Zondag 20 na Trinitatis 21-10-2007 in de Lutherse kerk te Nijmegen    

Organiste: mevrouw Krommenie, 12 kerkgangers.

(Ton verwelkomt met een knipoog eerst de pastor loci in haar eigen kerk)  

IN DE NAAM VAN DE VADER EN DE ZOON EN DE HEILIGE GEEST.
Amen
ONZE HULP IS IN DE NAAM VAN DE HEER
die hemel en aarde gemaakt heeft

Heer, vergeef ons al wat wij misdeden
en laat ons weer in vrede leven

ZO LIEF HAD GOD DEZE WERELD, DAT  HIJ ZIJN ENIGGEBOREN ZOON GEGEVEN HEEFT, OPDAT IEDER DIE IN HEM GELOOFT AAN HET VERDERF ONTKOMT, EN EEUWIG LEVEN HEBBEN MAG!

Introïtus-psalm  psalm 119: 31 en
33

Uw woord is één en al gerechtigheid,
mijn ziel blijft U onwankelbaar verwachten!
Tranen heb ik gestort van bitterheid,
ik blijf altoos naar uw vertroosting smachten.
Och HEER, mijn ogen heb ik uitgeschreid,
en toch, uw wet is niet uit mijn gedachten.

LAAT ONS DE HEER AANROEPEN OM ONTFERMING MET DE NOOD VAN DEZE WERELD,
EN LAAT ONS ZIJN NAAM PRIJZEN,
WANT AAN ZIJN BARMHARTIGHEID IS GEEN EINDE!


zondagsgebed
Here God, wil ons temidden van alle ongerechtigheid, die wij in de wereld om ons heen moeten aanzien, en ook in wat ons persoonlijk overkomt, met kracht doen vasthouden aan Uw woord en Uw beloften, zodat wij volharden in onze gebeden, door Jezus Christus, onze Heer. Amen.

lezing ot Genesis 32: 22-31.
23) Het was nog nacht toen Jakob opstond en de Jabbok overstak op een doorwaadbare plaats, samen met zijn beide vrouwen, zijn twee bijvrouwen en zijn elf kinderen.
24) Nadat hij hen over de rivier had geholpen, bracht hij ook al zijn bezittingen naar de overkant.
25) Maar zelf bleef hij achter, helemaal alleen, en er worstelde iemand met hem totdat de dag aanbrak.
26) Toen de ander zag dat hij het niet van hem kon winnen, raakte hij Jakobs heup aan, en daardoor raakte Jakobs heup tijdens die worsteling ontwricht.
27) Toen zei de ander: ‘Laat mij gaan, het wordt al dag.’ Maar Jakob zei: ‘Ik laat u niet gaan tenzij u mij zegent.’
28) De ander vroeg: ‘Hoe luidt je naam?’ ‘Jakob, ‘antwoordde hij.
29) Daarop zei hij: ‘Voortaan zal je naam niet Jakob zijn maar Israël, want je hebt met God en mensen gestreden en je hebt gewonnen.’
30) Jakob vroeg: ‘Zeg me toch hoe u heet.’ Maar hij kreeg ten antwoord: ‘Waarom vraag je naar mijn naam?’ Toen zegende die ander hem daar.
31) Jakob noemde die plaats Peniël, ‘want, ‘zei hij, ‘ik heb oog in oog gestaan met God en ben toch in leven gebleven.’
32) Zodra hij bij Peniël was overgestoken, zag hij de zon opkomen. Jakob liep mank.
33) Omdat de ander hem had aangeraakt bij de spier die boven het heupgewricht ligt, eten de Israëlieten de heupspier niet, tot op de dag van vandaag.

Wij zingen psalm 43: 5

Epistel Ephese 5: 8 - 21
8  want eens was u duisternis maar nu bent u licht, door uw bestaan in de Heer. Ga de weg van de kinderen van het licht.
9  Het licht brengt goedheid voort en gerechtigheid en waarheid.
10  Onderzoek wat de wil van de Heer is.
11  Neem geen deel aan de vruchteloze praktijken van de duisternis maar ontmasker die juist,
12  want wat daar in het verborgene gebeurt, is te schandelijk voor woorden.
13  Maar alles wat door het licht ontmaskerd wordt, wordt openbaar,
14  en alles wat openbaar wordt, is zelf licht. Daarom staat er:
‘Ontwaak uit uw slaap,
sta op uit de dood,
en Christus zal over u stralen.’

15  Let dus goed op welke weg u bewandelt, gedraag u niet als dwazen maar als verstandige mensen.
16  Gebruik uw dagen goed, want we leven in een slechte tijd.
17  Wees niet onverstandig, maar probeer te begrijpen wat de Heer wil.
18  Bedrink u niet, want dat leidt tot uitspattingen, maar laat de Geest u vervullen
19  en zing met elkaar psalmen, hymnen en liederen die de Geest u ingeeft. Zing en jubel met heel uw hart voor de Heer
20  en dank God, die uw Vader is, altijd voor alles in de naam van onze Heer Jezus Christus.
21  Aanvaard elkaars gezag uit eerbied voor Christus.

Psalmwoord: Ik wil mij buigen naar Uw heilige tempel, Uw Naam loven om Uw liefde en trouw!
HALLELUJA!


Wij zingen gezang 288: 1, 2 en 5

Geen woord kan het bereiken,  het is aan niets gelijk,
met niets te vergelijken  dat schone koninkrijk.
Als God zich openbaren  zal op de jongste dag
dan zullen wij ervaren  wat Hij met ons vermag.

Ja, Hij zal ons geleiden  in 't schone paradijs,
het bruiloftsmaal bereiden  zijn grote naam ten prijs.
De liefde die wij zingen,  zo schoon, zo ongekend,
zal uit de bron ontspringen  van God ons middelpunt.

Het heilig evangelie staat geschreven bij: Lucas 18: 1 – 8
1   Hij vertelde hun een gelijkenis over de noodzaak om altijd te bidden en niet op te geven:
2  ‘Er was eens een rechter in een stad die geen ontzag had voor God en zich niets aan de mensen gelegen liet liggen.
3  Er woonde ook een weduwe in die stad, die steeds weer naar hem toe ging met het verzoek: “Doe mij recht in het geschil met mijn tegenstander.”
4  Maar lange tijd wilde hij dat niet doen. Ten slotte zei hij bij zichzelf: Ook al heb ik geen ontzag voor God en laat ik mij niets aan de mensen gelegen liggen,
5  toch zal ik die weduwe recht verschaffen omdat ze me last bezorgt. Anders blijft ze eindeloos bij me komen en vliegt ze me nog aan.’
6  Toen zei de Heer: ‘Luister naar wat deze rechter zegt, al minacht hij ook het recht.
7  Zal God dan niet zeker recht verschaffen aan zijn uitverkorenen die dag en nacht tot hem roepen? Of laat hij hen wachten?
8  Ik zeg jullie dat hij hun spoedig recht zal verschaffen. Maar als de Mensenzoon komt, zal hij dan geloof vinden op aarde?’
ZALIG DIE HET WOORD VAN GOD HOREN EN ER GEHOOR AAN GEVEN

Preek
GENADE ZIJ U EN VREDE VAN GOD ONZE VADER EN VAN JEZUS CHRISTUS, ONZE HEER.
Tekst: Lucas 18:1 “altijd bidden”

Lieve vrienden,
1. In het gedeelte van het Lucasevangelie dat vandaag aan de orde is, verhaalt Jezus over een weduwe die in een zich eindeloos voortslepende rechtszaak verwikkeld was geraakt. Er zat geen schot in en de weduwe beschikte kennelijk niet over het onfeilbare middel om de zaak snel vlot te trekken, want geld voor omkoping bezat ze niet, en het enige wat haar overbleef was de rechter voortdurend lastig te vallen, opdat hij tenslotte maar vonnis zou wijzen om van haar af te zijn.
Jezus deelt ons mee hoe de rechter uit puur eigenbelang tot een snelle uitspraak voor de weduwe komt. Het gaat Jezus hier op het eerste gezicht niet om de gelijkenis op zichzelf; Lucas zegt met zoveel woorden dat Jezus Zijn toehoorders ermee wilde aansporen om vooral te blijven bidden tot God, die Zich in tegenstelling tot de onrechtvaardige rechter het lot van de mensen, die Hij allen liefheeft, van harte aantrekt.
 Als een onrechtvaardige rechter zich tenslotte om het lot van een weduwe bekommert, die hem volmaakt koud laat, hoeveel te meer zal God Zich dan in Zijn genade haastig toewenden naar Zijn kinderen, die op Hem hun vertrouwen stellen! Dit wil Jezus ons inprenten.
Het lijkt er sterk op alsof wij Jezus’ woorden nu begrepen hebben. Alles grijpt mooi in elkaar. Luistert U maar!
Jezus wil ons opwekken om het bidden tot God nooit op te geven. Dat ligt helemaal in Zijn lijn. Bij Lucas is dat een telkens terugkerend thema. Van onszelf weten we bovendien heel goed, dat we geneigd zijn het bidden na te laten als we niet direct resultaat zien. En dat overkomt ons nogal eens.
Uiteraard weet Jezus dat ook. Zo’n vriendelijk extra duwtje in de rug is erg nuttig voor ons.
Het kan geen kwaad, dat we van tijd tot tijd even aangespoord worden door de woorden van Jezus Zelf. Laten we dan maar doen wat Hij ons voorhoudt.

2.a. Het is uiteraard een mooi en heilzaam teken van onze toewijding aan Jezus, als wij Zijn aansporing in practijk brengen, maar Hij heeft het niet bij een stevige aanmoediging gelaten.
Hij heeft nog meer gezegd, en dat moeten we vooral niet buiten beschouwing laten. Zo is bijvoorbeeld het woord ‘gelijkenis’ gevallen. Iedereen die een beetje thuis is in de bijbel, spitst dan dadelijk de oren. Dat woord geeft immers aan, dat Jezus ons op deze plaats iets openbaart over het koninkrijk der hemelen, iets belangrijks, dat anders aan onze aandacht ontsnapt zou zijn. Toen ik het woord gelijkenis tegenkwam bij de voorbereiding van deze preek, was ik zelf nog niet goed wakker.
Jezus had wat mij betreft de vergelijking met de onrechtvaardige rechter best mogen weglaten bij Zijn aansporing om te volharden in het bidden tot God. Zonder nadenken zei ik tot mezelf: ‘Ja, bidden, ja, dat is altijd goed!’
Maar als wij horen, dat Jezus wil, dat wij in het gebed volharden en dan automatisch daarmee instemmen, verliezen we uit het oog dat ons bidden in het kader staat van de komst van Gods koninkrijk. Daarop hebben de gelijkenissen betrekking, en op het handelen van God met de mensen en de wereld die Hij geschapen heeft is ons bidden een reactie. Hij doet aan hen, die in Hem geloven de belofte, dat Zijn koninkrijk nabij is, en daaraan mogen wij Hem dag en nacht herinneren, en bidden: Uw koninkrijk kome.
Het woord ‘gelijkenis’ wekte mij uit mijn slaperigheid. In het OT zowel als in het Nieuwe, d.w.z. zowel bij de profeten als bij Jezus, wijst het gebruik ervan op de openbaring van een goddelijke geheimenis, die ik gelukkig nog op tijd opmerkte.

2.b. In hoofdstuk 18 van het Lucasevangelie treffen wij Jezus aan op Zijn laatste reis naar Jeruzalem. Zijn toehoorders vermoeden heel sterk, en hopen zelfs vurig, dat Jezus’ tocht naar de hoofdstad van beslissende betekenis zal zijn voor het hele volk.
Met Zijn prediking gaat Hij in op de verwachting die Zijn toehoorders van Hem hebben.
In de harten der Joden leefde een diep verlangen naar onafhankelijkheid. En ze hoorden verrast op, toen Jezus optrad met de onmiskenbare allure van een profeet. Zo’n geluid was al een paar eeuwen niet meer te horen geweest in Israël…
Maar opeens klinkt de stem van God, nu niet alleen in de synagoge als een echo uit het verleden, maar als een levende profetie wordt het komende koningschap van God als nieuw verkondigd. God maakt Zich op om te heersen vanuit Jeruzalem. Nu!
En Jezus is de drager van die boodschap, die bij velen de hoop wekt, dat het binnenkort gedaan zal zijn met de heerschappij van de Romeinen, die Gods land onrechtmatig bezet houden. En wie zien de Joden dan optrekken naar Jeruzalem? De boodschapper Zelf, die met twaalf man als twaalf aartsvaders van een nieuw Godsvolk naar de Godsstad onderweg is. En wat verwachten zij van Hem? Dat door Hem de natie bevrijd zal worden. En wel binnenkort!
En Jezus weerspreekt hun verlangen geenszins. Bidt tot God, roept Hij hun toe, bidt dag en nacht. God zal Zijn uitverkorenen niet laten wachten. Ik denk, dat wij daaraan moeten toevoegen, dat de uitverkorenen niet langer zullen behoeven te wachten dan nodig is, want wij maken uit de Evangeliën op, dat Jezus’ prediking zeker al drie jaar geduurd heeft. Maar deze reis zal het ervan komen. Dat is de verwachting en Jezus voedt die verwachting.
Zoals aartsvader Jacob letterlijk vocht met God en Hem een zegen afdwong toen de morgen aanbrak, zo breekt ook een nieuwe dag aan voor het koningschap van God, als Jezus Jeruzalem nadert. En Hij spoort Zijn uitverkoren volksgenoten aan in gebed dag en nacht God de zegen af te dwingen.

2.b. De gelijkenis van de onrechtvaardige rechter versterkt nog eens de indruk dat God nu definitief gaat ingrijpen. Als zelfs een onrechtvaardige rechter, die zich van mensen niets aantrekt en van God nog minder, tenslotte wel gehoor moet geven aan een arme hulpeloze weduwe, zal dan God, de bij uitstek rechtvaardige rechter niet uit Zichzelf al haast maken om voor Zijn uitverkorenen op te komen?
3. Het is echter raadzaam om het evangelie in zijn geheel te beschouwen. De ervaring leert, dat God telkens weer op onverwachte wijze aan Zijn belofte invulling geeft. Zo ook hier.
De rechtvaardige rechter vernietigt Zijn tegenstanders niet, maar tracht ze om te vormen door hun de kans te geven als kinderen van het licht te leven.
De meest spraakmakende onder hen is vanouds de apostel Paulus geweest, die eerst de Christenen vervolgde, maar zich later juist bij hen voegde.
Jezus’ dood aan het kruis, waarop de Heer Zelf Zijn discipelen voorbereidde zonder dat zij er iets van begrepen, was het keerpunt. Van toen af waren er voor God geen Joden en heidenen meer als fundamenteel gescheiden groepen, maar alleen mensen, die bestemd waren om kinderen Gods te worden.

Een geweldloze predikant uit het verzet in het door de Duitsers bezette Frankrijk zei die woorden tot de politiemannen, die in zijn dorp Joden kwamen arresteren: Ik ken geen Joden hier, ik ken alleen mensen!
En zo redde deze Ds. Trocmé, gesteund door de dorpelingen van Le Chambon-sur-Lignon velen van deportatie en erger.
Jezus’ dood aan het kruis wil van ons allen mensen maken en daarmee maakt Jezus haast op Zijn laatste reis naar Jeruzalem.
Voordat dit besef doordringt tot de hele wereld gaan er mogelijk wel een paar eeuwen meer voorbij dan tot nu toe. Maar wij blijven, om met Uw Ds. Akerboon te spreken, het liedje van verlangen zingen. 
En wij laten ons blijvend vermanen door Jezus en door de echo van Zijn woorden in de Lutherroos van deze zomer.
Bidt dan dag en nacht.
Bidt in geloof aan het wereldomvattende komende koningschap van God, en volhardt om onze Heer en Heiland niet te leur te stellen. Zal de Mensenzoon geloof vinden op aarde? Laten wij als kerken niet in gebreke blijven.
Zijn koninkrijk kome!
Amen.

Alles wat wij hebben, hebben wij van God gekregen,
om  door  te geven, om met velen te delen
     en er zo dubbel van te genieten.
Ook nu en hier kunnen we gestalte geven aan dat delen:   in de collecte

Daarbij zingen wij gezang 294: 1 en 6
Nu eerst de Collecte die is bestemd voor het gemeentewerk... 

collecte

Gebed over de gaven
Heer God, wat wij hebben verdiend, wat wij hebben gekregen, is uit Uw genade.
Daarom kunt U er over beschikken, zoals U kunt beschikken over onze tijd, liefde en aandacht.
Wijs ons de weg. Om Jezus’ wil Amen.

Voorbeden:
Here God, geheel volgens Uw wil bidden wij U, dat alles wat Uw Zoon gedaan heeft voor mensen door ons in woord en daad verkondigd moge worden.
Maak ons allen bewust van onze hoge roeping om vrede te bewaren onder elkaar en om vrede te stichten onder anderen.
Uw woord is een woord van verzoening. Leer ons eruit te leven, vooral ook in situaties van vijandschap. En dat niet alleen wereldwijd, al kunnen wij ook juist door te bidden tot de wereldvrede bijdragen, maar richt vooral onze blik op ons eigen land, waar wij direct verantwoording voor dragen, en soms ook kunnen ingrijpen. Laat ons bruggenbouwers zijn in onze multiculturele samenleving.
Heer, leer ons bidden, en waakzaam zijn, want de krachten die in de wereld naar vernietiging streven mogen niet onderschat worden.
Maar van U verwachten wij onze hulp.
En in Uw Naam bidden wij om Uw zegen voor heel de wereld, maar in het bijzonder ook op ons eigen leven en maatschappelijk samen werken.
En wil de gelovigen die zich hier verzameld hebben om U te loven en te prijzen bemoedigen met Uw woord, en met de maaltijd, die wij nu in geloof samen gaan vieren in Jezus’ Naam.
Amen.

Vanuit dat geloof zingen wij nu ons Credo:  Gezang 258: 1 - 4

Halleluja, lof zij de Zoon,
gedaald van 's hemels hoge troon
tot heil van stervelingen!
Hem, die voor onze zonden stierf,
ons 't leven door zijn dood verwierf,
moet al het schepsel zingen.

Halleluja, de Geest zij eer!
Als in zijn tempel daalt Hij neer
in 't hart van stervelingen!
Hem, die ons troost en leert en leidt,
en voor de hemel toebereidt,
moet al het schepsel zingen.

Halleluja, lof zij de Heer!
Gelijk door englen word' U eer
gebracht door stervelingen!
Heer, driemaal heilig, wees geëerd;
U, die het gans heelal regeert,
moet al het schepsel zingen.

Dienst van de Tafel...




Geloofd zijt Gij, Heer van hemel en aarde, dat Gij U over Uw schepselen ontfermd hebt en Uw eengeboren Zoon als mens ter wereld hebt doen komen.
Wij danken U voor de verlossing, die Gij ons bereid hebt door het heilig offer van het lichaam en bloed van onze Heer Jezus Christus, aan het kruishout gebracht.
Wij loven U om Zijn heerlijke opstanding uit de doden, en om Zijn Hemelvaart tot Uw eeuwig heiligdom, waar wij in Hem onze hogepriester, altijd tegenwoordig zijn voor U.
In Zijn naam bidden wij U, Heer, zend ons Uw Heilige Geest en geef, dat wij onder brood en wijn het waarachtig lichaam en bloed van Uw Zoon met waar geloof en dankzegging ontvangen mogen.
Breng Uw uitverkorenen van de einden der aarde samen in Uw rijk en doe ons de wederkomst van Uw Zoon in gelovig vertrouwen verwachten.
U zij eer in eeuwigheid. Amen.

Ik nodig U allen uit een kring met mij te vormen…
Hand in hand bidden wij:
ONZE VADER, DIE IN DE HEMEL ZIJT,
UW NAAM WORDE GEHEILIGD
UW RIJK KOME
UW WIL GESCHIEDE,
ZOALS IN DE HEMEL ZO OOK OP AARDE.
GEEF ONS HEDEN ONS DAGELIJKS BROOD
EN VERGEEF ONS ONZE SCHULDEN,
ZOALS WIJ VERGEVEN ONZE SCHULDENAREN
EN LEID ONS NIET IN VERZOEKING
MAAR VERLOS ONS VAN HET KWADE

In de nacht, toen onze Heer Jezus Christus verraden werd, nam Hij het brood, dankte,
brak het en gaf het aan Zijn discipelen en zeide:
Neemt en eet, dit is Mijn lichaam, dat voor u gegeven wordt; doet dit tot Mijn gedachtenis.
Evenzo nam Hij de beker na de maaltijd,
dankte, gaf hun die en zeide:
Neemt en drinkt
allen daaruit, want deze beker is het nieuwe verbond in Mijn bloed, dat voor u vergoten wordt tot vergeving van zonden; doet dit, zo dikwijls ge die drinkt,
tot Mijn gedachtenis.


Uitdeling, besloten met de Avondmaalszegen:
De vrede van God, die alle verstand te boven gaat, wil Uw harten en gedachten bewaren in Christus Jezus onze Heer.



Laten wij God danken met het zingen van lied
gezang 354B: 1 en 3

God geve ons allen Zijn genade en zegen,
dat wij wandlen op Zijn wegen, broederlijk één in
liefde en in trouwe, dat de spijze ons niet berouwe.
Kyrieleison! Heer, Uw Geest zij met ons voor altijd;
leer ons rechte mate en matigheid, dat Uw volk eensgezind
vrede zoekt en vrede vindt.  Kyrieleison!

DE  GENADE  VAN ONZE HEER JEZUS CHRISTUS
EN DE   LIEFDE  VAN GOD DE VADER 
EN DE  Gemeenschap  VAN DE HEILIGE GEEST
IS EN BLIJFT
MET U ALLEN.  AMEN

Daarna werd gezellig koffie gedronken. Vers gezet.