Binnenkomst ambtsdragers

Moment van Stilte

Mededelingen en welkom. Dit eindigt met: 
Na het aansteken van de altaarkaarsen zingen wij psalm 89: 1 en 4
De kaarsen worden aangestoken en de voorganger krijgt een hand.

Gemeente gaat staan

Introïtus: psalm 89: 1 en 4


Wie is van al wat leeft, o God, aan U gelijk ?
Met trouw zijt Gij omgord, grootmachtig is uw rijk.
De overmoed der zee, haar trots kunt Gij vertreden,
de golven en de wind brengt uw bevel tot vrede.
Wat ooit aan vijandschap de kop heeft opgestoken
is door uw sterke arm geslagen en gebroken.

Voorg.: Wij zijn samengekomen in de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest
Gem.: Amen

Voorg.: Genade zij u en Vrede van God onze Vader
en van Jezus Christus onze Heer.
Gem.: Amen

Bemoediging:
Voorg.: Onze Hulp is in de naam van de Heer
Gem.: Die Hemel en aarde gemaakt heeft”
Gemeente gaat zitten

Gebed van toenadering
Voorg.: Almachtige God,voor U liggen alle harten open, alle verlangens zijn U bekend en geen geheim is voor U verborgen. Toch willen wij ook zelf ons leven voor U openleggen, in stilte...
Gebedsstilte
Zuiver de overleggingen van ons hart door de ingeving van Uw heilige Geest, zodat wij U van harte liefhebben en grootmaken Uw heilige Naam!
Gem.: Amen

Ontferming en Genadeverkondiging
Zo lief had God deze wereld, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat ieder die in Hem gelooft aan het verderf ontkomt, en eeuwig leven hebben mag!

Kyriëgebed

Voorg.: Laten wij de Heer om ontferming aanroepen voor de nood van de wereld, en Zijn Naam prijzen,
want Zijn barmhartigheid heeft geen einde.

Here God, wij roepen U aan voor de nood van deze wereld. Voor ons zijn de wereld en haar nood vele maten te groot. Maar U hebt haar een toekomst gegeven, ook al wil zij naar Uw woord niet luisteren. Haar eigen wijsheid, die gericht is op het bevorderen van het eigen belang, zal haar niet de toch zo innig door haar gewenste vrede brengen. Maar U hebt eindeloos geduld met de wereld. Daarom loven wij U en bidden wij U om Uw zegen op onze taak, opdat wij vol vertrouwen mogen voortgaan met het brengen van Uw vrede-boodschap in de kring waarin ons leven zich afspeelt. Wij bidden U dat in Jezus’ Naam. Amen.

Kyrië:

Gloria:


Dienst van het Woord

Heer, wil ons met Uw Geest bezielen, opdat wij de diepe zin gaan begrijpen van wat ons vanmorgen uit de Heilige Schrift onder de aandacht gebracht wordt.
Jezus’ discipelen hadden er al uitleg bij nodig. Wil Gij dan ook ons verstand scherpen en ons bekwaam maken om Uw Woord beter te verkondigen en te verstaan.
Door Jezus Christus, onze Heer,
Gem.: Amen.

Lezing uit het Oude Testament
Habakuk 2: 1 – 4

U moet weten dat in het eerste hoofdstuk de komst van vreemde veroveraars wordt aangekondigd. Habakuk verwijt God de komende verschrikking en wacht op antwoord. Dit luidt: wie rechtvaardig is zal er het leven afbrengen.

1 Ik ga nu op mijn wachtpost staan, (zegt Habakuk)
betrek mijn post op het bolwerk,
kijk uit om te zien wat de HEER mij zal zeggen,
wat Hij mij antwoordt op mijn verwijt.
2 Dit was het antwoord van de HEER.
Schrijf dit visioen op,
grif het duidelijk in platen, zodat het snel te lezen is.

3 Het visioen wacht tot zijn tijd gekomen is,
het getuigt ervan, het liegt niet.
Ook al is het nog niet vervuld,
wacht maar, het komt zeker,
het zal niet uitblijven.
4 Wie niet oprecht is kwijnt weg,
maar de rechtvaardige zal leven door zijn trouw.

Psalm 93: 1, 2, 3 en 4

Uw troon staat van de aanvang af gesteld
op vaste pijlers in het oergeweld.
Rivieren slaan, rivieren slaan, o HEER,
het water stijgt, het water stijgt steeds meer.

Geweldiger dan water en dan wind
is in de hoogte God die overwint.
Geweldig is de HERE die zijn voet
plant op de nek van deze watervloed.

Uw macht is groot, uw trouw zal nooit vergaan,
al wat Gij ooit beloofd hebt, blijft bestaan.
Tot sieraad is uw hoge heiligheid
en in die glans trotseert uw huis de tijd.


Epistellezing: Romeinen 1: 14 - 17

Paulus heeft de gemeente gegroet en gaat verder met:
14 Ik sta ten dienste van alle volken: van beschaafde en niet beschaafde, geletterde en ongeletterde, 15 en daarom is het mijn wens het evangelie ook aan u in Rome te verkondigen.
God veroordeelt kwaad en onrecht
16 Voor dit evangelie schaam ik mij niet, want het is Gods reddende kracht voor allen die geloven, voor Joden in de eerste plaats, maar ook voor andere volken.
17 In het evangelie openbaart zich dat God enkel en alleen wie gelooft als rechtvaardige aanneemt, zoals ook geschreven staat: ‘De rechtvaardige zal leven door geloof.’
Psalmwoord Ik heb U lief, Heer, mijn sterkte, mijn rots, mijn vesting, mijn bevrijder!

Gemeente gaat staan

Evangelielezing Marcus 4: 35 – 41
In de vertaling van Dr. Marie van der Zeyde
Na een zeer inspannende dag, waarop Jezus aan een grote menigte Zijn evangelie verkondigde in gelijkenissen, die Hij bovendien aan Zijn discipelen nog uitlegde, zocht Hij rust te vinden. We lezen:
35 En op deze zelfde dag
-het was al avond geworden-
zei Hij tot Zijn leerlingen: 'Kom,
we gaan naar de overzijde.'
36 Zo lieten zij dan de menigte gaan
en namen Hem zo met zich mee,
in die boot waar Hij toch al aan boord was;
er waren ook andere bootjes dichtbij.
37 En plotseling kwam er een storm van geweld,

de golven sloegen over hun boot zó dat die al vol kwam met water.
38 En Jezus lag daar op de achterplecht, met Zijn hoofd op het kussen, te slapen.
En zij maken Hem wakker en zeggen: 'Rabbi, kan het U dan niet schelen dat wij bezig zijn te vergaan?'
39 En Hij, met een schok ontwaakt,
riep meteen de wind tot de orde
en tot het meer zei Hij: 'Zwijg!
Wees jij onmiddellijk stil!'
En de wind hield terstond op met razen,
en volkomen glad lag het meer.
40 Toen richtte Hij zich tot hén: 'Wat heb jullie zo bangelijk te zijn? Hoe ben je zo zonder vertrouwen?'
41 En een grote vrees greep hen aan en zij zeiden tegen elkander:
'Maar wíe mag Hij dan wel zijn, dat zelfs de wind en het water gehoorzaam doen wat Hij zegt?'

Zalig die het Woord van God horen en er gehoor aan geven!

Gemeente gaat zitten

Lied 467: 1, 2, 3 en 4

O Christus, wiens bestraffend woord door wind en water werd gehoord,
die onder 't stormen rustig sliep en wandeld' over 't schuimend diep,
o wil verhoren onze beê voor hen, die zijn in nood op zee!

O Geest, die op de grote vloed gelijk een vogel hebt gebroed,
breng Gij 't geweld der zee tot staan en laat de mens met vrede gaan.
O wil verhoren onze beê voor hen, die zijn in nood op zee!


O God, die ons behoeden wilt, bescherm de broeders, wees hun schild
in storm en strijd, ga met ze mee en red ze van 't geweld der zee,
dat land en water wijd en zijd lofzingen uw barmhartigheid.

Preek

Lieve vrienden.

De preek is vanmorgen opgebouwd in vier delen.
1) enige kanttekeningen bij de lezing
2) een inleiding op de Augsburgse Confessie
3) de inhoud daarvan in kort bestek
4) enige conclusies. 

De tekst voor mijn preek vindt u in Marcus 4:40b. Volgens de huidige kanselbijbel, of althans de Nieuwe Bijbel Vertaling, vraagt Jezus aan Zijn discipelen: “Geloven jullie nog steeds niet?” 
Maar volgens mevrouw Van der Zeyde, die een onovertroffen en beredeneerde vertaling van het Marcus-evangelie gemaakt heeft, zegt Jezus tot Zijn discipelen: “Hoe zijn jullie zo zonder vertrouwen?”
Ook Ds. Pieter Oussoren spreekt in zijn Naardense Bijbel van vertrouwen. Mevrouw van der Zeyde en ds. Oussoren zijn de enige Nederlanders die het woord ‘vertrouwen’ gebruiken. Alle anderen spreken van ‘geloof’. Het gaat mij dus om die verandering. Waar de ene groep vertalers Jezus een verwijt in de mond legt over het klein - geloof van zijn leerlingen, vestigt de andere groep de aandacht op hun gebrek aan vertrouwen.
Beide woorden zijn overigens op zichzelf correcte vertalingen van het Griekse woord pistis.
In eerste instantie kies ik voor de tweede mogelijkheid, en ik wil U graag zeggen waarom. Vertrouwen lijkt mij hier gepaster dan geloof, omdat gebrek aan vertrouwen bij een persoonlijke verstandhouding de gevoelens van de andere, alleen maar goedwillende, partij veel dieper kwetst dan gebrek aan geloof. Wantrouwen beschadigt emotioneel meer dan intellectuele twijfel, om het kort te houden. En ik meen dan ook te bemerken, dat Jezus smartelijk getroffen wordt, wanneer Hij de discipelen hoort vragen of het Hem koud laat dat zij gevaar lopen met schip en al te vergaan. Alsof ze denken: Jezus zal zelf wel aan de dood in de golven ontkomen, maar wat zal er met ons (en met ons schip) gebeuren?
Als U het mij vraagt, twijfelen zij absoluut niet aan Zijn redding, of aan Zijn vermogen hen te redden, zoveel geloof hebben ze echt wel. Maar zal Hij het ook doen? Dan moet Hij wel wakker zijn! Anders lijkt het er sterk op, dat het lot van Zijn leerlingen Hem inderdaad koud laat.
U zult mijn keuze voor het woord vertrouwen nu wel begrijpen, al ga ik daarmee tegen de voorkeur van de kanselbijbel in. Het is overigens meer een kwestie van interpretatie, want het grondwoord kan, zoals gezegd, beide betekenissen hebben. We zullen straks trouwens zien, dat er ook nog een andere passende vertaling bij kan komen.
Tot zover sprak ik over de tekst van Marcus 4:40, waarin Jezus Zijn discipelen met diepe teleurstelling vraagt waarom ze zo weinig vertrouwen in Hem hebben.
Jezus is door het ongemotiveerde klein-geloof van Zijn discipelen, ja erger nog: door hun onverwachte wantrouwen diep geschokt. Maar ook de discipelen krijgen de schok van hun leven. Zij hadden daarvoor niet beseft Wie het was die met zoveel gezag tot de menigte gesproken had. Opeens zien ze Jezus de vinger opheffen tegen de storm op het meer, en werkelijk de wind gaat liggen en het golvende water bedaart. De discipelen begrepen beter dan wij wat dat zeggen wil. Zij kenden hun Heilige Schrift ook beter. Daarom liet ik U vanmorgen twee psalmen zingen, waarin duidelijk blijkt, dat de macht over wind en water een privilege is van God. Niemand anders kan dat! God alleen schept orde in de chaos, dat staat al in Genesis 1.
Bedenk wel: we hebben het niet over een God, die alleen figuurlijk alle stormen stilt. Het gebeuren op het meer van Galilea was een realiteit. En de discipelen ontdekten met een schok Wie het was die zij gewantrouwd hadden. Jezus sprak niet alleen op gezag van God. Hij deed ook wat alleen God vermag te doen.
En zeer verontrust stellen zij zich de vraag, Wie zij in de storm ontmoet hadden..
Het is een paradoxale situatie: tijdens de storm waren ze doodsbenauwd, en toen ze daaruit gered waren, werd hun angst nog veel benauwender!
Misschien hebben wij bij dit verhaal een kritische vraag: wísten de discipelen, die vissers waren, dan niet dat op het meer een storm ineen oogwenk kan opsteken en evenzo in een ogenblik weer kan bedaren? En ik antwoord: natuurlijk wist elke visser dat, maar zij zagen voor hun ogen dat wonder daar gebeuren, en begrepen onmiddellijk dat God daar de hand in had.
Willen wij, die er niet bij waren dan wijzer zijn dan zij die er wel bij waren?

2. Nu wordt het tijd voor het tweede punt dat vanmorgen onze aandacht vraagt. Het komt aan de orde, omdat deze zondag voor de Lutherse kerk een feestelijke dag is. De Lutheranen gedenken namelijk wereldwijd dat in het jaar 1530 een klassieke geloofsbelijdenis, die vele pagina’s omvatte, als getrouwe weergave van hun diepste godsdienstige overtuiging aan keizer Karel V werd aangeboden. Het heet in het Latijn: de Confessio Augustana en wij vertalen die benaming met de term: De Augsburgse confessie, of de Geloofs-belijdenis van Augsburg. In die voorname stad in Beieren hield keizer Karel V in 1530 een Rijksdag. Want het was een belangrijk ogenblik in de Europese geschiedenis. Het christelijke avondland werd in zijn geloof en beschaving bedreigd door de Sultan van het Turkse wereldrijk, dat Europa aan de Islam wilde onderwerpen. U begrijpt dat de keizer allerongelukkigst was met de door Luther begonnen reformatie van de kerk. Juist nu eensgezindheid in zijn rijk volstrekt noodzakelijk was onder zijn onderdanen, kondigde zich een scheuring aan in de Westerse christenheid. Zijn eigenlijke wens was dan ook dat Luther zich zou onderwerpen aan de paus en dat op die manier de eenheid hersteld zou worden, die hij in politiek opzicht zo nodig had. Het kostte dan ook erg veel moeite om dit reformatorische getuigenis, deze Augsburgse confessie, aan Karel V zelfs maar te overhandigen. Hij was in een heel andere eenheid geïnteresseerd dan zijn Lutherse onderdanen in het Duitse Rijk. Maar voor Luther en voor Melanchthon, die het stuk had opgesteld, was de Augsburgse geloofsbelijdenis natuurlijk een mijlpaal in de herontdekking van het ware evangelie.
Een keurvorst en nog zeven andere landsheren plus twee steden, waaronder Neurenberg, brachten hun eenheid erin tot uitdrukking. Op deze wijze betuigden ze, dat ze, zelfs als hun leven daardoor in gevaar kwam, voor de waarheid van het Evangelie wilden opkomen, en verzochten ze om een concilie bijeen te roepen, waarin de geschillen met de R.K. kerk besproken zouden kunnen worden.
De geschiedenis verliep anders dan gedacht of gewenst. De Turken hebben Europa niet bezet, gelukkig. Ook van onderwerping aan de paus is niets gekomen. De Protestanten bleven bij hun op de Heilige Schrift gefundeerde belijdenis, ondanks de uiterst verzoenende toon, waarop in de Augsburgse confessie over de R.K.K. gesproken wordt. Het contra-reformatorische concilie van Trente heeft daarentegen met heftigheid zijn vervloekingen uitgesproken over de Hervormers, in opvallend contrast met de vredelievende stemming waarin de Augsburgse confessie vervat is. Wel is in Trente gepoogd aan de critiek van Augsburg op misbruiken in de Roomse Kerk aandacht te geven. De reformatorische grondslag van de redding door het geloof alleen is in Trente echter afgewezen. In de Augsburgse Confessie is dat de dragende overtuiging, die door Luther in de heilige Schrift herontdekt is. Redding en verzoening worden ons deel door het geloof alleen, en niet door onze werken, zei Luther. En de Augsburgse Confessie is daarvan een krachtig getuigenis. Ook heden nog.

3. Door het geloof alleen. Sola fide, in het Latijn. Dat is mijn derde punt vandaag.
Ik vertelde U zojuist, dat Ds. Oussoren het woord pistis in Marcus 4:40 vertaalt met vertrouwen. Maar in Romeinen 1: 17 vertaalt hij precies datzelfde woord met geloof. Hij doet dat vermoedelijk om de klassieke formulering van Luthers ontdekking niet te wijzigen. Die uitdrukking heeft geschiedenis geschapen, en staat al eeuwen op deze manier in de Heilige Schrift, zelfs tweemaal, want zij gaat terug tot de profeet Habakuk, die dezelfde woorden gebruikte rond 600 voor Christus. In het Hebreeuws natuurlijk, want hij drukte zich niet uit in het Grieks. De huidige kanselbijbel verrast ons op deze plaats. In Romeinen 1:17 zegt hij nog: de rechtvaardige zal leven door geloof. Maar in Habakuk 2:4 zegt dezelfde bijbel: de rechtvaardige zal leven door zijn trouw. Ik had dat niet verwacht, maar dit jongleren met aan elkaar verwante woorden maakte me nieuwsgierig.

Ik heb er nu al drie genoemd: vertrouwen op God, die de door Hem geschapen mensheid vervolmaken wil en omvormen tot een nog ongekende gelijkvormigheid met Hemzelf; geloof, dat weet hoe God ons verlost van een schuldig verleden; en trouw aan Hem die met ieder van ons, ook individueel, wil verder gaan, op elk moment van ons leven. Maar zou je het misschien nog anders kunnen formuleren?
In een Franse vertaling, namelijk die van Chouraqui, die voor dat taalgebied hetzelfde betekent als wat Buber is voor Duitsland, zag ik naast de drie eerder genoemde woorden nog een vierde woord opduiken in alle drie de teksten, die we vanmorgen gelezen hebben. Ik noem het eerst in het Nederlands en zal het daarna vertalen in het Frans. Het woord luidt letterlijk: verkleefdheid, adhérence. In het Lutherse milieu is het wel aardig om te denken aan de uitdrukking: ‘zwaan, kleef aan!’...
De rechtvaardige zal leven van deze verkleefdheid aan God. Wij kunnen ons daar trouwens ook moeilijk van losrukken. Dat zei Habakuk dus: wie wil leven moet aan God verkleefd zijn.

En Paulus neemt het over. Ja, zegt hij, ‘Gods recht-doen aan mensen’ openbaart zich in Zijn verkleefdheid aan ons die leidt tot onze verkleefdheid aan Hem en de rechtvaardig gemaakte mens zal leven uit die verkleefdheid.

In het Marcus-Evangelie zegt Jezus: “Jullie zijn Mijn leerlingen, Ik leg jullie alles uit wat Ik zeg over de plannen van God met deze wereld en met de mensheid en als ik dan na een hele dag vermoeid in slaap val, hoe is het mogelijk dat jullie nog niet beseffen hoe verkleefd wij zijn aan elkaar?
De golven sloegen wel hoog, maar je had toch op Mijn trouw mogen vertrouwen, na alles wat je beleefd hebt in Mijn nabijheid?”
Ik zal die vraag niet aan U persoonlijk stellen, maar ik denk, dat U zelf de toepassing kunt formuleren aan de hand van Marcus’ verhaal.

Tenslotte zou ik nog wel een conclusie willen toevoegen, die van meer algemene strekking is.

Het is natuurlijk goed om met eerbied stil te staan bij wat in het verleden door de Hervormers bevochten is ten koste van veel persoonlijk leed.
Luther had, net als Calvijn en andere Hervormers, geen stil en rustig leven. Ook bij hem sloegen de golven hoog, al gaf zijn geloof hem een stille innerlijke vrede. De Confessio Augustana getuigt daarvan.
Maar het is anderzijds ook zo, dat het denken over de inhoud van de blijde boodschap van God na die tijd niet tot stilstand gekomen is.
Ik ben blij, dat het slot van Marcus 4 de aanbevolen schriftlezing voor vandaag was.
Het werpt licht op wat voor onze Heer wezenlijk was.
En Zijn woorden scherpen ons in, dat het niet gaat om het hebben van wel-gefundeerde formules, waarmee wij het dan allemaal eens moeten zijn.

Een adhesiebetuiging aan de Confessio Augustana maakt geen christenen van ons.
Eerder isoleert een dergelijke intellectuele steunbetuiging aan een confessie ons van andere christenen.

U kunt dat bijvoorbeeld zien aan een kerkgenootschap dat artikel 31 van de Hervormde Nederlandse geloofsbelijdenis onderhoudt. Wie dat artikel onderhoudt, ziet de ware kerk, waarvan hij lid is, tot zijn schrik ineenschrompelen en vereenzamen.

De eenheid van de Christenen berust niet op een confessie. Maar op het ‘verkleefd zijn aan God en aan Jezus’, die ons met de Heilige Geest vervullen.

Zo verkleefd met Hem in Zijn hemels koninkrijk, en oecumenisch met elkaar verenigd over de hele wereld, zullen wij leven.
Tot in eeuwigheid.
Amen. 

Antwoordlied
Gezang 305: 1 en 2


O Heer, uw onweerstaanbaar woord drijft rusteloos de eeuwen voort
wat mensen ook verzinnen. En waar de weg onvindbaar scheen
mochten wij door geloof alleen de tocht opnieuw beginnen.
Gij hebt de vaderen bevrijd en uit het diensthuis uitgeleid
naar 't land van melk en honing. Hervorm, herschep ook ons geslacht,
opdat het door de wereldnacht de weg vindt naar uw woning.

Dienst van Gebeden en Gaven

Inzameling van de gaven onder orgelspel

Dankgebed over de gaven
Heer, wil aanvaarden wat wij hier ingezameld hebben. Wij brengen hiermee tot uiting, dat wij met alles wat wij hebben en zijn tot Uw beschikking staan. Het is allemaal een gave van U, die wij op onze beurt U weer aanbieden om U te eren, en om er onze medemensen mee van dienst te zijn, overal waar nood is. Wil deze gaven zegenen. Amen.

Dankgebeden en Voorbeden
Heer, er is zoveel leed in de wereld waarbij wij machteloos moeten toekijken. Maar U geeft ons altijd de mogelijkheid om te bidden. Zo roepen we U dan aan voor het volk van Iran, dat lijdt onder verkiezingsfraude. Wil het leiden naar een gelukkiger tijdperk, met betrouwbare overheidspersonen en minder armoede.
Laat ons bidden:

Heer, het bezoek aan ons land van de Dalai Lama bracht ons in herinnering, dat zijn volk in eigen land inmiddels tot een minderheid is teruggebracht door de Chinese bezetting. Wij bidden U voor hen, die nu zo’n groot onrecht ondergaan. Gedenk hen en hun principiële geweldloosheid, waaraan wij een voorbeeld kunnen nemen.
Laat ons bidden:


Heer, er zijn in alle continenten landen met massale problemen, teveel om op te noemen, maar U kent ze, en ze hebben een plaats in Uw hart.
Onze aandacht gaat vandaag in het bijzonder uit naar de vele vluchtelingen overal ter wereld. Er is berekend, dat de helft van hen kinderen zijn. Aan hen denken we met innig medeleven. Niet alleen verweg maar ook in ons land zijn kinderen niet veilig. Sommigen worden door hun eigen vader of zelfs door hun moeder vermoord. Ook in Brabant zijn kinderen recent het slachtoffer geweest van ontoelaatbaar gedrag dat hen schaden kan voor de rest van hun leven. Wil de pogingen van hulpverleners zegenen, die zich om hen en om hun ouders bekommeren. Wil de kwade gevolgen van het gedrag van hun leraar afwenden en het geschonden vertrouwen van de kinderen zoveel mogelijk herstellen.
Op deze vaderdag danken wij voor alle goede vaders, en denken wij aan hen die dat willen zijn, maar toch geen gemakkelijke verhouding met hun kinderen kunnen vinden. 
Heer, wij bidden U:
 
Heer, ten slotte vragen wij U de Lutherse gemeente hier in Heusden te gedenken. Zij draagt bij tot de verscheidenheid van de geloofsbeleving, die U zo graag ziet.
U hebt immers in Uw woord van vele verschillende stemmen van mensen gebruik gemaakt. In de bijbel bloeien honderden bloemen. Wil daarom in Heusden Uw kleine Luthers gemeente bewaren.
Heer, laat ons bidden:

Stil gebed

Onze Vader (NBV-versie):
Onze Vader in de hemel,
laat Uw naam geheiligd worden,
laat Uw koninkrijk komen
en Uw wil gedaan worden
op aarde zoals in de hemel.
Geef ons vandaag het brood
dat wij nodig hebben.
Vergeef ons onze schulden,
zoals ook wij hebben vergeven
wie ons iets schuldig was.
En breng ons niet in beproeving,
maar red ons uit de greep van het kwaad.

Gemeente staat op

Geloofsbelijdenis (gezamenlijk gesproken)
Wij geloven allen in één God,
die de hemel en de aarde
geschapen heeft en Vader is;
ons als kinderen aanvaarde.
Hij wil dagelijks ons voeden,
't vege lijf ons wel bewaren,
onze ziel voor onheil hoeden
en geen leed mag ons wedervaren.
Hij zorgt trouw voor ons, houdt de wacht;
de Heer heeft alles in zijn macht.

Wij geloven allen in Zijn Zoon,
Jezus Christus, onze Here,
die eeuwig bij de Vader woont,
God gelijk in macht en ere.
Uit Maria, die geloofde,
werd de ware mens geboren
die de Heilge Geest beloofde.
Is voor ons, schuldig en verloren,
aan 't kruis gestorven. Uit de dood
ten leven opgewekt door God.

Wij geloven in de Heilge Geest
God, zoals de Zoon, de Vader,
vertroostend wie het oordeel vreest
en verrijkend met zijn gaven,
wie van Christus zijn op aarde,
doet Hij als één lichaam leven,
vrij van kwaad dat hen bezwaarde.
Alle vlees zal dan ook herleven.
Na deez' ellende ons bereid
een leven in de eeuwigheid! Amen. (Gezang 331)

Slotlied: gezang 257


Uitzending en Zegen
De genade van onze Heer Jezus Christus
en de liefde van God de Vader
en de gemeenschap van de Heilige Geest
is en blijft met u allen. Amen

Daarna was er koffie, 
een 'Lutherse Lunch' (veel Tischreden) 
en een gemeentevergadering bij Joop en Kitty.