Zondag 1 na Trinitatis 18-6-2006 in de Lutherse kerk te Nijmegen. 12 beminde gelovigen. 

In de Naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest.
Amen Onze hulp is in de Naam van de Heer
die hemel en aarde gemaakt heeft
Heer, vergeef ons al wat wij misdeden
en laat ons weer in vrede leven
Zo lief had God deze wereld, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat ieder die in Hem gelooft aan het verderf ontkomt, en eeuwig leven hebben mag!

Introïtus-psalm 92: 1, 2 en 3

Gezegend zal Hij wezen / die ons bij name riep,
die zelf de adem schiep / waarmee Hij wordt geprezen;
laat alom musiceren, / met stem en instrument,
maak wijd en zijd bekend / de grote naam des HEREN.

Gij hebt mij door uw daden, / o HERE God, verheugd.
Mijn hart is vol van vreugd, / ik juich om uw genade.
Hoe groot zijn uwe werken, / de werken uwer hand,
Gij houdt het volk in stand. / Gij zult hun hart versterken.

Laat ons de Heer aanroepen om ontferming met de nood van deze wereld,
en laat ons Zijn naam prijzen,
want aan Zijn barmhartigheid is geen einde!

zondagsgebed Heer God, wij bidden U, die de sterkte bent van allen die op U hopen: hoor ons gebed.
En daar wij door de menselijke zwakheid zonder U tot niets in staat zijn, bidden wij U: schenk ons de bijstand van Uw genade, opdat wij, door Uw geboden te onderhouden, in ons willen en werken kinderen van Uw welbehagen mogen zijn.
Door Jezus Christus, onze Heer. Amen.

lezing ot: Deuteronomium 6: 3 – 9 Oussoren
3  Horen zul je, Israël en waakzaam zijn om te doen wat goed voor je is, en waardoor ge zeer talrijk zult worden,– zoals de ENE, de God van je vaderen, je heeft toegezegd: in een land dat overvloeit van melk en honing!
4  Hoor, Israël!– de ENE is onze God, de ENE alleen! 5  Liefhebben zul je de ENE, je God, met heel je hart, met heel je ziel, en met al je macht!
6  Wezen moeten deze woorden die ik je heden gebied, op je hart! 7  Herhalen zul je ze voor je zonen–en–dochters en over ze spreken,– als je zit in je huis en als je gaat over de weg, als je je neerlegt en als je opstaat! 8  Binden zul je ze tot een teken op je hand,– wezen zullen ze tot merkteken tussen je ogen! 9  Schrijven zul je ze op de posten van je huis en in je poorten!

Wij zingen: gezang 7: 1 – 4

Het is niet aan de overzij.
Wat zegt gij dan: wie zal voor mij
de wijde oceaan bevaren,
wie brengt van de overkant der zee
de schat der diepe wijsheid mee,
die 's levens raadsel kan verklaren?

Het is ook in de hemel niet,
hoe vaak gij ook naar boven ziet
en droomt van bovenaardse streken.
Wat gij ook in de sterren leest,
alleen de Geest beroert de geest,
alleen het woord kan 't hart toespreken.

Het woord van liefde, vrede en recht
is in uw eigen mond gelegd,
is in uw eigen hart geschreven.
Rondom u klinkt de stem van God:
vrijspraak, vertroosting en gebod,
vlak vóór u ligt de weg ten leven.

EPISTELLEZING uit 1 Johannes 4: 9 – 16 Oussoren
9  Hierin is de liefde Gods onder ons verschenen, dat God zijn Zoon, de eniggeborene, tot de wereld heeft gezonden opdat wij door hem zullen leven. 10  Hierin bestaat de liefde: niet dat wij God hebben liefgehad maar dat hij óns heeft liefgehad en zijn Zoon gezonden heeft als zoenoffer voor onze zonden. 11  Geliefden, als God ons zó heeft liefgehad, moeten ook wij elkander liefhebben.
12  Niemand heeft ooit God aanschouwd: als wij elkander liefhebben blijft God in ons en is zijn liefde bij ons volmaakt geworden. 13  Hieraan herkennen wij dat wij in hem blijven en hij in ons: dat hij ons van zijn Geest gegeven heeft.
    14 Wij, we hebben aanschouwd en betuigen dat de Vader de Zoon gezonden heeft als redder van de wereld; 15  al wie belijdt dat Jezus de Zoon van God is: God blijft in hem en hij in God. 16  Wij, we hebben leren kennen en zijn gaan geloven de liefde die God bij ons onderhoudt: God is liefde: wie blijft in de liefde, blijft in God en God blijft in hem.

Psalmwoord: U, Ene, zullen danken alle koningen der aarde, wanner zij horen de toezeggingen van Uw mond! HALLELUJA!

Gezang 257

Het Heilig Evangelie staat geschreven bij: Marcus 4: 1 - 20

1 Weer vangt hij aan onderricht te geven langs de zee; er verzamelt zich bij hem zo’n enorm grote schare, dat hij in een boot stapt en daar gaat zitten, op de zee; en heel de schare, zij zijn bij de zee op het land. 2  Met gelijkenissen geeft hij hun onderricht, uitvoerig; hij heeft tot hen in zijn onderricht gezegd: 3  hoort!– zie, de zaaier ging uit om te zaaien; 4  en het geschiedde bij het zaaien: het één viel langs de weg, de vogels kwamen en aten het op; 5  het ander viel op de rotsen, waar het niet veel aarde had; meteen kwam het op, omdat het in aarde niet veel diepte kreeg; 6  toen de zon opkwam, verschroeide het, en omdat het geen wortel had droogde het weg; 7  weer ander viel tussen de distels, en de distels schoten op en verstikten het, het heeft nooit vrucht kunnen geven; 8  het andere viel in de goede aarde, schoot op, groeide en gaf vrucht; het droeg tot dertig–, zestig–, en honderdvoud! 9  Toen zei hij: wie oren heeft om te horen, die hore! 10  Toen hij alleen raakte, hebben zij die, met de twaalf, hem omgaven gevraagd naar de gelijkenisspreuken. 11  En hij heeft tot hen gezegd: aan u is het geheim van Gods koningschap al gegeven, maar voor hen daar buiten geschiedt alles in gelijkenissen,– 12  opdat zij ‘kijken en kijken en niet zien, en horen en horen en niet verstaan, opdat zij niet hoeven omkeren en hun iets vergeven zou worden’. 13  Dan zegt hij tot hen: als ge met deze gelijkenis geen weg weet, hoe moet ge dan alle andere gelijkenissen kennen?– 14  de zaaier is hij die het Woord zaait; 15  dan zijn er die langs de weg, waar het Woord gezaaid wordt: wanneer zij het horen komt meteen de satan en neemt het Woord weg dat in hen gezaaid is; 16  en er zijn er zoals die op de rotsgrond worden gezaaid, die, wanneer zij het Woord horen het meteen met vreugde aannemen, 17  en ze hebben geen wortel in zich maar zijn mensen van het moment; als er vervolgens verdrukking geschiedt of vervolging, vanwege het Woord, struikelen zij meteen; 18  en anderen zijn zij die tussen de distels worden gezaaid; dat zijn zij die het Woord hebben gehoord, 19  en de zorgen van deze wereld, de begoocheling van de rijkdom en de verlangens omtrent de overige dingen, dringen binnen en verstikken het Woord, en het wordt vruchteloos; 20 en de laatsten zijn zij die op de goede aarde worden gezaaid, die het Woord zullen horen, en aannemen, en vrucht dragen, het dertig–, zestig– en honderdvoudige!

Zalig die het Woord van God horen en er gehoor aan geven!
 
Wij zingen: gezang: 223: 1, 6 en 7

Het zaad der goedheid Gods,
het hoge woord, de Heer,
valt in de voor des doods,
valt in de aarde neer.

Al gij die God bemint
en op zijn goedheid wacht,
de oogst ruist in de wind
als psalmen in de nacht.

Preek
GENADE ZIJ U EN VREDE VAN GOD ONZE VADER EN VAN JEZUS CHRISTUS, ONZE HEER.

Lieve vrienden,
Bij de voorlezing van het evangelie heb ik met enige nadruk u toegeroepen: Hoort! Het lijdt voor mij geen twijfel, dat het Jezus zelf is geweest, die dit woord in de mond genomen heeft.
Het doet mij dadelijk denken aan een zelfde woord, dat luid opklinkt in het boek Deuteronomium. Iedere Israëliet kent het, en ook U hebt het vast wel herkend bij de OT-schriftlezing. 
Ik bedoel de uitroep waarmee Mozes de aandacht van het Godsvolk bepaalt bij de grondslag van zijn bestaan. Hoor Israël, de Heer is onze God, de Heer is de Ene. Liefhebben zul je de Ene
Het woord horen is met gezag geladen, en direct daarna laat Jezus dan nog volgen het woordje: ‘zie’, dat duidt op iets wat heel opmerkelijk is.
Met die combinatie eist Jezus volledige aandacht op voor een belangrijke mededeling, die niemand verwacht had. In twee woorden zegt Jezus: “Let nu goed op en verwondert u. Houdt uw oren wijd open en kijk scherp uit uw ogen, want uw ziel en uw zaligheid hangen er van  af.”
De discipelen van Jezus hebben die raad zeker opgevolgd. Volgens de traditie heeft Marcus het onderricht dat Jezus gaf, getrouw weergegeven aan de hand van alles wat hij van Petrus gehoord had. Hij heeft naar Petrus geluisterd, zoals Petrus naar Jezus geluisterd had. Maar toch is er in de loop der tijd een kink in de kabel gekomen ten aanzien van de vertaling van de tekst, die wij vanmorgen samen overdenken.
Met opzet heb ik u de vertaling van Pieter Oussoren voorgelezen. En ik vraag me nu af of u enig verschil hebt opgemerkt met wat in uw herinnering leeft. De gelijkenis van de zaaier is erg bekend, zeker bij getrouwe kerkgangers. Daar mag ik u wel toe rekenen. Als ik u nu zomaar vraag, hoe de eerste zin daarvan luidt, verwacht ik dat uw antwoord zal zijn: O ja: een zaaier ging uit om te zaaien. Maar dat is niet wat ik u heb voorgelezen.
Het was ook niet wat Marcus van Petrus, en Petrus weer van Jezus gehoord heeft. Onze Heer zei niet: er was eens een zaaier die uitging om te zaaien. Dat is meer een zinnetje dat bij een sprookje gebruikt wordt. En die genoegelijke kabbelende verhaaltrant past totaal niet bij de op gezag aanspraak makende aanhef van Jezus’ prediking.
Die vertaling van de grondtekst met: ‘een zaaier ging uit om te zaaien’ is dan ook geheel onjuist. Desondanks vinden we haar al eeuwen in onze Nederlandse bijbel. De Statenvertaling zegt het zo en de nieuwste vertaling, die nu sinds kort in onze kerken als kanselbijbel wordt gebruikt, zegt het nog altijd zo. En de bijbel van Luther heeft het ook. Ik ga me maar niet verdiepen in de vraag hoe dat gekomen is, maar volsta met te zeggen, dat er dus al geslachten lang niet geluisterd is, ondanks Jezus’ dringende aansporing.
En daarmee komt dan overeen dat de toehoorders, die niet geluisterd hebben, al evenmin hebben doorzien, waar het in de gelijkenis om gaat.
Er  staat echt niet in de tekst die Jezus gesproken heeft: ‘een zaaier ging uit om te zaaien.’ In die mededeling zit niets verrassends. Wat zou een zaaier anders doen dat dàt wat zijn werk is? Onze Heer heeft echter gezegd: ‘De  Zaaier (en dat moet hier met een hoofdletter geschreven worden!) ging uit om te zaaien. Daarin zit wel iets onverwachts waarvan de discipelen en alle mensen zullen staan te kijken als de betekenis daarvan tot hen doordringt. Hier valt iets te zien, waar je oog voor moet hebben. Hier zegt Jezus tot Zijn volk en tot de grote menigte die zich bij het meer van Galilea verzameld heeft: “Let nu scherp op, want God is bezig geschiedenis te maken! Nu, op dit eigenste ogenblik!”
Dat zegt Jezus’ stem ook tot ons na al die tussenliggende eeuwen. Zijn woorden hebben eeuwigheidswaarde. Als Hij zegt: ‘”Hoort”, kunnen wij maar beter goed luisteren en kijken wat er te ontdekken valt, want de grondslag van onze innerlijke vrede is er mee gemoeid. Onze identiteit, die onze levenstaak is, wordt ons erin aangewezen.
Wie zijn wij? Daarop geeft deze gelijkenis antwoord, met zijn uitleg. De vraag, wie wij zijn in bijbels perspectief, is echt een vraag, die past bij de huidige tijd van het kerkelijk jaar. Wij zijn inmiddels Kerstfeest, Pasen en Pinksteren voorbij, en de feesten zijn besloten met de Drieënigheidszondag, die wij deftig als zondag Trinitatis betitelen. En nu zijn we dus aangekomen bij de eerste in de lange reeks van zondagen, die we de tijd van de kerk noemen.
Jezus staat in de gelijkenis van de Zaaier uitgebreid stil bij de lotgevallen van degenen die met het gezaaide woord in aanraking komen.
In de opsomming van de verschillende groepen vinden ook wij onze plaats. Wij verstaan de gelijkenis van de Zaaier wel het beste als we denken aan wat het doel van het zaaien is. Het zaaien geschiedt met het oog op het oogsten. De vurige hoop van ieder die zaait is gericht op de oogst. In de gelijkenis zelf en in de uitleg ervan komt het thema van de oogst uitvoerig aan de orde. Enerzijds is er sprake van een overvloedige opbrengst van het gezaaide zaad, nl. dan wanneer het in goede aarde valt, dan geeft het een rendement van 30- en 60 en zelfs 100-voud. Anderzijds valt er wel driemaal zoveel vruchteloos zaad op plaatsen, die voor de oogst ongunstig zijn. Waarom gaat Jezus daar zo breed op in? Is het soms omdat Hij Zijn discipelen wil voorbereiden op teleurstellingen? En staat daarom de recordopbrengst van het zaad, dat in goede aarde viel aan het eind, als het mooie voldoeninggevende slot? Voor wie met verkondigen bezig is, zoals wij predikanten, is het inderdaad uitstekend, dat wij van te voren attent gemaakt worden op de mogelijkheid, dat onze noeste arbeid vaak geen vrucht draagt en het is zeker troostrijk, dat het in goede aarde gevallen zaad 30- tot 60- en soms zelfs 100-voud opbrengt. Niet alleen voor predikanten geldt dat. Ook voor de gemeenten van onze Heer Jezus Christus is het van waarde, dat Hijzelf zijn gemeenteleden wil verklaren wat hun te wachten staat, als zij Zijn boodschap in de wereld uitdragen. Nu niet door prediking van Zijn woord in de eerste plaats, maar in het bijzonder door het uitstralen van Zijn barmhartigheid over alles wat in nood verkeert.
Met het benadrukken van de goede aarde, die een rijke opbrengst mogelijk maakt, vestigt Jezus al in een vroeg stadium van Zijn optreden de aandacht op Zijn komende kerk. Met de goede aarde is de kerk bedoeld, de gemeenschap van hen op wie de Heilige Geest, de geest van liefde en barmhartigheid is nedergedaald. Die gemeenschap verzamelt zich elke zondag weer om het woord van verzoening en opstanding te horen en zingend te beamen. Ze brengt geld bijeen voor diaconale projecten en ze legt in haar voorbede de nood der wereld.. zowel geestelijk als materieel, aan God voor. Van tijd tot tijd trotseert ze de overheid door onderdak te verlenen aan dakloze vreemdelingen, die zomaar op straat belanden, soms met nog kleine kinderen en al. Het zijn allemaal Gods schepselen en voor God zijn het dus in elk geval nooit vreemdelingen. Als  Gods woord in goede aarde valt, worden ze op slag onze broeders en zusters. En omgekeerd: wij zijn hun broeders en zusters geworden, omdat de Heilige Geest ons als kerk heeft vervuld sinds het grote Pinksterfeest, dat ons vorige zondag weer eens in herinnering is gebracht, opdat wij ons steeds bewust zullen blijven van onze identiteit en van onze levenstaak. Hoor en zie, gemeente van Jezus, want Uw innerlijke vrede en uw eeuwig leven bij onze Heer is er mee gemoeid.
Nog een laatste woord over het begin van de gelijkenis waar Jezus zegt: “Zie, de Zaaier ging erop uit om te zaaien”…
Als U er even bij stilstaat, bemerkt u dat de uitvoerigheid waarmee Jezus over de oogst (of het gebrek eraan) spreekt, het overgrote deel van de uitleg in beslag neemt. Jezus geeft daarin uitsluitsel over onze identiteit zoals ik al zei. maar nu dringt zich nog een andere vraag naar voren. De majesteitelijke en zelfs autoritaire aanhef roept de verwachting op, dat we ook helderheid krijgen over de identiteit van de Zaaier. Wie is daarmee bedoeld?

En wat is nu precies het woord dat hij zaait?

Daarover zegt de uitleg eigenlijk niets! Kon dat soms niet, omdat Jezus’ discipelen ik zal maar zeggen, nog veel moesten leren? Ik bedoel eigenlijk: omdat ze er te dom voor waren? Wie de Zaaier is, ligt voor ons echter tamelijk voor de hand. Het is Jezus, die in opdracht van Zijn hemelse Vader op dat moment erop uitgaat om Zijn aardse taak te volbrengen. En Hij noemt zich de Zaaier, omdat Hij nog aan de aanvang staat. De oogst is er nog niet, maar het begin is gemaakt.
Het koninkrijk Gods is in aantocht, maar wat dat precies inhoudt weet nog niemand van de omstanders. Zij zullen er zich allemaal hun eigen meer of minder omlijnde ideeën bij gevormd hebben.
De gelijkenis is een eerste poging om daarin orde te scheppen of beter gezegd: er correcties op aan te brengen. Het is niet onwaarschijnlijk dat velen onder de grote menigte die op Jezus afgekomen was, een tweede Mozes in Hem gezien hebben en hoopten dat Hij de Romeinse keizer zou verslaan, zoals Mozes de Farao overwonnen had.
Zo zou het in werkelijkheid echter niet gaan. Op zijn zegetocht door de wereld zal Jezus eerst aan het kruis komen en daarna door de dood heen gaan. Dat ligt in de gelijkenis verborgen. De Zaaier is uitgegaan om de wereldakker te bezaaien, maar Zijn lot zal gelijk zijn aan dat van het zaad, dat Hij gezaaid heeft. De graankorrel moet sterven en ontkiemen in goede aarde, anders komt er geen oogst.

Dat was dus de wereldschokkende verkondiging van Jezus. In verhulde taal zei Hij tot al Zijn toehoorders: “Hoor en luister goed naar Mij, kijk je ogen uit, want voor jullie staat een van God gezondene, die jullie nu de boodschap van Gods liefde brengt, en bereid is Zijn leven daaraan te wijden, en als het zo moet zijn, zelfs Zijn leven ervoor te geven.
Ik ben door God, mijn hemelse Vader, naar jullie gezonden en begin nu met het zaaiwerk. En als je goed oplet zul je het zaad zien opkomen.”
De tijd van de oogst zal zeker aanbreken.

En zo gebeurde het: op het Wekenfeest, zeven maal zeven weken na Jezus’ opstanding, op de 50ste dag, op Pinksteren, viel Gods Heilige Geest in de goede aarde van Zijn kerk, die geroepen is tot het 100-voudige vrucht dragen.
Om die taak die ons van Godswege is opgelegd te volbrengen, moeten we deel hebben aan het offer van Zijn leven, dat Jezus gebracht heeft.
Ook wij moeten gehoorzaam de weg gaan van de graankorrel. Om ons te sterken nodigt onze Heer Jezus ons aan het Heilig Avondmaal.
Kom dan en hoor en zie, want Jezus geeft U deel aan Zijn tafel van gebroken brood en vergoten wijn en eeuwig zalig leven. Amen.

Muziek 


Gods liefde is groot en strekt zich uit tot alle mensen,
   wij kunnen daarin delen:
dag aan dag met vriendelijkheid en aandacht,
geld en geduld,
nu kunnen we er gestalte aan geven, als een goed begin,  in de collecte!
Daarbij zingen we: gezang 252: 1 en 2

collecte

geloof om veel te geven,  te geven honderd-in,
wij zullen leren leven  van de verwondering:
dit leven, deze aarde,  de adem in en uit,
het is van Gods genade  en Zijn lankmoedigheid.

Gebed over de gaven:
Lieve God, wilt U alstublieft zegenen wat we hier bij elkaar hebben gebracht,
  zodat het is tot eer van Uw Naam,
en zodat het Uw gemeente wereldwijd ten goede komt.
Laat het een offer zijn, dat onze dankbaarheid en liefde uitdrukt,
door Jezus Christus, onze Heer.  Amen

Voorbeden:
o.a. Laurens van Baardewijk

Gezang 255: 1 t/m 4

Ere zij aan Hem, wiens liefde  ons van alle smet bevrijdt,
eer zij Hem die ons gekroond heeft,  koningen in heerlijkheid.
Halleluja, halleluja,  ere zij het Lam gewijd.

Ere zij de Heer der englen,  ere zij de Heer der kerk,
ere aan de Heer der volken;  aard' en hemel looft uw werk!
Halleluja, halleluja,  looft de Koning, heel zijn kerk!

Halleluja, lof, aanbidding  brengen englen U ter eer,
heerlijkheid en kracht en machten  legt uw schepping voor U neer.
Halleluja, halleluja,  lof zij U, der heren Heer!

 

Geloofd zijt Gij, Heer van hemel en aarde, dat Gij U over Uw schepselen ontfermd hebt en Uw eengeboren Zoon als mens ter wereld hebt doen komen.
Wij danken U voor de verlossing, die Gij ons bereid hebt door het heilig offer van het lichaam en bloed van onze Heer Jezus Christus, aan het kruishout gebracht.
Wij loven U om Zijn heerlijke opstanding uit de doden, en om Zijn hemelvaart tot Uw eeuwig heiligdom, waar wij in Hem onze hogepriester, altijd tegenwoordig zijn voor U.
In Zijn naam bidden wij U, Heer, zend ons Uw Heilige Geest en geef, dat wij onder brood en wijn het waarachtig lichaam en bloed van Uw Zoon met waar geloof en dankzegging ontvangen mogen.
Breng Uw uitverkorenen van de einden der aarde samen in Uw rijk en doe ons de wederkomst van Uw Zoon in gelovig vertrouwen verwachten.
U zij eer in eeuwigheid. Amen.

ONZE VADER, DIE IN DE HEMEL ZIJT,
UW NAAM WORDE GEHEILIGD
UW RIJK KOME
UW WIL GESCHIEDE,
ZOALS IN DE HEMEL ZO OOK OP AARDE.
GEEF ONS HEDEN ONS DAGELIJKS BROOD
EN VERGEEF ONS ONZE SCHULDEN,
ZOALS WIJ VERGEVEN ONZE SCHULDENAREN
EN LEID ONS NIET IN VERZOEKING
MAAR VERLOS ONS VAN HET KWADE

In de nacht, toen onze Heer Jezus Christus verraden werd, nam Hij het brood, dankte, brak het en gaf het aan Zijn discipelen en zeide:
Neemt en eet, dit is Mijn lichaam, dat voor u gegeven wordt; doet dit tot Mijn gedachtenis.
Evenzo nam Hij de beker na de maaltijd, dankte, gaf hun die en zeide: Neemt en drinkt allen daaruit, want deze beker is het nieuwe verbond in Mijn bloed, dat voor u vergoten wordt tot vergeving van zonden; doet dit, zo dikwijls ge die drinkt, tot Mijn gedachtenis. Vredegroet

Agnus Dei:

Uitdeling : De vrede van God, die alle verstand te boven gaat, wil Uw harten en gedachten bewaren in Christus Jezus onze Heer.


Laten wij God danken met het zingen van lied 348:7

 

De  genade  van onze Heer Jezus Christus,
de liefde van God de Vader
en de  gemeenschap van de Heilige Geest
is en blijft met u allen.  Amen


naar boven

 

..................................................................................................

Pinksterdienst in de Lutherse Kerk te Zeist 4 juni 2006

IN DE NAAM VAN DE VADER EN DE ZOON EN DE HEILIGE GEEST.
Amen ONZE HULP IS IN DE NAAM VAN DE HEER
die hemel en aarde gemaakt heeft
Heer, vergeef ons al wat wij misdeden
en laat ons weer in vrede leven! Zo lief had God deze wereld, dat  Hij Zijn enige Zoon gegeven heeft, opdat ieder die in Hem gelooft aan het verderf ontkomt, en eeuwig leven hebben mag!

Introïtus-psalm: psalm 68: 7 en 12

Gij mogendheden, zingt een lied, zingt Hem die koninklijk gebiedt,
hier en in alle landen. Hij heft zijn stem, een stem van macht -
uw sterkte zij Hem toegebracht, strekt tot Hem uit uw handen.
Zijn heerlijkheid en hoog bevel staan wakend over Israël,
geen wankeling gedogend. Doorluchtig is uw majesteit,
geef aan uw volk standvastigheid, o Here God hoogmogend.

Laat ons de Heer aanroepen om ontferming met de nood van deze wereld,
en laat ons Zijn naam prijzen,
want aan Zijn barmhartigheid is geen einde!

lezing: Exodus 33: 12 – 23
 
Mozes en het volk hebben last van een identiteitscrisis, zoals dat tegenwoordig heet, en Mozes gaat er mee naar God. 12  Mozes zei tegen de HEER: ‘U draagt mij wel op het volk verder te laten trekken, maar U hebt mij niet laten weten wie U met mij mee zult sturen, terwijl U toch gezegd hebt: “Jou heb ik uitgekozen, jou ben Ik goedgezind.”
13  Als dat werkelijk zo is, laat mij dan weten wat Uw plannen zijn. Dan leer ik U kennen en weet ik zeker dat U mij goedgezind bent. Vergeet toch niet dat deze mensen Uw volk zijn.’
14  De HEER antwoordde: ‘Moet Ik dan zelf meegaan om je gerust te stellen?’
15  Mozes zei: ‘Als U niet zelf meegaat, laat ons dan niet verder trekken.
16  Hoe zou moeten blijken dat U mij goedgezind bent, mij en ook Uw volk, tenzij U met ons meegaat? Alleen dan nemen wij immers een bijzondere plaats in onder de volken die de aarde bewonen.’
17  De HEER zei tegen Mozes: ‘Ik verzeker je dat Ik zal doen wat je vraagt, want Ik ben je goedgezind en Ik heb je uitgekozen.’
18  ‘Laat mij toch Uw majesteit zien, ‘zei Mozes.
19  Hij antwoordde: ‘Ik zal in Mijn volle luister voor je langs gaan en in jouw bijzijn de naam HEER uitroepen: Ik schenk genade aan wie Ik genade wil schenken, en Ik ben barmhartig voor wie Ik barmhartig wil zijn.
20  Maar’, zei Hij, ‘Mijn gezicht zul je niet kunnen zien, want geen mens kan Mij zien en in leven blijven.’
21  Toen sprak de HEER: ‘Er is een plaats op de rots waar je dicht bij Mij kunt komen staan.
22  Als dan Mijn majesteit voor je langs gaat, zal Ik je in een kloof laten schuilen en Mijn hand beschermend voor je houden tot Ik voorbij ben.
23  Als Ik Mijn hand weghaal, zul je Mij van achteren zien; Mijn gezicht mag niemand zien.’

Wij zingen: psalm 25: 2 en 7 

Gods verborgen omgang vinden  zielen waar Zijn vrees in woont;
't heilgeheim wordt aan Zijn vrinden  naar Zijn vreêverbond getoond.
d'Ogen houdt mijn stil gemoed  opwaarts, om op God te letten:
Hij, die trouw is, zal mijn voet  voeren uit der bozen netten.

epistellezing: Handelingen 2: 1 - 11
1   Toen de dag van het Pinksterfeest aanbrak waren ze allen bij elkaar.
2  Plotseling klonk er uit de hemel een geluid als van een hevige windvlaag, dat het huis waar ze zich bevonden geheel vulde.
3  Er verschenen aan hen een soort vlammen, die zich als vuurtongen verspreidden en zich op ieder van hen neerzetten,
4  en allen werden vervuld van de heilige Geest en begonnen op luide toon te spreken in vreemde talen, zoals hun door de Geest werd ingegeven.
5   In Jeruzalem woonden destijds vrome Joden, die afkomstig waren uit ieder volk op aarde.
6  Toen het geluid weerklonk, dromden ze samen en ze raakten geheel in verwarring omdat ieder de apostelen en de andere leerlingen in zijn eigen taal hoorde spreken.
7  Ze waren buiten zichzelf van verbazing en zeiden: ‘Het zijn toch allemaal Galileeërs die daar spreken?
8  Hoe kan het dan dat wij hen allemaal in onze eigen moedertaal horen?
9  Parten, Meden en Elamieten, inwoners van Mesopotamië, Judea en Kappadocië, mensen uit Pontus en Asia,
10  Frygië en Pamfylië, Egypte en de omgeving van Cyrene in Libië, en ook Joden uit Rome die zich hier gevestigd hebben,
11  Joden en proselieten, mensen uit Kreta en Arabië–wij allen horen hen in onze eigen taal spreken over Gods grote daden.’

Psalmwoord: Zend Uw adem, en zij worden geschapen. Zo geeft U de aarde een nieuw gelaat! (psalm 104:30) HALLELUJA!

Ons zondagslied is: gezang 239: 1 – 7


Uw naam is Trooster. Gij geleidt
o goddelijk geschenk, ons voort,
o balsem die ons werd bereid,
o bron van vuur, o levend woord.

Ontsteek een licht in ons verstand
en maak tot liefde ons hart bereid,
geleid met milde vaste hand
ons zwakke vlees in zekerheid.

Gij zijt door gaven zevenvoud
de vinger van Gods rechterhand,
die 's Vaders woord ons toevertrouwt
zodat het klinkt in ieder land.

Weer van ons 's vijands list en nijd,
en geef ons vrede in plaats van haat,
opdat wij volgen waar Gij leidt
en mijden wat de zielen schaadt.

Maak ons geloof zo vol en schoon
dat het de Vader leert verstaan
en Jezus Christus, 's Vaders Zoon,
o Geest van beiden uitgegaan.

Lof zij de Vader, lof de Heer
die uit de dood is opgestaan,
de Trooster ook zij lof en eer
en heerlijkheid van nu voortaan.

het heilig evangelie staat geschreven bij: Johannes 14: 21 - 31 21  Wie Mijn geboden kent en zich eraan houdt, heeft Mij lief. Wie Mij liefheeft zal de liefde van Mijn Vader en Mij ontvangen, en ik zal Mij aan hem bekendmaken.’
22  Toen vroeg Judas (niet Judas Iskariot) aan Jezus: ‘Waarom zult U zich wel aan ons, maar niet aan de wereld bekendmaken, Heer?’
23  Jezus antwoordde: ‘Wanneer iemand Mij liefheeft zal hij zich houden aan wat Ik zeg, Mijn Vader zal hem liefhebben en Mijn Vader en Ik zullen bij hem komen en bij hem wonen.
24  Maar wie Mij niet liefheeft, houdt zich niet aan wat Ik zeg, en wat jullie Mij horen zeggen, zijn niet Mijn woorden, maar de woorden van de Vader door wie Ik gezonden ben.
25   Dit alles zeg Ik tegen jullie nu Ik nog bij jullie ben.
26  Later zal de pleitbezorger, de heilige Geest die de Vader jullie namens Mij zal zenden, jullie alles duidelijk maken en alles in herinnering brengen wat Ik tegen jullie gezegd heb.
27  Ik laat jullie vrede na; Mijn vrede geef Ik jullie, zoals de wereld die niet geven kan. Maak je niet ongerust en verlies de moed niet.
28   Jullie hebben toch gehoord dat Ik zei dat Ik wegga en bij jullie terug zal komen? Als je Me liefhad zou je blij zijn dat Ik naar Mijn Vader ga, want de Vader is meer dan Ik.
29  Ik vertel jullie dit nu, voordat het gebeurt, zodat jullie het geloven wanneer het zover is.
30  Ik kan niet lang meer met jullie spreken, want de heerser van deze wereld is al onderweg. Hij heeft geen macht over Mij,
31  maar zo zal de wereld weten dat Ik de Vader liefheb en doe wat de Vader Me heeft opgedragen. Kom, laten we hier weggaan.’
Zalig die het woord van God horen en er gehoor aan geven!

GENADE ZIJ U EN VREDE VAN GOD ONZE VADER EN VAN JEZUS CHRISTUS, ONZE HEER.
Lieve vrienden,

  Het voorgelezen gedeelte uit Exodus maakt ons attent op Gods aanwezigheid, op Zijn blijvende aanwezigheid, in Zijn schepping. Toch vertoont de Vader zich maar uiterst zelden, of eigenlijk nooit, want een ontmoeting met Hem is heel gevaarlijk.

  Zelfs Mozes mag Zijn heerlijkheid alleen maar heel even en in het voorbijgaan langs zien komen. Hij zou er anders het leven bij inschieten. Ook een ontmoeting met Jezus is niet zonder risico. Wie Hem afwijst, zet zijn eeuwig leven op het spel. Maar uit barmhartigheid hult de Godheid zich bij Jezus in een menselijke gestalte. Sinds Zijn Hemelvaart echter bevond de Zoon van God, die Zijn hemelse Vader in alle opzichten ver-tegenwoordig-t, dat wil dus zeggen: present stelt en aanwezig maakt, zich niet meer bestendig bij Zijn volgelingen.

Maar sinds Pinksteren is God zeer aanwezig, want de Heilige Geest is op de kerk nedergedaald. Op de kerk, dit is op de gemeenschap van hen, die op de 50ste dag na Pasen, na de opstanding van Jezus, bijeen waren om God te loven en te danken voor alles wat Hij tot dan toe gedaan had, Zeven volle weken hadden zij hun God geprezen omdat Hij hen bevrijd had van hun zonden. En zeven volle weken hadden ze Hem geprezen omdat Hij Jezus uit de dood had doen opstaan.

God had Jezus, Zijn Zoon, uit Zijn doodsslaap gewekt en die had met hen gesproken over wat dat betekende. En zo waren zij tot het inzicht gekomen, dat er een toekomst voor hen open lag, die tot in de eeuwigheid reikte. Op de 50ste dag, op Pinksteren, stichtte God Zijn kerk, die tot aan het einde der tijden van Hem zal blijven spreken tot de wereld, want God vervulde op die dag die wij vandaag weer gedenken, de kerk met Zijn heilige Geest, en de kerk verkondigt zondag aan zondag de grote daden van God: de verzoening van alle vijandschap, de overwinning van de dood en de blijvende aanwezigheid van de Heer in de wereld die Hij geschapen heeft.

Natuurlijk gebeurde er op de eerste Pinksterdag een wonder.

Een ingrijpende gebeurtenis als de nederdaling van de Heilige Geest en de stichting van de kerk gaat vergezeld van tekenen van Gods aanwezigheid.

Een windvlaag steekt ineens op, misschien kunnen we beter spreken van een windkracht als van een orkaan. Zelf denk ik terug aan de dag van de watersnood van 1953 in Zeeland. De wind woei in het huis waarin ik mij die avond bevond alsof er geen muren, deuren of ramen bestonden. Zo’n stormvlaag raasde op de Pinksterdag, en bovendien was daar een soort St. Elmsvuur, dat zich verdeelde over Jezus’ apostelen.

Gods adem blies krachtig door alles heen.

Toen ze ergens in Jeruzalem bijeen waren om samen met hun volksgenoten uit allerlei landen het Wekenfeest te vieren, spraken ze onder invloed van Gods Geest opeens alle mogelijke talen.

En iedereen, die van ver gekomen was, hoorde in zijn of haar eigen moedertaal de boodschap verkondigen, dat Jezus de wereld van schuld bevrijd had, en dat de levende God, Zijn hemelse Vader, Hem uit de dood had doen opstaan.  

Zoëven noemde ik het Joodse Wekenfeest.

Dat vond zijn oorsprong in de landbouw.

Het is waarschijnlijk overgenomen van de oorspronkelijke bewoners van het Heilige Land. Bij de Joden staat het in verband met het binnenbrengen van de eerstelingen van de tarweoogst en wordt later ook nog gezien als de afsluiting van het Paasfeest. De tijd van de matzes, de ongezuurde broden, is voorbij. Voortaan wordt er weer gist toegevoegd aan het baksel. En na verloop van tijd wordt het wekenfeest verder nog beleefd als een jaarlijks terugkerende gedenkdag, waarop God telkens Zijn verbond met het door Hem vanouds verkozen volk vernieuwt.  

Bij de eerste Christenen gaat het echter niet om het herstel van het verbond met het oude Godsvolk, maar eerder om de uitbreiding ervan met nieuwe volksgenoten, die uit de wereld van de heidenen geroepen zullen worden. Daar spreekt het boek der Handelingen uitvoerig over, wanneer het de zendingsreizen van Paulus verhaalt.

Ook is Pinksteren voor hen dus niet een afsluiting van het Paasfeest, waarna men terugkeert tot de gewone gang van zaken, en zich weer voedt met het vertrouwde gerezen brood. De Christenen vieren niet het feest van de tarweoogst. Integendeel zelfs: een nieuwe geheel andersoortige oogst moet nu binnengehaald worden.

De wereld is de akker, die ligt te wachten op de arbeiders, die er door hun Heer op uitgestuurd zullen worden.

De Heilige Geest begiftigt hen met vurig enthousiasme en zal hun kracht geven om alle tegenstand het hoofd te bieden.

Dat moogt u letterlijk opvatten. Het evangelie verkondigen kan hun de kop kosten!

In de navolging van Jezus zullen ze er hun leven voor over hebben om Zijn boodschap te verkondigen. Uit alle volken zouden mensen gewonnen worden voor de nieuwe toekomst, die door God aan de wereld gegeven wordt.

Johannes benadrukt in zijn evangelie in het bijzonder de eenheid, die door Jezus aan Zijn navolgers geschonken wordt, als zij Zijn geboden bewaren. Het gaat erom, dat wij mensen God liefhebben, en ook onze naasten, vriend of vijand.

Dat is de vrede, die Jezus komt brengen, waaraan Hijzelf in Zijn leven gestalte heeft gegeven. Wij moeten en mogen er een voorbeeld aan nemen. En de kracht die wij ontvangen om Zijn geboden te blijven bewaren komt uit den hoge. Zij is uit de hemel op de kerk nedergedaald.

Dat lezen we in Handelingen.

En de plaats waar Gods Geest Zijn intrek heeft genomen, staat daar ook vermeld.
Het is, zoals ik al zei, de kerk, de gemeenschap van apostelen en discipelen, die God liefhebben, en elkaar,en bovendien nog vriend en vijand uit alle volken.

In het evangelie van Johannes vinden we een precisering van de betekenis van de nederdaling van de Heilige Geest. Zowel in vers 21 als in vers 22 van het 14de hoofdstuk gebruiken de vertalers het woord “zich bekend maken”. De oudere vertalingen – waaraan ik de voorkeur geef – hebben “zich openbaren”.

Ik vind dat een betere omschrijving, omdat “zich bekend maken” mij te alledaags klinkt. “Zich openbaren” duidt op een groot geheimenis, een in God rustend mysterie, waarvoor onze ogen eerst moeten opengaan, voordat we überhaupt iets kunnen zien.

Wij zijn er niet als we zeggen, dat Jezus een mens was, een goed mens, een uitzonderlijk mens. Dat treft Zijn wezen niet.

U begrijpt intussen nu wel, dat ook “zich openbaren” mij niet helemaal voldoet.
Dat duidt weliswaar op een ontzagwekkend geheimenis, maar waar het hier om gaat is, dat Jezus zichzelf openbaart, niet alleen maar aan Zijn discipelen, Hij openbaart Zich volgens de Griekse grondtekst in Zijn discipelen.

Zoals God Zijn heerlijkheid destijds nog langs Mozes deed verglijden en hem daarmee éven aanraakte, zo stort onze Heer Zijn Geest nu in de discipelen. Dat zou ons kunnen verschrikken.

In de kerk, in ons dus, woont blijvend Gods eigen heilige Geest.

Luister en huiver, gemeente, want wij hebben een nooit eindigende inwoning in ons huis, een huurder, bij wijze van spreken die wij er nooit uit kunnen zetten, een inwoner met altijd durende huurbescherming, die zich eigenlijk ontpopt als onze huisbaas.

Wat er in het Grieks staat, is simpelweg dat God Zich in ons manifesteert. Dat gaat dus een stap verder dan dat God bij ons is. Wie daarover spreekt in de kerk, en een beetje Grieks kent, neemt het woord epiphanie in de mond. Dat betekent: God is bij de mensen.

In het kerkelijk jaar gebruiken we dat woord in de Kersttijd. In Jezus komt God bij ons mensen. Maar met Pinksteren neemt God Zijn intrek in de kerk, in de gemeenschap en in ieder van ons. Dat zou wel eens heel bedreigend kunnen klinken, voor wie zich dat realiseert.

Daarom zei ik zojuist: luister en huiver.

Maar bij nader inzien neem ik dat laatste woord terug. De boodschappers van God beginnen altijd de mensen, die zij aanspreken, gerust te stellen. Ook Jezus zegt: Ik geef u vrede, Mijn vrede geef ik u; Wat u misdaan mocht hebben wordt u vergeven, als u God daarom vraagt.

Zo kunt u telkens weer, onbezwaard door uw verleden, opnieuw beginnen. Wees ook maar blij, dat u een altijd durende inwonende vriend heeft, die uw leven corrigeert, die u op het rechte pad houdt.

En wees moedig als u net als Jezus moet lijden en sterven, want u zult ook met Hem zijn in Zijn opstanding. Ook aan het Heilig Avondmal zien wij dat Jezus niet alleen bij ons maar ook in ons wil zijn, want onder de gedaanten van brood en wijn voedt Hij ons met Zichzelf.
Hij geeft ons kracht.

Gesterkt door dat voedsel, en getroost door de kracht van Zijn Heilige Geest die in ons woont, mogen wij eeuwig met God en met de mensen leven, in de vrede van onze Heer. Verheug u dus, want zo is het leven goed. Voor eeuwig.

Amen.

Muziek Gezang 242: 1, 4 en 7

Gij liefdevuur van God,  kom ons geheel doordringen.
Voeg hart en zin tezaam  en heilig alle dingen.
Bij 's Heren liefdemaal  zult Gij aanwezig zijn.
Vorm ons naar Christus' beeld,  door woord en brood en wijn.
 
Wie 's Heren Geest bezielt,  wie 's Heren woord doet zingen,
wie met ons vieren wil  het feest der eerstelingen,
die stemme met ons in  en prijze Gods verbond
dat Hij vandaag vernieuwt  en elke morgenstond.

DE WERELD IS WIJD EN GODS GOEDHEID IS GROOT
VANUIT ONS AANDEEL MOGEN WIJ HELPEN EN DELEN,
NU IN DE COLLECTE, STRAKS WEER ANDERS

collecte Gebed over de gaven:

Heer God, wat wij hebben verdiend, wat wij hebben gekregen, is uit Uw genade.
Daarom kunt U er over beschikken, zoals U kunt beschikken over onze tijd, liefde en aandacht.
Wijs ons in dit alles de weg door Uw Heilige Geest. Om Jezus’ wil. Amen. 

Credo: gezang 255

Ere zij aan Hem, wiens liefde  ons van alle smet bevrijdt,
eer zij Hem die ons gekroond heeft,  koningen in heerlijkheid.
Halleluja, halleluja,   ere zij het Lam gewijd.

Ere zij de Heer der englen,  ere zij de Heer der kerk,
ere aan de Heer der volken;  aard' en hemel looft uw werk!
Halleluja, halleluja,  looft de Koning, heel zijn kerk!

Halleluja, lof, aanbidding  brengen englen U ter eer,
heerlijkheid en kracht en machten  legt uw schepping voor U neer. Halleluja, halleluja,  lof zij U, der heren Heer! Voorbeden:



Dankzegging:

Sanctus:

Geloofd zijt Gij, Heer van hemel en aarde, dat Gij U over Uw schepselen ontfermd hebt en Uw eengeboren Zoon als mens ter wereld hebt doen komen.
Wij danken U voor de verlossing, die Gij ons bereid hebt door het heilig offer van het lichaam en bloed van onze Heer Jezus Christus, aan het kruishout gebracht.
Wij loven U om Zijn heerlijke opstanding uit de doden, en om Zijn Hemelvaart tot Uw eeuwig heiligdom, waar wij in Hem onze hogepriester, altijd tegenwoordig zijn voor U.
In Zijn naam bidden wij U, Heer: zend ons Uw Heilige Geest en geef, dat wij onder brood en wijn het waarachtig lichaam en bloed van Uw Zoon met waar geloof en dankzegging ontvangen mogen.
Breng Uw uitverkorenen van de einden der aarde samen in Uw rijk en doe ons de wederkomst van Uw Zoon in gelovig vertrouwen verwachten.
U zij eer in eeuwigheid. Amen.

ONZE VADER, DIE IN DE HEMEL ZIJT,
UW NAAM WORDE GEHEILIGD
UW RIJK KOME
UW WIL GESCHIEDE,
ZOALS IN DE HEMEL ZO OOK OP AARDE.
GEEF ONS HEDEN ONS DAGELIJKS BROOD
EN VERGEEF ONS ONZE SCHULDEN,
ZOALS WIJ VERGEVEN ONZE SCHULDENAREN
EN LEID ONS NIET IN VERZOEKING
MAAR VERLOS ONS VAN HET KWADE

In de nacht, toen onze Heer Jezus Christus verraden werd, nam Hij het brood, dankte, brak het en gaf het aan Zijn discipelen en zeide:
Neemt en eet, dit is Mijn lichaam, dat voor u gegeven wordt; doet dit tot Mijn gedachtenis.
Evenzo nam Hij de beker na de maaltijd, dankte, gaf hun die en zeide:
Neemt en drinkt allen daaruit, want deze beker is het nieuwe verbond in Mijn bloed, dat voor u vergoten wordt tot vergeving van zonden; doet dit, zo dikwijls ge die drinkt, tot Mijn gedachtenis. Vredegroet

Agnus Dei

Uitdeling

De vrede van God, die alle verstand te boven gaat, wil Uw harten en gedachten bewaren in Christus Jezus onze Heer.

Laten wij God danken met het zingen van psalm 103: 9

De  genade  van onze Heer Jezus Christus,
de liefde van God de Vader
en de  gemeenschap van de Heilige Geest
is en blijft met u allen.  Amen