de niet-Joodse volken hun plaats, omdat ze in Jezus geloven.
De Judese tempelautoriteiten hielden de tempel die een gebedshuis moest zijn voor de volken, voor hen gesloten. Wie daar toch vanuit de voorhof naar binnen zou gaan, zou de dood vinden. Maar Jezus geeft hun eeuwig leven. 
Jezus stelde Zijn nieuwe tempel juist open voor de volken. Door onze hartelijke verbondenheid met Hem, en door de uitstorting van de Heilige Geest op allen die in Hem geloven, is er vanaf dat moment voor iedereen de mogelijkheid om tempel van God te zijn. Concreet gezegd: wij kunnen nu allen, met Gods hulp, vervuld zijn van liefde voor onze medemensen. Als kinderen Gods vormen wij dan samen één lichaam, door die altijd blijvende verbondenheid met Jezus, onze uit de dood opgestane Heer. De practijk heeft mij geleerd, dat wij elkaar in alle kerken ook als zodanig kunnen herkennen. Ik zou het natuurlijk heel mooi vinden, als alle kerken elkaar ook erkenden en herkenden. Maar als dat er niet zo snel van komt, laat ons dan niet aarzelen om allen die wij ieder voor zich als christenen ontmoeten die erkenning alvast inderdaad niet te weigeren. Eens zullen de kerken daarin wel meekomen. Alle muren worden tenslotte van binnenuit geslecht! (Let wel, ik pleit niet voor een openlijk ingaan tegen een uitgesproken verbod om ter communie te gaan in een andere kerk. Maar wel voor de methode van Socrates, die steeds vroeg naar het waarom! Kunt u uitleggen waarom iets niet kan? Nee? Dan is het verbod ook niet zinnig!)

7. Een kort woord tenslotte nog over de opstanding uit de doden van Jezus. Daar staat ons verstand bij stil. Begrijpen zal ik dat wel nooit. En ik denk ook niet dat de apostelen er met hun verstand bij konden. Maar ze hebben wel Jezus hun opgestane Heer ontmoet, en in hun navolging van Hem werd hun liefde tot de mensen overal bekend in Jeruzalem.
Met hen en met Jezus voel ik me van harte verbonden. En ik verneem van iedereen bij wie dat ook het geval is, dat ze in vrede met God en mensen leven en sterven.
Ik vertrouw dan ook, ondanks mijn gebrek aan begrip, dat het woord van Jezus: Breek deze tempel maar af, Ik zal hem in drie dagen weer opbouwen, een onomstotelijke waarheid is. In die nieuwe tempel zullen wij de dood niet zien, maar eeuwig met onze Heer leven.
Amen.

Muziek

collecte
 
Gezang 118: 1 en 2

Vervul, o Heiland, het verlangen,
waarmee mijn hart uw komst verbeidt!
Ik wil in ootmoed U ontvangen,
mijn ziel en zinnen zijn bereid.
Blijf in uw liefde mij bewaren,
waar om mij heen de wereld woedt.
O, mocht ik uwe troost ervaren:
doe intocht, Heer, in mijn gemoed!


gebed over de gaven
Heer God, wat wij hebben verdiend, wat wij hebben gekregen, is uit Uw genade.
Daarom kunt U er over beschikken, zoals U kunt beschikken over onze tijd, liefde en aandacht.
Wijs ons in dit alles de weg.
Om Jezus’ wil Amen.

Laten we danken en bidden:
Lieve God, Wij willen U aanbidden en danken om alle goede dingen die U ons geeft naar lichaam en geest, en vooral voor de blijde boodschap die we mochten horen. Geef dat het krachtig in ons werkt, en ons een diep begrip geeft van Jezus Christus, die door Zijn dood onze gerechtigheid, door Zijn opstanding ons leven en door Zijn Evangelie onze wijsheid geworden is.
Bron van barmhartigheid, wij bidden U dat U Uw kerk met allen die haar dienen wilt bezielen door Uw Geest, opdat Uw heilig Woord er naar waarheid wordt gebracht. Dat daardoor geloof en werkzame liefde versterkt mag worden in ons allen. Zegen allen die geroepen zijn om op hun eigen plek in kerk en samenleving te dienen, en met name hen die worden opgeleid tot het ambt dat de verzoening preekt.
Ook bidden wij U voor zending, en dienst aan de naaste. Voor Israël, Uw volk, en zijn omgeving, om Uw beloften aan Abraham, Izaäk en Jacob, aan Sara, Rebekka, Rachel en Lea... Dat zij tot zegen zijn....
Wij bidden U voor koningin en vaderland, voor allen die macht en verantwoordelijkheid hebben, dat zij die mogen uitoefenen in Uw kracht en wijsheid, opdat gerechtigheid en vrede overal ter wereld moge groeien.
Zegen de opvoeders van de jeugd met liefde, vertrouwen, en gevoel voor humor.
Geef mensen eerlijk werk, en maak ons dankbaar voor het voedsel dat we dagelijks van U krijgen.
Denk in Uw goedheid aan alle mensen in nood,
wij bidden in onze kring voor Bob van der Meulen, dat U hem kracht geeft, en de zijnen rondom hem, om moedig door te gaan op de weg die voor hem ligt. 

Geef de zieken de gratie zich aan U toe te vertrouwen en troost hen die in rouw gedompeld zijn.
Weer in Uw genade alles van ons af wat leven en geloof bedreigt.
Blijf dan bij ons, in alle voor- en tegenspoed, opdat wij in vreugde voor U leven, in Uw genade sterven en Uw Rijk binnengaan door Jezus Christus, Uw Zoon, met U en de Heilige Geest, waarachtig God, hooggeloofd in eeuwigheid.
Met Hem willen wij U danken en bidden met de woorden:

ONZE VADER, DIE IN DE HEMEL ZIJT,
UW NAAM WORDE GEHEILIGD
UW RIJK KOME
UW WIL GESCHIEDE, ZOALS IN DE HEMEL ZO OOK OP AARDE.
GEEF ONS HEDEN ONS DAGELIJKS BROOD
EN VERGEEF ONS ONZE SCHULDEN,
ZOALS OOK WIJ VERGEVEN ONZE SCHULDENAREN
EN LEID ONS NIET IN VERZOEKING
MAAR VERLOS ONS VAN HET KWADE


Slotlied: gezang 251: 1 en 2

Uit alle kerken komen wij om U saam.
Gij schrijft door onze dromen  Uw grote naam,
o God die uit de wolken  daalt in de tijd,
een licht voor alle volken  in eeuwigheid.


zegen:
De Heer van dood en leven
schenkt ons Zijn Geest,
opdat Haar liefde in ons hart wone.
Dat onze ogen het heil mogen zien,
onze handen zich bekommeren om de medemens,
en onze voeten zich richten naar de eeuwigheid.
In de Naam van de Vader en de Zoon
en de Heilige Geest.
Amen.