Voorganger: ds. Jochem Stuiver van De Rank in Nieuwegein.
Voor
de dienst afkondigingen en vooroefenen.
Aan de
vlam van de Paaskaars worden de lichten op tafel aangestoken

Ingangspsalm: Psalm 118: 9

(de gemeente gaat zitten)
Voorg:
Laten we de Heer aanroepen om ontferming met de nood van deze wereld,
....
En
laten wij Zijn Naam prijzen,
want
Zijn barmhartigheid heeft geen einde.
Zondagsgebed ....door
Jezus Christus onze Heer. Gem.:
Amen.
Dienst
van het Woord
Lezing
eerste Testament door iemand uit de gemeente: Jesaja 50: 4-7
4 God, de HEER, gaf mij een vaardige tong,
waarmee ik de moedeloze kan opbeuren.
Elke ochtend wekt hij mijn oor,
zodat het toegerust is om aandachtig te horen.
5 God, de HEER, heeft mijn oren geopend
en ik heb geen verzet geboden,
ik ben niet teruggedeinsd.
6 Ik heb mijn rug blootgesteld aan mijn folteraars,
wie mij de baard uittrokken, bood ik mijn wangen aan.
Ik heb mijn gezicht niet verborgen
toen ze mij beschimpten en bespuwden.
7 God, de HEER, zal mij helpen,
daarom word ik niet gekwetst
en is mijn gezicht zo onbewogen als een rots,
want ik weet dat ik niet beschaamd zal staan.
Gezang
181

Gij wordt gegeseld en gekroond met doornen,
geminacht als de minste der verloornen,
en als een booswicht, die zijn straf moet dragen,
aan 't kruis geslagen.
Zeg mij, waarom men U aldus gehoond heeft,
U dus, mijn vorst, gescepterd en gekroond heeft!
Om voor mijn schuld verzoening te verwerven,
moest Gij dús sterven?
Hoe vreemd, dat voor de schapen zijner weide
de herder zelf ter slachtbank zich liet leiden,
de heer zich voor de schulden zijner knechten
aan 't kruis liet hechten.
O wonderbare liefde, die ons denken
te boven gaat, wat kan mijn liefd' U schenken,
wat ooit bereiken de arbeid mijner dagen,
dat U behage?
O liefde, voor dit offer van uw leven,
wat kan ik, dan mijzelf ten offer geven,
opdat ik nooit, hetzij ik leev' of sterve,
uw liefde derve!
Epistellezing
5 Laat onder u de gezindheid heersen die Christus Jezus had.
6 Hij die de gestalte van God had, hield zijn gelijkheid aan God niet vast,
7 maar deed er afstand van. Hij nam de gestalte aan van een slaaf en werd gelijk aan een mens.
8 En als mens verschenen, heeft hij zich vernederd en werd gehoorzaam tot in de dood–de dood aan het kruis.
9 Daarom heeft God hem hoog verheven en hem de naam geschonken die elke naam te boven gaat,
10 opdat in de naam van Jezus elke knie zich zal buigen, in de hemel, op de aarde en onder de aarde,
11 en elke tong zal belijden: ‘Jezus Christus is Heer, ‘tot eer van God, de Vader.
Aankondiging
van de Evangelielezing (Gem.
gaat staan)
1 Toen ze Jeruzalem naderden en in de buurt waren van Betfage en Betanië bij de Olijfberg, stuurde hij twee van zijn leerlingen vooruit.
2 Hij zei tegen hen: ‘Ga naar het dorp dat daar ligt. Zodra jullie er binnenkomen, zul je daar een ezelsveulen vastgebonden zien staan, dat nog nooit door iemand bereden is; maak het los en breng het hier.
3 En als iemand jullie vraagt waarom jullie dat doen, zeg dan: “De Heer heeft het nodig, hij zal het meteen weer
terugsturen.”’
4 Ze gingen op weg en vonden een veulen dat buiten op straat bij een deur was vastgebonden en ze maakten het los.
5 Er stonden een paar mensen die vroegen: ‘Waarom maken jullie dat veulen
los?’
6 Ze zeiden wat Jezus hun had opgedragen te zeggen en de mensen lieten hen begaan.
7 Ze brachten het veulen naar Jezus en legden hun mantels op het dier en hij ging erop zitten.
8 Velen spreidden hun mantels uit op de weg, anderen spreidden takken met bladeren uit, die ze in het veld afhakten.
9 Allen die voor hem uit liepen of achter hem aan kwamen, riepen luidkeels:
‘Hosanna!
Gezegend hij die komt in de naam van de Heer.
10 Gezegend het komende koninkrijk van onze vader David.
Hosanna in de hemel!’
gevolgd door de acclamatie:

De
gemeente gaat zitten.

Lieve mensen, gemeente van Jezus Christus,
Kinderen kunnen je soms zomaar op een nieuw gedachtespoor brengen.
Zo doen kinderen in de Rank me af en toe met de mond vol tanden staan als ik een praatje met ze houdt voor ze naar de kindernevendienst gaan.
Meestal denk ik er thuis al goed over na wat ze zouden kunnen antwoorden op mijn vragen maar vaak zeggen ze dan toch iets heel anders wat ik niet had verwacht. En dan sta ik daar weer met zo'n rood hoofd voor een lachende gemeente en moet ik de situatie weer zien te redden.
Met kinderen kun je zo hele leuke gesprekken hebben omdat ze vaak nog zo onbevangen over dingen nadenken.
Vorige week nog bij de catechese van groep 8 hadden we het over palmpasen. Toen kwam er ook zomaar een vraag op die ik niet had ingepland. Een van de kinderen vroeg 'Wat betekent dat 'hosanna' eigenlijk wat de mensen roepen'? Een heel logische vraag.
Ik gooide de vraag in de groep: wat denken jullie zelf? Ze wisten het niet precies maar de meeste stemmen gingen op voor de vertaling 'hoera!'.
Het had toch ook wat feestelijks die intocht met die palmtakken, als waren het slingers bij een verjaardag. En dan zeg je ook 'hoera!'.
Ik denk dat veel volwassenen dat ook horen in het woord 'hosanna': 'hoera voor onze koning!'.
Toch is 'hoera' niet de betekenis van dit woord. De letterlijke betekenis van 'hosanna' is eigenlijk een intense smeekbede om hulp.
De oorspronkelijk Hebreeuwse uitdrukking 'Hoshía-na' bestaat uit 'hoshía' (dat betekent verlos ons, geef heil), gevolgd door het woordje 'na' dat dient als onderstreping van een gebed (alstublieft!). Zo betekent 'Hoshía-nna' dus letterlijk: 'verlos ons toch alstublieft!' 'Geef uitredding, breng toch heil!'
Dat maakt het verhaal gelijk al een stuk intenser en geeft het ook iets dubbels. Het feestelijke en de nood. Maar daardoor kan ik wel beter in dit verhaal komen want het leven is niet altijd feest en aan de andere kant ook niet altijd alleen maar verdriet. Allebei zit het in dit verhaal van de intocht.
Ik zou zelf denk ik niet zo snel langs de kant 'hoera' gaan roepen maar juist wel 'geef uitredding Heer, help ons!'. Het is ook maar net hoe je je op dit moment voelt: of je staat te juichen of eerder om hulp smeekt.
Dan komt de persoon van wie je hulp verwacht eraan. Hij blijkt te zitten op een ezelsveulen. Soms is er discussie tussen Bijbelgeleerden of Jezus nu op een veulen van een paard of op een veulen van een ezel zat. Hoogstwaarschijnlijk moet het wel een veulen van een ezel zijn geweest want paarden waren in het OT oorlogsmachines. En de profeet Zacharias spreekt juist van de Messias die op een ezel zal komen:
Zachairas 9:9 "Juich, Sion, Jeruzalem, jubel het uit van vreugde! Je koning is in aantocht, bekleed met gerechtigheid en zege. Nederig komt hij aanrijden op een ezel, op een hengstveulen, het jong van een ezelin."
Waarom schenkt Marcus in zijn verhaal van de intocht zoveel aandacht aan die ezel? Daar zit vast meer achter.
Zo schrijft hij nadrukkelijk dat dit rijdier vast zat en wordt losgemaakt om dienst te kunnen doen voor Jezus. Ook schrijft hij dat het dier 'een veulen is dat nog niet bereden werd door een ander' dan Jezus, en in die zin dus geen andere heren kende dan deze ene alleen.
Meestal schenken we niet zoveel aandacht aan dieren in de bijbel maar deze ezel is er niet voor niets. Wat betekent het voor dit veulen te zijn uitgezocht tot dienst aan Jezus?
Wat zou dat eventueel voor ons kunnen beteken? "Wij zijn Jezus niet", wordt vaak gezegd, maar misschien kunnen wij wel zijn 'ezelsveulen' zijn?
Het is dan aan ons zijn boodschap verder te dragen tot aan het nieuwe Jeruzalem.
Zo bezien had ik deze preek dus ook kunnen beginnen met de woorden: "beste ezels van de Heer!" Wij zijn losgemaakt om het heil, de boodschap van de Messias de stad, de wereld in te dragen.
Wat dragen wij als ezel dan voor boodschap?
De boodschap op onze rug is geen formule, mooie woorden of gedachten maar een mens.
En wat voor een. Een man die het lijden kent, verguisd en geminacht.
Hij wordt mishandeld maar verzet zich niet, hij wordt zelfs vernederd tot de dood aan een kruis. Hosanna voor de Koning?
Hoe kan deze Koning mij ooit uitredden als Hij zelf zo in de verdrukking zit, in de hoek waar de klappen vallen?
Hoe rijmt dat stralende nieuwe Jeruzalem, de wuivende palmen met een bruidegom vol striemen en wonden en een bloedend gelaat?
Hoe kun je ooit het leed verzoenen met het geluk? Hoe kan een goede God verzoend worden met zoveel kwaad en lijden, hoe kan een stad van duizenden jaren oorlog, stad van vrede heten. 'Jerusjalaim'?
Het is een onmogelijke boodschap die we dragen, een onmogelijke vereniging, het bestaat niet dat God en mens samen een wereld kunnen bewonen als bruidegom en bruid. Het zijn twee werkelijkheden die elkaar uitsluiten.
Als we konden kiezen wisten we het wel: dan bidden wij tot de God van het geluk en de vrede, de God van de liefde en de hoop. Hem willen wij volgen, hem willen wij dienen, daar gaat ons hart en ons verlangen naar uit, reikhalzend zien wij uit naar wat troost en redt, we zwaaien met palmtakken als we er een glimp van ontwaren, hoe hunkert ons hart naar bevrijding.
Laten we het duister vergeten, laat ons opgaan in enthousiasme en geluk, want God is goed en in hem is geen duisternis. Dat is ook allemaal waar.
Maar hier is ook die lijdende man op een ezel, die komt in de naam van de Heer. Hij die bad "Uw wil geschiede op aarde zoals in de hemel". Dáár gaat het om: vandaag begint de toekomst, Uw wil zal geschieden. Op aarde zoals in de hemel. De onmogelijke vereniging van God met zijn wereld klinkt in deze bede door.
Dit is je toekomst: de weg van het Woord dragen. Alleen zo worden de twee bij elkaar gebracht: mens en God. Alleen zo begint een werkelijk nieuwe toekomst voor jou en voor mij, voor onze kerk en onze wereld: langs de weg die Jezus gaat. 'Laat die gezindheid onder ons heersen die Christus Jezus had' zegt Paulus.
Wat betekent dat dan voor ons?
Van de hoogste hoogten tot de diepste diepten: leven uit vertrouwen op God. Alles van het leven wil meedoen. De wereld wordt niet in tweeën gehakt, onze werkelijkheid wordt niet verdeeld in een goed stuk en een fout stuk, nee, álles wordt meegenomen op de weg van de mensenzoon, de eerste nieuwe mens.
Eén worden met God betekent dan ook één worden met zijn mens zijn. De toekomst van God begint nu. Hoe? Door alles van ons bestaan in te lezen in het verhaal van de knecht van de Heer.
Hij is vertrouwd met je vreugde en met de striemen en wonden die jij in je eigen leven hebt opgelopen en die je om je heen kunt zien.
Maar ben jij het ook, die hele mens met vreugde en verdriet? Of wil je maar zo min mogelijk weten van die ene kant van jezelf?
Hosanna voor de koning, machtig God, sterke rots, vredevorst, én tegelijk knecht des Heren, Mensenzoon, man van smarten. In Hem is de volledigheid te vinden die onze toekomst opent.
Komende week, in de stille, goede week wordt het hart van deze werkelijkheid ontvouwd.
Zeven dagen volgen we de weg van het woord van God, van de diepten van leven en dood, naar de hoogste hoogten van de hemel.
Niet wij reiken naar de hemel, maar de hemel reikt naar ons.
Jeruzalem, stad van de toekomst, wordt niet door ons gebouwd maar door ons ontvangen.
We mogen daar de boodschap naar binnendragen.
We zullen komende week zien dat dat alleen maar kan langs de weg van de Mensenzoon. Dat is de weg van ontlediging, loslaten en overgave zoals een kind. Onbevangen en vrij.
Niet vasthouden aan alle ideeën over jezelf of over God, over je verleden of je toekomst.
Laat de werkelijkheid van het Woord van God maar binnen in jouw leven en laat Hem alles in ogenschouw nemen.
Als het pijn is, dan is het pijn, als het geluk is, dan is het geluk, als het onrust is, onrust; vrede, dan is het vrede. Laat het maar zien, zoals het is.
Moge de geheelde werkelijkheid van Jezus Christus ons leven vervullen.
Want de toekomst van de Heer is daar - vandaag begint het.
Hosanna!
Amen
Credo:
(de gemeente
staat op)

de
gemeente gaat zitten.
Voorbeden, eindigend op:
zo bidden wij:

Inzameling
van de gaven
voor een diaconaal doel.
(terwijl
de tafel in gereedheid wordt gebracht; ook wordt er gemusiceerd tijdens
de
inzameling)
Voorg:
Dankgebed.
Heer God, hemelse Vader,
aanvaard ons geloof en onze gebeden en zegen deze gaven, dit brood en
deze wijn,
die wij U brengen tot eer van Uw naam en ten dienste van Uw
gemeente.
Laat dit dankoffer U welgevallig
zijn en een getuigenis van Uw liefde tot onze naasten.
Dat bidden wij U door Jezus Christus, Uw Zoon, onze Heer. Amen.
Gemeente: Amen.
Dankzegging:
(de
gemeente gaat staan)


allen:

Vg.:
Wij danken U, heilige Vader, Heer onze God,
om
wille van Jezus Christus, Uw veelgeliefde Zoon,
die
Gij geroepen en gezonden hebt,
om
ons te dienen en te verlichten,
om
aan armen Uw koninkrijk te brengen,
om
aan gevangenen Uw verlossing te melden,
om
voor ons allen en voorgoed het evenbeeld te zijn
en
de gestalte van Uw mildheid en trouw.
Wij
danken U voor deze onvergetelijke mens
die
alles heeft volbracht wat menselijk is, ons leven, onze dood -
wij
danken U dat Hij zich met hart en ziel gegeven heeft aan deze wereld.
Want
in de nacht waarin Hij werd overgeleverd
heeft
Hij het brood in Zijn handen genomen.
Hij
heeft Zijn ogen opgeslagen naar U, God,
Zijn
almachtige Vader.
Hij
heeft U dank gezegd, het brood gebroken
en
het aan Zijn vrienden uitgedeeld met de woorden:
“Neemt
en eet, dit is Mijn lichaam voor u.
Doet
dit tot Mijn gedachtenis.”
Zo
nam Hij ook de beker, sprak een dankgebed uit en zei:
“Deze
beker is het nieuwe verbond in Mijn bloed,
dat
voor u en allen vergoten wordt tot vergeving van zonden.
Telkens als gij deze beker drinkt zult gij het doen tot Mijn
gedachtenis.”
allen:
Vg:
Bijeen tot Zijn gedachtenis komen wij tot U, o God,
met
dit brood en deze beker,
en wij bidden U:
gedenk het offer van de Zoon van Uw liefde
en aanvaard ons offer van lof en dank.
Zend
Uw Geest op ons neer,
de Geest die levend maakt,
en herschep ons tot
mensen
die Uw Zoon laten voorgaan
en
niet ophouden U te belijden en elkaar te behoeden,
de
ogen gericht op Uw Rijk dat komt.
Voeg
ons dan samen met allen die ons zijn voorgegaan, met wie ons lief
waren, en die
we moesten verliezen... met de
heiligen van naam en de ontelbare vergetenen, heel Uw mensenvolk,
genodigd aan
Uw maaltijd.
Gem.:
Amen.

Voorg: Komt nu, want alle dingen zijn gereed.
V:
Wenst elkaar de vrede
Men
brengt elkaar de vredesgroet en bidt hand in hand:
Communie
Terugkeer
naar de zitplaatsen, Gemeente gaat zitten.

Gedicht
Ik ben een ezel die wat staat te dromen,
een lastdier, zoals alle ezels zijn.
Aan zware vrachten kan ik niet ontkomen,
ik draag ze in de felle zonneschijn.
Ik wordt gedreven over smalle paden,
een zweepslag zegt mij links of rechts te gaan.
Mijn kleine lijf is altijd overladen,
en in mijn huid staan striemen van het slaan.
Ik ben de minste onder alle dieren,
ik ben een ezel, ik tel niet zo mee.
Behalve één keer toen men feest ging vieren,
toen liep ik vooraan in de optocht mee.
Ik droeg een Koning op mijn grauwe haren,
een Koning zonder scepter, zonder kroon.
Ik zie de palmen nog na al die jaren
en nu nog hoor ik: Leve Davids Zoon!
Ik ben een ezel die wat staat te dromen,
mijn oren houden stil de wacht. Misschien
Zal Hij vandaag of morgen toch weer komen
en ben ik de eerste die Hem dan zal zien.
(uit: Hanna Lam "Alles wordt nieuw" III,21)
Vg:
Laten wij samen bidden
Allen:
Lieve Heer, laat Uw woord voedzaam zijn als brood
en uw liefde ons
doorgloeien als wijn.
Dat wij vol zijn van
U en open staan voor elkaar,
door Jezus Christus,
onze Heer. Amen.
Allen
gaan staan:
Gezang 173

Gods schepping die voor ons gesloten bleef
ontsluit Gij weer, Gij opent onze harten,
die Zoon van David zijt en Man van Smarte,
Koning der Joden die de dood verdreef.
Jezus, de haard van uw aanwezigheid
zal in ons hart een vreugdevuur ontsteken.
Gij gaat vooraan, Gij zult ons niet ontbreken,
Gij Hogepriester in der eeuwigheid.
Gij onderhoudt de vlam van ons bestaan,
aan U, o Heer, ontleent het brood zijn leven,
ons is een lofzang in de mond gegeven,
sinds Gij de weg van 't offer zijt gegaan.
Dit is uw opgang naar Jeruzalem
waar Gij uw vrede stelt voor onze ogen,
vrede aan allen die uw naam verhogen:
heden hosanna, morgen kruisigt Hem!
En er is koffie.